SeptemberStory
Ik had voor ogen om iets over mijn opa te vertellen.
Het laatste serieuze gesprek met mijn opa ging over de oorlog. Niet lang daarna
werd hij ziek en overleed hij. Ik was net zestien en over de oorlog wilde hij
best praten maar niet over de ziekte waar hij nu mee rondliep. Misschien was
hij al eenjaar ziek, hij zei er niets over en ik vroeg er ook niet naar. Toen
zag hij al behoorlijk geel. Ik had een gele opa die Nederlands sprak met een
Pools accent. Als hij niet in het ziekenhuis was opgenomen om kort daarna in
een klinisch kamertje te overlijden was onze familie er pas veel later
achter
gekomen dat hij werkelijk doodziek was. Dan was zo'n gênante situatie
ontstaan datje een foto in de krant ziet waarin een opgezwollen oude man met
gesloten ogen zijn lezers aankijkt. Daaronder: 'Blanke Overleveraar gevonden.
Dood. Geschatte leeftijd 70-90 jaar. Vrij geel gelaat. Wie herkent deze man of
het nummer op zijn arm'.
Mijn opa was veel kilo's afgevallen. Veel meer kilo's dan goed voor hem was.
Hij lachte niet om de situatie waarin we ons bevonden hoewel ik het vrij
komisch vond om over de oorlog te praten terwijl iedereen doodstil naar de
rabbijn luisterden die mijn rechts-radicale neef aan het trouwen was. Mijn neef
is een kolonist. Hij woont met wat andere kolonisten in een stacaravan net iets
voorbij de Israëlische grens. Het maakte mijn opa
weinig uit denk ik, hij had al van alles meegemaakt en het was niet de bruiloft
van zijn lievelingskleinzoon. Iedereen was netjes gekleed. Ik zag mannen in
eigen smoking, ik zag mannen in gehuurde smoking, in witte hemden zonder
stropdas. Vooral veel witte hemden met en zonder stropdas. De vrouwen zagen er
allemaal hetzelfde uit. Op niet-kolonistenbruiloftsfeesten zien juist de mannen
er vrijwel allemaal hetzelfde uit. De
meisjes en de vrouwen hadden allemaal een jurk tot aan de enkels. Een jurk met
net boven de enkels een sierlijk horizontaal streepje rondom. De meeste van die
jurken werden van kind op kind doorgegeven. Het streepje onderaan net boven de
enkels met daarboven de jurk en daarboven een bleek meisjes- of vrouwengezicht
verstopt onder een pruik, gekocht in dezelfde winkel als het hoedje. Net als
een stoelendans leek het of de jurken en de pruiken en de hoedjes bleven staan.
Alleen de bleke gezichtjes verschoven van jurk naar jurk.
Elke kolonistenbruiloft was eigenlijk hetzelfde. Elke keer kwamen er dezelfde
mensen en altijd werd op er op de dansvloer door de vrienden van de bruid en
bruidegom, tijdens het voorgerecht dat uit gefillte fisch bestond,
gedemonstreerd tegen het opgeven van de Golan-hoogvlakte aan die gekke
Arabieren. Zelf vond ik dat altijd een zeer gepast moment.
In elke gemeenschap dienen er indianenstrijders te zijn en dit waren onze
strijders. Ze waren goed gecamoufleerd, ze hadden baarden, en ze hadden wapens,
veel wapens. Ze hadden uzi's, M-16's en gewone automatische handwapens en die
droegen ze altijd bij zich. De zaal werd dan opgehitst door hossende kolonisten
met lichte en zware wapens om hun middel en grote spandoeken met daarop
zelfverzonnen leuzen als 'dood aan de Palestijnen' en 'nooit meer Auschwitz'.
Daarna kregen we soep.
Net voordat de trouwceremonie begon stond ik aan de geïmproviseerde bar.
Samen met mijn opa en wat van zijn kampvrienden. De laatste van zijn
kampvrienden want de laatste jaren was het groepje Overleveraars behoorlijk
uitgedund door dementie en door de dood. Aan de bar kon je van alles bestellen.
Alle soorten alcohol maar niet onder de 40%. Mijn opa rook uit zijn mond naar
40% en hoger. De Overleveraars trouwens ook. En ik ook. Op alle Joodse
bijeenkomsten, op vergaderingen, op Bar Mitsvahs, op bruiloften, op
besnijdenissen, bingoavonden, geheime logeontmoetingen en alle andere
bijeenkomsten waar vaak alleen joden werden toegelaten stond een
geïmproviseerde bar waar de Overleveraars zich stonden te bezatten. En hun
kleinzonen. De Overleveraars aan de geïmproviseerde bar kwamen vaak uit
het oosten van Europa. Polen, Oekraïne, Rusland.
Ze hadden vele kilometers aan verhalen te vertellen over waar ze vandaan kwamen
en hoe ze uiteindelijk hier verzeild waren geraakt. Vaak waren zij alles
kwijtgeraakt in de oorlog en toch stonden ze hier aan de geïmproviseerde
bar met hun kleinzonen. Na een paar whisky's kwam bij mij de gedachte op dat
zonder de oorlog en zonder alles kwijt te raken hadden de Overleveraars net zo
goed aan de geïmproviseerde bar gestaan.
Voor het altaar waren rijen stoelen opgezet. In visgraatmotief. Mijn opa en ik
zaten in het midden van een rij bijna achteraan. Wij hadden nog een glas 40%
plus meegenomen om tijdens de ceremonie niet te hoeven opstaan. Mijn opa dronk
een Slivovitsj. Zonder ijs. Een pools drankje van 96%. Mijn opa zei dat als hij
zijn drankje niet binnen een halfuur opdronk dat dan de inhoud van zijn glas
zou verdampen, zo sterk was dat spul. In Polen gebruikte ze Slivovitsj voor
veel meer dan alleen drinken. In elk goed Pools-Joods huishouden stonden dan
ook minstens drie flessen 96% en dat rook je ook. Ik dronk een whisky.
'Hoe vind je de ceremonie?' vroeg mijn opa.
'Ach, gaat wel,' zei ik, 'Ik heb niet zoveel met deze tak van de familie. Ik
had vandaag graag met mijn neef willen praten maar hij niet met mij. Hij zei
dat dat vandaag niet kon want dan zou hij niet rein zijn huwelijk intreden. Ik
begreep dat wel.'
'Weetje,' ging hij verder, 'weet je dat de moffen het leuk vonden
psychologische spelletjes met ons te spelen. Als ik je vertel dat ik
ondersteboven aan mijn armen werd opgehangen en mijn boeken voor mijn neus
werden verscheurd. De boeken die ik van mijn vader, jouw overgrootvader had
meegekregen om te ruilen voor eten of schoeisel. De schurftmoffen. Ik ben nog
teruggeweest naar de plek waar ik ondersteboven hing. Iemand die foto's aan het
maken was sprak mij daar aan. Het was een Duitser. Hij had een feloranje
gekleurde regenjas aan en nieuwe schoenen, van die witte gympen. Ik dacht eerst
dat het zo'n toerbegeleider was maar hij bleek een ander beroep te hebben. De
felgekleurde Duitser had een kruiswoordpuzzelwedstrijd gewonnen en vond drie
dagen na het blije telefoontje twee retourtickets Krakow in zijn brievenbus.
Zelf woonde hij in Görlitz, in Duitsland, zo'n 350 km verderop.
'Ik heb altijd veel over de oorlog gelezen' zei die man. 'Ik vind het
fascinerend allemaal, fascinerend.'
'Bent u hier een beetje bekend' vroeg hij. 'Een beetje' zei ik toen. 'Kan ik u
verder helpen?'
'Nou ik ben op zoek naar zo'n vertaalapparaatje, weet u. Zo'n koptelefoon
waardoor alles wordt uitgelegd wat hier is gebeurd en wat ze hier in de
toekomst gaan bouwen enzo.'
'Dat weet ik wel meneer, die kunt u daar aan de balie krijgen, achter die rij
mensen met fel gekleurde regenjassen aan, ziet u, en naast de frietkraam.'
'Ah ja, ik zie het al. Geweldig. Zeg mijnheer, kunt u toevallig voor mij geld
wisselen, dan hoef ik niet zo lang in de rij te staan, daar houd ik niet van
begrijpt u.
'Tuurlijk,' zei ik, 'dat begrijp ik. Hoeveel wilt u wisselen?'
'Twintig D-mark graag.'
'Ik denk dat ik dat net niet heb meneer, ik kom ongeveer één Mark
tekort.'
'Ach mijnheer, dat heb ik er best voor over om niet in de rij te hoeven staan,
het is prima zo.'
'Goed, wat u wilt.'
'Nou mijnheer, ik wil u hartelijk bedanken voor uw hulp.'
'Geen probleem' zei ik.
'Aufwiedersehen,' zei de vriendelijke feloranje Duitser nog, 'en nog een
prettige dag.'
'Ja. Danke, en u ook.'
Nadav Goldstoff
|