- Partijen zijn verder te noemen: "Pamela Hemelrijk" en
"AD".
- Pamela Hemelrijk heeft kennis genomen van het verzoekschrift dat het AD
heeft doen indienen en daarmee van het verzoek om de arbeidsovereenkomst te
ontbinden. Zij wenst zich daartegen te verzetten en voert daarvoor het volgende
aan:
- AD stelt primair dat Pamela Hemelrijk haar een dringende reden zou hebben
gegeven om de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen
en subsidiair dat er sprake zou zijn van een verandering van omstandigheden die
van dien aard is dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve op korte termijn
behoort te eindigen.
- Primaire vordering zou zijn grondslag vinden in gedragingen van Pamela
Hemelrijk bij Nieuwspoort zoals in het verzoekschrift aangeduid.
- Subsidiaire grond van de vordering zou zijn dat AD al haar vertrouwen in
Pamela Hemelrijk zou zijn ontvallen. Tegen beide grondslagen van de vordering
wordt verweer gevoerd.
- Het gestelde onder 2 van het verzoekschrift is juist. Pamela Hemelrijk is
56 jaar oud en sedert 1 december 1987 in dienst van het AD(toen de Nederlandse
Dagblad Unie B.V.) in de functie van redacteur-verslaggever tegen een salaris
van bruto 4.997,77 per maand te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.
- Pamela Hemelrijk is in dienst getreden als redacteur en heeft een eigen
column in de krant gekregen. Eerst zijn daar twee columns per week van gemaakt
en kort geleden is dat weer teruggebracht tot één. Verder heeft
Pamela Hemelrijk ook op andere wijze bijgedragen aan de inhoud van de
krant.
- In de 16 jaar dat Pamela Hemelrijk voor het AD werkt zijn er nooit op- of
aanmerkingen geweest omtrent haar kwaliteiten als verslaggever. Deze
kwaliteiten staan buiten kijf en als zodanig geniet Pamela Hemelrijk landelijk
grote reputatie. Het lange dienstverband en de omvang van haar salaris
bevestigen zulks in alle eenvoud. Om de kantonrechter enig idee te geven van
haar kwaliteiten, zijn reeds eerder aan de kantonrechter pamfletten toegezonden
van haar hand, gebundeld in "Niemands Knecht". De titel van die
bundel is ingegeven door een spreuk die het ANP voerde: "Ieders dienaar,
niemands knecht". Pamela Hemelrijk heeft daar ook haar eigen devies van
gemaakt.
- Het geschil tussen partijen is ontstaan door onafhankelijke opstelling van
Pamela Hemelrijk met betrekking tot de feiten waarover zij verslag deed. Als
columniste had zij bepaald een onafhankelijke visie die zich uitte door een
groot wantrouwen tegen alles, gecombineerd met een onverschrokkenheid om feiten
aan de kaak te stellen die zij, als waakhond van de samenleving, onder de
aandacht van de burgers wilde brengen. Haar gebundelde pamfletten getuigen niet
alleen van een kritische kijk op zaken maar tevens van een vooruitziende blik
op de ontwikkelingen in de maatschappij.
- Dergelijke onverschrokken commentaar op zaken van velerlei aard, roept
reactie op, soms ook van de eigen hoofdredactie. Naarmate haar vrijheid verder
werd beknot, om onbegrijpelijke redenen, nam de heftigheid van haar reacties
jegens de hoofdredacteur toe. Zulks heeft uiteindelijk geleid tot een
verstandhouding waarbij de hoofdredacteur vaker publicatie van haar columns
ging weigeren maar erger dan dat: zonder overleg ging schrappen en wijzigen van
de inhoud daarvan. Dat is in strijd met zijn eigen redactiestatuut.
- Opvallend is dat verzoekster zeer veel producties in het geding brengt
maar niet de column die volgens eigenstelling van AD ten grondslag ligt aan het
primaire verzoek. Als productie 2 brengt Pamela Hemelrijk in het geding
"Liasons Dangereuses". Het betreft een zeer raak commentaar op de
achtergronden van de Nieuwspoort-Campagneprijs", een prijs die door het
gelijknamige perscentrum wordt uitgereikt aan de politieke partij die het beste
campagne heeft gevoerd. Pamela Hemelrijk stelt aan de kaak dat de jury voor die
prijs enkel bestaat uit leden/aanhangers van de PvdA en het derhalve niet
verwonderlijk is dat alleen de PvdA de prijs nog in ontvangst heeft mogen
nemen.
- De feitelijke toedracht staat in beide pamfletten vermeld. Deel I is
gepubliceerd en er de reden van dat Hemelrijk bij de deur van Nieuwspoort werd
opgewacht door de directeur zelf. Deel II is ter publicatie aangeboden maar
geweigerd omdat Hemelrijk weigerde de laatste zin te schrappen. Pamela
Hemelrijk meende dat er sprake was van een zodanige misstand dat het publiek
daarover niet onwetend mocht blijven. Dat was de reden dat zij dit pamflet op
de site van Theo van Gogh heeft aangeboden, daarmee uiting gevend aan haar
onafhankelijkheid als journalist.
- De wijze waarop Pamela Hemelrijk deze misstand aan de kaak wilde stellen
was feitelijk een vreedzame parodie op het taartincident dat in Nieuwspoort
plaats had op 14 maart 2002 toen Pim Fortuyn zijn boek "De puinhopen van
paars" daar presenteerde. Vreedzaam omdat zij niet voornemens was met
taarten te gooien; haar ludieke actie was ook aangekondigd in de gewraakte
column. Het was een parodie omdat de directie van Nieuwspoort, zo nauw
betrokken bij het uitreiken van de prijs, destijds de Biologische
Taartenbakkers geen strobreed in de weg gelegd had om de toen meest succesvolle
campagneleider met taarten te laten bekogelen.
- Pikant is dat Hemelrijk is geschorst zonder dat zij gehoord is over de
feitelijke toedracht in Nieuwspoort. Men is klakkeloos afgegaan op de lezing
van Max de Bok. Hoor en wederhoor is niet toegepast. Ook de redactieraad van
het AD, die geacht wordt voor de belangen van Hemelrijk op te komen, is
uitsluitend afgegaan op de lezing die de directie van Nieuwspoort heeft
gegeven.
- Pamela Hemelrijk betwist dat haar handelen in deze het AD reden kan geven
om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De bijzondere aard van de functie
die een journalist vervult brengt met zich mee dat de journalist, zolang als de
waarheid als leidraad wordt genomen, een grote mate van vrijheid moet worden
gegeven om vermeende misstanden aan de kaak te stellen. Daarmee onderscheidt de
goede journalist zich van iedere andere professie. En dat betekent dat een
(hoofd-)redactie van een krant een conflict over het al dan niet publiceren van
een vermeende misstand heeft te tolereren. Alsook dat de gemoederen daarbij
verhit zijn geraakt. Dat geldt te meer daar waar het een columnist betreft;
deze doet immers niet alleen verslag van feiten maar geeft daarbij uiting aan
een mening over die feiten.
- Samengevat: wat betreft het taartincident in Nieuwspoort heeft Pamela
Hemelrijk zich niet zodanig gedragen dat zij het AD daarmee reden heeft gegeven
tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
- Als subsidiaire reden heeft het AD aangegeven dat zij totaal geen
vertrouwen meer in Pamela Hemelrijk zou hebben. Pamela Hemelrijk betwist de
juistheid van die stelling getuige de standaardbrief die de Hoofdredactie heeft
geschreven naar talloze lezers die hun abonnement hebben opgezegd omdat Pamela
Hemelrijk was geschorst. Vele lezers beschouwden haar schorsing terecht als een
onaanvaardbare belemmering van de vrije meningsuiting.
- Hoofdredactie heeft eenieder schriftelijk bericht van de grote kwaliteit
van schrijverschap overtuigd te zijn.
- Nu er in ieder geval geen sprake kan zijn van een gebrek in vertrouwen van
haar schrijverschap, moet Pamela Hemelrijk het er voor houden dat AD bezwaren
heeft die te maken hebben met de incidenten rond de moord op Pim Fortuyn van 6
mei 2002 en de houding die zij als redacteur ten opzichte van de krant heeft
ingenomen. Het verzoekschrift vangt immers aan met een opsomming van
gebeurtenissen uit die tijd.
- Het is van algemene bekendheid dat zowel politici als verschillende media
aanvankelijk zeer onjuist hebben geoordeeld over de politicus Fortuyn althans
het verschijnsel Fortuyn onjuist hebben beoordeeld.
- Dat politici en media dat ruimhartig hebben toegegeven maar na de moord is
daarvan toch wel voldoende gebleken om dit met stelligheid te beweren. Een van
de weinige journalisten die al vroeg over Fortuyn en zijn ideeën heeft
geschreven is Pamela Hemelrijk. Daarbij heeft zij van meet af aan aangegeven
niet verketterd te willen worden wanneer zij Fortuyn bijviel in zijn ideeen. AD
weigerde de column ("I saw a dead man win a fight") op de dag van de
verkiezingen te plaatsen omdat het een scheldkanonnade zou zijn. Leg dit
pamflet naast het Hoofdartikel dat NRC Handelsblad op 6 mei 2002 publiceerde en
stel de vraag dan nog eens, zou ik zeggen. Maar kennelijk was het toen, kort na
de begrafenis van Pim Fortuyn, nog te vroeg voor de verwijten die Pamela
Hemelrijk met volle overtuiging maakte aan het adres van politici en media.
Maar je mag daarover ook van mening verschillen.
- Feit is dat Pamela Hemelrijk, ten bewijze van haar onafhankelijkheid, haar
pamflet heeft gepubliceerd op het internet.
- Anders dan AD stelt maakte ze daarmee geen inbreuk op het Auteursrecht van
AD. AD kan geen auteursrecht claimen op columns van Pamela Hemelrijk die zij
weigert. Het AD heeft daar immers geen enkel belang bij auteursrecht op werk
dat zij niet wenst te publiceren.
- Staat ook vast dat Pamela Hemelrijk het pamflet (vanzelfsprekend) eerst
heeft aangeboden aan het AD. Het zou pas anders zijn geweest wanneer Pamela
Hemelrijk ook pamfletten was gaan schrijven speciaal voor de site van Theo van
Gogh en uit een eigen commercieel belang. Zoals het Pamela Hemelrijk ook
vrijstond niet gepubliceerde pamfletten toe te voegen aan haar bundel
"Niemands Knecht". Met publicatie van haar opinie op het internet
heeft Pamela Hemelrijk geen afbreuk gedaan aan het bedrijfsdebiet van het AD en
evenmin bijgedragen aan het bedrijfsdebiet van een ander. Ze heeft zichzelf
alleen maar geprofileerd en op die wijze indirect bijgedragen aan het AD.
- Nietszeggend is de discussie omtrent het memo dat door het AD was
uitgegeven over Fortuyn. De datum van de missive, 26 maart 2002, is van dien
aard dat het AD per vandaag er trots op mag zijn dat toen 'reeds' tot een
dergelijke duidelijke boodschap werd besloten. Het getuigt enkel van inzicht.
Iedere goede journalist popelt om de hand op dergelijke instructies te leggen.
En er is geen enkele reden om geheimzinnig over deze notitie te doen. Het is in
feite een hoofdredactionele vaststelling van feiten met daaraan verbonden
conclusie waar niemand zich voor hoeft te schamen. Er staat ook nergens dat
deze aanwijzingen vertrouwelijk moeten worden behandeld. Dat Pamela Hemelrijk
er verheugd over was dat haar inzichten eindelijk werden gedeeld spreekt voor
zich. AD doet het ten onrechte voorkomen dat Pamela Hemelrijk AD schade heeft
willen berokkenen door bij openbaarmaking van dit memo betrokken te zijn. Het
tegendeel is waar. Zij had reden om trots te zijn op haar Hoofdredactie. Het
heeft er natuurlijk alles mee te maken dat de Hoofdredactie zelf nog even moest
wennen aan het feit gezonde inzichten te hebben.
- Pamela Hemelrijk wijst in dit verband op de brief van de plaatsvervangend
Hoofdredacteur Peter de Jonge d.d. 17 mei 2002 waarin deze benadrukt niet er op
uit te zijn om Pamela Hemelrijk brodeloos te maken. Anders gezegd: men was
beslist niet uit op een ontslag. Het AD had zo veel brieven van lezers
ontvangen in de overeen gekomen vakantie van 2002 dat haar terugkeer van
vakantie in de "streamer" van de krant (op de voorpagina) werd
aangekondigd.
- Verder wordt in het geding gebracht de speech die Pierre Vinken heeft
gehouden bij de introductie van 'Niemands Knecht" in het vorige jaar. Op
die notitie staat ook een blocnote van zijn hand. Pierre Vinken was destijds,
toen het AD nog deel uitmaakte van het Elsevierconcern, de hoogste baas van
Hemelrijk. Uit die notitie blijkt dat haar rebelsheid ook in het vorig jaar nog
werd aangemoedigd. Omdat de vrijheid van meningsuiting het burgerrecht is dat
onder journalisten het meeste leeft.
- Aan dit alles doet niet af dat Pamela Hemelrijk erkent dat zij als
journalist deel uitmaakt van een organisatie en dat haar leiding gegeven wordt
door een hoofdredactie en een bestuur van het concern. Maar de rechtspositie
van een journalist ten opzichte van haar meerdere onderscheidt zich ten
opzichte van een andere werknemer juist door de onafhankelijkheid die de
journalist heeft te verdedigen. Dat geldt temeer waar het een columnist betreft
die geacht wordt een mening te uiten. Het staat de hoofdredactie van een krant
vrij om publicatie te weigeren. De inhoud van een krant komt immers tot stand
onder leiding en verantwoordelijkheid van de hoofdredactie. Het staat een
hoofdredactie echter niet vrij om een werknemer te beletten zijn mening te
uiten. En het siert een krant niet dat zij een werknemer, aangesteld juist op
grond van haar rebelsheid, op diezelfde grond ontslag aanzegt.
- Pamela Hemelrijk meent voorts dat het ontstaan van het geschil in
overwegende mate te wijten is aan de houding van haar werkgever en dat deze
derhalve schuld heeft aan de situatie die is ontstaan. Ten onrechte is zij in
haar functie geschorst en is daarmee opzettelijk een onomkeerbare situatie
gecreëerd. Dat blijkt ook uit het feit dat de gemachtigde van het AD de
voorzieningenrechter heeft geschreven tot de dag van behandeling verhinderd te
zijn om op een zitting te verschijnen.
- Hemelrijk meent dan ook dat de vordering van het AD afgewezen dient te
worden bij gebreke van een deugdelijke grondslag.
- Meest subsidiair voert Pamela Hemelrijk aan dat zij gedurende 16 jaren
verbonden is geweest aan het AD als journalist en de belangrijkste jaren van
haar arbeidzame leven ten dienste van die krant heeft gesteld. Als
vooraanstaand journalist heeft zij op die wijze zeer bijgedragen aan het succes
van die krant. Dan kan een ontbinding van een arbeidsovereenkomst enkel plaats
hebben wanneer de werknemer een passende vergoeding wordt aangeboden voor het
verlies aan inkomsten. Als Hemelrijk de opstelling van de krant jegens haar in
een column had moeten verwoorden dan had zij ongetwijfeld verwezen naar de
rechtsverhouding tussen een hoofdredacteur en zijn journalisten bij een krant
in de voormalige DDR. Want daar werd iedere journalist destijds ontslagen die
niet bereid was de voorgeschreven mening te verkondigen.
- Hemelrijk betwist voorts al hetgeen door het AD is gesteld in strijd met
het bovenstaande en zij zal haar verweren verder doen toelichten bij
gelegenheid van de mondelinge behandeling die is vastgesteld op maandag 31
maart 2003 te 15.00 uur.
MET CONCLUSIE
|