Ach, Vrij Nederland zag niets in de Historiën, maar ik wel, want alles wat het raadsel van Bernard's paniek omtrent Edwin de Roy van Zuydewijn's verschijning ten hove oplost, kan de lezer van "De Gezonde Roker" in zijn achterhoofd laten meepeinzen.

Meer volgt,
Theo van Gogh


Vreemde historiën in de zaak De Roy van Zuydewijn
Hoe spionnen en wapenhandel een rol speelden in het leven van vader De Roy van Zuydewijn

door Ton Biesemaat


Eén van de intrigerende aspecten in de zaak van Prinses Margarita en Edwin de Roy van Zuydewijn versus het Koninklijk Huis is het proefschrift dat Edwin de Roy van Zuydewijn schreef. Dat proefschrift is terug te vinden in de bibliotheek van de universiteit van Oxford en heet "The Arms Transfer Policy of the Federal Republic of Germany Towards the Middle East, 1949-1982". In de Nederlandse media is dit aspect van 'Margaritagate' nauwelijks belicht. In een interview met het NRC wordt er naar gevraagd maar verder blijft het onderwerp merkwaardig genoeg rusten. Slechts De Groene Amsterdammer behandelt het proefschrift in haar editie van 26 april jongstleden. Toch ligt er schijnbaar in het verleden van Edwin de Roy van Zuydewijn een sleutel die toegang geeft tot het grote waarom van zijn proefschrift. Die sleutel kan heten mr. L. de Roy van Zuydewijn, Edwins vader die 12 jaar na zijn geboorte in 1978 overleed. In 1966 wordt Edwin geboren, twee jaar later scheiden zijn ouders. In het NRC-interview van 30 maart meldden zijn moeder en zus over zijn vader: "Niet relevant". Maar… de vader van Edwin had in de jaren zestig wel contacten met de mysterieuze ex-SS'er en naar eigen zeggen BVD-agent van der Gouw en de louche bank met veel naoorlogse nazi-contacten Teixeira de Mattos. Edwin de Roy van Zuydewijn in hetzelfde NRC-interview: "Spiritueel ken ik mijn vader heel goed. Ik spreek hem nog geregeld."


De Prins en de wapenhandel

De advocaat van het rebellerende koninklijke echtpaar, prof. mr. P. Nicolaï, heeft al meerdere malen publiekelijk gesuggereerd dat zijns inziens als opdrachtgever voor het BVD-onderzoek naar de handel en wandel van Edwin de Roy van Zuydewijn en zijn familie in aanmerking komt Prins Bernhard. Waarom zou een bijna 92-jarige prins nog steeds de drijvende kracht zijn achter een dergelijk onderzoek? Prins Bernhard is in zijn lange en turbulente leven de hoofdrolspeler geweest in talloze duistere affaires. Het lijkt wel of de Prins daar een patent op heeft. Het laatste hoogtepunt in die duistere affaires ligt al weer ver weg in het verleden. In 1976 moest de Prins zijn militaire uniformen inleveren en zijn posities in het bedrijfsleven opgeven omdat hij de schijn tegen had bij het aannemen van steekpenningen in de Lockheed-affaire. Eigenlijk is het voor elke student van dat internationale schandaal wel duidelijk dat de Prins erbij betrokken was. De Commissie van Drie die het onderzoek op verzoek van de Tweede Kamer destijds uitvoerde hield echter de Prins de hand boven het hoofd. Het oordeel luidde dat de Commissie van Drie (Donner, Holtrop en Peschar) volgens minister-president Den Uyl afzag van een opsporingsonderzoek of gerechtelijk vooronderzoek. Ene Victor Baarn had dan wel heel veel dollars opgestreken maar Prins Bernhard was dat in elk geval niet geweest. De Lockheed-affaire speelde zich af in de schimmige wereld van de internationale wapenhandel, het Amerikaanse Lockheed probeerde in de jaren zestig zijn Starfighter straaljager en P3 Orion patrouillevliegtuig aan leden van het NAVO-bondgenootschap te slijten. De Prins stond bij vliegtuigfabrieken als het Franse Dassault en de Amerikaanse Northrop- en Lockheed-fabrieken bekend als iemand die makkelijk te benaderen was. Maar ook zijn er wel aanwijzingen te vinden dat de Prins vanaf zijn terugkeer in 1945 in Nederland betrokken was bij kleinschalerig wapentransacties. Daarbij wordt soms gefluisterd dat personen in zijn naaste omgeving zoals Jonkheer Six wapens vanuit België naar Nederland smokkelden voor een staatsgreep. Of anders waren die wapens bedoeld om in handen van de socialisten en communisten te spelen om zodoende een rechts-reactionaire tegenreactie uit te lokken. Tot aan de uitkomst van het Lockheed-schandaal in 1976 bleef er dus wel rondom de Prins de verdachte reuk van de internationale wapenhandel hangen. Als we ons gaan verdiepen in de familiegeschiedenis van de familie De Roy van Zuydewijn ontdekken we in de levensgeschiedenis van de vader van Edwin de Roy van Zuydewijn ook een mogelijke sleutel naar de wapenhandel en inlichtingendiensten. Naast de vader mr. L. de Roy van Zuydewijn spelen in die mysterieuze geschiedenis uit de jaren zestig een hoofdrol de spion en ex-SS'er van der Gouw en de Wit-Russische uitvinder Argamakoff.


Teixeira de Mattos en van der Gouw

In 1968 verschijnen twee boeken die voor heel wat opschudding zorgen. De serie heet 'alias Teixeira' en is geschreven door A.V.F. van der Gouw. Door de boeken loopt als een rode draad de merkwaardige belevenissen van het bankiershuis Teixeira de Mattos. In de duistere zaakjes van Teixeira de Mattos spelen weer een dr. Fehmers en mr. A.D. van Buuren een hoofdrol. Van Buuren is een ex-NSB'er die zelfs door de Italiaanse dictator Mussolini werd gedecoreerd. Toch komt hij in de Tweede Wereldoorlog in Engeland terecht waar hij een omstreden rol speelt en door de Britse geheime dienst gewantrouwd wordt. Teixeira de Mattos is in de jaren zestig sowieso een verzamelpunt voor schatrijke lieden met een belast oorlogsverleden. Reinder Zwolsman, een onroerendgoedmagnaat met verdachte Tweede Wereldoorlog Sicherheitsdienst-connecties, en Pieter Schelte Heerema, een ex-SS officier en offshore-ondernemer, stichten samen met de bank het eerste commerciële TV-station REM-eiland in de Noordzee, dat later na een verbod en bezetting van de Nederlandse staat zal opgaan in de TROS. Net zo mysterieus als Teixeira de Mattos is de schrijver van de serie 'alias Teixeira'. Op zijn boeken staat hij vermeld als A.V.F. van der Gouw maar hij heet eigenlijk Anton Johan Frans van der Gouw, dat maakt dan wel A.J.F. van der Gouw! Deze voor naoorlogse intimi als ex-Vrij Nederland-journalist Igor Cornelissen bekend staande Tonnie van der Gouw had een opmerkelijk leven achter de rug. Van der Gouw was geboren en getogen in Ronse in Vlaanderen maar bezat de Nederlandse nationaliteit. Voor de oorlog had hij nog op het seminarie gezeten om priester te worden. Dat was hem als onrustige geest niet gelukt. In 1944 vinden we hem terug als SS-soldaat in Drenthe waar hij verschillende wreedheden begaat. Op het einde van de oorlog maakt van der Gouw deel uit van het Jagdkommando Skorzeny. Het is een elite-eenheid van het Duitse leger onder leiding van Otto Skorzeny, de bevrijder van Mussolini. De commando's van het Jagdverband hebben ondermeer als taak spionage en sabotage achter de vijandelijke linies. Van der Gouw die meerdere talen spreekt en een fenomenaal geheugen heeft is hiervoor ideaal geschikt. Opmerkelijk is dat de kritische Oranje-historicus J.G. Kikkert zegt dat Prins Bernhard tussen 1 juni en 6 juni 1944 een gesprek in Duitsland zou hebben gehad met deze Otto Skorzeny. Bernhard zou met een Britse bommenwerper gevlogen door de Nederlander Leendert Pot naar Stockholm zijn gegaan. Vijf dagen is dan zijn spoor onvindbaar totdat hij op 6 juni opduikt in Rome, en wel volgens Kikkert in Vaticaanstad. Na de Tweede Wereldoorlog verdwijnt van der Gouw in strafkampen, ontsnapt er weer uit en wordt door België, Frankrijk en Nederland gezocht. Volgens eigen zeggen zwerft hij ook nog door het verslagen en bezette Duitsland. Uiteindelijk verdwijnt hij in 1949 voor 15 jaar achter de tralies. Merkwaardig is dat van der Gouw dan zelf pleit voor de zwaarste straf en dat is dan nog wel de doodstraf! Hij komt in 1956 door een amnestiemaatregel vrij. Midden jaren zestig vinden we de geheimzinnige van der Gouw terug als commercieel directeur van een firma waar de Wit-Russische uitvinder Argamakoff in dienst is getreden. De uitvinder stond onder contract van de bank Teixeira de Mattos maar probeert zich daar met hulp van de ex-SS'er van der Gouw aan te onttrekken. Alexis Argamakoff, daar is iedereen het in die tijd over eens, is een briljante uitvinder. Op zijn naam staat een warmtezoekend 'kristal' dat ondermeer gebruikt kan worden voor anti raket-raket systemen. Van der Gouw staat in contact met de advocaat van de excentrieke uitvinder Argamakoff, de Wit-Rus houdt van de geneugten van het leven en staat daarom persoonlijk bij van der Gouw in het krediet voor zo'n 20.000 gulden. De naam van de advocaat van Argamakoff is mr. L. de Roy van Zuydewijn, de vader van Edwin.
Teixeira de Mattos, de bank die Argamakoff nog steeds onder een ingewikkeld contract in dienst heeft, staat bekend als een zeer louche instelling. De bank kan zich niet onttrekken aan de geruchten dat er veel belastend oorlogsvermogen in rond gaat. Dat blijkt natuurlijk ook wel door de personen die er mee te maken hebben zoals de al voorgestelde van Buuren, Heerema en Zwolsman. Van der Gouw beweert in zijn boek 'alias Teixeira' dat hij de Duitse rakettenspecialist Beckmann weet te interesseren voor de 'mikristoren' van Argamakoff. In november 1964 wordt door Beckmann langs de rug om van van der Gouw een proefbestelling geplaatst. De onwetende van der Gouw komt er in januari 1965 achter dat mr. L. de Roy van Zuydewijn en Argamakoff de Duitser benaderd hebben zonder hem in het spel te betrekken. In het boek van van der Gouw ontspint zich een ingewikkeld spel rond Argamakoff. Volgens van der Gouw toucheert Argamakoff die belastend materiaal over Teixeira de Mattos in handen heeft 100.000 gulden zwijggeld en verkast hij naar de Riviera. Zijn ontdekkingen lijken een zachte dood te sterven. Mr. L. de Roy van Zuydewijn treedt om zijn financiële belangen te redden in dienst van de Teixeira de Mattos-dochters Adauwi, Murof en nog enkele. De advocaat weet niet dat zijn cliënt Argamakoff ook gemene zaak heeft gemaakt met Teixiera de Mattos. Groot is de schrik van De Roy van Zuydewijn als Teixeira de Mattos met veel publiciteit ten onder gaat. De schuld wordt geschoven in de schoenen van de Wit-Russische uitvinder die 2,5 miljoen gulden zou zitten te potverteren aan een zonnig Zuid-Frans strand. Van der Gouw beschuldigt in zijn boek De Roy van Zuydewijn van dubbele belangenbehartiging door zowel op te treden voor Teixeira de Mattos als Argamakoff die eerder in een conflict was met Teixeira. De Roy van Zuydewijn weet niet dat hij geen last meer zal hebben van Argamakoff omdat die is omgekocht.
De publicitaire lawine die De Roy van Zuydewijn vreest vanwege zijn dubbelspel krijgt door het afgedwongen zwijgen van Argamakoff geen vervolg voor de advocaat. Fehmers van Teixeira de Mattos verdwijnt als de zaak Argamakoff speelt wegens verduistering voor drie jaar achter de tralies. Van Buuren van Teixeira, de man met zijn opmerkelijke fascistische verleden waarbij hij in de jaren dertig contacten had met Nederlandse Himmler-intimi als Jonkvrouwe Julia Op Ten Noort en Rost van Tonningen, is volgens ex-Vrij Nederland journalist Igor Cornelissen spoorloos in de geschiedenis verdwenen. Van der Gouw wordt in april 1970 na het in 1968 uitkomen van zijn boek veroordeeld na een klacht van mr. L. de Roy van Zuydewijn over de bewering van van der Gouw over zijn dubbele belangenbehartiging. De immer achterdochtige en financieel ten gronde gegane van der Gouw verdwijnt, nadat hij ook een proces tegen Reinder Zwolsman heeft verloren, naar Antwerpen. Florentine Rost van Tonningen weet hem zich nog te herinneren: "Het was een schichtige man die als je afsprak in een café er altijd voor zorgde dat hij niet het slachtoffer van een aanslag kon worden. Hij ging altijd met zijn rug naar een muur zitten. Hij is zonder twijfel geliquideerd." Igor Cornelissen weet zich nog te herinneren dat van der Gouw aan darmkanker leed en een stoma had. De belangrijke getuige in de geschiedenis van de vader van Edwin de Roy van Zuydewijn verdwijnt even mysterieus als hij zijn leven geleefd heeft. Charles Destrée, ex-verzetsman en gedreven amateurhistoricus weet over het einde van van der Gouw te melden dat hij spoorloos verdween uit zijn kamer in Antwerpen met achterlating van zijn spullen. Igor Cornelissen weet dan weer te melden dat hij begraven zou liggen in Antwerpen.


Sporen in het proefschrift

Hoe zijn mr. L. de Roy van Zuydewijn, de Teixeira de Mattos-zaak en de mysterieuze figuur van van der Gouw nu mogelijk verweven met bijvoorbeeld Prins Bernhard? Het is mogelijk dat Edwin de Roy van Zuydewijn via de geschiedenis van zijn vader met betrekking tot van der Gouw, Argamakoff en Teixeira de Mattos op het idee gekomen is van zijn proefschrift. In zijn proefschrift komt volgens de Groene Amsterdammer aan bod de aanwezigheid van duizenden Duitse militaire adviseurs in Egypte. Veel van die Duitse militairen uit de Tweede Wereldoorlog waren door Odessa-achtige organisaties waarin Otto Skorzeny een centrale rol speelde via de zogenaamde 'rat lines' weggeholpen naar Zuid-Amerika maar ook Egypte en Syrië. De opmerking van Oranje-historicus Kikkert over de mogelijke ontmoeting tussen Prins Bernhard en Skorzeny in 1944 komt daarmee in een vreemd licht te staan. In de naoorlogse tijd ontmoet Prins Bernhard in elk geval gevluchte Duitsers. Zo ontmoet hij in 1951 in Argentinië bijvoorbeeld de in dienst van Peron getreden vliegtuigontwerper Kurt Tank. Maar ook ontmoet hij er de gevluchte Nederlandse SS'er Wim Sassen die als tolk voor hem optreedt. Zowel Tank als Sassen zijn later ook betrokken bij wapenhandel.

 
Een foto van Giskes die bekend is van het Englandspiel maar waarschijnlijk ook een meesterspion is geweest in de Koude Oorlog.

Een ander interessant aspect dat in De Roy van Zuydewijns proefschrift naar voren zou komen is de leverantie van Duitse verouderde wapens aan de Algerijnse opstandelingen die tegen de Franse koloniale overheersing vechten. In die periode is de van het Englandspiel bekende Abwehr-chef Giskes al weer in dienst getreden van de Duitse Bundes Nachrichtendienst waar hij zijn agenten leidt die in Algerije opereren. Het leveren van verouderde wapens aan de Algerijnse opstandelingen was een gewiekste truc van deze oude Abwehr-vos. Met toestemming van zijn even gewiekste chef Gehlen hield hij zo de Algerijnse opstandelingen te vriend en leverde bovendien informatie door aan de Franse kolonisator. Met het wedden op twee paarden konden Gehlen en Giskes nimmer verliezen.


Prins Bernhard die in verzets- en veteranenkringen een heldenstatus heeft gekregen wordt toch nog altijd achtervolgd door affaires uit de Tweede Wereldoorlog zoals King Kong en zijn vermeende 'stadhoudersbrief' uit 1942 aan Hitler of Himmler. Ook zijn talloze akkefietjes na 1945 hebben niet meegeholpen om van hem een brandschone heilige van ons Oranjehuis te maken. Vond Edwin de Roy van Zuydewijn een spoor via het verleden van zijn vader dat hem bij Prins Bernhard bracht? En schrok de Prins daar zo van dat hij met één van zijn tegenacties begon, tegenacties die hij in zijn lange leven al vaker had uitgevoerd? Inmiddels bericht HP/De Tijd bezorgd dat er volledige radiostilte in de zaak De Roy van Zuydewijn is opgetreden, het weekblad verwacht dat de zaak in der minne zal worden geschikt.

Naschrift: Nadat de auteur zijn stuk had ingeleverd bleek bij ruggespraak met de webmaster dat de familienaam De Roy van Zuydewijn ook heel even opduikt in één van Nederlands beroemdste affaires: de zaak Menten. In 1976 zet de zaak Menten Nederland op zijn kop. Minister van Agt sneuvelt er tijdens Kamerdebatten bijna door. Menten wordt door journalist Hans Knoop van het weekblad Accent in Zwitserland, waarnaar hij was uitgeweken, opgespoord. Daarna wordt Menten voor de tweede keer veroordeeld. Bij insiders in journalistieke kringen heet sindsdien de zaak Menten ook wel de zaak Centen. In het doorwrochte officiële regeringsrapport van de commissie Schöffer over de Menten-zaak komen we inderdaad in de index de familienaam De Roy van Zuydewijn tegen. Al in 1948 was er een eerste proces Menten. De griffier in dat proces was mr J.M. de Roy van Zuydewijn. Wie dan zoekt op internet komt een J.M. de Roy van Zuydewijn tegen in een artikel van de Haagsche Courant , deze J.M. de Roy van Zuydewijn neemt het op voor zijn neef. "Het is verschrikkelijk als zoiets in je familie gebeurt. We lezen alleen maar negatieve zaken over Edwin, terwijl die jongen ook een andere kant heeft. Hij heeft jarenlang vrijwilligerswerk met invaliden gedaan. Iedereen heeft wel een smetje, maar zoveel vuiligheid als over Edwin wordt geschreven, klopt ook niet." Een mooie taak voor de vaderlandse journalistiek om dit mogelijke spoor eens op te pikken?

Ton Biesemaat


Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug
!
Inhoud | D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service