{short description of image}


Een warme middag in Zuid



"Over de heuvels/beneden in de vallei/dit zijn de geheimen die je moet kennen", neurie ik naar Roxy Music, en even lijkt Amsterdam waarachtig een mythische stad, waar gefluisterde roddels als bekentenissen uit de mond van de besprokene zelf hun loflied op de Waarheid zingen. Ik zit met m'n advocaat op een terras in Oud Zuid. We zijn naar de film geweest, "Bulworth", een satire op de Amerikaanse politiek die uitblonk in nobele bedoelingen en zich zelfs zo nu en dan een knipoog naar negermensen veroorloofde. Toen ik m'n kaartje kocht, vroeg ik aan de caissière of ze wel 'ns in slaap viel achter haar loket, of wegdroomde vanwege een minnaar, of een stille traan plengde bij de herinnering aan haar eerste grote liefde? Het meisje had nogal uitbundig gelachen en 't was alsof de hemel openging, dat wil zeggen, exclusief voor mijn begerig geestesoog. Waarom lijd ik toch aan de ziekte der verlegenheid en durf niet de zaal te verlaten en te doen waarvoor het lot me hier en nu in de gelegenheid stelt; het ontmoeten van de vrouw van m'n leven?
En later dan dit terras in Zuid. Naast ons een dame die me spottend aankijkt: "Weet jij nog hoe ik heet?"
Da's waar ook, ik ken haar van de opening ener Kunst-tentoonstelling, toen ze op luide toon uitlegde hoe je baby's marineert. Ze lijkt me niet iemand die je ooit nuchter zal tegenkomen, maar daarom niet getreurd, want haar schoonheid is van een sprankelend verval, haar ogen hebben iets van de hel gezien en ze heeft een glimlach die naar jouw keel springt. Ze spreekt passerende Marokkaanse jongens aan: "Nu naar Mammie toe. Zijn jullie stoned? Niet teveel pilletjes hoor!"
"Mammie!", zegt er één: "Jij bent zelf..."
"Naar bad!", roept ze het groepje achterna.
Aan onze andere kant een oester etend echtpaar. Het heeft een zoon van ik schat twee, die telkens de straat oploopt, z'n knuffel achterna die met grote voortvarendheid van de stoep wordt geschopt. Soms staat ie midden op de weg.
"Ik wil naar huis", zegt z'n moeder: "Zo kan ik niet eten..."
Zuchtend staat Pappa op. Maar na twee keer de kleine lieveling van de straat te hebben geplukt, geeft meneer op en eet zwijgend door terwijl wij omstanders met toegeknepen billen moeten aanzien hoe het ventje gepasseerd wordt door een iets te rap gas gevende BMW'er.
Haast.
Achter mijn ogen slaat iemand spijkers en soms golft het terras, want vannacht was 't weer bar en boos met de bolle Gogh. Ik merkt 't, ik word ouder, al was 't maar van de door alcohol ingegeven paniek dat 't met mij nooit meer goed zal komen; niet in de liefde, niet in m'n werk en vooral niet met mezelf, gediplomeerde eikel, die zich met koel misprijzen veracht.
Ik wou dat ik m'n leven over mocht doen, liefst als vrouw, gelukkig getrouwd in Almere. Maar als ik m'n ogen sluit, zie ik mezelf in m'n mantelpakje weer dat koor van transseksuelen uit Harmelen dirigeren, die in "De Hunkering" het wonder van het vrouwelijk orgasme kwamen voordoen. Vannacht heb ik zomaar het gezicht van de Klaarkomende Vrouw mogen bestuderen; Felicia huiverde alsof een briesje over de kalme vijver van haar gezicht gleed en rimpelingen veroorzaakte die in steeds heftiger beroering uitmondden in een explosie van meest innerlijke pijn.
Het scheermes des Heeren kerft de ziel en ik lik m'n vingers af.
Was jij maar hier.






Theo van Gogh


Inhoud | Recreatie | U Schreef| Archief | Service
Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug!