Iemand van de televisie had gebeld: "Of je even langs wilt komen. je moet vrijen met een meisje. Dat spelen we of op een tv dan filmen we dat je met haar verveeld op de bank zit te kijken naar hoe jullie vrijen."
Toch niks te doen.
Ze is niet wat je noemt 'cool', ze heeft een lichte snor, korte benen, sluik haar, te grote tandem maar o... wát een ogen. En ze kust zo gulzig, met een natte tong die jou de sensatie geeft door een koe begeerd te worden. De rooie lampjes op de camera's floepen uit en aan, aan en uit, en daar staan jullie, twee perfecte vreemden. O, wat is `t heerlijk om onbekenden te begeren alsof ze dé geliefden zijn, de liefsten van de wereld. Ogen dicht, kokhalzend de ondergang tegemoet en jij, jij kan wel huilen om al die jaren van alleenzijn en nooit verder te zijn gekomen dan de opgewektste verlatenheid. Zij, net als jij, uitgehongerd; zou ook zij vanmorgen nog genaaid zijn?
Waarom vraag je haar niet ten huwelijk?
De cameramensen giechelen, want wat is begonnen als grapje wordt bittere overgave. Vanwaar toch dat magische talent voor de verkeerde?
Ze woont in Geuzenveld.
Rooie lampen, een meisjeskamer. Ze zegt: "Ik ben blind aan één oog, maar met één oog kun je ook wel zien hoe verrot de wereld is... En ik durf je m'n borsten niet..."
Brandwonden.
`t Treft dat jij zo'n ruimdenkende minnaar bent.
Ze neemt jou in haar armen en `t is net of ze jouw zusje is met wie je het schandelijkste geheim deelt. Zij weet dingen die niemand van jou weet. Ze fluistert en lispelt, ze betovert jou met de zachtheid van haar huid, de onschuld van haar adem - tanden gepoetst met dezelfde tube die jouw zoon gebruikt - het raffinement van de kleine vamp in haar oogopslag die jou gek maakt.
Gek waarvan?
"Ik wil weten wat jij lekker vindt."
Denk jij dat de hemel bestaat?
"Ik vroeg jou wat jij lekker vindt..."
Alleen als jij meedoet. Ik denk dat jij... zeven bent.
En je vertelt haar van het jurkje.
De hese stem voor speciale gelegenheden: Hier een vlieg, daar wat schaduw. Ze schopt de bal met droge klappen tegen de muur. Stil is `t hier op de binnenplaats, en heet. Ver weg ruist loom de branding en gonzen duizenden stemmen...
Wat bromt die vlieg dichtbij hier
Als ze omhoog kijkt - omhoog langs dat blinde beton rondom naar het vierkant blauwe lucht - ziet ze een vliegtuig witte strepen trekken.
Waar blijft pappa?
Stappen als mokers; zijn lach dreunt en zijn handen wurgen alle kleine meisjes. Ze zijn alweer op bezoek bij de mevrouw Als pappa binnengaat moet zij buiten spelen met de bal. Wachtend op `t ijsje dat haar beloofd is als beloning voor zoveel schoppen. `Wat doe je daar pappa?'
`Pappa doet de boekhouding!'
Een uur, soms langer... dit is zondag sinds zij klein is. Ze zucht van verveling en hoort zijn stappen. Hij is zo om de hoek. Niet opkijken nu, doorschieten... Pappa wil z'n kleine meid verrassen met zijn hand op haar mond.
'Dief, ik heb je!'
`Héé, pappa!'
`t Doet maar even pijn.
Verdiept in haar bal hoorde ze de aarzeling niet in de stap van pappa's bespijkerde laarzen. Hij naderde haar op zijn tenen, cowboy met de zonnebril, en hield zijn adem in... Haar blauwe jurkje danste voor zijn ogen op en neer. Maar geen vinger die haar priemde ditmaal. Ze keek op en zag haar vragende mond in zijn donkere glazen weerspiegeld: "Pappa?"
Hoe vaak al niet verteld, hoe vaak al niet voorgedaan met stemmetje en al?
Zij kan er geen genoeg van krijgen.
De volgende avond, een toevallig bezoekje, want jij was toch even in de buurt - nietwaar? - heeft ze de blauwe jurk gekocht en haar stem is een stemmetje geworden dat pappa nooit meer loslaat. Ze vertelt dat ze uit Bloemendaal komt en vanaf haar vierde geweigerd heeft de stem ouder te laten worden: "En dat vonden pappie en mammie helemaal niet leuk, hoor!"
Haar ouders schaamden zich, want Eugénie bleef maar volharden. Op school wend ze uitgelachen en de meester maakte zich kwaad: "Doe nou `s gewooni" Stampvoetend in de blauwe jurk de klas uitgestuurd.
Het rapport van de geraadpleegde psychiater rept van `mentale groeistoornissen' en `onverwerkte gevoelens'. Op het internaat - "Jij mag pas weer thuis komen als je gewoon praat" - vaak geslagen vanwege de stem.
Maar de stem laat zich niet temmen. Zij is, en zal zijn, het kleine meisje in de blauwe jurk. Ze koopt witte kniekousen van het reisgeld dat ze heeft gekregen om komend weekend naar huis te komen. Ze heeft wel wat beters te doen; geeft zich staande tegen de muur van het fietsenhok aan liefhebbers van kleine meisjes, nu eens de bakker, dan weer de gymleraar.
Het kleine monster vraagt na iedere keer een lolly.
Poets jij je tanden wel?
"Nee pappie, er zijn heel vervelende meisjes bij ons op zaal en die willen niet dat ik mijn tanden poets!"
Het kleine meisje Eugénie is dertien inmiddels, maar anders praten, ho maar. Wat eerst gezien werd als `uitdagen' heet nu een `aberratie'. De klasgenoten mogen haar er niet mee pesten.
Dat stemmetje: "Ik weet best dat ik pappíe en mammie verdrietig maak, hoor!" Hierbij glimlacht ze en `t is alsof haar onschuld lang geleden al een sick joke was.
Ze hinkt nu met één been door de kamer.
"Wil jij verstoppertje spelen?"
Eén, twee, drie, vier... en dat tot en met tien en `Wie niet weg is, wordt gezie-hien!'
Jullie belanden op haar bed met de Jip & Janneke-sprei.
Klein meisje, waarom doe jij mij zoveel verdriet?
Tuitmondje: "Ik doe toch niks?!"
Nu wil ze de stad in en Been haar op jouw hoofd denkt eraan dat jij nu ook voor joker loopt. Ze trippelt aan jouw arm, pratend over de eendjes in de vijver ("Hoe maken die kindertjes, pappa?") en zonder mededogen als jij vraagt of 't wat minder kan. In het twee sterrenrestaurant bestelt ze kip met appelmoes. Er is geen weg terug en de ober haalt zijn schouders op. Ze gaat bij jou op schoot zitten.
De eigenaar van het restaurant: "'t Spijt me, maar er zijn mensen die last van u hebben, mevrouw .."
"Wie dan?" klinkt 't ijl.
"Daar zal ik u niet mee lastig vallen, mevrouw..."
"Pappa, gaan we naar de gevangenis?"
Nee hoor, lieverd.
De kleine meid wil nu naar buiten.
En dit alles met gefluisterde piepstem, liggend mast je op de Jip & Janneke-sprei. Haar armen voelen meer dan veilig, ze nodigen uit, maar 't mag niet, dít mag niet.
In haar paspoort, dat ze trots laat zien, staat: `28'.
Wie zou bedacht hebben dat haar stem in al z'n kinderlijkheid klinkt als die van een heerseres?
De heerseres wil met jou `kusjes geven' en jij gehoorzaamt haar maar al te graag. `Niet doen, pappie!' zegt ze en laat jou glimlachend begaan. Ze kust zo heerlijk dat jij van schrik even in haar tong bijt.
"Niet doen, pappa!"
`t Is een warme dag in oktober. Buiten geurt `t naar herfst, hier binnen spelen jullie met haar poppen. Soms krijgt een pop straf, Dorien bijvoorbeeld, `die nooit naar mij luisteren wil'. Gauw naar buiten en een pop gekocht - `ónze pop voortaan' en terug bij haar thuis met een stijve snel even op de we alvorens de kleine lieveling gelukkig te maken.
Een nacht om nooit te vergeten, maar niet dan nadat te hebben voorgelezen uit Het kleine huis op de prairie. Ze kent hele passages uit het hoofd. Zegt dat ze niet lezen kan.
Zou `t erg zijn om nagewezen te worden vanwege een getikte echtgenote?
Op dansles veertien dagen later fluistert ze in jouw oor: "Pappie, ik vind je lief!"
Nog nooit heeft ze zo geschift geklonken.
Haar kreetjes tijdens wat niet mag met kinderen klinken ièts te volwassen, een snort gegrom dat overgaat in janken als van een teef. Pappa voelt zich verslappen.
Ze oefent op geluidjes van de kleine en voortaan slaagt ze erin ook op de toppen van hartstocht zeven te zijn.
`t Is schandelijk.
Waar jullie ook komen, ze is het meisje in het verkeerde lichaam, met de stem van waanzin en jouw begerige verrader tussen je benen altijd op de loer.
Onmogelijk een zo onschuldig wezen te weerstaan.
Smeerpijp.
Samen naar Jerry Springer kijken die invoelend luistert naar huilende vrouwen die over hun stoute pappa vertellen. Ze giechelt. De blauwe jurk gaat alleen aan als ze naar jou verlangt, dat wil zeggen, dag in dag uit.
Alleen deze jurk mag.
Ontslagen dankzij haar; ze heeft de vrouw van jouw baas gebeld met de mededeling dat meneers overuren zich meestal niet op kantoor afspelen. Jij vermoedt dat vooral haar stem tot razernij heeft geleid bij de echtgenote.
Meestal thuis nu.
Niet vergeten Jip & Janneke-pleepapier te kopen, want, heeft ze gedreigd, `ik veeg anders m'n billen niet af, pappa!'
Bezorgde vrienden en vriendinnen twijfelen aan jouw verstandelijke vermogens. Maar hoe uit te leggen dat zij, jouw adembenemende prinses, slaapt met haar duim in de mond? Hoe te verklaren waarom zij in haar vrouwenlichaam jou voor altijd gevangen zal houden?
Kus haar, bemin haar, ze is alles wat jij ooit zocht. Als ze stout is, spreek haar bestraffend toe als een rechtvaardige vader, maar met pijn in het hart. De buren beginnen jullie te mijden. Ze horen nachtenlang de plaat van Beertje Pippeloen.
Soms springt de twijfel als een mes naar jouw keel en vraag jij je of waarom ze de kans heeft gekregen jou zo te gijzelen. "Als het nekje draait, draait het hoofdje mee", zegt ze filosofisch. "De vrouw is het nekje, de man het hoofd. Begrijp je, pappa?"
En dan giechelt ze: "Gaan we met het poppenhuis spelen?"
Ze is de heks van al jouw dromen.

Theo van Gogh


Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug
!
Inhoud | D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service