 |
Ergens moet nog een filmpje liggen,
bij mij thuis opgenomen, van de heren Karel van het Reve en Max Pam.
Ze spelen een dialoog uit "De Avonden", over
kaalhoofdigheid, waarbij 't mij aardig voorkwam dat Pam als Karel zelf
ook kaal is.
Als je 't zo leest, klinkt dat flauw, maar 't was leuk, meen ik me te
herinneren. Het geval werd gebruikt voor een door Het Parool
georganiseerde avond in Paradiso waarbij 'het Reve-genootschap' of
zoiets werd opgericht. Karel was zichzelf, dat wil zeggen, de al zo
vaak gesarde grote broer die zich met enige berusting liet treiteren.
Je dacht: "Zo zal 't wel geweest zijn."
Ik heb Karel een paar keer ontmoet en was een beetje beducht voor
zoveel brille en intellect. Hij speelde met Maarten Biesheuvel rechter
in de film "Loos", waarbij de edelachtbaren papieren steken
vouwden van kranten en die vervolgens als een vliegtuigje loslieten,
dit alles in slow-motion. Door een ongelukkig toeval kwam Karel 's
morgens om kwart voor zeven aan in het paleis van Justitie te Den Haag
en was 's avonds kwart voor zeven pas aan de beurt voor de camera.
"Jij weet niet wat je doet", zei de professor korzelig.
Profetische woorden.
"Ik begrijp er niets van", zei Karel na afloop van de
eerste vertoning.
Ik heb Karel een ook een aantal malen meegemaakt, bij het
radio-programma "De Tafel van Pam. Hij vertelde mooi over Theun
de Vries, het CPN-kanon onder de streekromanschrijvers, die hem na
jarenlange scheldpartijen gebeld had:
"Wij moeten toch eens praten. Kunnen wij niet weer eens met
elkaar omgaan?"
"Ik zei: 'Ja hoor'", zei Karel: "Maar toen schoot me
te binnen... 'Theun, waarom heb jij beweerd dat mijn vader voor de
Gestapo werkte?'
'Verkeerd geïnformeerd', zei Theun."
"Verkeerd geïnformeerd", herhaalde Karel en keek
hierbij zeer ironisch.
Ik zou hem ondervragen voor "Een Prettig Gesprek",
zaterdagmorgen om tien uur. Hij was komen lopen van Amsterdam Zuid
naar de TV-studio bij het Rembrandtsplein.
"Wou je geen taxi?"
"Ik loop liever", zei Karel.
"Ben jij nou anti-semiet of niet?", liet professor zich
vlak voor opname achteloos ontvallen.
"'t Staat in de krant, dan zal 't wel waar wezen", zei ik.
Peinzend keek Karel me aan. Toen lachte 'ie z'n tanden bloot, als een
wolf.
Op verzoek las 'ie de beroemde overpeinzing voor over z'n eigen dood,
de tragiek van het niet meer kunnen ruiken van de zee en de
Komintern-agent die Egyptische sigaretten rokend in Huize Van het Reve
opdook, tijdens de jaren '30; onthoofd tijdens de bezetting en 'Wie
zal, als ik dood ben, aan hem denken?'
Ik vroeg Karel of 'ie van z'n broer hield.
"Ja!", zei de Hooggeleerde Broer zonder enige
terughoudendheid. Er gleed iets opgetogens over zijn gezicht. 't Leek
er sterk op dat hij meende wat 'ie zei.
Karel en Gerard hadden elkaar toen al zo'n twintig jaar niet
gesproken, viel te vrezen. Ik kreeg er een wee gevoel van.
"Wil je geen taxi naar huis?"
"Ik loop liever", zei Karel.
Kees van Kooten bedankte de overledene afgelopen Donderdag namens
zichzelf en het publiek in de Kleine Komedie. Ik hou er niet van als
Helden namens ons allen een veer in de kont krijgen, maar voor één
keer had ik er vrede mee.

|