15-09-2003

Het Grote Vreten

Amper bekomen van Toronto - filmpje verkocht, de oude geliefde bezocht die – 64 - haar blote schouders in volle glorie aan me toonde terwijl ik de sensatie onderging hoe verliefd ik twintig jaar geleden was en hoe verlegen met de situatie nu -, en dan naar 't Haagje voor de première van "Vleesch", een toneelstuk naar de film "La Grande Bouffe".
"Anette speelt" heette het groepje, drie jonge acteurs, twee jonge actrices.
Thijs Römer, familie van en Julia's wanhopige minnaar in "Najib & Julia", vroeg me of ik niet één keer toneel wilde doen. Ik zag er niks in, maar die Thijs is een aardige jongen en de rest leek me ook wel te doen, dus vooruit; ergens staat geschreven dat ik mijn hele leven voor niks producties zal maken omdat 't leuk is het gokje te wagen iets te maken dat de verveling verdrijft.
De jongelui hadden een stuk uitgezocht, "Food-chain", dat werkelijk niet te harden was, vond ik persoonlijk. Zulks vonden ze na lezing zelf eigenlijk ook, dus wat nu?
Op mijn voorstel bekeken ze "La Grande Bouffe", de geniale sick-joke van Ferreri uit 1973, over vier middelbare mannen die zich dood eten. Er zijn bijzonder veel nadelen verbonden aan het maken van theater - afgezien nog van de gesubsidieerde pisnichten die die sien domineren -, maar één voordeel is er wel; voor camera fake je vreten, op de planken niet. Wie met een choquerende film van zolang geleden nog aanstoot wil geven, snijdt zich in de eigen vingers... maar op toneel kun je de acteurs wel vragen zich geheel ongans te vreten, zodat de toeschouwer in ieder geval het gevoel krijgt naar een orgie te kijken. In de voorstelling zit nu een scène waarin Römer en de zijnen zich tien minuten lang volproppen; daar heb ik persoonlijk veel aardigheid in - stil spel, smakgeluiden, ongemakkelijkheid - en 't is trouw naar de film. Er zitten schetenserenades in, de WC spuit stront omhoog. Speciaal voor de première betaalde ik Römer een overhemd, want dertig Euro per dag voor een nieuw vanwege de onverwijderbare stront, kon Bruin niet trekken. De massa droop vorstelijk van het textiel.
Er zitten nog wat hilarische pogingen tot voortplanting in, geënt op het impotente personage van Marcello Mastroiani in de film. 'Gijs' in de voorstelling verdiept zich in de dames achterwaarts, maar de door hem bestelde hoer maakt zulke kreungeluiden dat hij al pompend schreeuwt: "Stil nou!". En de Dood, die in gedaante van een postbode langs is gekomen, heeft tijdens een dansje met de grote Minnaar vernomen dat hij droomt van de dag dat hij zich tegen een door haar aan te wijzen boom te pletter zal rijden in een blauwe Bugatti.
"Vroem! Vroem!", proest het schepsel, terwijl hij wanhopig zijn lid aan haar achterste probeert te verheffen. 't Mag niet baten; hij gaat als eerste dood door in een ijskast te gaan zitten.
En zo trekt de voorstelling in 70 minuten voorbij; met een beetje welwillendheid hoeft niemand zich te vervelen. Hoewel toneel een hoop gedonder is, was ik bijzonder épris van de acteurs, die 't stuk voor stuk voortreffelijk deden. Wat me ook ontroerde was dat ze zelf de was doen, kleren en zaal na afloop schoon maken, zelf voor de varkenskoppen op tafel zorgen, etcetera. Zelfwerkzaamheid is een groot goed. Astrid van Eijk - ik hoop dat ik haar naam goed spel - speelde de rol van Andrea Ferréol. Astrid heeft een kapsel alsof ze in een zelf-help-groep van geflipte feministes verkeert, maar is in potentie een vedette, met alle nukken die daarbij horen. 't Kostte enige veldslagjes om haar zover te krijgen dat ze de rol met Rotterdamse tongval zou vertolken en ze was mordicus tegen mijn voorstel om de zaal met tomaten te bekogelen. Gelukkig wierp Römer bij de première achteloos twee tomaten richting de regisseur die op de eerste rij met zijn zoon zat te genieten.
"Vleesch" gaat vooral over verveling en als aan tafel oesters schransend het gezelschap naar dia's van stervende kinderen uit Etheopië koekeloert - Gijs is daar wel 'ns geweest om een commercial te draaien: "Aardige mensen!" - besef je zulks eens temeer. Wat me vooral aansprak in de film, en dus ook in de voorstelling, was dat er geen enkele psychologische duiding aan de personages wordt gegeven. Alleen de kok, die een ware zondvloed van winden veroorzaakt, roept iets over hoe z'n moeder hem vroeger strafte, maar ook dat blijft gelukkig in het luchtledig hangen. Eindtwintigers die zich opgewekt dood eten, 't heeft wel wat. Om vooral de morele leegte van de aanwezigen te benadrukken, trakteert de enige die niet eet, de hoer, het gezelschap op 'En Jezus was een visser' van de grote denker Herman van Veen, opdat ook de Thom Hoffman's van deze wereld maar weer gesticht buiten zullen komen. Chris heeft de moeilijkste rol en kwijt zich daarvan voorbeeldig. Marijn ís Jamie Oliver en vreet zich machtig dood aan zijn paté. Michel is de rechter die alleen een stijve krijgt als z'n zus - in de film z'n min - een knoop aanzet met naald en draad. Ik vond de huivering om die naderende vreugde onvergetelijk. Kortom, hoewel 't een hoop gedoe is, had ik 't niet graag willen missen.
De jongelui hebben natuurlijk wel subsidie gekregen voor "Richard III" van een zekere Shakespeare, en ik vermoed dat ze ook daar een geweldige vertoning uit zullen peuren. Mijn eksteroog zweert dat de zich noemende recensenten van het Toneel zo mogelijk nog betreurenswaardiger domkoppen zijn dan hun collega's van Film, maar ach, voor hen maak je zo'n voorstelling dan ook niet. Ik vermoed dat ik niet de enige ben die aan het lachen wordt gemaakt; daarom dus, op naar het Licht en laat Uw eetlust niet bederven. De voorstelling is deze week nog te zien
in Den Haag, en daarna te Amsterdam, in het Rozen-theater.
Komt allen.

Theo van Gogh


Bovendien nog in de bioscoop te bewonderen!


Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug
!
Inhoud | D.C.Lama | U Schreef| Archief | Service