Soekoe soekoe waar zou die zijn
Of de krant de kluts kwijt is, was het discussiethema in de Rode Hoed. Oordeel zelf.

door Pamela Hemelrijk



Hij neemt er geen wóórd van terug, Folkert Jensma. Van het hoofdartikel dat op de dag van De Moord in de NRC prijkte, en waarin Pim Fortuyn over één kam werd geschoren met nazi-Duitsland. Hij zei het op vastberaden toon, als een verzetsstrijder die zelfs voor het vuurpeloton nog trouw blijft aan zijn idealen in het algemeen en de vrijheid van meningsuiting in het bijzonder. (Hoe die hoofdredacteuren van kwaliteitskranten, na alle politiek-correcte rimram waarmee ze andersdenkenden jaren hebben geterroriseerd, nu waarachtig kans hebben gezien zichzelf tot martelaar van de persvrijheid uit te roepen mag joost weten, maar het is ze gelukt. Ach, zo'n wonder is het ook eigenlijk niet; als je, zoals Jensma en Broertjes en hun andere PCM-kornuiten, min of meer het monopolie hebt op publiciteit, dan kan alles natuurlijk. Ook dit.)
Twee vragen drongen zich onmiddellijk op. De eerste luidt: als Folkert er werkelijk zo over denkt, waarom heeft hij dat hoofdartikel dan terstond na de moord ijlings van de NRC-website laten verwijderen? En de tweede: als Folkert er werkelijk zo over denkt, hoe verklaart hij dan het deftige artikel dat hij op 15 mei in de New York Times liet verschijnen, en waarin hij Fortuyn roemde om zijn helderheid, overredingskracht, charisma, zijn vrouwvriendelijkheid en zijn onmiskenbare populariteit? En waarin Fortuyns denkbeelden plotseling "een curieuze mengeling van rechts, centrum en links" werden genoemd, in plaats van levensgevaarlijk en fascistoïde? En waarin met zoveel woorden stond dat je Fortuyn niet zomaar met Le Pen of Jörg Haider kon vergelijken, laat staan met Hitler? Staat Folkert dáár ook nog steeds vierkant achter? En zo ja, hoe flikt ie hem dat?
Maar die vraag werd natuurlijk weer door niemand gesteld. Ik heb het wel geprobeerd, maar ze lieten ons doodleuk een kwartier voor paal staan bij de interruptiemicrofoon, terwijl ze achter hun cordon sanitaire maar met elkaar door bleven raaskallen over Ontzuiling, Deconfessionalisering, Profilering, Ont-ideologisering, Ontlezing, Discrepantie, Feminisering Van Het Lezersbestand, De Kloof Tussen Politiek En Burger, Verlies Van Pluriformiteit, en meer van die eufemismen die moeten verhullen dat de lezers maar één reden hebben om op te zeggen: namelijk dat ze stelselmatig worden bedrogen, en dat in de gaten beginnen te krijgen. Maar het ging toch vooral over De Behartenswaardige Woorden die Prof. Dr. Warna Oosterbaan schijnt te hebben gesproken bij de Aanvaarding - op Zoveel September j.l. - van zijn Leerstoel Postmoderne Wijsbegeerte en Mondiale Massacommunicatie of daaromtrent, aan de Rijksuniversiteit van Weetikveel. Prof. dr. Warna Oosterbaan is - u raait het al – NRC-redacteur, en hij werd tot vier keer toe door die kletsmajoors als argument in de strijd gegooid. Ik heb het voor u geturfd. Het is eigenlijk een schande dat ik nu nóg niet kan vertellen welke leerstoel aan welke universiteit de professor op welke datum heeft aanvaard, want dat is ons toch vier keer nadrukkelijk ingepeperd.
Door op deze koortsachtige manier met elkaar de tijd vol te praten over vage algemeenheden en koeien van open deuren, weten de persbonzen altijd met succes te voorkomen dat zij antwoord moeten geven op concrete verwijten. Dat is ook dit keer weer goed gelukt, kan ik u mededelen. Vruchteloos queuen bij de interruptiemicrofoon mocht de zaal, terwijl de mutual admiration society op het toneel maar doorging met het citeren van professor doctor Warna Oosterbaan zijn inaugurele rede. Ik geloof dat er, behalve Micha en ik, welgeteld drie mensen het woord hebben gekregen, onder wie ene professor doctor Kleinnijenhuis, die precies hetzelfde mistige, gewichtige en wijdlopige jargon uitsloeg als die hoofdredacteuren op het toneel, en daarmee het laatste restje discussietijd geheel opsoupeerde. Als u het mij vraagt was die man speciaal met dat doel in de zaal geparachuteerd. Hij zal wel weer lid zijn van de werkgroep partijpolitieke processen van de Wiardi Beckman Stichting. Of adviseur integratiebeleid van het ministerie van Sociale Zaken. Of iets soortgelijks.
Ach, zoals inleider Roel Janssen (inderdaad! NRC-redacteur! Nou raait u het alweer!) in zijn referaat getiteld "Leiderschap, visie en vakmatigheid" al zo treffend opmerkte: "Alle kranten hebben elitaire trekken. We moeten niet bang zijn voor elitarisme. Want wat gewone mensen te zeggen hebben is helaas zelden interessant." Dus de gewone mensen in de zaal waren al gewaarschuwd, zal ik maar zeggen, dat ze hun waffel moesten houden, en het discussiëren met de hoofdredacteuren moesten overlaten aan professor doctor Kleinnijenhuis.
Redacteuren van kwaliteitskranten zijn niet uit de goot, zoals u weet, en beginnen dus hun gewichtige analyses bij voorkeur met een buitenlands citaat. Ze mogen zich nou eenmaal graag achter een ander verschuilen, liefst eentje met een academische graad. Roel Janssen had ditmaal gekozen voor de uitspraak "Nothing justifies journalism; journalism is manipulation". Van wie is me ontschoten; zal wel weer Noam Chomski geweest zijn, dat is nog steeds hun favoriete goeroe. (Ook een veelbeproefde verdedigingstaktiek: als je ze verwijt dat ze hun plicht verzaken en hun lezers bedotten, dan gaan ze je uitleggen dat zulks nu eenmaal inherent is aan hun vak; Noam Chomski hep het immers zelf gezegd. Ik adviseer oplichters en flessentrekkers voortaan ook deze taktiek in de strijd te gooien: "Ja, wat wilt U, edelachtbare, handel is nu eenmaal per definitie diefstal, vraag maar aan doctor Karl Marx. Dus mij treft geen blaam, zeg nou zelf.")
Enfin, volgens Janssen is het helemaal niet erg als de kranten tegen de Haagse politiek aanschurken, zolang ze er maar geen deel van uitmaken. Aanschurken en ergens deel van uitmaken zijn namelijk twee totaal verschillende zaken, volgens hem. De crisis in de dagbladjournalistiek weet hij vooral aan wanbeleid van de PCM-directie, die deeltijdbanen heeft ingevoerd, de salarissen heeft bevroren, en (hier werd Janssen ronduit emotioneel; hij kreeg het bijna te kwaad): brutaalweg de lease-auto en het kerstpakket heeft afgeschaft. Dat was fnuikend geweest voor de redacties. Om niet te spreken van het pensioenfonds, dat de premies van de redacteuren erdoor gejaagd schijnt te hebben. "Waar is ons pensioengeld gebleven?" riep de inleider vertwijfeld uit. Dus Micha steekt zijn vinger op, en vraagt waarom Janssen dan zelf niet over dat schandaal een stuk in de NRC heeft geschreven, als het hem zo hoog zit. Er viel een afwachtende stilte, terwijl Janssen glazig de zaal in keek; deze vraag had duidelijk niet in het script gestaan. "Ik schrijf niet over pensioenen", piepte de reporter tenslotte kleintjes. (Ja, het was een feest om te zien, god wat heb ik genoten, ik wou dat u erbij was geweest.)
Enfin, Janssen bezwoer ons nog maar eens een keer dat wat 11 september voor Amerika was, dat was 6 mei voor Nederland geweest (dat doet het immers altijd goed) en dat Nederland nu was wakker geschud. Maar nu was het carnaval gelukkig voorbij, en daar was hij, Janssen, blij om. (Zo, dat kunnen die 1,6 miljoen opstandige burgers in hun zak steken; dat de vreedzame revolutie die zij op gang hebben gebracht een klucht was, waarover nu godzijdank het doek is gevallen.)
Zoals gebruikelijk bij dit soort debatten ontbraken op het toneel de hoofdredacteuren van De Telegraaf en het AD. De Telegraaf was niet komen opdagen, werd ons meegedeeld (ja, wat wil je; de Telegraaf was pas op het laatste nippertje uitgenodigd, en kwam op de aankondiging niet eens voor), en het AD kon buiten beschouwing blijven vanwege de "zwalkende koers", aldus Janssen. (Zwalkende koers??? Geen krant die acht jaar lang zo consequent de hielen van het kabinet-Kok heeft gelikt als het Algemeen Dagblad! Nee, je kunt veel van ze zeggen, maar zwalken kun je ze bepaald niet verwijten. Het leek wel of ze bij de PvdA op de loonlijst stonden, met permissie.)
Of het nou echt waar was dat de kranten vroeger beter waren? gaf Clairy Polak (die natuurlijk weer de discussie mocht leiden) de hoofdredacteuren een voorzet om in te koppen. Welnee, riep de mutual admiration society eendrachtig! Ze waren nu juist veel béter dan 20, 30 jaar geleden, zoals professor doctor Warna Oosterbaan onlangs nog zo welsprekend had uiteengezet bij de aanvaarding - op 11 september j.l. - van zijn bijzonder hoogleraarschap Journalistiek en Samenleving aan de Erasmusuniversiteit te Rotterdam. (Ik heb het even voor u nagezocht, voor de goede orde.)
Pieter Broertjes van de Volkskrant volgde de tactiek dat de aanval de beste verdediging is. Hij was helemaal niet in verwarring, laat staan de kluts kwijt, wat mediadeskundige Henri Beunders hieromtrent ook mocht beweren. Discrepantie tussen redactie en lezers? Nee, daar had hij geen last van, want Volkskrantlezers kwamen alleen maar met opbouwende kritiek, die ze op de opiniepagina vrijuit konden spuien, dus er was niks aan de hand. (Foei Broertjes! Jokkebrok! Brieven die erop wijzen dat de krant zijn lezers weer eens moedwillig een rad voor ogen heeft gedraaid worden nóóit geplaatst! De briefschrijvers krijgen geeneens antwoord! Zie hier een fraai voorbeeld.)

De vakbond van journalisten wuift elke kritiek weg inzake de demonisering van Fortuyn. Zolang kritisch zelfonderzoek uitblijft valt te vrezen dat er niets zal veranderen. Dit blijkt o.a. uit de presentatie in deze krant van de nieuwkomers op de Lijst-Fortuyn. Cardioloog Dekker, nr. 10 op die lijst, wordt ons gepresenteerd als "iemand die is veroordeeld voor het berekenen van te hoge tarieven aan zijn patiënten". De lezer die niet beter weet zal zeker zijn stem niet uitbrengen op een frauderende crimineel. Wat zijn de feiten? Zoals iedereen weet worden medisch specialisten gebudgetteerd. In de praktijk mogen wij van minister Borst per jaar slechts een beperkt aantal patiënten behandelen. Daarom staan de operatiekamers leeg en en nemen de specialisten, om die restrictie van Borst te omzeilen, hun patiënten mee naar het buitenland of een privékliniek, om daar te doen wat in reguliere ziekenhuizen niet mag. Om dit te ontmoedigen is het de privéklinieken bij wet verboden om naast het honorarium bijkomende kosten in rekening te brengen. Concreet: een oogarts die in een privékliniek staaroperaties uitvoert om zijn patiënten toch te kunnen helpen, mag de kosten van de operatiekamer, verbandmateriaal, geïmplanteerde lens etc. niet in rekening brengen. Iedereen zal het er mee eens zijn dat dit absurd is. Veel medisch specialisten, onder wie ook Dekker, hebben zich hier niets van aangetrokken en openlijk de kosten toch in rekening gebracht – om een proces uit te lokken. Zij zijn daarvoor veroordeeld. Inmiddels is de overheid gedwongen die regelgeving te veranderen: wat toen niet mocht, mag nu wel.
Natuurlijk kent de betreffende journalist deze achtergrond, of dient hij deze te kennen. Om desondanks de feitelijke gang van zaken voor het grote publiek te bestempelen als "veroordeling wegens het in rekening brengen van te hoge tarieven", is onjuist en ethisch verwerpelijk. Ik ontken niet het recht van journalisten en kranten om er expliciete politieke voorkeuren op na te houden, en evenmin het recht om daarvoor uit te komen. Maar dit recht ontslaat de journalist niet van de morele en maatschappelijke plicht de feiten naar waarheid weer te geven en zich te onthouden van stemmingmakerij en onvolledige suggestieve berichtgeving, dit alles om de politieke tegenstander in diskrediet te brengen en – in dit geval – zelfs te criminaliseren.

Dr. H.F. Aarts, plastisch chirurg.

Kortom, we moesten niet zeuren, volgens Broertjes, en als het ons niet beviel dan moesten we ons abonnement maar opzeggen. Daar werd ik toch zo kwaad om! Want ik kan mijn abonnement niet opzeggen, omdat ik het niet heb, maar ik wens ook niet dat 300.000 ánderen stelselmatig leugens op hun mouw gespeld krijgen! Het gaat namelijk niet alleen om míj, maar om de maatschappij als geheel! Die hangt van bedrog aan mekaar, zo langzamerhand, met dank aan Broertjes en consorten. Hij lijkt wel een tasjesrover, die tegen verontwaardigde omstanders zegt: als het je niet bevalt, kijk er dan niet naar. En er nog mee weg komt ook.
Namens de politiek was uiteraard de PvdA uitgenodigd, te weten Ella Kalsbeek. Het egocentrisme van die kip zonder kop sloeg werkelijk alles. Hier volgt een korte samenvatting van haar deskundige analyse: "Inderdaad, de media besteden teveel aandacht aan de poppetjes en te weinig aan de inhoud, dat moet ik wel beamen, neem mij nou, ik heb bijvoorbeeld vorig jaar, als voorzitter van de interdepartementale commissie reorganisatie gemeentelijke herindelingsbeleidsvorming, een rapport afgeleverd waarin ontzettend belangrijke dingen stonden, maar daar heb ik geen letter van in de krant teruggezien, nou vraag ik u, terwijl het toch zo ontzettend belangrijk was, en vroeger was ik altijd geabonneerd op de Volkskrant, maar aangezien de Volkskrant niet zoveel aandacht besteedt aan mijn specifieke vakgebied, en ik natuurlijk wel goed op de hoogte moet blijven van de ontwikkelingen aan het gemeentelijkeherindelingsbeleidsreorganisatiefront, ben ik dus vorig jaar toch maar aarzelend overgestapt op Trouw, maar Mijn zoon vond dat maar niks, zodat ik hem als pleister op de wonde een abonnement op Voetbal International cadeau heb moeten doen, en…" – Enfin, zo ging het maar door; ik dacht dat ik droomde. En Clairy Polak maar knikken. Ik wilde eigenlijk roepen dat ik veel sterkere staaltjes ken van onzettend belangrijke dingen die de krant niet halen, dan het gemeentelijkeherindelingsbeleidsreorganisatierapport van Ella Kalsbeek. Maar ja, zie maar eens het woord te krijgen, bij die egocentrische spraakwaterval.
In het NRC-verslag van de avond lees ik dat de zaal zich, aangevoerd door Micha en mij, op een gegeven moment tegen de hoofdredacteuren keerde. Dit is sterk overdreven helaas, want de zaal was uiteraard voor de helft gevuld met handlangers van diezelfde hoofdredacteuren. Maar we beginnen wel veld te winnen, Micha en ik, als u het mij vraagt. Als ze ooit nog eens zo'n bijeenkomst organiseren, kunnen ze er maar beter wijselijk voor zorgen dat de zaal geheel gevuld is met hun eigen handlangers en partijgenoten. Anders zouden ze het nog wel eens lastig kunnen krijgen.

PS. De NRC heeft terstond na de bijeenkomst de discussietopic "Is De Krant Wel Eigenwijs Genoeg" van zijn website verwijderd! Er kwamen te veel scheldbrieven van lezers op binnen, aldus de internetredactie. Het enige wat er nog wel op staat is: goed geraden! De oratie van prof. dr. Warna Oosterbaan, bij zijn aanvaarding, op 11 september j.l., van de Bijzondere Leerstoel Journalistiek en Samenleving aan de Erasmusuniversiteit te Rotterdam.

Pamela Hemelrijk


Lees ook de serie Babyboomers in nood!
deel 1
deel 2
deel 3
En van harte aanbevolen NRC in nood