 |
Omdat ik op Schiermonnikoog was om me namens
de firma Shooting Star en de VARA te verdiepen in een scenario en de
kelderrestanten van Hotel Van der Werff, kon 't gebeuren dat ik een jongeman
Van Rijckevorsel tegen het lijf liep die hier was vanwege een bruiloft van een
medewerker van Elsevier. Spreker verklaarde 'chef Binnenland' te zijn bij het
blad. Hij zei: "Het eerste deel van dat stuk laatst in NRC-Handelsblad
vond ik goed."
En zo gewerd mij de mare dat Hubert Smeets, commentator van de
kwaliteitscourant, niet ingenomen was met m'n bijdrage, twee weken terug. "Hubert vindt jou
een terrorist", aldus de Chef: "Jouw mening had nooit in deze vorm
gepubliceerd mogen worden. Hij was ook heel boos dat je Den Uyl 'roverhoofdman'
noemde en riep 'Ik tart hem om te bewijzen dat het land toen werd
uitgezogen.'"
Nu ja, 't is altijd prettig als de politiek-correcte gemeente aanstoot neemt
aan wat men zoals te berde brengt. Als Smeets zijn klassieken had gekend zou
'ie weten dat ik niemand minder dan de oude Heer Van Riel, VVD-senator,
aanhaalde.
Voor de jongere lezers, Van Riel was een opgewekte reactionair die gaarne
daartoe betaalde dames billenkoek gaf en die als mentor van Wiegel enige
invloed uitoefende. Halverwege de jaren '60 zei Anne Vondeling, toenmalig
Tweede Kamerfractievoorzitter van de PVDA, tijdens een debat over concessies
aan de Shell, refererend aan Van Riel: "t Stinkt hier naar olie".
Van Riel, nooit te beroerd om een negentiende-eeuwse toon aan te slaan als 't
het canaille van de vrije pers betrof, schreef het Handelsblad naar aanleiding
van een verslag over zijn lobbyactiviteiten voor de oliemaatschappijen dat
"Uw employeé" onverwijld 'buiten' diende te worden gegooid.
Een interessante man.
Heeft Smeets gelijk als 'ie mij 'tart' te bewijzen dat Den Uyl een ramp voor
het land was? De cijfers geven hem gelijk, want het kabinet dat dat van Den Uyl
opvolgde, Van Agt-Wiegel, zadelde de samenleving op met het grootste
financieringstekort ooit. Deskundigen zijn 't er niet over eens of zulks van
node was wegens toezeggingen gedaan door de Voorganger. Zelf moet ik altijd
denken aan de rede die Den Uyl naar ik meen in '76 hield voor een gehoor van
werkgevers te Nijmegen. De grote padvinder hield de verzamelde kapitalisten
voor dat het doel van zijn kabinet op termijn was om de productiemiddelen te
nationaliseren. Zijn toespraak resulteerde in luid kabaal in de Telegraaf en
Elsevier en in de verzekering van menig aanwezige geen cent meer te zullen
investeren in het lieve vaderland. Miljarden vloeiden weg.
Dank U, meneer Den Uyl.
Mij ging 't vooral om de weg-met-ons-terreur die sinds Den Uyl het culturele
klimaat in zijn greep heeft gekregen. Alle rampspoed van de jaren '70 zoals
daar zijn de afschaffing van het onderwijs, het beroven van Suriname van haar
intellectuele bloem, het weggooien van miljarden Ontwikkelingshulp enzovoort,
enzovoort worden belichaamd in de doctorandus te Buitenveldert die grootse
visioenen van een nieuwe wereld schetste maar niet in staat bleek de naam van
z'n chauffeur te onthouden.
Eén keer per twee weken schrijft in datzelfde NRC-Handelsblad Sjoerd de
Jong een stukje over wat hem zoal dwars zit. De Jong noemde me naar aanleiding
van mijn bevindingen 'een Schandaal-profiteur' en betreurde 't zeer dat
'notabene in deze krant' PVDA-raadslid Fatima Elatik was omschreven als 'een
publieke slavin van de geitenneukers'. De Jong verweet mij bovendien
'verwarring' omtrent die term 'geitenneukers', want volgens hem is die van
toepassing op Turkse sluimernichten die de achterwaartse ontlading eerst
oefenen op de geit, alvorens homo te worden en later voor de buitenwereld te
trouwen. Maar nee, ik ontleende mijn wijsheid aan de overste Khomeiny, die in
een brochure mannen aanraadt de ongestelde, dus 'onreine' vrouw met geen vinger
aan te raken en hun nood te lenigen in het kameel of de geit. Ik bedoel maar,
hoe wonderlijk veelzijdig is de moslimcultuur.
Ik gun iedereen z'n tegenwerping, maar de vraag die hier aan de orde was,
luidde of je moet tolereren dat Marokkaanse jongeren onder invloed van getikte
imams poten rammen - een dagelijkse realiteit - of dat je dezelfde aanstoot
moet nemen aan christenen die eveneens beweren dat homoseksualiteit 'een
ziekte' is. 't Moge bekend worden verondersteld dat ik-zei-de-gek van mening is
dat juist de totalitairen onder ons het volste recht hebben hun abjecte
meninkjes in volle glorie naar voren te brengen.
Smeets zou mij 't liefst vermoedelijk via de rechter de mond snoeren, maar
zulks zou een hoop heisa geven en mij in de onvermijdelijke publiciteit
daaromheen gelegenheid geven nogmaals mijn bezwaren tegen uitwassen van de
islam te ventileren. Ach, mag ik nog maar lang een steen des aanstoots wezen
voor hogepriesters van de nieuwe Ongelijkheid als Hubert.
Smeets is dan ook gevormd bij de progressieve dorpspomp van de jaren '70, toen
Amerika de grote vijand was en Pol Pot 't beste voorhad met 'de mensen'. De
meest pittoreske anekdote die over hem tot mij kwam, was die waarin hij zijn
geliefde, ik meen André van Es, verloor aan een ferm geschapen neger.
Mevrouw ging een verdieping hoger wonen en de arme Hubert moest nachtenlang
horen hoe de WC wel vijf keer werd doorgetrokken; net als toen hij nog de
Eeuwige Beweging mocht volvoeren in het vrouwtje.
Als ik Smeets op AT 5 zie knipperen alvorens aan weer een onbegrijpelijk betoog
te beginnen, of één van zijn hooggeleerde beschouwingen in
NRC-Handelsblad tot mij probeer te nemen, moet ik altijd glimlachen omdat ik
hem zie woelen in zijn bedje. En hoewel ik wel 'ns over hem gezegd heb: "t
Schijnt dat Hubert uiterst intelligent is, maar jammer genoeg valt dat niet te
lezen", kon ik niet meer doen dan m'n schouders ophalen toen Van
Rijckevorsel vertelde: "Jij doet hem denken aan de
Baader-Meinhoff."
Baader en Meinhoff waren vroeger Smeets' helden, dus wie ben ik om zo'n
compliment uit onverwachte hoek niet grijnzend te incasseren. Waar 't op neer
komt is dat Frits Abrahams uit z'n duim mag zuigen dat Peter R. de Vries een
hetze heeft gevoerd tegen een Iraakse asielzoeker die verdacht werd van moord
en dat Hubert Smeets ondergetekende als een melaatse probeert voor te stellen;
dat Fatima Elatik niet mag worden tegen gesproken en dat Denemarken met z'n
strikte toelatingsbeleid niet als voorbeeld kan worden gezien, integendeel; en
dat je niet
mag zeggen dat de multiculturele samenleving ons als zegening is aangepraat
maar in de praktijk niet functioneert, althans niet zoals wenselijk ware; dat
een groot deel van de Marokkaanse jeugd onevenredig veel mensen terroriseert;
en dat 't aan grote denkers als diezelfde Smeets te danken is dat over dit
soort zaken geen debat kan worden gevoerd zonder dat de schaduw van 'racisme'
over deelnemers met een andere mening wordt gelegd. Ik vraag me wel 'ns af
waarom Smeets als scherpzinnig bekend staat, maar dat is natuurlijk wel heel
oneerbiedig. Laat ons nu dus lof zingen op grote mannen.

|