220795/H 01.1358
vonnis 16 juli 2003

IN NAAM DER KONINGIN!

RECHTBANK IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM
EERSTE MEERVOUDIGE CIVIELE KAMER
VONNIS

in de zaak van:

Louis Alphonse VAN GASTEREN
wonende te Amsterdam,
eiser,
procureur mr. H.F. Doeleman,

tegen:

Pamela HEMELRIJK,
wonende te Amsterdam,
gedaagde,
procureur mr. E.E. van der Laan. V
Partijen worden hierna Van Gasteren en Hemelrijk genoemd.


VERLOOP VAN DE PROCEDURE
De rechtbank is uitgegaan van de volgende processtukken en/of proceshandelingen:
- dagvaarding van 11 mei 2001;
- conclusie van eis, met bewijsstukken;
- conclusie van antwoord, met bewijsstukken, waaronder processen-verbaal van de op verzoek van Van Gasteren gehouden voorlopige getuigenverhoren;
- conclusie van repliek en vermeerdering van eis, met bewijsstukken;
- conclusie van dupliek;
- pleidooi dat gehouden is op 14 februari 2003, het daarvan opgemaakte proces-verbaal, pleitnotities van de raadslieden en een bij pleidooi vertoonde videoband;
- verzoek vonnis wijzen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING
Vaststaande feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) betwist, alsmede op grond van de in zoverre niet bestreden inhoud van overgelegde bewijsstukken, staat het volgende vast.

a. Van Gasteren heeft op 24 mei 1943 een bij hem ondergebrachte joodse onderduiker van Duitse origine genaamd Walter Oettinger om het leven gebracht. Van Gasteren is terzake op 15 juni 1944 veroordeeld wegens doodslag (en het onttrekken van het lijk aan nasporing) tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar. Op 17 januari 1946 is hem gratie verleend in die zin dat hem het nog onvervulde gedeelte van de straf is kwijtgescholden.

b. In een artikel in het NRC Handelsblad van l december 1989 heeft Van Gasteren zich over het ombrengen van Oettinger uitgelaten. In dit artikel is hij onder meer geciteerd als volgt: " Er zijn in dit land twee gevallen geweest die als gevolg van verzetsactiviteiten in aanraking zijn gekomen met de toenmalige Nederlandse justitie. Een ervan ben ik. (...)Ik heb al dingen gefilmd en gereconstrueerd, materiaal verzameld uit de oorlog, zelfs over de liquidatie van die onderduiker, die voor mij gewoon een levensbedreiging was -en niet voor mij alleen, maar ook voor anderen- en na gemeen overleg moest worden geliquideerd. "

c. Naar aanleiding van dit artikel zijn in januari en februari 1990 artikelen verschenen in Het Parool van de hand van Bart Middelburg. Bij arrest van 26 augustus 1993 heeft het Gerechtshof te Amsterdam (met vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 10 juli 1991 in zoverre) voor recht verklaard dat deze artikelen over Van Gasteren, waarin de beschuldiging overheerst dat hij zich zou hebben schuldig gemaakt "aan een (ordinaire) roofmoord" voor Van Gasteren beledigend zijn en Het Parool en Middelburg veroordeeld tot betaling van ƒ 50.000,- aan materiële schadevergoeding en ƒ 50.000,- aan immateriële schadevergoeding.
Het van deze uitspraak ingestelde cassatieberoep is bij arrest van 6 januari 1995 (NJ 1995, 422) door de Hoge Raad verworpen.

d. Bij uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 november 1997 in het geding tussen Van Gasteren en de Pensioen en Uitkeringsraad heeft de Centrale Raad kort gezegd geoordeeld dat het doden van Oettinger door Van Gasteren niet tot zijn verzet in de zin van artikel l eerste lid van de Wet Buitengewoon Pensioen 1940-1945 behoort, zodat het door Van Gasteren mede op die grond aangevraagde pensioen in zoverre terecht is geweigerd. Daarbij heeft de Centrale Raad overwogen dat voor het bestaan van een noodsituatie in objectieve zin, verband houdende met verzetsactiviteiten, geen gegevens aanwezig zijn die niet ten gronde berusten op opgaven van Van Gasteren zelf. Aan zijn oordeel heeft de Centrale Raad toegevoegd dat het feit dat de Grote Adviescommissie der Illegaliteit in januari 1946 de rehabilitatie van Van Gasteren heeft uitgesproken niet tot een andere slotsom leidt, nu niet is kunnen blijken dat daaraan daadwerkelijk verificatie van feiten ten grondslag ligt en dat dit ook geldt voor de gratiëring van Van Gasteren in 1946

e. Op l december 1997 was het NPS-televisieprogramma "Het Uur van de Wolf' gewijd aan een portret van Van Gasteren. Het programma is op 23 mei 1998 herhaald. In dit programma wordt hij geïnterviewd over de zaak Oettinger. Van Gasteren zegt daarover onder meer:
"Totdat er een advies kwam: je slaat hem bewusteloos en je moet hem verdrinken, een geluidloze operatie, en ik zorg dat hij wordt afgevoerd. En dan komt zo 'n auto dus niet. Want dan is er een chauffeur ziek die betrouwbaar is. (...) Ja, ik ben de uitvoerder van die daad en toen de oorlog dus voorbij was, had ik verwacht, nou nu treedt er een artikel in werking en dat artikel was er dus niet, daar voorzag de Nederlandse grondwet niet in, dat daden, die voortvloeiden uit het verzet, maar door de Nederlandse Justitie berecht, dat die ogenblikkelijk voor invrijheidstelling in aanmerking kwamen. (...) Dus de procedurele zaak was alleen nog maar: ik kan een gratie vragen. En ben dan de straat op, met welnemen van Majesteit. En dat is dus gebeurd. En in dat verslag van dat gratieverzoek, wat de minister dan heeft uitgeschreven, daar wordt dan ook gereleveerd dat ik aan het Nederlandse verzet heb deelgenomen en toen heeft de Grote Adviescommissie der Illegaliteit een verklaring doen publiceren in alle toen verschijnende dagbladen: Van Gasteren is in vrijheid gesteld en daarmee is zijn casus teruggebracht tot de proporties waar ie hoort: dit was een casus van een liquidatie die diende te gebeuren in het belang van het verzet. Punt uit af " De genoemde verklaring van de Grote Adviescommissie der Illegaliteit verscheen tijdens het interview langdurig en goed leesbaar als persbericht in beeld. Deze verklaring houdt onder meer in dat Van Gasteren "deze daad moest verrichten in het belang van het verzet tegen den onderdrukker: het slachtoffer leverde door zijn gedrag een groot gevaar op voor den verzetsstrijd. Naar aanleiding van deze feiten is Van Gasteren thans gerehabiliteerd en in vrijheid gesteld."

f. Op 6 oktober 1998 heeft de journalist Hemelrijk een column over Van Gasteren aangeboden aan het Algemeen Dagblad, met afschrift aan de procureur van Van Gasteren, met als titel "Verzetsheld aan mijn hoela". Nadat de procureur van Van Gasteren daartegen bij brieven van 7 en 8 oktober 1998 had geprotesteerd, heeft het Algemeen Dagblad afgezien van publicatie van de column.

g. Op 2 november 1998 heeft Hemelrijk naar aanleiding daarvan een 'OPEN BRIEF AAN DE HOGE RAAD' (verder: de Open Brief) gestuurd, welke eveneens is gestuurd aan een aantal landelijke dagbladen en de procureur van Van Gasteren. Ook heeft zij deze (enigszins aangepaste en aangevulde) Open Brief op haar website geplaatst. Deze Open Brief luidt als volgt:

h. Aan de Open Brief is aandacht besteed in het VPRO radioprogramma 'Aardse Zaken' van 10 november 1998, de Groene Amsterdammer van 11 november 1998 en HP/De Tijd van 20 november 1998.

i. Van Gasteren heeft naar aanleiding van de Open Brief een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek. Daarin is hij niet ontvankelijk verklaard omdat naar het oordeel van de Raad geen sprake is van een journalistieke gedraging in de zin van artikel 4 lid l van het reglement Raad voor de Journalistiek.

2. Van Gasteren vordert na vermeerdering van eis (I) als verklaring voor recht uit te spreken dat de verzending van de Open Brief van 2 november 1998 aan de Hoge Raad en de landelijke media en het plaatsen en geplaatst houden daarvan op het internet onrechtmatig waren respectievelijk zijn jegens Van Gasteren; (II) Hemelrijk te gebieden de Open Briefte verwijderen en verwijderd te houden van het internet op straffe van een dwangsom, (III) Hemelrijk te veroordelen tot vergoeding van de schade die Van Gasteren door de onder (I) bedoelde onrechtmatige daden heeft geleden en lijdt, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; (IV) Hemelrijk te veroordelen in de kosten van het geding.

3. Van Gasteren beroept zich daartoe in de eerste plaats op het onder l c. genoemde arrest van de Hoge Raad, in het bijzonder op de rechtsoverwegingen 5.12.1 tot en met 5.12.4. Hij stelt dat Hemelrijk opzettelijk de strekking van de Parool-publicaties die onderwerp waren van dat arrest opnieuw in de publiciteit heeft gebracht door de suggestie van het Parool te herhalen dat geldelijk gewin het motief van Van Gasteren zou zijn geweest om Oettinger om het leven te brengen, dat Van Gasteren zich op een verzetsverleden zou beroemen, dat hij in de publiciteit zou hebben beweerd gerehabiliteerd te zijn en dat hij steeds zelf in de publiciteit treedt en aankondigt dat hij werkt aan een film over de kwestie Oettinger. Van Gasteren acht dit onrechtmatig omdat deze beweringen door de Hoge Raad onrechtmatig en/of ongegrond zijn geoordeeld. Nieuwe feiten die het opnieuw in de publiciteit brengen van een en ander kunnen rechtvaardigen zijn er volgens hem niet; zorgvuldiger onderzoek dan Bart Middelburg heeft Hemelrijk niet gedaan. Bovendien heeft Hemelrijk ten opzichte van de Parool-publicatie toegevoegd dat de zuster van Van Gasteren, Josephine, een verhouding met Willy Lages (destijds hoofd SD in Amsterdam) zou hebben gehad en verband gesuggereerd tussen die verhouding en de arrestatie door de SD van Henk Sleijfer, de later in een concentratiekamp omgekomen politieman die onderzoek deed naar de dood van Oettinger.

4. Door het om het leven brengen van Oettinger opnieuw met veel ophef en op onaanvaardbaar suggestieve en ongenuanceerde manier in de publiciteit te brengen en daaraan de geruchten omtrent Josephine toe te voegen, heeft Hemelrijk het leed van Van Gasteren als gevolg van de Parool-publicaties opzettelijk vergroot, zodat zij is verplicht de schade als gevolg daarvan te vergoeden. De strekking van de Open Brief is dat Van Gasteren geen verzetsdeelnemer zou zijn geweest, hoewel dit op zichzelf ook bij de Centrale Raad van Beroep niet ter discussie stond. De uitlatingen van Hemelrijk in de Open Brief zijn onjuist, kwetsend en onrechtmatig, aldus steeds Van Gasteren.

5. Hemelrijk heeft de vordering bestreden op gronden die hierna aan de orde zullen komen, met als hoofdmotief dat zij het recht heeft Van Gasteren tegen te spreken als hij zegt dat hij Oettinger in het belang van het verzet heeft omgebracht.

6. De rechtbank stelt voorop dat het arrest van de Hoge Raad in de zaak tussen Van Gasteren en het Parool en Middelburg strikt genomen slechts gelding heeft tussen deze (proces-) partijen. Bovendien ging het in die zaak kort gezegd om de vraag of er in het toen voorhanden feitenmateriaal voldoende steun was te vinden voor de suggestie in de bewuste artikelen in het Parool dat van roofmoord sprake was. De vraag of de dood van Oettinger gedicteerd werd door een verzetsmotief behoefde in die zaak naar het oordeel van het Hof geen beantwoording, hetgeen door de Hoge Raad juist is geoordeeld, nu de eerste vraag zich laat beantwoorden zonder te beslissen ten aanzien van het verzetsmotief. Dat de dood van Oettinger een verzetsdaad betrof, is in die procedure dus uitdrukkelijk niet beslist. Evenmin is beslist dat het onrechtmatig zou zijn om daarover publiekelijk twijfel te uiten. Daar komt bij dat ten opzichte van de stand van zaken ten tijde van de Parool publicaties die onderwerp waren van het arrest van de Hoge Raad zich twee belangrijke nieuwe feitelijkheden hebben voorgedaan, te weten de hiervoor aangehaalde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep en de uitzending van "Het Uur van de Wolf'. Enkele verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad kan de vordering dus om verschillende redenen niet dragen, zodat in deze zaak een zelfstandige afweging moet worden gemaakt tussen het belang van de vrijheid van meningsuiting aan de zijde van Hemelrijk enerzijds en het (geschonden) privacy belang van Van Gasteren anderzijds, waarna moet worden bezien of de door Van Gasteren gevorderde beperking van de uitingsvrijheid van Hemelrijk kan worden aangemerkt als in een democratische samenleving noodzakelijk in de zin van artikel 10 lid 2 EVRM.

7. Bij die afweging kent de rechtbank in het bijzonder belang toe aan het feit dat Van Gasteren met het interview in "Het Uur van de Wolf' zelf nog geen maand na de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep opnieuw in de publiciteit is getreden over het om het leven brengen van Oettinger. Anders dan Van Gasteren betoogt, is de rechtbank van oordeel dat hij deze gebeurtenis met zijn onder 1e. aangehaalde uitlatingen in het genoemde programma wel degelijk heeft gepresenteerd als een verzetsdaad. Verder valt in redelijkheid niet aan te nemen dat het in beeld brengen van het persbericht waarin sprake is van rehabilitatie zonder medeweten en goedvinden van (de cineast) Van Gasteren heeft plaatsgevonden. Dit terwijl van een formele rehabilitatie -daarover bestaat in dit geding geen geschil- geen sprake is geweest. Het aldus zelf andermaal de publiciteit zoeken omtrent deze zaak brengt weliswaar niet mee dat Van Gasteren zijn recht op privacy zou hebben verspeeld, maar maakt het beroep daarop en op het recht om "alleen te worden gelaten" over de doodslag op Oettinger, waarvoor hij is veroordeeld, gestraft en deels gegratieerd, wel minder zwaarwegend.

8. Voorts is van belang in welke vorm de aangevallen meningsuiting is gedaan. De rechtbank is met Hemelrijk van oordeel dat haar Open Brief het karakter heeft van een column, aan welke uitingsvorm niet dezelfde (hoge) eisen mogen worden gesteld als aan onderzoeksjournalistiek, zoals die door Bart Middelburg werd beoefend. De Open Brief behelst bovendien voor een belangrijk deel (waar het Van Gasteren aangaat) waardeoordelen, waarbij Hemelrijk op spottende toon en in zeer scherpe, cynische en hekelende bewoordingen uiting geeft aan haar verontwaardiging over de in "Het Uur van de Wolf' herhaalde lezing van Van Gasteren dat sprake was van een verzetsdaad en de omstandigheid dat het haar als journalist moeilijk zo niet onmogelijk wordt gemaakt om zich daarover in de krant kritisch uit te laten. Verder geldt dat prikkelende en choquerende uitlatingen in een column en dus ook de daarmee te vergelijken Open Brief door lezers over het algemeen met een korreltje zout zullen worden genomen, aangezien een zekere mate van overdrijving en een scherpe toonzetting aan dergelijke publicaties niet vreemd is.

9. Anders dan Van Gasteren betoogt, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat Hemelrijk de eerder onrechtmatig geoordeelde beschuldiging dat van roofmoord sprake zou zijn in de Open Brief heeft herhaald. Zij heeft daarin slechts vraagtekens geplaatst bij het door Van Gasteren genoemde verzetsmotief en op gekscherende, treiterige wijze gezinspeeld op de mogelijkheid dat geld ook een rol heeft gespeeld. Dat kan mede gelet op voormeld karakter van de Open Brief echter niet onrechtmatig worden geacht, ook al is Van Gasteren voor de hem mede ten laste gelegde diefstal vrijgesproken. Er is (ook naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep) geen overtuigend bewijs voorhanden dat de doodslag op Oettinger een verzetsdaad betreft, terwijl verschillende omstandigheden in een andere richting kunnen duiden, althans daarmee moeilijk zijn te rijmen. Bijvoorbeeld de ook door Hemelrijk aangestipte omstandigheden dat niet eerst naar een ander onderduikadres is gezocht, dat Van Gasteren op eigen naam het bootje heeft gehuurd waarmee het lijk is weggevoerd, dat hij de naam heeft genoemd van degene die hem daarbij geholpen heeft, dat hij vrijwel meteen na zijn aanhouding heeft verklaard dat het slachtoffer een ondergedoken jood was, dat hij niet consistent heeft verklaard over wat er is gebeurd met het geld van Oettinger (naar Hemelrijk onweersproken heeft gesteld, heeft Van Gasteren in een intake-verklaring in het kader van de pensioenprocedure erkend ƒ 250,-, te hebben gevonden in de bezittingen van Oettinger en zich dat te hebben toegeëigend) en dat hij na de oorlog geen revisie, maar gratie heeft gevraagd. Hemelrijk kan, nu het beschikbare feitenmateriaal niet eenduidig op een verzetsdaad wijst en er verschillende aanwijzingen zijn dat mogelijk andere motieven, zoals bijvoorbeeld ook paniek of vrees voor de eigen veiligheid, een rol hebben gespeeld, niet het recht worden ontzegd uiting te geven aan haar twijfel omtrent het verzetsmotief van Van Gasteren, nadat hij zelf opnieuw in de openbaarheid was getreden met zijn onbewezen voorstelling van zaken dat sprake is geweest van een verzetsdaad.

10. Eveneens anders dan Van Gasteren betoogt, kan ook niet worden geoordeeld dat de Open Brief de strekking heeft om te beweren dat Van Gasteren geen verzetsdeelnemer is geweest. Hemelrijk heeft met bijtende spot vraagtekens geplaatst bij zijn rol daarin en met name de bewering dat hij deel zou hebben uitgemaakt van de zogenoemde Vrije Groepen. Ook hiervoor geldt dat het voorhanden feitenmateriaal daartoe voldoende grondslag biedt. Uit verschillende verklaringen komt naar voren dat de Vrije Groepen als organisatorisch verband in elk geval pas gestalte heeft gekregen nadat Van Gasteren in verband met de doodslag op Oettinger was aangehouden. Over zijn feitelijke activiteiten in het verzet heeft Van Gasteren weinig concrete informatie verstrekt, afgezien van het gedurende vijf dagen (van 19 tot en met 24 mei 1943) onderdak verschaffen aan Oettinger.

11. Wat de door Hemelrijk in haar Open Brief ten tonele gevoerde zuster van Van Gasteren, Josephine, aangaat, overweegt de rechtbank het volgende. In de eerste plaats blijkt uit verklaringen vastgelegd in de in dit geding overgelegde delen van het strafdossier dat zij ten tijde van het ombrengen van Oettinger door Van Gasteren in het betreffende pand aanwezig was en zich tegenover de op het geluid afgekomen buren inderdaad heeft uitgelaten in de door Hemelrijk vermelde zin. Daarmee is niet gezegd dat zij, Josephine, zich destijds bewust was van hetgeen zich in werkelijkheid afspeelde in de kamer waar Van Gasteren en Oettinger zich bevonden, maar dat op grond van die verklaringen redelijkerwijze de verdenking kan ontstaan terzake van medeplichtigheid (op de uitkijk staan), valt ook niet te ontkennen. Van Gasteren zelfheeft bovendien verklaard dat hij nog dezelfde avond kleren van Oettinger ten huize van zijn zuster heeft verbrand. Vast staat dat Josephine ondanks een en ander niet als verdachte is vervolgd. Vast staat ook dat de rechercheur, die met het onderzoek was belast, Henk Sleijfer, op enig moment door de SD is aangehouden en in een concentratiekamp is beland, waaruit hij niet is teruggekomen. Uit een brief van de oud politieman Seket van 25 mei 1993 komt naar voren dat Josephine volgens geruchten die destijds in politiekringen de ronde deden een relatie had met Willy Lages en dat dit verband zou houden met de arrestatie van Sleijfer. In het beschikbare feitenmateriaal is dan ook voldoende basis te vinden voor hetgeen Hemelrijk in de Open Brief, wat de relatie met Lages betreft uitdrukkelijk onder de noemer publiek geheim en roddel, over Josephine heeft vermeld. Terecht stelt Hemelrijk dat niet valt in te zien waarom zij in de context van haar kritiek op de presentatie door Van Gasteren van de doodslag op Oettinger als verzetsdaad geen gebruik zou mogen maken van deze informatie, hoe onaangenaam ook. De aard van de publicatie in aanmerking genomen, acht de rechtbank ook deze passages daarom niet onrechtmatig.

12. Rest nog de vraag of Hemelrijk haar Open Brief in onnodig grievende bewoordingen heeft gesteld of ingekleed. Vaststaat dat Van Gasteren in de strafzaak destijds is vrijgesproken van moord en veroordeeld voor doodslag. Voorzover Van Gasteren zich daarom beklaagt over het gebruik van de woorden "moord" en "vermoord" merkt de rechtbank op dat het woord "moord" naar gewoon, niet juridisch spraakgebruik vrijwel synoniem is aan doodslag en dat de woorden "moord" en "doodslag" vaak door elkaar worden gebruikt. Bovendien is in de (huidige) lezing van Van Gasteren ("gemeen overleg") de kwalificatie moord strikt genomen niet onjuist. Ook overigens kan niet worden gezegd dat Hemelrijk haar kritiek op de presentatie van Van Gasteren op onnodig grievende wijze heeft geuit. De zeer scherpe bewoordingen van de Open Brief bevinden zich hier en daar wel op de rand van het toelaatbare. Mede gelet op de aard van de publicatie kan naar het oordeel van de rechtbank evenwel niet van onnodig grievende bewoordingen worden gesproken. Dat Van Gasteren ten onrechte een buitengewoon (verzets-) pensioen zou hebben aangevraagd, valt in de Open Brief niet met zoveel woorden te lezen. Wel wordt duidelijk dat Hemelrijk van mening is dat hij voor een dergelijk pensioen niet in aanmerking komt, maar dat staat haar vrij.

13. Op grond van het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de Open Brief weliswaar inbreuk maakt op de privacy (en de reputatie) van Van Gasteren, maar dat deze na afweging van de in aanmerking komende belangen, alle omstandigheden in aanmerking genomen, desondanks niet onrechtmatig jegens hem kan worden geoordeeld. Voorzover daarvan op enig punt al sprake zou zijn, kan naar het oordeel van de rechtbank overigens ook niet worden gezegd dat het beperken van de vrijheid van meningsuiting in dit geval mede gelet op de gevoeligheid van het onderwerp -het ombrengen van een joodse onderduiker tijdens de tweede wereldoorlog in een televisie interview presenteren als een verzetsdaad ligt voor nabestaanden van het slachtoffer, slachtoffers van jodenvervolging en deelnemers aan het verzet evident gevoelig- in de zin van artikel l O lid 2 EVRM in een democratische samenleving noodzakelijk is ter bescherming van gerechtvaardigde belangen van Van Gasteren.

14. De slotsom is dat de vorderingen moeten worden afgewezen, met veroordeling van Van Gasteren als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst de vorderingen af;
- veroordeelt Van Gasteren in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Hemelrijk begroot op Euro 1.351,51;
- verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door mrs. A.W.J. Ros, W.A.H. Melissen en J. Jonkers, leden van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juli 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.  

 

En toevallig, heel toevallig, verscheen deze week ook nog dit bericht in Elsevier.

De Gezonde Roker



Elsevier - 19 juli 2003

Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug
!
Inhoud | D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service