zaterdag 14-10-2000
D E  T I E N  G E B O D E N
M i c h a ë l  Z e e m a n

GIJ ZULT NIET DOODSLAAN

„Het is evident dat het ene mensenleven zich niet boven het andere kan stellen, maar er zijn wel zulke ongelooflijke zakken, schoften en mispunten dat je dit chique standpunt eigenlijk alleen maar kunt volhouden als je opgroeit in een tijdperk van vrede, welvaart en ongeloof. Doodslag is niet aan de orde, maar ik moet mezelf wél de vraag stellen of ik zo ver zou kunnen gaan. Als Theo van Gogh een boekje schrijft met de titel 'Sla ik mijn vrouw wel hard genoeg?' waarin hij verzint mijn toenmalige vrouw Eva te zijn tegengekomen met een door mij gebroken arm dan wil ik daar niet op ingaan. Kom op zeg, we gaan toch niet op muizenjacht? Maar dat neemt niet weg dat er in mijn onderbewustzijn toch een drang blijkt te bestaan om iets terug te doen, een daad te stellen. Ik heb wel eens gedroomd dat ik met Arjan Peeters over de Kloveniersburgwal liep en Van Gogh tegenkwam. Ik droomde dat ik hem van zijn fiets trok en de gracht in flikkerde. Hij kwam boven en krijste. Arjan riep: 'Hij kan niet zwemmen!' Waarop ik antwoordde: 'Nee, dat had er nog bij moeten komen! Dan had het helemaal geen nut gehad.' Ik werd wakker en was een tevreden mens."

GIJ ZULT NIET STELEN

„ In 1986 werd ik gearresteerd op verdenking van verduistering in dienstbetrekking. Ik vond het verschrikkelijk om in die cel te zitten, maar ik dacht ook: ik heb de tijd. Als jullie vinden dat ik heb gejat dan hoor ik wel hoe dat proces verder gaat verlopen.
Ik werkte bij boekhandel de Tille in Leeuwarden en hield zelf de administratie bij van de gewerkte uren en de boeken die ik in ruil daarvoor mee naar huis nam. Dat was niet mijn bewuste keus geweest. Het begon ermee dat iemand zei: 'We moeten je die uren nog uitbetalen' en ik antwoordde: 'Goed, maar ik wil ook deze boeken nog hebben'. Dat werd tegen elkaar weggestreept. Het wegstrepen werd informeler en uiteindelijk iets wat ik zelf deed. Ja, het is goed mogelijk dat de verhouding tussen uren en boeken op een gegeven moment is scheef gezakt - het rare is alleen dat ik het niet meer weet. Ik heb voor mijn gevoel ook geen principiële grens overschreden. Pas achteraf dacht ik: god, wat had ik die mensen kunnen bestelen... Natuurlijk begreep ik onmiddellijk wat er aan de hand was, toen een agent mij kwam vertellen dat ik van diefstal werd verdacht. En ik begreep ook hoe stom het is om controleur en gecontroleerde in één te zijn. Diefstal was een hard verwijt, maar ik zie wel wat de grijze kanten zijn geweest. Als de controleur niet wordt gecontroleerd, sukkelt de boel in, wordt alles onduidelijk en speel je mensen dus ook een wapen in handen. Na vier dagen werd ik vrij gelaten. Na een half jaar werd de zaak geseponeerd en ben ik, op advies van de officier van justitie, een procedure gestart voor het verkrijgen van een schadevergoeding die ik, als principieel gereformeerd jongetje, tot de Hoge Raad heb uitgevochten en gewonnen.
Later moest ik aan een gebeurtenis uit mijn jeugd denken. Ik gooide als kind mijn zakgeld in een kistje. Zo deden ze dat ook in de piratenboeken die ik las. Mijn vader zei op een dag: 'Dat moet je niet doen. Als je broertjes op je kamer komen, pikken ze misschien je geld'. Mijn vader had gelijk. Nee, de Tille was geen open spaarpot, je moet me niet verkeerd begrijpen. Ik wil hiermee zeggen dat er verschillende verantwoordelijkheden in het geding zijn. Die van een werknemer en die van een werkgever. Gij zult niet stelen, nee. Ik ben het er helemaal mee eens, maar gij zult ook een beetje op uw spullen en uw medemensen letten."

B r i e v e n

Trouw 17-10-2000


Meestal heb ik niet de behoefte om te reageren op de vele varianten van verweer die essayist en Volkskrantredacteur Michaël Zeeman debiteert als 'de boekenaffaire' uit zijn verleden weer eens ter sprake komt. Maar deze keer bakt hij het wel heel bruin in de aflevering van 'Tien geboden' (Trouw, de Verdieping, 14 oktober). Met de opmerking dat niemand hem ooit vraagt naar de afloop, van de strafrechtelijke zaak wekt hij de suggestie dat hij voor de rechter heeft gestaan en is vrijgesproken. De feiten zijn anders. Zeeman werkt in onze boekhandel vanaf het eind van de jaren zeventig tot 1986. In oktober 1986 werd Zeeman gearresteerd omdat ik aangifte had gedaan van verduistering in dienstbetrekking. Het ging om een bedrag van honderdduizenden guldens aan boeken en ook enkele grote geldbedragen. Een belangwekkende ontboezeming doet Zeemaka in zijn commentaar op het gebod 'Gij zult niet stelen'. Voor het eerst geeft hij toe dat hij eigenmachtig boeken mee naar huis nam. Zijn verweer in de civiele rechtszaak luidde dat zijn werkgever hem zwart (in natura) had betaald. Nu bekent hij voor het eerst at hij zichzelf 'betaalde'. Het zou daarbij om overuren gaan. Hij zegt daarover "Ja, het is goed mogelijk dat de verhouding tussen uren en boeken op een gegeven moment is scheef gezakt - het rare is alleen dat ik het niet meer weet." Zoiets werkt bij mij bijna op de lachspieren als je weet dat het hier gaat om een bedrag van ongeveer zevenhonderdduizend gulden. Goede bekenden van Zeeman waren destijds van mening dat hij in 1986 al beschikte over een van de meest indrukwekkende privé-bibliotheken in Nederland.
Niet Zeeman maar De Tille startte de civiele procedure die meer dan zeven jaar heeft geduurd. Deze werd niet door hem gewonnen, zoals hij nu beweert. De Hoge Raad verwees in 1993 de zaak terug naar de rechtbank. Die zou alles weer over moeten doen. De partijen zijn uiteindelijk overeengekomen de strijd te staken, zonder condities over en weer. Het werd tijd om de affaire af te sluiten. Dat dit Zeeman niet is gelukt en dat hij er nog steeds niet mee in het reine is gekomen blijkt wel uit de valse getuigenissen die hij blijft aanwenden.

Thys Dykstra
directeur Boekhandel De Tille
Leeuwarden



Column | Inhoud