 |
Het raadsel van de vrouw wordt mede
hieruit verklaard dat Zij harder zou zijn dan wij sukkels van het
sterke geslacht. Laatst was ik uit eten met een dame die me vertelde
van een mislukte zelfmoordpoging; een vrouw springt van het dak en
raakt verlamd vanaf haar middel; nieuwe poging volgt, een hupsje voor
de trein ditmaal, armen en benen eraf; ten derde met de rolstoel naar
de rand van het zelfde dak en zich - mondje aan de stuurstok - uit de
stoel alweer van de rand gewurmd; hopla!
Plechtige trilling: "De rolstoel stond te wachten..."
Dezelfde vrouw: "Ik moest een jongen troosten, die het volgende
was overkomen. Hij stak met z'n geliefde de straat over, hand in hand,
ze kijkt niet uit en wordt door een auto aangereden. Verlamd vanaf
haar middel en in grote paniek: "Je zult mij wel in de steek
laten!" Maar niks, hij blijft haar trouw. Een jaar later wil 'ie
haar bij dezelfde plek de straat over duwen - ze durfde eindelijk weer
naar buiten - maar zij zegt overmoedig: "Nee!, ik kan zelf wel!"
Enfin, ze rolt zichzelf naar gene zijde en wordt prompt aangereden
door een dronken Duitser die teveel gas heeft gegeven om haar nog te
ontwijken. Ze sterft met "Ik hou van jou!", of woorden van
soortgelijke strekking en weet hem nog het gouden kettinkje rond haar
hals te schenken. De Duitse BMW ligt op z'n kant. Hij probeert door
het raam naar binnen te klimmen om de aanrijder van kant te maken.
Wordt verwijderd door de politie."
Gut, wat moest ik lachen om het gezicht van de vrouw die mij dit
vertelde, om de hoon van de twinkeling in haar ogen, om haar
verachting voor het leven dat scenario's voorschrijft zoals niemand ze
voor de film durft te bedenken. Als ik m'n ogen sluit en denk aan de
vrouw van mijn dromen, dan zie ik een rechter voor me.
Of zeg je 'rechtster'?
Haar befje siert de toga, want geeft haar rijke gemoed iets
vormelijks, een zweem van zedigheid. Maar ik weet wel beter; zij
behoort tot de categorie die men met zijn grote teen onder tafel
beroeren mag bij officiële banketten. Ze kan streng kijken, maar
soms is ze een klein meisje dat op haar duim zuigt en fluistert: "Niet
doen, Pappie!"
Dat het leven zo onrechtvaardig is, dat de één wel en
de ander niet bij haar zelfmoordpoging slaagt of dapper voorwaarts
rollend verpulverd wordt, er valt geen touw aan vast te knopen. God
dobbelt niet en de wreedheid van het heelal beloert ons met
huiveringwekkende leegte. Er is niemand die iemand troosten kan,
althans, er is niemand die niet bang is om eenzaam te zijn. En te
vrezen valt dat wie in een rolstoel terecht komt levenslang het
lijdend voorwerp zal blijven van onze gruwelijkste aanvechting, het
Meelij. Geen groter verachting dan voor de zelfmoordenares of het
gansje dat haar onderlichaam kwijt raakt bij de oversteek. Ik kon m'n
lachen niet houden toen ik voor me zag hoe de ontketende min naar de
gekantelde auto bestormde terwijl zijn Hinkepink lag te sterven op het
asfalt. En voelde me schuldig tegelijk, want leedvermaak heeft iets
afstotends.
Is er leven voor de dood, dames en heren?
Als ik m'n ogen sluit wil ik de rechter kussen en - O Heere - wat is
haar tong begerig, wat ruikt ze lekker, wat is haar overgave
vrouwelijk. Ze oordeelt en vonnist, en betracht het deftige woord
Rechtvaardigheid. Als ze in mijn armen huilen zou van ontroering, weet
ik haar tranen aan mij, aan mijn natuurlijke zachtheid en heuse
man-zijn. Maar de waarheid was natuurlijk dat ze voelde hoe eenzaam
wij juist met z'n twee'tjes zullen blijven.
Ik dorst niet meer begeren.

|