Haar zij de glorie
"Magonia" was mij door de brekebeentjes van de Volkskrant aangeraden
als een film waarin 'een ode wordt gebracht aan de fantasie' en inderdaad,
zulks deed 't ergste vrezen. 't Was dan ook heel erg, met vliegers, flessen
waar met grote letters "JENEVER" op was geplakt en dichterlijk
bedoelde regels over 'de sterren' uit de mond van een actrice die van achteren
genomen wordt door cafébaas Jack Wouterse. Ook erg was een episode met
zwijgende negers in de woestijn die bezoek krijgen van Linda van Dijck. Zelden
zoiets neerbuigends over nobele wilden gezien, maar Van Dijck vergoedde veel;
prachtige actrice die bijna nooit goed gebruikt wordt. Ook hier fungeerde ze
als een soort trut van de VIVA.
Toen zag ik "First Kill" van Coco Schrijber, die vroeger
regieassistente was van ondergetekende. De documentaire toonde vraaggesprekken
met Vietnam-veteranen. Voor 't eerst hoorde je uitleggen waarom de Amerikanen
toen ook op kinderen schoten, in de strijd om het hoogste dodental als
onderscheiding voor de compagnie. Michael Herr van "Dispatches" legde
uit hoe geil oorlog-voeren is voor wie er aan meedoet. Een meneer die de gangen
van de Viet-Cong placht in te duiken om 'de spleetogen' op hun eigen terrein te
verrassen, vertelde dat 'ie met de oren van zesendertig omgelegde tegenstanders
naar Amerika terug kwam, waar de douane zijn trofeeën in beslag nam. Hij
verlangde nog altijd naar de oorlog.
"First Kill" is een sterke film over een ongemakkelijk onderwerp. De
boodschap, dat in ieder mens een begerige moordenaar zit, is wat moralistisch
en oubollig maar goed verteld, want strak en zonder nodeloze franje
geregisseerd. De film is voorzien van een prachtig, surrealistisch
geluidsdécor, met vervreemdende effecten en plechtige muziek. Er zitten
ooggetuigenverslagen in van martelingen met elektroden op de geslachtsdelen van
vrouwen en in het algemeen word je er niet vrolijk van.
Toen zag ik "Drift", zowaar een interessante Nederlandse film over de
incestueuze verhouding van een broer en zus. Voortreffelijk geacteerd vooral en
goed gedraaid in quasi-documentaire-stijl. Ik was geïnteresseerd in de
actrice die de hoofdrol vertolkte; die bleek niet meer te willen acteren.
Doorgaans is dat een pluim op de hoed van de regisseur.
Gisteravond zag ik "Maria Stuart" van Schiller, met de prachtige, in
strenge jamben geschreven vertaling van Barber van der Pol. Ariane
Schlüter speelde het serpent Elisabeth dat Marie naar de hakbijl stuurt,
want er kan maar één koningin zijn. Schlüter is een
geweldige actrice, naar mijn smaak één van de beste die hier
rondloopt. 't Was bemoedigend om te zien hoe de beperkte Tamar van den Dop zich
optrok aan het geweld dat haar tegemoet trad. Van den Dop maakte van de paapse
hysterica Maria Stuart, koningin der Schotten, een aanvaardbaar personage.
Waarom ze ons haar welgevormde togus toont door uit de kleren te gaan wanneer
ze de Dood tegemoet gaat, was mij niet helemaal duidelijk, maar ik ben dan ook
geen kenner van toneel. 't Leidde enigszins af van de beoogde dramatiek, maar
we kregen er veel voor terug.
Prachtige kostuums, gevoelvol licht en een drieëneenhalf uur om af en toe
bij weg te dommelen, wat mogen wij nog meer verlangen van toneel? Anders dan
bij "Othello" dat ik ook moest ondergaan, onlangs, was hier geen
poging gedaan de zware kost op te leuken, integendeel. En zo hoort 't ook.
Wij mogen de Voorzienigheid danken dat er nog Schlüters rondwandelen op de
vaderlandse planken, sexy en celebraal. Haar zij de glorie.
Theo van Gogh |