 |
Aan: Fatima Elatik
Van: Theo van Gogh
Amsterdam, 10 December 2000
Allah zij geprezen!
In de Volkskrant van 7 December jl. mocht ik uit
Uw mond genoteerd zien: "Want de vrijheid van meningsuiting is in
Nederland to ver doorgeschoten en wordt vaak misbruikt. Het wordt, gezien als
een vanzelfsprekendheid en een vlag waar onder je alles kunt zeggen, vooral
over godsdienst. Beste voorbeeld is Theo van Gogh, die de vreselijkste dingen
over moslims en joden roept. Ik weet niet zo zeker of het afgelasten van dat
theaterstuk over de vrouw van Mohammed in Rotterdam onterecht is. Als grote
groepen mensen dat als kwetsend ervaren, is het ook moedig het niet te
doen."
En even daarvoor: "Voor het dragen van een hoofddoek is moed nodig, echt
wel."
Ik sluit mijn ogen en droom weg, naar het verre Marrokko waar, zoals wij allen
weten, de vrijheid van meningsuiting vooral welig tiert in de kerkers van de
koning, en waar Uw zusters de straat opgingen om te demonstreren voor een iets
minder eenzijdige, in het voordeel van de man uit te leggen
echtscheidingswetgeving, dit doende zonder hoofddoek, bij wijze van
protest.
Ik peins maar wat, maar toch.., als U beweert dat er moed voor nodig is om een
toneelstuk onder terreur van een fanatiekeling of wat af te gelasten, opvoering
onmogelijk te maken dus, hebt U dan niet het gevoel dat de vrijheid van
meningsuiting van grote groepen nieuwsgierigen in het gedrang komt? Wie bent U
eigenlijk dat U kunt uitmaken dat Theo van Gogh geen bespiegeling over de
vleselijke aanvechtingen van de Profeet mag aanschouwen?'
En juffrouw Elatik, probeert U ook Uw Partij van de Arbeid van het standpunt te
overtuigen dat bepaalde toneelstukken maar beter niet kunnen worden opgevoerd
mochten sommige gelovigen er (eventueel, want niet gezien, nietwaar?) aanstoot
aan kunnen nemen? En is Uw verfrissende standpunt inzake vrije meningsuiting
misschien ook van toepassing op de schrijver Rushdie, die naar verluidt de rest
van zijn leven onder politiebewaking zal staan omdat er gelovigen zijn geweest
die niet de moeite namen om "De Duivelsverzen" te lezen, maar
wél van mening waren dat deze verklaarde ketter branden moest?
Juffrouw Elatik, hebt U ook maar iets begrepen van de notie dat het socialisme,
en daarmee de sociaal-democratie, voortkomt uit de Verlichting, zo'n
tweehonderd jaar geleden, tijdens welke het recht werd bevochten ongelovig te
mogen zijn, dat wil zeggen, niet te knielen voor God, Jahweh, Allah of wie er
nog meer aan het menselijke bijgeloof is ontsproten? En dat daarmee ook het
recht van de ongelovige om het Geloof voor joker te zetten een recht van alle
mensen is geworden?
U beweert ook: "Dus is er moed voor nodig om met die hoofddoek te laten
zien waar je voor staat."
Waar staat U voor?
Voor terreur, censuur en duistere Middeleeuwen, zo valt te vrezen.
Als ik ongelijk heb, beken ik dat graag. Schrijf terug naar website "De
Gezonde Roker", www.theovangogh.nl, en overtuig mijn lezers van Uw gelijk.
In de oorlog der ideeën is geen inzet hoog genoeg. Vooralsnog krijg ik
spit in m'n rug van het buigen voor de pygmeeën, denkend aan U.
Met een plechtige knipoog,

|