Standvastige Buffel
Ik hoop dat veel lezers van De Gezonde Roker genoten hebben van de meneer die
mijn persoontje aan het mes wil rijgen. Juist zo iemand moet vrij baan krijgen,
ook al omdat 'ie als heraut optrad van onze geweldige multiculturele
samenleving. Wie ben ik om de dames en heren die mij om zeep willen helpen hun
recht te ontzeggen om van die blijde boodschap juist op deze site te
getuigen?
Edwin de Vries - grootste dramaturg sinds Shakespeare - liep overal rond met
uit het hoofd geleerde citaten uit een stukje van mijn hand over hem en zijn vrouw en sprak:
"Ik heb m'n advocaat gesproken en gevraagd of ik na - volgde citaat - voor
te lezen bij de rechter minder straf zou krijgen, als ik hem laat
vermoorden".
De Vries heeft, als man van de wereld, nu eenmaal vele contacten bij de
penose.
Bibberend lig ik in mijn bedje. Hoe moet dat nu verder met de Intendant?
Enfin, wàs er maar 'ns iemand die me wakker hield.
Beter nieuws is dat Willem Oltmans z'n eigen site krijgt, Willem Oltmans
Online, waar de grijze eminentie dagelijks te volgen is via www.WillemOltmans.com
om ons met zijn abjecte standpunten te verlichten. Denkend aan de man zie ik
weer die avond in de Balie voor me. 't Ging over Irak en een onberispelijk
Nederlands sprekende Irakese jongeman stond op en vroeg de oude heer waarom 'ie
toch zo lachend op de foto stond met Tariq Aziz, want de Republikeinse Garde
had zijn moeder verkracht en zijn zusjes vermoord. Ik probeerde mijn vriend te
redden met
:"Willem wordt nu eenmaal geil van uniformen!", maar ook mijn
reikende hand mocht niet baten. De Dood van Irak gaf Oltmans ongelijk.
Probleem is, Oltmans is mijn gast geweest op TV vanaf de dag dat ik hem kon
uitnodigen, want de boycot die hem veertig jaar lang ten deel was gevallen op
last van de Nederlandse regering blijft ook terugziend meer dan een schande.
Willem is een aardige en op zijn manier moedige man, die geen trouw kent - de
manier waarop 'ie een ijdele nit-wit als Peter Nicolaï alle eer geeft voor
zijn uiteindelijke overwinning op de Staat is stuitend in de ogen van wie zich
realiseert dat hij, Willem, alles te danken heeft aan meester Ellen Pasman, de
raadsvrouwe die zich in haar eentje te pletter vocht om Oltmans' aanklacht in
leven te houden - en ook nooit te beroerd is zijn liefde voor dictators in
gebabbel voor de camera's uit te dragen.
Oltmans won uiteindelijk zijn vergoeding voor broodroof van vele miljoenen
dankzij arbitragecommissielid Pierre Vinken, die evenmin iets moet hebben van
de opvattingen van meneer maar die, en met hem velen, vond dat het gedonder nu
eindelijk afgelopen moest wezen en dat de Staat een individu niet zo mag
achtervolgen en dwars zitten. Wij begroeten Oltmans bij de familie van het
Vrije Net in de wetenschap dat ook de meest domme anti-Amerikaanse gedachte,
ook het meest verwerpelijke denkbeeld, het verdient dat er kennis van kan
worden genomen. Lees Willem dus.
't Meest heb ik deze week genoten van Berlusconi, die de SPD-mof die hem in een
hoek trachtte te duwen, een koekje van eigen deeg schonk. En je zag voor je hoe
Schröder de Romein belde: "Zeg nou dat 't je spijt, dan leggen we dat
uit als verontschuldiging..."
Maar nee hoor, doorzeiken na eerst te hebben gezegd dat 't je spijt en dan
vervolgens een persconferentie beleggen om te ontkennen dat je je' excuses hebt
aangeboden en dan ook nog komen aankakkken met mìjn favoriete serie,
Hogan's Heroes, want de geachte Duitse afgevaardigde zou jou hebben doen denken
aan sergeant Schulz. Hoe wonderschoon waren niet de scènes waarin die
dikke domkop weer 'ns een blunder had begaan en vervolgens door de Kommandant -
een engerd met een monocle - tot de orde werd geroepen: "Schulz!"
"Jawohl Herr Kommandant!..."
Duitser konden Duitsers niet wezen.
Op de radio makkerde de grote denker Max van den Berg dat dit toch echt niet
kon. Maar mij beving alweer het onbehagelijke gevoel dat Links alles over
Berlusconi mag zeggen, maar Berlusconi niks terug. Ik hoop dus dat de padre van
Italië voort gaat met zijn goede werken en nog menig parlementariër
beledigt.
Was 't ook niet Berlusconi die gewag maakte van de superioriteit van de
Westerse beschaving ten opzichte van die uit de moerassen van onze
geitenneukers? Dat mocht toen ook niet, geloof ik, maar meneer had natuurlijk
groot gelijk.
In Toomler trad op Kamagurka. Ik ging met bezwaard gemoed naar de voorstelling,
want een paar weken geleden schoof Kama aan met Jules Deelder bij Barend &
Van Dorp, en zulks was werkelijk allerverschrikkelijkst; twee oude mannen op
jacht naar de lach en vooral ook naar de instemming van degene die hen
ondervroeg.
En nu..?
Kamagurka pakte mij meteen al bij het lied van de standvastige buffel. Hij
zingt goed en zijn teksten zijn doorwasemd van een penetrant soort weemoed dat
mij met huiver vervult. De muziek is lyrisch à la Schübert en dus
doodernstig.
En of Kamagurka nu een schoen in brand steekt om 'Een Palestijn wachtend bij
een bushalte' te verbeelden of grappen maakt over incest en schapenneukers, mij
houdt meneer niet voor de gek; hier zingt een toegewijd romanticus. Het mooiste
nummer vond ik zijn vertolking van een imam met darmkanker, maar ook dat kwam
weer door het ongelofelijke verlangen in zijn stem. En misschien ook wel omdat
ik Arabische muziek zo mooi vind, omdat in het gejammer van die liefdesliederen
de nederlaag tegenover het leven er al vanaf de eerste noot inzit. Kamagurka
betoverde mij met zijn jongensachtige cynisme maar vooral ook met zijn
verborgen agenda; hier klonk een door melancholie gekwelde. Of mag je bij
'melancholie' geen 'gekweld' gebruiken en betreft 't hier slechts een
verkoudheid van de ziel?
Laatst schreef ik een stukje genaamd "Top-Tien", over de tien meest courante
vertegenwoordigsters van het zwakke geslacht in mijn bestaan. Uit de top-tien
was getuimeld Suzan. Dit kwam vooral door haar gejengel over president Bush,
die haars inziens 'gevaarlijker' was dan Saddam. Er is een grens aan de domheid
die men hoeft te accepteren, naar mijn idee. Niet haar opvatting op zich maar
de door haar uitgesproken hoop en verwachting dat tienduizenden Amerikanen de
dood zouden vinden onder het moordende vuur van de Republikeinse Garde, stond
mij niet aan. Ik had natuurlijk wijzer moeten wezen en me beperken tot de
verstandige leidraad dat men politiek niet met vrouwen bespreekt, tenzij ze 't
met jou eens zijn.
Suzan is nu weer over uit Australië en haar nam ik mee naar Kama. De
weemoed van de zanger, de wetenschap dat wij beiden kwetsbare typ'jes zijn en
dat de dood ook ons op de hielen zit, het zweterige van Toomler, enfin,
plotsklaps vond ik mijzelf half vier 's nachts in Suzan's armen. Wij maakten
lichte deining en Mevrouw verzekerde mij nogmaals dat haar rooie ogen op
Bangkok laatst nìet afkomstig waren van heroïne.
Right.
Nu ja, een vrouw'tje met wie men zich op het hoofd van een olifant begeeft kan
niet anders dan een nobel karakter hebben. En hoewel Suzan de gretigheid van
een junkie heeft, betekent dat nog niet dat ze ook werkelijk die ene keer
laatst in Bangkok ook werkelijk... Haar billen zijn voller geworden, zoals ook
haar borstwering. Hoe aangenaam zijn niet de ronde vormen van het vrouwelijke
als zij ons oog als niet opdringerig treffen. Ik keek naar het kwetsbare van
haar romige bovenarmen, ik zag de putjes her & der die ooit door spuiten
waren aangebracht
en verzoende me met haar. Als ik Willem Oltmans aanprijs om zijn kruiperigheid
jegens dictatoren, kan ik Suzan niet in de ban doen om haar haat jegens
Amerika.
Ik koester adders aan mijn borst. En terwijl Kamagurka de longen uit z'n lijf
hoonde, rijpte in mij een wat je noemt belangrijk besluit; vanaf nu staat Suzan
weer in de top-tien, voorlopig ex equo als laatste.
Ergens staat geschreven dat ik mijn hele leven zal jagen op wie onbereikbaar
is.
Suzan verwelkt, maar met welk een gratie... Laat haar spuwen op mijn graf.
Theo van Gogh |