| 9 juni 2004 "Wetenswaardigheden"
Wie is de lijsttrekker van de
PVDA?
Die Max van den Berg. De PvdA-lijsttrekker voor de Europese verkiezingen wil
geen antwoord geven op de brief van het Rotterdamse raadslid Dries Mosch
(Leefbaar Rotterdam). Het ligt waarschijnlijk een tikkeltje gevoelig zo vlak
voor de verkiezingen. Rooie Max en zijn partij liepen twee jaar geleden immers
voorop bij het zwartmaken van Pim Fortuyn en zijn lijst. De
smerigheden van de PvdA kwamen onder meer tot uiting in een achterbakse brief
van Van den Berg en door de medefinanciering van een landelijke demonstratie
tegen Pim Fortuyn.
Mosch wil van Max van den Berg uitleg over zijn open brief aan CDA-kopstuk
Maij-Weggen. In april 2002 schreef hij:
"Geachte mevrouw Maij-Weggen,
Uw partijleider flirt met Pim Fortuyn. In Rotterdam is uw partij, het CDA, al
een flinke stap verder. Daar zijn de wittebroodsweken al begonnen en is de
samenwerking met Leefbaar Rotterdam en lijsttrekker Pim Fortuyn realiteit. Het
is natuurlijk uw goed en democratisch recht uw politieke partner(s) te kiezen,
maar met die keuze laadt hij de verdenking op zich te kiezen voor de macht ten
koste van de principiële keuze voor een beschaafde en tolerante
samenleving. Een samenleving waar u zich eerder op Europees niveau aan
verbonden heeft.
Uw partijleider flirt met het gedachtegoed van Pim Fortuyn. Met iemand in wiens
gedachtegoed bitter weinig ruimte is voor de Islam. In de Volkskrant en in zijn
eigen werk verkondigt hij geen islamiet meer binnen te willen laten. De islam
is in de ogen van Fortuyn achterlijk, een achterlijke woestijncultuur op basis
van een even achterlijke en vaak onderdrukkende en imperialistische godsdienst
en geloofsovertuiging. Ik kan mij niet voorstellen dat dit gedachtegoed het uwe
is, en toch, Jan Peter Balkenende sluit samenwerking met deze man niet uit.
Sterker nog: uw partijleider lijkt het actief te zoeken en in Rotterdam in
ieder geval te sanctioneren.
In 1998 ondertekende het CDA het Handvest van de Europese partijen voor een
niet-racistische samenleving. Partijen die het Handvest ondertekenden,
verbonden zich daarmee aan het onthouden van elke vorm van politieke
samenwerking met partijen die brood en politiek gewin zien in raciale of
etnische vooroordelen en rassenhaat. Dat was toen en dat was helder, maar
waar staat u nu? Het zal u toch niet zijn ontgaan dat de uitspraken van Fortuyn
aansporen tot etnische vooroordelen? Is het Handvest nu plots waardeloos, zijn
uw opvattingen wellicht aan verandering onderhevig?
Uw verkiezingsprogramma gaf hoop. U koos voor een betrokken samenleving en een
betrouwbare overheid en wilde graag een maatschappij zien waarin respect,
fatsoen, integriteit en verantwoordelijkheid en zorg voor elkaar het allegro
vormden. Wat mooie woorden waard zijn, blijkt pas in de praktijk. Wees trouw
aan eigen principes en met het oog op wat echt belangrijk en van waarde is:
verdraagzaamheid en medemenselijkheid. Spreek uw partijleider hier op aan.
Blijf het Handvest trouw en stop de flirt.
Ik wens u veel wijsheid."
Max van den Berg
Niet veel later is Pim Fortuyn vermoord. Hoewel Van den Berg het liever heeft
over 'overleden'. (Peter Siebelt).
MARGRIETUS
(MAX) JOHANNES VAN DEN BERG
In het 'rode dorp' Ammerstol (Zuid-Holland), ook wel genoemd 'Moskou aan de
Lek', wordt op 22 maart 1946 bij de familie Van den Berg een zoon geboren. Ze
noemen hem Max. Zoals het merendeel van de dorpsbewoners behoort ook de familie
Van den Berg tot het typische SDAP-milieu (de voorloper van de PvdA). Max
krijgt het socialisme met de paplepel ingegoten. Zijn grootvaders waren als
sigarenmakers al betrokken bij de oprichting van coöperaties en namen
actief deel aan afdelingsvergaderingen van de SDAP of zaten die voor. Op
zondagmiddagen werkte het gezelschap aan de verbetering van de wereld. Max was
een gretige leerling. Later zou hij als directeur van de NOVIB meewerken aan de
financiering van de marxistische Boerencooperaties in de derde wereld.
Zijn vader was ambtenaar en hield zich bezig met de controle van
landbouwbedrijven. Vanwege dit werk verhuisde het gezin toen Max zes was naar
Twente. Hier bezocht hij het katholieke gymnasium van de Carmelieten Paters in
Oldenzaal, omdat de hbs in Enschede te ver was.
Daarna ging Max sociologie studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij
deed in 1969 zijn doctoraal. Om tijdens zijn studie een beetje zakgeld te
verdienen haalde hij oud papier op en schreef hij de opbrengst in een kasboek.
Pas als hij genoeg had gaf hij het uit. "Toen was ik overigens zelf nog
het goede doel," vertelde Van den Berg in de Volkskrant van 18 april 1998.
Daarna werd hij wetenschappelijk medewerker van de universiteit, maar was
intussen ook actief in de PvdA. Zijn partij-activiteiten begonnen als
zestienjarige in de Federatie van Jongerengroepen in de PvdA. Eind jaren zestig
werd hij de voorzitter van het gewest Groningen. In 1970 werd hij gekozen in de
gemeenteraad en datzelfde jaar volgde zijn benoeming tot wethouder. Hij speelde
in die tijd met de eveneens zeer jeugdige Jacques Wallage een prominente rol in
de Groningse gemeentepolitiek. Van den Berg beheerde onder meer de
portefeuilles volkshuisvesting en verkeer. Hij wist deze portefeuilles
uitstekend te combineren met zijn politieke idealen; de binnenstad van
Groningen autovrij maken en meer sociale woningbouw. Creatief hield hij de
aanleg van een vierbaansweg tussen de Noorderhaven en de Turftorenstraat tegen
(was in feite al rijp voor de aanleg) en zette sociale woningbouw op het
tracé. Ook op een ander project, op een duur stuk grond aan de Palmslag
waar onder meer hotels waren gepland, liet hij sociale woningbouw neerzetten.
Het antiautobeleid van Max van den Berg lijkt principieel omdat hij zelf nooit
een auto heeft gehad en zelfs niet kan rijden.
Zijn sociale woningbouw bleek achteraf niet zo sociaal te zijn. Volgens een
rapport van het Groninger adviesbureau Van der Plas BV uit 1997 blijkt dat de
huizen niet werden gebouwd volgens de door de bouwinspectie destijds
goedgekeurde tekeningen en niet voldeden aan bijvoorbeeld de destijds gestelde
eisen op het gebied van brandwerendheid. Je zou kunnen zeggen: om de bouw
financieel haalbaar te maken werd 'creatief' omgegaan met de bouwvoorschriften.
Van den Bergs architect uit die tijd, Oving, omschrijft het uitgebreid in zijn
boek "Oving Architekten, 25 jaar". Oving was ook betrokken bij de
woningbouw op het trace voor een vierbaansweg! Mede door Van den Bergs
activiteiten ontstond een conflict over de vraag wie nou echt de macht had in
de stad. Hij zorgde voor oplopende spanningen binnen de gemeenteraad met als
eindresultaat dat het stadsbestuur in 1972 'ontplofte' over een tekort op de
begroting. De gemoederen waren zo verhit dat de communistische wethouder
Niemeyer zich liet ontvallen: "als ik hem voor de auto krijg, rij ik
door."
Door zijn radikale acties werd Max van den Berg in die tijd de Raspoetin van
Groningen en de Ayatollah van het hoge Noorden genoemd. Hij onderhield nauwe
contacten met allerhande actiegroepen en liep voorop in discussies over de
plaatsing van kruisraketten en de sluiting van kerncentrales.
Tot 1978 bleef hij in Groningen. Volgens Van den Berg ging hij tussentijds voor
een half jaar onderzoek doen in krottenwijken in Latijns-Amerika. Waar en met
wie is onbekend. In 1979 werd hij gekozen tot voorzitter van de PvdA en
ontpopte hij zich tegen wil en dank als de meest linkse voorzitter uit de
geschiedenis van de PvdA. Hij hield zijn contacten met de actiegroepen aan,
omdat het een machtig buitenparlementair instrument was om burgers te
mobiliseren voor zijn politieke doelstellingen.
Als partijvoorzitter kwam hij vaak in botsing met toenmalig partijleider Joop
den Uyl. Van den Bergs opvattingen waren zelfs voor Den Uyl te radicaal.
Ondanks zijn PvdA-lidmaatschap had Max van den Berg veel sympathie voor het
communisme en de Communistische Partij Nederland (CPN). Samen met
CPN-bestuurslid Pim Juffermans -overigens een radicale activist- zat hij in de
redactie van de CPN-uitgave Politiek en Cultuur. Van den Berg werkte ook mee
aan diverse publicaties van de Wiardi Beckmanstichting, het wetenschappelijk
bureau van de PvdA. Zijn politieke ideëen legde hij vast in 'Een rood
denkraam'.
Ook de Cubaanse revolutie en haar invloed in Latijns-Amerika had zijn aandacht.
Binnen de PvdA leidde Van den Berg een werkgroep Latijns-Amerika met als doel
te komen tot beleidsadvies en tot meer solidariteit voor het 'socialisme'
binnen de partij. Hij bracht plaatselijke afdelingen van de Nederlands-Cubaanse
vriendschapsvereniging Venceremos -die werd gecontroleerd door de Cubaanse
geheime dienst- en de PvdA met elkaar in contact. Zijn toenmalige image was een
baard a la Fidel Castro.
Uit een bestuursverslag van Venceremos van 7 juni 1979 blijkt dat hij graag
naar Cuba wilde. Hij liet zich anderhalf uur voorlichten door het
Venceremos-bestuurslid Kathinka van Dorp. In september 1979 was Van den Berg in
Cuba en in juni 1980 ging hij weer. Hij kwam thuis met enthousiaste verhalen
die hij afstak tegenover afdelingen van de PvdA.
Toen de toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking, De Koning, de hulp
aan Cuba stopzette omdat Cuba financieel en militair actief was in Angola en
Ethiopie, protesteerde Van den Berg op heftige wijze. De
'ontwikkelingsorganisatie' NOVIB, zijn latere werkgever sprong onmiddellijk 'in
de ring', vulde het gat en zette de financiering van projecten (tot op vandaag
de dag) in Cuba voort. Uit een Cuba-reisverslag van Kathinka van Dorp
(Venceremos) in januari 1983 bleek dat Cuba zeer gesteld was op contacten met
socialisten zoals Max van den Berg, Sjef Theunis of Eveline Herfkens. Van den
Berg was tevens lid van het curatorium van het Afrika Studiecentrum, in de
jaren '70 en '80 een rood bolwerk dat de communistische opstanden in Afrika
steunde. Over zijn marxistische sympathieen is Van den Berg zeer terughoudend.
Volgens de journalist Verkijk bezocht hij het Roemenië van Ceausescu voor
een partijcongres van de Roemeense communisten. Na de val van Ceausescu
ontkende Max van den Berg botweg ooit op zo'n partijcongres te zijn geweest.
Verkijk wist wel beter, maar Van den Berg heeft nooit de moed opgebracht er
zelf met hem over te spreken ("ik kwam niet verder dan zijn
secretaresse"), aldus Verkijk.
Van den Berg stapte op als voorzitter toen de PvdA in 1986, ondanks zetelwinst,
niet de verkiezingen won. Daarna werd hij algemeen secretaris bij de NOVIB tot
1999.
De NOVIB-periode 1986-1999 is voor Van den Berg een belangrijk tijdperk geweest
voor het uitbouwen van zijn internationale contacten. Als directeur van deze
organisatie reisde hij de hele wereld rond. Onder zijn leiding veranderde de
NOVIB van een rommelige club in een professionele organisatie, die naast
subsidies van de overheid ook zelf inkomsten wist te genereren, bijvoorbeeld
door de inkomsten van de Postcodeloterij. Ook hijzelf veranderde. Tijdens een
weekend met wat NOVIB-medewerkers in Parijs verdween de baard en steeds vaker
werd hij gesignaleerd met kostuum en stropdas. Hij dwong de NOVIB tot meer
samenwerking met andere internationale organisaties zoals EUROSTEP en PANOS
waarvan hijzelf sinds 1989 bestuurslid was. PANOS werd overigens rijkelijk door
de NOVIB gesubsidieerd. EUROSTEP wordt gebruikt om een effectieve lobby te
onderhouden met het Europese Parlement en de Europese Commissie en Instituties
van de Verenigde Naties in Geneve en Washington.
Onder Van den Bergs leiding kwam de NOVIB herhaaldelijk in opspraak wegens het
verdwijnen van miljoenen guldens subsidies. Zo was de NOVIB een van de
belangrijkste medefinanciers voor de oprichting en projecten van de beruchte
Jan Nico Scholten. Honderdduizenden euro's stroomden naar diens organisaties
als de AWEPA, AEI en Refugiado. De NOVIB financierde hun projecten en
congressen. Deze congressen werden diverse malen door Van den Berg bezocht. Een
aantal van de projecten werd tevens gefinancierd door de Europese Commissie
waaronder het in opspraak gekomen Mozambiqeu-project en Scholtens
waarnemersmissies tijdens de Zuid-Afrikaanse verkiezingen in 1993.
Ook de landverrader Poncke Prinsen kreeg ondanks diens 'creatieve
boekhouding'- jarenlang financiële steun van de NOVIB. Hetzelfde geldt
voor Princens organisaties.
Verder konden door radicalen opgerichte organisaties zoals de Schone Kleding
Campagne (SKK) rekenen op Van den Bergs rijkelijke steun. Een van de
SKK-slachtoffers was het kledingconcern C&A. Daar werd voor
honderdduizenden euro's schade aangericht.
In een interview in de Volkskrant van 18 april 1998 weigert Van den Berg te
vertellen hoeveel hij op dat moment verdient, "maar voor een manager van
een idieele organisatie verdien ik een heel goed salaris. Verder heb ik
aandelen in groene fondsen en een spaarloonregeling bij de ASN."
Hij wilde het burgemeesterschap van Amsterdam, maar kreeg het niet. Later
solliciteerde hij naar Zaanstad maar de partij liet partijvoorzitter Ruud
Vreeman voorgaan. Ook bij de vorming van Paars 1 was zijn kans om minister van
Ontwikkelingssamenwerking te worden nihil. Bij de vorming van Paars 2 ging
Eveline Herfkens voor. Van den Berg haalde samen met Den Uyl Wim Kok binnen als
nieuwe leider - dezelfde Kok die zich als premier sterk maakte voor Van den
Berg als PvdA-lijstrekker bij de Europese verkiezingen. Sinds 1999 is hij
PvdA-delegatieleider in het Europees Parlement en namens de delegatie
vice-voorzitter van de Europese socialistische fractie (PES). In deze
hoedanigheid is hij verantwoordelijk voor de Wereld Handels Organisatie (WHO).
Als fractievoorzitter van de PvdA in het Europees Parlement behoorthij tot de
elite van de wereld der ontwikkelingshulp. Zo is hij vice-voorzitter van de
Commissie Ontwikkelingsamenwerking, plaatsvervangend lid van de Commissie
Constitutionele Zaken, lid van de Delegatie voor de betrekkingen met de landen
in Midden-Amerika en Mexico en lid van de Paritaire Vergadering van de
Overeenkomst tussen de Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille
Oceaan en de Europese Unie (ACS-EU).
En zijn radicale verleden? In de Volkskrant van 15 mei 1999 zegt Van den Berg
daarover: "Ik ben een ander." Het dagblad vervolgt: 'Het kost hem
grote moeite om zijn rust te bewaren als
hij wordt herinnerd aan het verleden. Wanneer iemand de beelden aanhaalt die
aan hem kleven voelt hij zich gekwetst.' In maart 1999 schrijft de Leidse
PvdA'er Paul Borderwijk over Max van den Berg: "Hij lijkt zijn
ideologische veren te hebben afgeschud, tegelijk met het afscheren van zijn
baard. De vraag is of hij met zijn veren ook zijn streken is kwijt
geraakt."
Nee dus. Hij is nog geen spat veranderd. Wie zijn website http://www.maxvandenberg.nl bestudeert, merkt als snel dat Van den
Berg het demoniseren niet is afgeleerd. Hij blijft maar zemelen over het gevaar
van rechts. Zo schrijft hij over 'de opkomst van het rechts populisme in veel
lidstaten van de Europese Unie': 'Ondanks de duidelijke verschillen tussen
politici als Haider, Bossi, LePen en de inmiddels overleden Nederlandse Pim
Fortuyn, hebben zij een belangrijk kenmerk met elkaar gemeen: hun afkeer voor
een sterker, socialer én democratischer Europa.' De Italiaanse premier
Berlusconi zit Van den Berg al helemaal hoog: 'We kunnen ons in Europa immers
niet veroorloven dat onze gedeelde normen en waarden als de rechtsstaat en
democratische beginselen onder druk worden gezet door een misplaatste clown.'
En net zoals hij in april 2002 tegen Pim Fortuyn ageerde eist hij anno 2004 van
het CDA; 'Het is nu toch wel een beslissend keerpunt voor het CDA om definitief
afstand te nemen van Berlusconi en zijn Forza Italia.'
Rooie Max' eerste periode als Euro-parlementarier zit er bijna op. Laten we
hopen dat het zijn laatste is.
Peter Siebelt
|