GIJ ZULT NIET DOODSLAAN
Het is evident dat het ene mensenleven zich niet boven het andere kan
stellen, maar er zijn wel zulke ongelooflijke zakken, schoften en mispunten dat
je dit chique standpunt eigenlijk alleen maar kunt volhouden als je opgroeit in
een tijdperk van vrede, welvaart en ongeloof. Doodslag is niet aan de orde,
maar ik moet mezelf wél de vraag stellen of ik zo ver zou kunnen gaan.
Als Theo van Gogh een boekje schrijft met de titel 'Sla ik mijn vrouw wel hard
genoeg?' waarin hij verzint mijn toenmalige vrouw Eva te zijn tegengekomen met
een door mij gebroken arm dan wil ik daar niet op ingaan. Kom op zeg, we gaan
toch niet op muizenjacht? Maar dat neemt niet weg dat er in mijn
onderbewustzijn toch een drang blijkt te bestaan om iets terug te doen, een
daad te stellen. Ik heb wel eens gedroomd dat ik met Arjan Peeters over de
Kloveniersburgwal liep en Van Gogh tegenkwam. Ik droomde dat ik hem van zijn
fiets trok en de gracht in flikkerde. Hij kwam boven en krijste. Arjan riep:
'Hij kan niet zwemmen!' Waarop ik antwoordde: 'Nee, dat had er nog bij moeten
komen! Dan had het helemaal geen nut gehad.' Ik werd wakker en was een tevreden
mens."
GIJ ZULT NIET STELEN
In 1986 werd ik gearresteerd op verdenking van verduistering in
dienstbetrekking. Ik vond het verschrikkelijk om in die cel te zitten, maar ik
dacht ook: ik heb de tijd. Als jullie vinden dat ik heb gejat dan hoor ik wel
hoe dat proces verder gaat verlopen.
Ik werkte bij boekhandel de Tille in Leeuwarden en hield zelf de administratie
bij van de gewerkte uren en de boeken die ik in ruil daarvoor mee naar huis
nam. Dat was niet mijn bewuste keus geweest. Het begon ermee dat iemand zei:
'We moeten je die uren nog uitbetalen' en ik antwoordde: 'Goed, maar ik wil ook
deze boeken nog hebben'. Dat werd tegen elkaar weggestreept. Het wegstrepen
werd informeler en uiteindelijk iets wat ik zelf deed. Ja, het is goed mogelijk
dat de verhouding tussen uren en boeken op een gegeven moment is scheef gezakt
- het rare is alleen dat ik het niet meer weet. Ik heb voor mijn gevoel ook
geen principiële grens overschreden. Pas achteraf dacht ik: god, wat had
ik die mensen kunnen bestelen... Natuurlijk begreep ik onmiddellijk wat er aan
de hand was, toen een agent mij kwam vertellen dat ik van diefstal werd
verdacht. En ik begreep ook hoe stom het is om controleur en gecontroleerde in
één te zijn. Diefstal was een hard verwijt, maar ik zie wel wat
de grijze kanten zijn geweest. Als de controleur niet wordt gecontroleerd,
sukkelt de boel in, wordt alles onduidelijk en speel je mensen dus ook een
wapen in handen. Na vier dagen werd ik vrij gelaten. Na een half jaar werd de
zaak geseponeerd en ben ik, op advies van de officier van justitie, een
procedure gestart voor het verkrijgen van een schadevergoeding die ik, als
principieel gereformeerd jongetje, tot de Hoge Raad heb uitgevochten en
gewonnen.
Later moest ik aan een gebeurtenis uit mijn jeugd denken. Ik gooide als kind
mijn zakgeld in een kistje. Zo deden ze dat ook in de piratenboeken die ik las.
Mijn vader zei op een dag: 'Dat moet je niet doen. Als je broertjes op je kamer
komen, pikken ze misschien je geld'. Mijn vader had gelijk. Nee, de Tille was
geen open spaarpot, je moet me niet verkeerd begrijpen. Ik wil hiermee zeggen
dat er verschillende verantwoordelijkheden in het geding zijn. Die van een
werknemer en die van een werkgever. Gij zult niet stelen, nee. Ik ben het er
helemaal mee eens, maar gij zult ook een beetje op uw spullen en uw medemensen
letten."

B r i e v e n
Trouw 17-10-2000
Meestal heb ik niet de behoefte om te reageren op de vele varianten van verweer
die essayist en Volkskrantredacteur Michaël Zeeman debiteert als 'de
boekenaffaire' uit zijn verleden weer eens ter sprake komt. Maar deze keer bakt
hij het wel heel bruin in de aflevering van 'Tien geboden' (Trouw, de
Verdieping, 14 oktober). Met de opmerking dat niemand hem ooit vraagt naar de
afloop, van de strafrechtelijke zaak wekt hij de suggestie dat hij voor de
rechter heeft gestaan en is vrijgesproken. De feiten zijn anders. Zeeman werkt
in onze boekhandel vanaf het eind van de jaren zeventig tot 1986. In oktober
1986 werd Zeeman gearresteerd omdat ik aangifte had gedaan van verduistering in
dienstbetrekking. Het ging om een bedrag van honderdduizenden guldens aan
boeken en ook enkele grote geldbedragen. Een belangwekkende ontboezeming doet
Zeemaka in zijn commentaar op het gebod 'Gij zult niet stelen'. Voor het eerst
geeft hij toe dat hij eigenmachtig boeken mee naar huis nam. Zijn verweer in de
civiele rechtszaak luidde dat zijn werkgever hem zwart (in natura) had betaald.
Nu bekent hij voor het eerst at hij zichzelf 'betaalde'. Het zou daarbij om
overuren gaan. Hij zegt daarover "Ja, het is goed mogelijk dat de
verhouding tussen uren en boeken op een gegeven moment is scheef gezakt - het
rare is alleen dat ik het niet meer weet." Zoiets werkt bij mij bijna op
de lachspieren als je weet dat het hier gaat om een bedrag van ongeveer
zevenhonderdduizend gulden. Goede bekenden van Zeeman waren destijds van mening
dat hij in 1986 al beschikte over een van de meest indrukwekkende
privé-bibliotheken in Nederland.
Niet Zeeman maar De Tille startte de civiele procedure die meer dan zeven jaar
heeft geduurd. Deze werd niet door hem gewonnen, zoals hij nu beweert. De Hoge
Raad verwees in 1993 de zaak terug naar de rechtbank. Die zou alles weer over
moeten doen. De partijen zijn uiteindelijk overeengekomen de strijd te staken,
zonder condities over en weer. Het werd tijd om de affaire af te sluiten. Dat
dit Zeeman niet is gelukt en dat hij er nog steeds niet mee in het reine is
gekomen blijkt wel uit de valse getuigenissen die hij blijft aanwenden.
Thys Dykstra
directeur Boekhandel De Tille
Leeuwarden
|