Koning Joop
Zoals mensen maar niet kunnen geloven dat ik geen zonderlinge stalker ben die
juffrouw Elatik achtervolgt om haar verborgen vrouwelijkheden maar me gewoon
afvraag waarom zij, als hotemetoot van de PVDA, toneelstukken wil verbieden en
hoe haar aangeboren onnozelheid tot zulke grote hoogten kan reiken, zo zal er
ook getwijfeld worden aan mijn bewondering voor Joop Schafthuyzen, beschermheer
van Gerard Reve.
Schafthuyzen was gisteravond op TV en met het grootste genoegen zag ik hem
Anton de Goede slopen. We waren afgestemd op het programma "De
Firma", het meest mislukte interview-gedoe waarop de publieken ons ooit
tracteerden.
Schafthuyzen is een ongeleid projectiel. Hij heeft rooie ogen, spreekt geen ABN
en geniet van de piemel van dertienjarige knapen. Dat zijn natuurlijk allemaal
misdaden tegen de mensheid, maar persoonlijk ben ik overtuigd van meneer's
'integriteit', om maar 'ns een woord te gebruiken, meer dan van de integriteit
van Anton de Goede of de Vlaamse juffrouw die hem als een schooljuf ondervroeg
over zijn begeerte.
Mevrouw Roorda, het domme varken dat haar onnozele aanwezigheid als
gespreksleider te danken heeft aan de tijd dat ze Nico Haasbroek van het
Journaal nog in de mond nam, vroeg Joop ten leste: "Hoe wil jij
overkomen?"
Schafthuyzen: "Als niet bang en trots."
Mevrouw Roorda: "En natuurlijk dat je van Gerard houdt!"
"Nee", zei Joop: "Dat weten een paar mensen en dat is
genoeg."
Zijn eerlijkheid ontroerde me.
't Is in de wereld zo gesteld dat Schafthuyzen altijd afgezeken zal worden.
Maar ik herinner me de dag dat ik in België bij de Reve's op bezoek was en
dat Joop mij met enige tederheid verklapte: "Ik val voor Indianen, Gerard
voor matrozen, wij redden 't wel..."
Dat had iets onzegbaar liefs, of moet ik zeggen, er sprak een ontwapenende
kwetsbaarheid uit, iets wat Joop boven de Anton de Goede's onder ons verheft,
al is daar - ik geef 't toe - niet veel voor nodig. 't Leek alsof Schafthuyzen
met al z'n paranoia meer door liefde was aangeraakt dan die slimme journalisten
en hooggeleerde professoren bij elkaar; was er maar een God die
rechtvaardigheid in Zijn vaandel voerde. Maar Die is er niet.
Ik zag Reve liggen op de bank terwijl Joop het woord voerde en, anders dan veel
kranten mij willen doen geloven, maakte de grote Volksschrijver op mij geen
ongelukkige indruk, misschien ook omdat z'n grijns licht seniel leek maar z'n
wijze van uitdrukken nog steeds onnavolgbaar klonk.
Het prachtige vraaggesprek in de Volkskrant van verleden week Vrijdag maakte
nog eens duidelijk hoe de glorie van Gerard - die zijn hooggeleerde broer er nu
zelfs van beschuldigde manuscripten te hebben verscheurd - niet zozeer zijn
hoofd alswel zijn hart eer aandoet. Reve is zo zogenaamd 'gek' geworden omdat
'ie de meeste pijn heeft moeten verdragen; meer dan de kille Mulisch of de
hooghartige eenzaamheid die Hermans betrachtte, heeft Reve geschreeuwd om
liefde. Wie van die drie heeft zo mooi over zijn moeder gedicht?
Joop Schafthuyzen is de gehate weduwe bij leven die de likkebaardende, tot
leven gekomen gieren uit Reve's nachtmerries, van de deur probeert te houden.
In het algemeen ben ik geen voorstander van het met geweld verwijderen van
journaille, maar in het geval van die Nieuwe Revu'ers die Joop met kop &
kont de deur uitzette... Ik gun 'm z'n verzetje.
Theo van Gogh |