{short description of image}


Toespraak ter ere van de Propria Cures benefietavond van 12 april jongstleden in de Kleine Comedie, waarbij de dames van Het Michaël Zeeman Fonds voor gevallen vrouw'tjes de zaal betraden met hun collectebus




Dames en Heren,

Vanavond is hier verderop in Carré nog een feestje met een goed doel, namelijk het ontlasten van het geweten van de grote denkers Herman van Veen en Freek de Jonge. Met hun gegalm nog in de oren, zou ik zeggen "Geef een oorlog een kans!" en laat òns vooral niet gebukt gaan onder de lijdende mensheid, maar ons beperken tot het redden van het meest nobele dat het decadente, nihilistische Vrije Westen de wereld te bieden heeft, te weten Propria Cures.
En voor de gelegenheid dacht ik eens een fris lijk aan te snijden, te weten de Heer Michaël Zeeman, voormalig Chef-Kunst bij de Volkskrant en hotemetoot in de literaire wereld. Zeeman en ik kennen elkaar niet, dat wil zeggen, hebben elkaar nooit gesproken, maar toch bestaat er een innige band tussen ons. Als ik Zeeman in de verte zie staan praten met Max Pam en mijn stemmetje over de Sarphatistraat klinkt: "Max, die meneer slaat vrouwen!", dan zie ik mijn man geagiteerd rondkijken en zich vervolgens met driftige pas verwijderen. Zomaar het gesprek
afgebroken...
Als ik mijn man op de Weteringschans tegenkom en hem begroet met een enthousiast "Hallo, kameraad!", wendt hij het hoofd af of de zwarte builenpest hem in eigen persoon tegemoet treedt. Gevoelens van warmte en dankbaarheid doortrekken mij in zo'n geval; waaraan heb ik zoveel oprechte afkeer verdiend?
't Begon allemaal met die keer dat ik een Mevrouw met een mitella tegenkwam op het Boekenbal. Ik heb niks met het Boekenbal en was te lui geweest om mijn voornemen in het kostuum van de Ku-Klux-Klan aan de arm van een sympathieke negerette te verschijnen - met op mijn rug de leuze "Wasserij de Winter wast witter!" - ik was te lui geweest om die knipoog te volvoeren. Ik verveelde me dus en raakte aan de praat met deze Eva Cossee, uitgever en zojuist echtgenote af van ene Michaël Zeeman.
Ik zag hoe treurig Mevrouw's vlerkje erbij hing en informeerde belangstellend naar de reden van haar blessure; een tennisarm misschien en de bal ook nog op het oog gekregen? Een overstekende lantaarnpaal? Enfin, Mevrouw's stem haperde even; Mannetje boos, mannetje losse handjes, mannetje boem! boem! boem!
Wie ben ik om wie ook te veroordelen? Wie zonder zonde is, inderdaad, hij werpe de eerste steen. Ik ben meestal niet zo onder de indruk van gebabbel over 'geweld binnen het huwelijk', misschien is een meneer die er flink op los ramt wel heel aantrekkelijk voor sommige dames. Ik keek naar het blauwe oog van Mevrouw Cossee, en dacht: "Vast een echte man, die Michaël!"
Gapend over tot de orde van de dag dus.
Een half jaar later verscheen Zeeman voor 't eerst op TV. Ik dacht, interviewen kan 'ie niet, maar hij spreekt z'n talen goed en slaagt erin iets deftigs met dat verkrampte lijf uit te stralen, iets van "Ik ben toevallig dus niet van de
straat". Spannend vond ik Zeeman's optreden niet, maar iedereen heeft het recht om saai te zijn, als ík maar niet hoef te kijken.
Toen verscheen het proza-debuut van Zeeman, "De Verduistering". Ton van Dijk had een artikel in Esquire geschreven waarin Zeeman was opgevoerd als een mandarijn met lange vingers die voor een tonnetje of acht aan antieke boeken achterover had gedrukt bij boekhandel De Tille in Leeuwarden en daarvoor achter tralies was
gezet, dat wil zeggen, in voor-arrest. Ik vond 't aardig dat iemand die zijn onschuld belijdt, debuteert met "De Verduistering". Bij Atheneum werd me verteld dat mijn persoontje erin voorkwam, als 'anti-semiet' natuurlijk en ook als 'dat impotent stuk Wassenaars vlees'.
God weet hoe impotent ik ben, al schijn ik me één keer te hebben voortgeplant.
Zeeman was vooral ontstemd over mijn dubieuze karakter en stelde daar als blijk van zijn innerlijke beschaving het verwijt van onmacht aan mijn adres tegenover.
Het eerste exemplaar van "De Verduistering" zou worden uitgereikt door de directeur TV van de VPRO, over wie Joyce Roodnat van NRC-Handelsblad mij net in het diepste vertrouwen had verteld dat de arme over slechts één testikel beschikte.
"Eén bal is geen bal", zei ik nog, maar ja, nu een zo verinnerlijkte functionaris zich met het boek bezig hield van iemand die de vrouwtjes graag door de lucht laat vliegen, was ik wel heel diep onder de indruk, want 't is niet iedere dag dat twee van zulke viriele mannen zich verkneukelen over jouw vermeende impotentie. Ik was ontroerd en al helemaal toen ik bij Volkskrant-criticus Kees Fens las dat 't hier 'een knap stuk werk' van zijn Chef Zeeman betrof.
Ik dacht: "Wel! wel! wel!" en besloot mijn bewondering voor Zeeman in daden om te zetten door het oprichten van een Fonds waaraan ik m'n eigen gironummer zou verbinden, "Het Michaël Zeeman-Fonds voor gevallen vrouw'tjes". Die naam prijkte voortaan op de titelrol van m'n films en TV-programma's en bij iedere door mij aangerichte premíere liepen de dames van het Fonds rond, met een collectebus, een blauw oog, een smartelijke uitdrukking en soms een mitella. Ach, Michaël slaat 't liefst weerloze vrouwen in elkaar, treurwilgjes van middelbare leeftijd die o zo graag nog één keer gestreeld zouden worden door de eeltige handen van de meester. Ik vertoonde de dames ook op TV en duizenden guldens stroomden binnen op mijn giro-nummer 3151174.
Toen kwam er een bundel stukjes van mij uit onder de naam "Sla ik mijn vrouw wel hard genoeg?" Ik dacht, leuk, een advertentie voor twee dagen op de voorkant van de Volkskrant, als blijk van respect voor de geweldenaar, dus de tekst luidde: "Sla ik mijn vrouw wel hard genoeg?", een ode aan Michaël Zeeman door Theo van Gogh, nu verkrijgbaar in de boekhandel", geboekt voor woensdag- en donderdagmorgen op de voorpagina.
Die woensdagmorgen werd ik gebeld door een meneer van de afdeling letteren van de Volkskrant, die op sombere toon 'een complot' vermoedde. 't Is inderdaad schandalig dat niet iedereen bij Advertentieën van de Perscombinatie van Michaël Zeeman heeft gehoord. Hoe kán dat nou toch? Maar er was geen complot, het meisje dat mijn advertentie had aangenomen wist van de prins geen kwaad. Ik evenmin. Dat probeerde ik nog uit te leggen aan hoofdredacteur Pieter Broertjes, die mij later die dag met overslaande stem toevoegde: "Altijd dat gedonder met jou!" De advertentie van Donderdagmorgen werd niet geplaatst en ik hoefde niets te betalen. Michaël Zeeman was voor twee weken met ziekteverlof gegaan, nadat 'ie die morgen nietsvermoedend op de redactie het geval onder ogen had gekregen.
"In m'n eigen krant!" schijnt 'ie nog te hebben geroepen.
Een kunstenaar - en zo ziet Zeeman zichzelf - moet lijden.
Laatst sprak ik Pieter Broertjes in een restaurant. Hij was in gezelschap van Sytze van der Zee en een hotemetoot van de Perscombinatie en vertelde onder toenemende hilariteit dat Zeeman zich op de morgen van de advertentie aan zijn bureau had vervoegd en in huilen was uitgebarsten. "'t Is lang geleden dat ik zo gelachen heb", zei de hoofdredacteur.
"Ik hoop dat je een zakdoek voor 'm had", zei ik en moest denken aan mijn ontslag bij HP/de Tijd, waarvoor ik vroeger stukjes schreef op de laatste pagina.
Toen Zeeman zich in een onderhoud met dat blad had laten ontvallen "De eenzijdige verliefdheid ken ik niet" en ik in mijn onschuld me op papier daarover een aardige kwinkslag permitteerde, werd mijn column niet afgedrukt, want de toen net aangetreden hoofdredacteur van HP/de Tijd, Bert Vuijsje, was al even deftig als de heer Zeeman en verklaarde dat 'de kloof' tussen mij en zijn blad 'te groot' was geworden. Hij voegde hier aan toe: "'t Lijkt mij een blijk van beschaving om Theo van Gogh niet te woord te staan."
En dat is 't mooie van het gedruis rondom Zeeman; je hoort voortdurend mensen die zich er op beroepen dat ze 'beschaafd' zijn, net zo beschaafd als Michaël.
Ik was m'n column kwijt omdat ik 't gewaagd had de deftigheid van Michaël onder de loupe te nemen. Joost Zwagerman zag z'n bijdrage over Zeeman niet geplaatst in de Volkskrant, want 't schijnt dat de enige die medewerkers van die krant in de eigen colommen aan mag vallen, Michaël Zeeman heet. Nou ja, al die verduistering van andersmans' mening, al dat handje-klap van deftige dames en heren die bang zijn voor de Heer Zeeman, 't is curieus om naar te kijken.
Als HP/de Tijd een omslagverhaal over Zeeman afdrukt, waarbij wordt beloofd dat voor- en tegenstanders van de mandarijn aan het woord zullen komen, wordt er zelfs niet gerefereerd aan 's mans' boekendiefstal, toch één van z'n heldendaden. De krabbelaar die dat portret van Zeeman in elkaar flanste, schijnt maandenlang over zijn opdracht te hebben gedaan, bevreesd om de boven-hem-gestelden te mishagen.
Stijn Aerden gaat 't vast heel ver brengen.
Doorgaans heb ik niet veel plezier in de publicitaire begeleiding van de door mij uitverkoren domkoppen, maar in dit geval hoop ik tot in lengte van jaren mijn goede werken te mogen blijven voltrekken. Wie ben ik dat een zo verheven taak op mijn pad kwam en wie ben ik dat ik telkens weer tintelend van vreugde mijn eerbied voor Michaël uit mag dragen?
Woorden schieten tekort.
't Aardige is ook dat Zeeman niets terug kan doen, omdat hij, als man van de letteren, zich nu eenmaal ver boven mij verheven voelt en zeker niet zou willen afdalen tot mijn niveau.
In Hilversum ben ik mede-eigenaar van een productiebedrijf dat de Storms-factory heet en dat gevestigd is in een wulpse villa aan de Insulindeweg. Het gelukkige toeval wil dat onze tuin grenst aan de grond waarop de VPRO-burelen zijn verrezen. Bedoeling is dat wij vele kostelijke bomen zullen laten omzagen om onze zakken te vullen met een nieuw, foei-lelijk gebouw. Daartoe hebben we een ambtenaar omgekocht die het bestemmingsplan heeft gewijzigd. Maar voorlopig kwinkelieren de gevederde vrienden nog in de takken.
Daar gaat spoedig verandering in komen, althans, voor een paar uur per dag. Binnenkort zullen er luidsprekers verrijzen die namens Het Michaël Zeeman-fonds voor gevallen vrouw'tjes boodschappen naar de VPRO-medewerkers zullen doen uitgaan, ongeveer zoals er ook luidsprekers staan op de grens van Noord- en Zuid-Korea. Ik denk aan het geluid van klapjes, gevolgd door hartverscheurend huilen en een koor van middelbare maagden dat met een snik een hymne aanheft: "Michaël!, Michaël!"
En dat alles van twaalf tot drie, gevolgd door een nachtelijke herhaling.
U hebt gelijk als U zegt dat dit alles niets met de oorlog der ideeën te maken heeft, maar ja, ik kom uit een tijd dat het persoonlijke nog politiek heette te zijn. Mocht er een verslag van deze avond in de Volkskrant verschijnen, kijk
dan even of de dames van Het Michaël Zeeman-fonds genoemd worden. Wedden van niet?
De dames van Het Michaël Zeeman-fonds hebben tijd gevonden om voor deze feestelijke gelegenheid met hun collectebus rond te gaan. Geef ruimhartig, want PC is wel een grijpstuiver waard. Dat Zeeman uiteindelijk weigerde om gastredacteur van dit verheven blad te worden, toont eens temeer hoe zalig de onnozelen zijn van geest. En mocht U dadelijk nog naar Carré willen; bombardementen gaan voorbij en het loeiende geweten van artiesten die wat op de lijken van Kosovo staan te dansen, is geen stuiver waard. Maar als U PC verloren laat gaan, zucht iedereen dat de wereld wéér een stukje saaier is geworden.
Dank U wel.



Theo van Gogh


Inhoud | Recreatie | U Schreef| Archief | Service
Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug!