{short description of image}


Ditjes & Datjes




'In NRC-Handelsblad van 19 Februari schrijft H. Brandt Corstius: "Misdadigheid is een sociaal verschijnsel. De definitie van misdaad wordt opgesteld door mensen met macht en overtreden door mensen zonder macht."
Degenen die Meindert Tjoelker doodtrapten deden daarmee immers alleen maar misdadig "omdat Wim Kok, Cor Boonstra en andere mensen met macht dat nu eenmaal zo gedefinieerd hebben." Prachtig: premier Kok hoeft nu dus niet meer "met lege handen te staan" tegenover een daad als onderhavige, gepleegd door "mensen zonder macht." Laat hij met Boonstra enz. afspreken voortaan te definiëren dat doodtrappen geen misdaad meer is, en het probleem is de wereld uit! Het ei van Brandt Corstius.
En die domme Buikhuizen maar denken dat je best eens kon onderzoeken of zulk doodtrappen wellicht enigerlei storing in hersenen of hormonen hebben. Welnee toch! 't Zit niet in hun genen, en zelfs niet in hun opvoeding, maar in Kok en Boonstra.'
Was getekend C.W. Rietdijk, natuurkundige en zogeheten 'cultuurfilosoof' te Bloemendaal. Waarom zou de kwaliteitscourant dit ingezonden kattebelletje toch niet hebben geplaatst? Zou de redactie van NRC-Handelsblad mèt de Leider van het naoorlogs Verzet menen dat Buikhuizen inderdaad een misdadiger was, die 't verdiende kapot geschreven te worden door het gepeupel van Vrij Nederland? Of zou de ingezonden brievenredactrice van NRC-Handelsblad in haar ondoorgrondelijke wijsheid menen dat Brandt Corstius' ongelijk zo evident is dat Rietdijk's mening oninteressant is geworden? Ach, 't is fascinerend om te zien hoe de oude dinosaurussen zich nog één keer oprichten.
In dat verband was 't ook zo aardig om verleden week het omslagverhaal van HP/De Tijd te lezen, over Michaël Zeeman. Zoals bekend moest bij het aantreden van de grote denker Bert Vuijsje - zich noemend 'hoofdredacteur' van dat blaadje - een columnist, wiens naam me nu even is ontschoten, weg vanwege een stukje over de losse handjes van meneer Zeeman. Bert is nu eenmaal bevriend met Michaël en dat had Stijn Aerden, die pas vier maanden geleden de opdracht kreeg om het verhaal te schrijven, zich goed in de oren geknoopt. Vandaar dat in zijn hele artikel zelfs zonder waardeoordeel geen vermelding stond van journalistiek gesproken toch interessante feitjes als meneer Zeeman's verblijf achter tralies wegens het ontvreemden van boeken en de klacht die de voormalige Mevrouw Zeeman wegens geweldpleging tegen haar echtgenoot indiende. Stijn Aerden is het levende bewijs waartoe zelfcensuur leidt en komt de eer toe zelfs niet de moeite te hebben genomen één en ander in een eerste versie van zijn portret op te tekenen.
Meneer Vuijsje zal tevreden zijn geweest en heroverweegt thans het ontslag dat Aerden als de saaiste columnist van de grachtengordel bij HP/De Tijd was aangezegd. Mij verwondert dat gesjoemel met de feiten, of moet ik zeggen 'deze triomf van inferieure journalistiek' in het geheel niet, omdat ik weet dat meneer Vuijsje's ideaal van de krant van z'n dromen nu eenmaal de oude Pravda is. Toch heb ik weleens gehoord dat ook bij HP/de Tijd een eindredactie schijnt te zijn.
't Is vermakelijk om te zien hoe ver de tentakels van meneer Zeeman reiken.
Stijn Aerden, die aanvankelijk helemaal niet blij was met de opdracht, heeft zich de juiste butler betoond en gaat 't vast nog ver brengen. HP/de Tijd-medewerker Tom Kellerhuis vroeg me deze week om mee te doen aan de naar zijn zeggen 'gevreesde' honderd-vragen-rubriek. Eén voorwaarde; ik mag 't maar één keer hebben over meneer Vuijsje. Ik word een oude man; ik dacht altijd dat de interviewer vragen voorlegt en netjes opschrijft wat er gezegd wordt, niet meer, niet minder en dat hij zich niet bemoeit met wat de ondervraagde meent, denkt te moeten menen of van oordeel is. Kellerhuis is een lieve jongen met een stevig drankprobleem die nog een probleempje heeft met de vraag of 'ie nu op jongens of meisjes valt. Nix aan te doen. Vuijsje voelt zich verbonden met Kellerhuis' zwetende aanwezigheid en probeert hem - achter de schermen - scherp bedoelde vragen in te fluisteren. Wat zou meneer Vuijsje van mij willen weten dat ik niet over hem mag zeggen?
Ik zie het kerkhof voor me van de verdrietige meisjes ter HP-redactie, de verloren liefdes, de verloren idealen, de opwaaiende zomerjurkjes waaronder spataderen, de bittere mondhoeken van dartele prinsessen in de overgang. Zou iemand van de mutsjes gedurfd hebben zich hardop af te vragen: "Waarom lees ik niet dat Zeeman z'n vrouwtjes hoogst literair in elkaar slaat?"
Zou meneer Vuijsje ook slaan?
Mijn gedachten gaan in het bijzonder uit naar de Adjunct, Henk Steenhuis, die wel beter weet maar zijn mondje niet durft open te doen. Zal HP/de Tijd nog bestaan als meneer Vuijsje aan zijn pensioen toe is waarnaar zo reikhalzend wordt uitgekeken door de sympathieke medewerkers?
Ik ontsteek een kaarsje.



Theo van Gogh


Inhoud | Recreatie | U Schreef| Archief | Service
Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug!