| Zoals de grote scenario-schrijver Hierboven soms
de pijn in het hart doet opsteken als een briesje over rimpelloos water, zo mag
ik graag kijken naar Tony Soprano, vooral als 'ie aan de psychiater probeert
uit te leggen dat 'ie van z'n moeder houdt en dat men over moeders niet zulke
schandalige gedachten mag hebben als zij, Mevrouw de psych, hem probeert in
fluisteren.
"'t Is een lief oud vrouwtje, zij heeft alles voor mij over
gehad..!"
Wij weten met hem wel beter natuurlijk. Het monster zal ook nu nog proberen hem
te doen vermoorden, vervuld als ze is van meest afzichtelijke haat, die van een
moeder jegens haar ongewenste kind. Als Tony gevraagd wordt om 'ns een leuk
voorval uit zijn jeugd te vertellen, komt 'ie niet verder dan een
schaterlachend opgediste anecdote over de dag dat z'n vader van een trap viel
nabij het strand: 'Wat hèbben we gelachen!...'
'He was a Saint!', horen en zien we Sopranos moeder steeds zeggen over haar
overleden echtgenoot, maar zelfs Tony geeft toe dat de oude heer bij leven
bepaaldelijk niet als een heilige werd behandeld. Wat Sopranos angsten
vreeswekkender maakt dan die van de meeste kijkers is het geweld waartoe zijn
moeder aanzet, want die razernij van de afgewezen zoon moet natuurlijk wel
ergens heen.
Of ga ik nu te ver?
Ik vraag 't me af. Soprano vermoordt mensen en houdt van z'n vrouw en
kinderen.
In m'n herinnering speelt een aflevering waarin de maffia-buurman wordt genood
om een spelletje golf mee te slaan tussen keurige Amerikanen die hem allemaal
als een soort wonder bekijken, want ieder is op de hoogte. Hij staat er
grijnzend ietwat verslagen bij, want hìj wil spelen, niet over werk
praten.
Er valt een hoop te lachen, maar zonder James Gandolfini die Soprano gestalte
en vooral violentie geeft, was de serie nooit zo goed geworden. In een
vraaggesprek op de DVD zegt de acteur dat Soprano niets dan rampen aanricht
omdat 'ie in wezen niet kan denken; de zwarte comedie zit hierin dat 'ie 't
beste voor heeft en alles verkankert, 'een restaurant van een vriend laat
opblazen om een aanslag op diens' leven te voorkomen.'
Als je Soprano vergelijkt met Jack Nicholson in "Prizzi's Honor",
toch ook een zwarte comedie over de maffia, is 'ie bedreigender. En ook
sukkeliger; niet aan je vrouw durven vertellen dat jouw psych een dame is en
jaloers zijn als zij, je echtgenote, een getikte pastoor in het logeerbed heeft
laten slapen. Gek.
Soprano's vrouw steelt mijn hart. Ze weet wat haar man doet, bidt tot God dat
ze niks hoeft te weten, houdt het gezin bijéén en is in al haar
kwetsbaarheid zo gruwelijk vrouwelijk. Edie Falco, wát een actrice.
Misschien is 't m'n peno-pauze dat ik zo geroerd raak door haar, of de zekere
wetenschap dat ik-zei-de-gek 't nooit tot een heus gezin heeft geschopt met een
vrouw die mijn misdaden van het hart vergeeft. Zou je in Nederland zo'n serie
voor TV kunnen maken? Vermoedelijk niet, want geen dramaturg van de publieken
en geen inkoper der commerciëlen accepteert dat de slechterik hoofdpersoon
is: "Het publiek wil zich niet identificeren met misdadigers."
Daarom zijn wij ten eeuwigen dage gedoemd te moeten genieten van Baantjer,
Luifel & Luifel en Spangen. 't Is net of Nederlands leven op het scherm een
soortement nachtmerrie van onwaarachtigheden is: jofele Amsterdammers, brave
negers, keurige Marokkanen, harten van goud, kleuterachtige functionarissen van
de Binnenlandse Veiligheid...
't Is een travestie. Ik schaam me hier te leven.
Theo van Gogh
Meer over The
Sopranos
 |