Steek maar op!



't Is hier verschrikkelijk gezellig.

Maandag a.s. gaat bij Veronica een programma op de buis in première dat ondergetekende presenteert. 't Heet "Het is hier verschrikkelijk gezellig" en stelt - hoe kan 't anders - de vraag aan de orde: "Wat is gezellig?"
Daartoe worden skelterbanen, overlevingstochten, dansgelegenheden, Bungie-jumperijen en allerhande soortgelijke festiviteiten bezocht in een poging om de babbelaar voor de camera in het groepsgevoel van de jaren '90 te laten opgaan.
De kritiek zal niet mals zijn, want het programma beoogt niet in de eerste plaats te behagen en is bovendien onbeschaamd in z'n poging het gênante van gezelligheid in beeld te brengen.
Een onderdeel waaraan ik zelf veel aardigheid beleef, zijn de sketches met Mevrouw van Gogh. Mevrouw van Gogh wordt gespeeld door een intelligente dame die zonder veel vertoon een blonde bimbo neerzet. Meneer van Gogh reeft alle zeilen om zijn jonge vriendin te boeien. Verkleed als Zorro in de slaapkamer, brenger van een hondje dat na de afwijzing door de Bazin onverbiddelijk aan de boom in het bos wordt vastgebonden, SM'erig, in het huwelijk tredend, kortom, het hele palet van de liefde via amateurtoneel verbeeld. Mevrouw Van Gogh gaat er steevast van door met bodybuilders, skileraren en andere welgebouwde jongemannen. Ze is voortdurend dodelijk verveeld terwijl meneer Van Gogh honderduit babbelt.
Ik heb geen behoefte om "ook 'ns te acteren", want daar kan ik geen hout van. Het attractieve schuilt 'm erin dat alle gedoe rond sex tamelijk belachelijk wordt gemaakt en dat, alsof je naar een kinderachtige strip zit te kijken. Er is weinig te lachen, maar ik hoop dat de toeschouwer het gevoel bekruipt iets buitengemeen pijnlijks te zien. Van nature ben ik gezegend met de onstuitbare behoefte sentiment belachelijk te maken, liefst met m'n eigen aanvechtingen in de eerste plaats. Waar die woeste vreugde vandaan komt, weet ik niet precies, maar ik denk dat 't ermee te maken heeft dat ik me van jongs af aan onveilig voel wanneer m'n eksteroog zweert: "Zo vindt iedereen dat je hoort te voelen."
Ik ben veertig moeten worden om die 'afwijking' -zo u wilt- in mezelf te benoemen. Is er leven voor de dood?
Gezien de luxe dat ik m'n zeven stuivers daags uitsluitend verdien met dingen doen die ik leuk vind, ben ik geneigd die vraag bevestigend te beantwoorden, maar helemaal zeker is dat niet. Van alle kwalen die de geest bedreigen, is verveling de ingrijpendste; alsof een motregen alles wat voor opwinding zou kunnen zorgen met voorspelbaarheid bedekt.
Ik ben ijdel genoeg om wanneer ik onder druk sta, te vertrouwen op m'n instinct, maar de vraag is of intuïtie niet net zo'n oplichter is als alle andere vanzelfsprekendheden. Ik vraag me af of ik overeind zal blijven als ik ooit werkelijk onder druk kom te staan; ik vrees van niet. Al met al heb ik geen hoge pet op van mezelf, maar gelukkig zijn er hele menigtes die evenzeer door de mand zullen vallen als de tijd rijp is. Als ik een zweem van verliefdheid aan me voel kleven - en die is er op m'n oude dag vaker dan me uitkomt - ben ik de eerste om mezelf te wantrouwen. Juist in het intermenselijk verkeer ben ik een bekwame oplichter, verslaafd aan de eerste ontmoeting en tijdens het vervolg van de relatie een ontregelaar eerste klasse. Ik laat 't afweten zo gauw er genegenheid volgt.
Zulks kan je armoe noemen, maar 't behoedt me voor de kwalen der genegenheid.






INHOUD


U SCHREEF


ARCHIEF

Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug!