 |
Dames en Heren,
Vanavond is hier verderop in Carré
nog een feestje met een goed doel, namelijk het ontlasten van het
geweten van de grote denkers Herman van Veen en Freek de Jonge. Met
hun gegalm nog in de oren, zou ik zeggen "Geef een oorlog een
kans!" en laat òns vooral niet gebukt gaan onder de
lijdende mensheid, maar ons beperken tot het redden van het meest
nobele dat het decadente, nihilistische Vrije Westen de wereld te
bieden heeft, te weten Propria Cures.
En voor de gelegenheid dacht ik eens een fris lijk aan te snijden, te
weten de Heer Michaël Zeeman, voormalig Chef-Kunst bij de
Volkskrant en hotemetoot in de literaire wereld. Zeeman en ik kennen
elkaar niet, dat wil zeggen, hebben elkaar nooit gesproken, maar toch
bestaat er een innige band tussen ons. Als ik Zeeman in de verte zie
staan praten met Max Pam en mijn stemmetje over de Sarphatistraat
klinkt: "Max, die meneer slaat vrouwen!", dan zie ik mijn
man geagiteerd rondkijken en zich vervolgens met driftige pas
verwijderen. Zomaar het gesprek
afgebroken...
Als ik mijn man op de Weteringschans tegenkom en hem begroet met een
enthousiast "Hallo, kameraad!", wendt hij het hoofd af of de
zwarte builenpest hem in eigen persoon tegemoet treedt. Gevoelens van
warmte en dankbaarheid doortrekken mij in zo'n geval; waaraan heb ik
zoveel oprechte afkeer verdiend?
't Begon allemaal met die keer dat ik een Mevrouw met een mitella
tegenkwam op het Boekenbal. Ik heb niks met het Boekenbal en was te
lui geweest om mijn voornemen in het kostuum van de Ku-Klux-Klan aan
de arm van een sympathieke negerette te verschijnen - met op mijn rug
de leuze "Wasserij de Winter wast witter!" - ik was te lui
geweest om die knipoog te volvoeren. Ik verveelde me dus en raakte aan
de praat met deze Eva Cossee, uitgever en zojuist echtgenote af van
ene Michaël Zeeman.
Ik zag hoe treurig Mevrouw's vlerkje erbij hing en informeerde
belangstellend naar de reden van haar blessure; een tennisarm
misschien en de bal ook nog op het oog gekregen? Een overstekende
lantaarnpaal? Enfin, Mevrouw's stem haperde even; Mannetje boos,
mannetje losse handjes, mannetje boem! boem! boem!
Wie ben ik om wie ook te veroordelen? Wie zonder zonde is, inderdaad,
hij werpe de eerste steen. Ik ben meestal niet zo onder de indruk van
gebabbel over 'geweld binnen het huwelijk', misschien is een meneer
die er flink op los ramt wel heel aantrekkelijk voor sommige dames. Ik
keek naar het blauwe oog van Mevrouw Cossee, en dacht: "Vast een
echte man, die Michaël!"
Gapend over tot de orde van de dag dus.
Een half jaar later verscheen Zeeman voor 't eerst op TV. Ik dacht,
interviewen kan 'ie niet, maar hij spreekt z'n talen goed en slaagt
erin iets deftigs met dat verkrampte lijf uit te stralen, iets van "Ik
ben toevallig dus niet van de
straat". Spannend vond ik Zeeman's optreden niet, maar iedereen
heeft het recht om saai te zijn, als ík maar niet hoef te
kijken.
Toen verscheen het proza-debuut van Zeeman, "De Verduistering".
Ton van Dijk had een artikel in Esquire geschreven waarin Zeeman was
opgevoerd als een mandarijn met lange vingers die voor een tonnetje of
acht aan antieke boeken achterover had gedrukt bij boekhandel De Tille
in Leeuwarden en daarvoor achter tralies was
gezet, dat wil zeggen, in voor-arrest. Ik vond 't aardig dat iemand
die zijn onschuld belijdt, debuteert met "De Verduistering".
Bij Atheneum werd me verteld dat mijn persoontje erin voorkwam, als
'anti-semiet' natuurlijk en ook als 'dat impotent stuk Wassenaars
vlees'.
God weet hoe impotent ik ben, al schijn ik me één keer
te hebben voortgeplant.
Zeeman was vooral ontstemd over mijn dubieuze karakter en stelde daar
als blijk van zijn innerlijke beschaving het verwijt van onmacht aan
mijn adres tegenover.
Het eerste exemplaar van "De Verduistering" zou worden
uitgereikt door de directeur TV van de VPRO, over wie Joyce Roodnat
van NRC-Handelsblad mij net in het diepste vertrouwen had verteld dat
de arme over slechts één testikel beschikte.
"Eén bal is geen bal", zei ik nog, maar ja, nu een
zo verinnerlijkte functionaris zich met het boek bezig hield van
iemand die de vrouwtjes graag door de lucht laat vliegen, was ik wel
heel diep onder de indruk, want 't is niet iedere dag dat twee van
zulke viriele mannen zich verkneukelen over jouw vermeende impotentie.
Ik was ontroerd en al helemaal toen ik bij Volkskrant-criticus Kees
Fens las dat 't hier 'een knap stuk werk' van zijn Chef Zeeman betrof.
Ik dacht: "Wel! wel! wel!" en besloot mijn bewondering voor
Zeeman in daden om te zetten door het oprichten van een Fonds waaraan
ik m'n eigen gironummer zou verbinden, "Het Michaël
Zeeman-Fonds voor gevallen vrouw'tjes". Die naam prijkte voortaan
op de titelrol van m'n films en TV-programma's en bij iedere door mij
aangerichte premíere liepen de dames van het Fonds rond, met
een collectebus, een blauw oog, een smartelijke uitdrukking en soms
een mitella. Ach, Michaël slaat 't liefst weerloze vrouwen in
elkaar, treurwilgjes van middelbare leeftijd die o zo graag nog één
keer gestreeld zouden worden door de eeltige handen van de meester. Ik
vertoonde de dames ook op TV en duizenden guldens stroomden binnen op
mijn giro-nummer 3151174.
Toen kwam er een bundel stukjes van mij uit onder de naam "Sla
ik mijn vrouw wel hard genoeg?" Ik dacht, leuk, een advertentie
voor twee dagen op de voorkant van de Volkskrant, als blijk van
respect voor de geweldenaar, dus de tekst luidde: "Sla ik mijn
vrouw wel hard genoeg?", een ode aan Michaël Zeeman door
Theo van Gogh, nu verkrijgbaar in de boekhandel", geboekt voor
woensdag- en donderdagmorgen op de voorpagina.
Die woensdagmorgen werd ik gebeld door een meneer van de afdeling
letteren van de Volkskrant, die op sombere toon 'een complot'
vermoedde. 't Is inderdaad schandalig dat niet iedereen bij
Advertentieën van de Perscombinatie van Michaël Zeeman heeft
gehoord. Hoe kán dat nou toch? Maar er was geen complot, het
meisje dat mijn advertentie had aangenomen wist van de prins geen
kwaad. Ik evenmin. Dat probeerde ik nog uit te leggen aan
hoofdredacteur Pieter Broertjes, die mij later die dag met overslaande
stem toevoegde: "Altijd dat gedonder met jou!" De
advertentie van Donderdagmorgen werd niet geplaatst en ik hoefde niets
te betalen. Michaël Zeeman was voor twee weken met ziekteverlof
gegaan, nadat 'ie die morgen nietsvermoedend op de redactie het geval
onder ogen had gekregen.
"In m'n eigen krant!" schijnt 'ie nog te hebben geroepen.
Een kunstenaar - en zo ziet Zeeman zichzelf - moet lijden.
Laatst sprak ik Pieter Broertjes in een restaurant. Hij was in
gezelschap van Sytze van der Zee en een hotemetoot van de
Perscombinatie en vertelde onder toenemende hilariteit dat Zeeman zich
op de morgen van de advertentie aan zijn bureau had vervoegd en in
huilen was uitgebarsten. "'t Is lang geleden dat ik zo gelachen
heb", zei de hoofdredacteur.
"Ik hoop dat je een zakdoek voor 'm had", zei ik en moest
denken aan mijn ontslag bij HP/de Tijd, waarvoor ik vroeger stukjes
schreef op de laatste pagina.
Toen Zeeman zich in een onderhoud met dat blad had laten ontvallen "De
eenzijdige verliefdheid ken ik niet" en ik in mijn onschuld me op
papier daarover een aardige kwinkslag permitteerde, werd mijn column
niet afgedrukt, want de toen net aangetreden hoofdredacteur van HP/de
Tijd, Bert Vuijsje, was al even deftig als de heer Zeeman en
verklaarde dat 'de kloof' tussen mij en zijn blad 'te groot' was
geworden. Hij voegde hier aan toe: "'t Lijkt mij een blijk van
beschaving om Theo van Gogh niet te woord te staan."
En dat is 't mooie van het gedruis rondom Zeeman; je hoort
voortdurend mensen die zich er op beroepen dat ze 'beschaafd' zijn,
net zo beschaafd als Michaël.
Ik was m'n column kwijt omdat ik 't gewaagd had de deftigheid van
Michaël onder de loupe te nemen. Joost Zwagerman zag z'n bijdrage
over Zeeman niet geplaatst in de Volkskrant, want 't schijnt dat de
enige die medewerkers van die krant in de eigen colommen aan mag
vallen, Michaël Zeeman heet. Nou ja, al die verduistering van
andersmans' mening, al dat handje-klap van deftige dames en heren die
bang zijn voor de Heer Zeeman, 't is curieus om naar te kijken.
Als HP/de Tijd een omslagverhaal over Zeeman afdrukt, waarbij wordt
beloofd dat voor- en tegenstanders van de mandarijn aan het woord
zullen komen, wordt er zelfs niet gerefereerd aan 's mans'
boekendiefstal, toch één van z'n heldendaden. De
krabbelaar die dat portret van Zeeman in elkaar flanste, schijnt
maandenlang over zijn opdracht te hebben gedaan, bevreesd om de
boven-hem-gestelden te mishagen.
Stijn Aerden gaat 't vast heel ver brengen.
Doorgaans heb ik niet veel plezier in de publicitaire begeleiding van
de door mij uitverkoren domkoppen, maar in dit geval hoop ik tot in
lengte van jaren mijn goede werken te mogen blijven voltrekken. Wie
ben ik dat een zo verheven taak op mijn pad kwam en wie ben ik dat ik
telkens weer tintelend van vreugde mijn eerbied voor Michaël uit
mag dragen?
Woorden schieten tekort.
't Aardige is ook dat Zeeman niets terug kan doen, omdat hij, als man
van de letteren, zich nu eenmaal ver boven mij verheven voelt en zeker
niet zou willen afdalen tot mijn niveau.
In Hilversum ben ik mede-eigenaar van een productiebedrijf dat de
Storms-factory heet en dat gevestigd is in een wulpse villa aan de
Insulindeweg. Het gelukkige toeval wil dat onze tuin grenst aan de
grond waarop de VPRO-burelen zijn verrezen. Bedoeling is dat wij vele
kostelijke bomen zullen laten omzagen om onze zakken te vullen met een
nieuw, foei-lelijk gebouw. Daartoe hebben we een ambtenaar omgekocht
die het bestemmingsplan heeft gewijzigd. Maar voorlopig kwinkelieren
de gevederde vrienden nog in de takken.
Daar gaat spoedig verandering in komen, althans, voor een paar uur
per dag. Binnenkort zullen er luidsprekers verrijzen die namens Het
Michaël Zeeman-fonds voor gevallen vrouw'tjes boodschappen naar
de VPRO-medewerkers zullen doen uitgaan, ongeveer zoals er ook
luidsprekers staan op de grens van Noord- en Zuid-Korea. Ik denk aan
het geluid van klapjes, gevolgd door hartverscheurend huilen en een
koor van middelbare maagden dat met een snik een hymne aanheft: "Michaël!,
Michaël!"
En dat alles van twaalf tot drie, gevolgd door een nachtelijke
herhaling.
U hebt gelijk als U zegt dat dit alles niets met de oorlog der ideeën
te maken heeft, maar ja, ik kom uit een tijd dat het persoonlijke nog
politiek heette te zijn. Mocht er een verslag van deze avond in de
Volkskrant verschijnen, kijk
dan even of de dames van Het Michaël Zeeman-fonds genoemd
worden. Wedden van niet?
De dames van Het Michaël Zeeman-fonds hebben tijd gevonden om
voor deze feestelijke gelegenheid met hun collectebus rond te gaan.
Geef ruimhartig, want PC is wel een grijpstuiver waard. Dat Zeeman
uiteindelijk weigerde om gastredacteur van dit verheven blad te
worden, toont eens temeer hoe zalig de onnozelen zijn van geest. En
mocht U dadelijk nog naar Carré willen; bombardementen gaan
voorbij en het loeiende geweten van artiesten die wat op de lijken van
Kosovo staan te dansen, is geen stuiver waard. Maar als U PC verloren
laat gaan, zucht iedereen dat de wereld wéér een stukje
saaier is geworden.
Dank U wel.

|