Bekakte moed
De Zondag overleden film-distributeur Robbert Wijsmuller was een wonder van
opgewekt bekakt-zijn. Hij kon beeldend vertellen hoe zijn moeder in het
Jappenkamp voor zijn ogen in elkaar geslagen werd: "Stout geweest!"
Hij hield van innemen - hij kon in gruwelijk tempo gedistilleerd achterover
slaan en maakte een paar van zijn meest succesvolle deals door de tegenpartij
compleet onder tafel te drinken - , hij hield van duur eten, hij hield ervan om
in Cannes met de Rolls te komen voorrijden bij het Carlton en was ook nooit te
beroerd om het verzamelde gepeupel van de filmpers vanuit het vliegtuig op zijn
wijngaarden te wijzen. En toch was Wijsmuller geen snob.
Het grote geld verdiende hij tijdens de jaren '70 met porno. Tot zijn eer mag
gezegd worden dat 'ie miljoenen stak in de uitbreng van 'moeilijke' films, dat
wil zeggen artistiek waardevolle producten die bij voorbaat alleen geschikt
leken voor een klein publiek. Wijsmuller was zonder enige twijfel de moedigste
distributeur die Nederland gekend heeft. Zonder hem waren er hier bijvoorbeeld
in het geheel geen Franse films meer te zien geweest. Hij maakte soms klappers
als "Amadeus" en "The last Emperor, maar gaf evengoed een
miljoen uit aan een zeperd als Bertolucci's geval over Boeddha.
Hij verloor tonnen op de Nederlandse film, behalve die ene keer bij
"Flodder". Toen "Flodder 2" eraan kwam en Wijsmuller
volgens contract ook die gegarandeerde hit zou uitbrengen, werd 'ie vorstelijk
genaaid en vervolgens afgelegd; dag film. Bitter was hij daar niet over:
"Even niet goed opgelet..."
Zijn filosofie over het leven luidde aldus: "Kijk, je kunt sterven in een
klein hutje op de hei of in een paleis op het Lange Voorhout. Ik prefereer het
laatste. Als jij vijfduizend gulden wilt lenen, moet je soms de grootste moeite
doen om ze te krijgen. Ik heb wat vrindjes bij de bank en vijftien miljoen
schuld. Voor mij leggen ze de rode loper uit."
Wijsmuller huurde graag gezelschapsdames die hij steevast met een vettige
knipoog voorstelde: "Ken jij mijn nichtje?"
Mooie vrouwen hoorden bij zijn entourage, maar hij sliep liever alleen en
zorgde altijd discreet voor een eigen slaapkamer van 'nichtje'. Daarmee wil ik
maar zeggen dat deze liefhebber in praktijk niet de arrogante macho was voor
wie 'ie doorging.
Wijsmuller was een meesterlijk poseur en zag zijn aanwezigheid hier op aarde
als een oefening om de verveling te verdrijven. Toen 'ie definitief failliet
ging ("Even niet goed opgelet") sliep 'ie soms op straat en struinde
de vaderlandse producenten af om een paar duizend gulden te lenen. Daar kwam
gedonder van.
Het Rotterdamse Filmfestival werd ook verblijd met zijn aanwezigheid,
Wijsmuller nam ongevraagd plaats op kantoor. Omdat de sympathie onder
medewerkers van het Festival voor zijn persoontje groot was, werd hem de
functie van 'talent-scout' aangeboden. Hoffelijk als altijd meende hij toch wel
'een paar tonnetjes' waard te zijn, 'en graag ook een suite als ik in Berlijn
ben want ik ben niet van de straat.'
Geen goedkope kostganger.
Hij kon in zijn beste dagen bikkelhard zijn maar werd gedreven door ontembare
liefde voor film. En dat in een tijd waarin distributeurs toch vooral en
terecht als crapuul bekend stonden. Wijsmuller's bekaktheid verhinderde
vermoedelijk dat 'ie de eer kreeg om te worden erkend als de meest
gepassioneerde verdediger van filmkunst die het land gekend heeft. Een liefde
die niet gesubsidieerd werd. Toen 't echt mis ging was 'ie een verloren man en
een plaag voor z'n omgeving.Maar het grootste deel van zijn dagen was
Wijsmuller onnavolgbaar. Dat 'ie zich letterlijk dood dronk is dan ook het
waardige besluit van een onconventioneel leven in dienst van de Kunst.
Theo van Gogh
Verschenen in De Filmkrant |