 |
Joost Zwagerman vraagt zich af of ik
schuil in Huize Schizofrenia, want zondagavond "Het Laatste Oor"
presenterend en maandagavond "Hoe hoort het eigenlijk?" met Menno
Buch. Ik denk dat onze opvattingen over wat aardige TV oplevert van elkaar
verschillen. 't Is altijd hetzelfde; de grote denkers uit wat ik gemakshalve
dan toch maar even De Grachtengordel noem, hebben in mijn ogen vaak weinig
benul van het medium. Als ik me bedenk hoe eenstemmig verontwaardigd de reactie
was op "De Hunkering" ('armoede-TV', 'kinderachtig', 'smakeloos',
'puberaal'), herken ik de reactie op "Hoe hoort het eigenlijk?" nu.
"De Hunkering" is op verzoek onlangs aan de BBC getoond, die meende
'dit gaat voor ons véél te ver', 'maar wat een fantastische
televisie!'. TV-recensenten in Nederland zijn gediplomeerde domkoppen als
Ronald Ockhuyzen of Ruud Verdonck, ze zijn kleurloos als Cornald Maas en
bedoelen 't goed, maar kunnen niet schrijven; ze doen of ze Maarten Huygen
heten, maar oordelen met de hand van hun echtgenote Beatrijs Ritsema: "Jij
of ik vanavond, liefje?"
Televisie is één van de meer fascinerende verworvenheden van onze
tijd, maar wordt door het merendeel van de zich noemende 'intelligentia' nog
altijd met de nek aangekeken. Onbegrijpelijk.
En, 't spijt me voor de dames en heren, "Hoe hoort het eigenlijk?"
zal als één van de betere programma's van de jaren '90 de
geschiedenis in gaan. Dat mag niet, want alleen al mijn persoontje en dan ook
nog de verschrikkelijke Buch... En toch, ik ken niet veel Nederlandse
programma's die er zo hartstochtelijk uit zien, dat wil zeggen, eruit zien als
met plezier gemaakt. Het onderhoud met Emile Ratelband dat beide presentatoren
voerden (Ratelband: "Vrouwen zijn niet gelijkwaardig aan mannen, want ze
hebben twintig procent meer vocht in hun hoofd"), was onthutsend en
hartverscheurend tegelijk. Zo ook het gesprek met Mevrouw Maywood over de
liefde voor haar zuster. En ook... ach, laat ik m'n mond maar houden. Sinds
Mevrouw Barend geen schelp meer in haar oor heeft om de getoeterde vragen van
Mevrouw Blazer tot zich te nemen, schrijven de kranten dat ze, nóg meer
dan vroeger, 'een vakvrouw' is.
Een gansje tot koningin uitgeroepen.
In trek is de desinteresse van Adriaan van Dis, of ondervragers als Wim T.
Schippers en Freek de Jonge die zich vanwege hun ego geen werkelijke interesse
in de ondervraagde kunnen permitteren, of de als bewondering verpakte
onderdanigheid van Hanneke Groenteman. Met interviewen heeft 't allemaal niet
veel te maken, maar iedereen in beeld oogt erg 'integer', en daar schijnt 't om
te gaan.
Met TV heeft 't allemaal niet zoveel te maken, maar 't is altijd fijn als
mensen 't met zichzelf getroffen hebben en wie ben ik om de zichzelf
feliciterende gemeente van de Volkskrant lastig te vallen?
Zonder commerciële TV had ik nooit een programma mogen presenteren. Toen
ik begon met "Een Prettig Gesprek" zeiden vele deskundigen dat zoiets
niet kon, een uur lang gelul, en zie...binnen de kortste keren keek half
Amsterdam. Toch was er geen publieke omroep die het programma aandurfde, want
de presentator gold als een slecht mens en had bovendien geen idee vooraf van
wat 'ie weten wilde.
Ik werkte ook al niet met een eindredactie. Publieke omroepen hebben liever de
sprankelende Karel van der Graaf of Ivo Niehe.
Bij Veronica wordt "Het Laatste Oor" om 24 uur 15 uitgezonden omdat
het dan niet drukt op het kijkers-gemiddelde, want wat na twaalven uitgezonden
wordt, telt niet mee. Verleden Zondag hadden opeens honderdzestigduizend
wakkerblijvers de moeite genomen op mij af te stellen. Dat was nu ook weer niet
de bedoeling... Ik heb de kijkers gisteren bestraffend toegesproken: "Gaat
U maar lekker porno kijken, dit is toch veel te moeilijk..."
Dat komt ervan als er types in beeld komen die twee goedlopende zinnen kunnen
formuleren. De Wet van Ockhuyzen luidt: "Ik ben te dom en te mislukt om
zelf wat te kunnen bedenken. Daarom schrijf ik over televisie. Ik verlang maar
één ding; dat programma's zo voorspelbaar mogelijk
zijn."
Toch maak ik liever "Hoe hoort het eigenlijk?"
En daarom zal ik nooit mogen werken voor een publieke omroep.

|