 |
Er werd deze week nog wat
nagebabbeld in de kranten over mijn toespraakje voor de Hare Majesteit
dat niet mocht worden uitgesproken in het zeker niet bespottelijke Van
Gogh-museum. Ik vond 't leuk dat er zo massaal op deze site werd
aangelegd dat de hits over elkaar buitelden. En gaapte overigens van
verveling. Was er nog wat te doen?
Ik smaakte het genoegen Stefan Sanders 'een racistische
beroeps-neger' te mogen noemen tegenover een gansje van de
Volkskrant-rubriek "Stroom" en zag mijn zoon van bijna acht
eindeloos dansen op een trampoline. Als ik m'n ogen toekneep sprong
hij letterlijk een gat in de lucht en ik, trotse vader, telde mijn
zegeningen. Hij was blond en mooi en sterk met blauwe ogen, en eens
temeer was ik onder de indruk van wat de bijzonder intelligente
Sanders te beweren heeft over autochtone, in zijn woorden 'arische'
Intellectuelen en hun afkeer van bombarderen op Belgrado, versus de
bekommernis van grote denkers als hemzelf. Sanders vond de bommen op
Servië een zegen voor de mensheid en vermoedt dat wie er anders
over denkt, niet afkomstig kan zijn uit een 'minderheid', wier gevoel
van nature nu eenmaal meer uitgaat naar die arme Kosovaren. Zelf ben
ik - 'k durf 't bijna niet te zeggen - blondharig en blauwogig
autochtoon en toch had ik zo mijn vraagtekens bij het nut van de
Westerse inbreng in de oorlog tegen Milosevic. Je zou kunnen zeggen
dat 't nogal beschamend is dat Sanders en Bleich of hoe die hitsers
verder ook mogen heten, serieus worden genomen door de hoofdredactie
van de Volkskrant. Maar de schoonheid van vrije meningsuiting is nu
juist dat uitgerekend de kwaadaardigste domoortjes gelegenheid krijgen
zichzelf in alle glorie te ontmaskeren.
Ik keek naar de zee en peinsde erover in hoeverre ik mezelf nog
beluisteren kan met mijn meninkjes over dit & dat. Er zou toch een
grens moeten zijn aan in hoeverre men zich vanuit zijn veilige stoel
met uitzicht op de oorlog serieus dient te nemen. In het veilige
Nederland kan een beetje waarnemer zich hooguit bekwamen in de oorlog
der seksen, en dan nog...ook het verrukkelijkste van alle slagvelden
blijft een doolhof met lachspiegels waarin begrippen als "trouw",
"verlangen" en "hoop" de sukkelende bezoeker
grijnzend aankijken. Was er maar iemand
die van jou hield en wel onvoorwaardelijk, nietwaar?
Hartstochtelijk zou je "Ja!" tegen haar zeggen in de
aangename zekerheid definitief gek te zijn geworden. Want wie gelooft
er nog in zoiets ouderwets als een leven-lang verslaafd raken, of toch
tenminste alles op alles zetten om zwaanachtig te kleven aan? Was jij
maar Hannibal Lecter, Hannibal the Cannibal, ook wel 'de goede dokter'
geheten, die etentjes organiseert voor dames van
liefdadigheids-instellingen en een eenvoudig visje bereidt dat hun
ingewanden opvreet. In het magistrale voorlaatste hoofdstuk van "Hannibal",
opvolger van "The Silence of the Lambs", buigt Dokter het
hoofd voor de tepel van Clarice, ooit Hannibal's trouwe achtervolgster
van de FBI en nu vrijwillig zijn gevangene, voor altijd.
Een druppel trilt. Dokter knielt. De lezer proeft as op zijn tong.
Ik lijd aan scrupules waardoor ik nooit mijn diploma serie-moordenaar
heb gehaald als hoffelijke psychopaat. Maar O, mocht ik een man zijn,
ik zou m'n lippen even gulzig bevochtigen op jacht naar de kus van
mijn Clarice: "Ik wil Hààr en ik wil Hààr
nu." Zij applaudiseert en ik donder het podium op, met hoge hoed,
waaruit ik zwaaiend met mijn toverstokje een dood konijn tevoorschijn
laat komen. Was jij maar hier. 
|