Politiek en seks
Wat wij niet mogen
weten
door Aad Hulscher
Wie in Nederland beroemd wil worden heeft daar de hulp van de pers bij nodig.
Anders blijft het Bekende Nederlanderschap beperkt tot de lokale kroeg of
gemeente. De showbizz heeft dit goed door en leeft in symbiose met de
boulevardbladen. Voor wat hoort wat. Privé schrijft een leuk stuk over
je nieuwste verovering en jij kan je laatste musicalrol flink promoten. Beetje
vervelend is het wel als je op bepaalde momenten geen belangstelling nodig hebt
maar toch in full colour verschijnt. Tijdens die begrafenis of toen je net via
de tuindeuren weg kon glippen uit de woning van je minnares. Lastig maar part
of the deal.
Politici zijn ook Bekende Nederlanders. Vooral voor de verkiezingen willen zij
dit graag weten. Ze wentelen zich in alle media aandacht die er maar te krijgen
is, van talkshow tot het meest infantiele tv spelletje. Toch is er een groot
verschil; van het privéleven van de doorsnee politicus weten we vaak
niet meer dan dat hij van flipperen houdt, graag zijn hoofd laat leegwaaien
tijdens het joggen of bijzonder smakelijk multi-culti fusion kan koken. Na de
verkiezingen is het snel gedaan met dit soort frivoliteiten.
De modale politicus lijkt een ideaal mens; hardwerkend en serieus met af en toe
een uitspatting in de vorm van een gezamenlijk bezoek aan een voetbalwedstrijd.
Een kwinkslag kan maar daarna vlug bezorgd terug naar het begrotingstekort.
Meldt de pers nog wel 'ns een declaratieschandaaltje of een in dronkenschap
weggezette dienstauto, het seksleven van de politicus lijkt totaal niet te
bestaan. Om over vreemdgaan of afwijkende seksuele voorkeuren helemaal maar te
zwijgen.
De politicus als ideale schoonzoon c.q. dochter? Om de bekende beerput eens
open te trekken, wat dacht u hiervan? Thijs Wöltgens die tegenover het
Binnenhof een appartement huurde en zijn bed afwisselend met partijgenotes
Eveline Herfkens, Jeltje van Nieuwenhoven en Elske ter Veld deelde. Deze combi
kreeg de bijnaam Jetskelientje. Ad Melkert die scharrelde met de vrouw van Wim
Meyer het leverde hem een blauw oog op en zijn affaire met
fractiemedewerkster Gerdie Verbeet. Oud staatssecretaris Willem Vermeend die
zijn woordvoerster op de motorkap van zijn auto nam, het bewijs hiervan leverde
de band van de bewakingscamera's. Ruud 'de stier van Kralingen' Lubbers met
journaliste Maria Henneman, griffier Carla Pauw en zakenvrouw Sylvia Toth. Ria
begon van ellende maar 'n affaire met fotograaf Vincent Mentzel. Wat dichter
bij huis is er de verhouding van burgemeester Job Cohen met Judith Belinfante,
voormalig directrice van het Joods Historisch Museum.
Hijgerig niet waar? En met een hoog 'oh, goh
ik wist niet dat die
twee
' gehalte. Toch ben ik totaal niet geïnteresseerd in het
liefdesleven van de politicus. Met wie, waar, wanneer en hoe Wouter Bos of
Femke Halsema het doen, het zal mij echt een zorg zijn. Waar ik wel een vurig
voorstander van ben dat is free speech en objectieve verslaggeving. Hoor
en wederhoor en zoveel mogelijk informatie bereikbaar voor iedereen. Zeg maar
het internet in real life. De roddelbladen, ik lees ik ze nooit en haat ze uit
de grond van mijn hart, moeten de vrijheid hebben om hun nieuws te vergaren.
Als dat nieuws uit de duim gezogen blijkt dan kan de politicus net als iedere
andere al dan niet bekende Nederlander een procedure starten.
Waarom wij niets horen over de Haagse matras ligt allereerst bij de
parlementaire pers. Die lijkt een stilzwijgend verbond te hebben gesloten met
hun nieuwsonderwerp. Onder het motto 'privénieuws doen we nu eenmaal
niet' houden ze zich angstvallig afzijdig. Op het Binnenhof lopen zo'n 220
parlementaire journalisten rond die voor hun nieuws aangewezen zijn op 150
Tweede Kamer leden. Niet handig als je bronnen opdrogen omdat je een boekje
opendoet. Van die journalisten is tweederde oudgediende oftewel langer dan tien
jaar in het vak. De mores mogen dan genoegzaam bekend zijn.
Van de Belgische premier Guy Verhofstadt is bekend dat hij schrijvers van
onwelgevallige stukjes voor straf uitsluit van zijn perscommuniqués. In
Nederland is het machtsvertoon van de politicus een stuk subtieler. Journalist
Jean-Pierre Geelen draaide in 1998 enige tijd mee op het Binnenhof en schreef
daar zijn boek Het Haagse Huwelijk Hoe pers en politiek tot
elkaar veroordeeld zijn over. Geelen zag tijdens de wekelijkse
vragenuurtjes bij Wim Kok hoe de minister-president journalisten uit zijn hand
liet eten. Ook Guikje Roethof, hoofdredacteur van PM Den Haag, zegt: 'Politici
hebben buitengewoon weinig respect voor journalisten. De pers heeft ook een
bepaalde macht, maar opent zeker niet de jacht op privé-nieuws. Dat zou
de achterdocht van politici alleen maar vergroten.'
Naast de grip die de politiek in deze kwestie op de pers lijkt te hebben, is de
parlementaire verslaggever an sich nogal naar binnen gekeerd. De mening van een
collega weegt voor een journalist zwaarder dan die van zijn of haar lezer. Als
een als serieus te boek staande journalist zich in het fluistercircuit rond het
Binnenhof begeeft, zit de kans er dik in dat hij door zijn collega's verstoten
wordt. Een voorbeeld hiervan is de HP/De Tijd verslaggever Stan de Jong die in
het kader van een portret over Marjet van Zuilen stuitte op haar verhouding met
Rick van der Ploeg. Zonder zijn bronnen te willen noemen publiceerde hij dit,
kreeg een kort geding aan zijn broek en moest rectificeren. Hij werd door
Opzij, het Parool, De Journalist en Carp aangevallen en werd persona non grata
in Den Haag. Het systeem corrigeert zichzelf onmiddellijk.
Moet onze informatie dan van de boulevardbladen komen? Zeker is dat de
roddeljournalist er minder moeite mee heeft. Deze brengt privénieuws als
dit hem of haar ter ore komt. Dit komt meestal los op feestjes en gala's of
word door freelancers aangebracht. Echter, de bladen hebben geen geld voor een
aparte verslaggever in Nieuwspoort. 'Onderling hebben de parlementair
journalisten dan wel de 'code' dat ze niet over de Haagse Matras lullen', zegt
Evert Santegoeds, hoofdredacteur van Privé. 'Maar toch zitten ze vol
sappige verhalen. Eén keer in de maand krijgen we wel iets bruikbaars
doorgebeld. We vinden het leuk om af en toe plaagstootjes te geven. Om de heren
politici goed te laten merken: we weten heus wel wat er zich bij jullie
afspeelt hoor.'
Maar willen wij ook weten wat er allemaal gebeurd tussen de lakens van onze
volksvertegenwoordigers? Zijn wij werkelijk zulke voyeurs, belust op
seksschandalen? Hoewel het merendeel van het publiek dit ten stelligste zal
ontkennen, bewijzen de oplagecijfers van de roddelbladen en de kijkcijfers van
realitysoaps het tegenovergestelde. Los daarvan stel ik; natuurlijk moet
het leven van een politicus openbaar zijn! Hij bekleedt een openbaar ambt en
wij betalen een vermogen aan belasting om een en ander in stand te houden. De
zaak Berlusconi waar privébelang en macht gezamenlijk optrekken,
illustreert dat het pure noodzaak is om zoveel mogelijk te weten van het
privé doen en laten van de dames en heren politici!
In plaats van duidelijkheid worden wij getrakteerd op een soort Berlijnse Muur
rond hun uitspattingen zodat er vaak een laaghangende geruchtenmist rond de
Hofvijver hangt. Onlangs gaf Wouke van Scherrenburg, parlementair journaliste
bij Den Haag Vandaag te kennen dat ze stopt per 1 januari. Wouke, door Gerrit
Zalm liefkozend 'het grote, blonde beest' genoemd (je gaat je nu wel het
één en ander afvragen
) werd een aantal jaren geleden ook
meegezogen in de nevel van al dan niet ongewenste intimiteiten. Een indringend
interview met Ernst Hirsch Ballin, toenmalig Minister van Justitie, liep
dermate uit de hand dat zij hem achtervolgde tot aan het toilet. Boze tongen
beweerden tot in het toilet waarna er sprake zou zijn van, ehm ja, laten we
zeggen lichamelijk kontakt. Een gescheiden vrouw met twee kinderen die ook nog
eens als TV Babe te boek staat en dagelijks in aanraking komt met de
Machtigen der Tweede Kamer. Het kan niet anders of dat moet uit de hand lopen.
Door de doofpotcultuur gaan dit soort incidenten een eigen leven leiden. Zo
bereikt de politiek en de pers precies het tegenovergestelde van wat ze denken
te bereiken.
Waarom moet de huidige status quo van stilzwijgen en boycotten veranderen? En
in wiens belang is dat?
Laten we beginnen bij de kiezer. Die kiest sinds de val van de Muur in
toenemende mate op een combinatie van een imago én een verkiezingsthema
dat hem of haar na aan het hart ligt. Zo won Wouter Bos de verkiezingen met
hetzelfde programma waar Melkert mee verloor. Het charismatische mannetje of
vrouwtje kan dus de verkiezingen maken of breken. Terecht dat mensen willen
controleren of dat image wel klopt.
Ook de media of de uitgever heeft belang bij meer openheid. Al was het alleen
maar, en deze reden is langzamerhand toonaangevend, om de zwevende lezer te
boeien en te binden. De 'kwaliteitspers' schuift nu al qua onderwerpen en stijl
steeds meer op in de richting van infotainment. Maar liefst drie nationale
dagbladen brachten de scheiding van Neelie en Bram Peper. De kranten brengen
steeds vaker shownieuws als regulier nieuws en de roddelbladen gaan achter het
showelement in de politiek aan.
Met de komst van Pim Fortuyn veranderde niet alleen de politiek maar ook de
openheid over het privéleven van de politicus. Door van zijn hart geen
moordkuil te maken was hij chanteurs te slim af en nam hij vooral de pers de
wind uit de zeilen. Ad Melkert was niet zo. Uit het boek De strijd om de
macht van partijgenoot Jacques Monasch, blijkt dat hij verlamd van angst
was dat de kranten de verhalen over zijn SM-capriolen zouden overnemen van de
roddelbladen. Hij heeft ze ontkend noch bevestigd. Zo smeulen ze nog
steeds.
De zuinige berichtgeving over het privéleven heeft ook te maken met ons
ouderwetse kiessysteem. Er valt weinig te kiezen als je de keuze hebt uit een
vooraf samengestelde lijst van grijze muizen. Die lijst wordt aangevoerd door
een lijsttrekker van wie we alleen de zonnige zijde te zien krijgen. Of om het
in de woorden van columnist Bart Tromp te zeggen;
'Nederlandse democratie: men kan stemmen op een partij (met een programma). Na
de verkiezingen sluit die partij met andere een programmatisch akkoord waarover
de kiezer niets te zeggen heeft gehad. Om dat uit te voeren huren zij mensen in
van wie de kiezer niets weet en die hij niet heeft kunnen kiezen.'
In het districtenstelsel van Amerika voert elke politicus niet alleen de
presidentskandidaat een campagne voor zichzelf. Hij wil het vertrouwen
winnen van zijn potentiële kiezer door een reputatie van betrouwbaarheid
en integriteit op te bouwen. Daarbij zet hij zijn privé- en familieleven
vol in. En hij accepteert ook dat de media frank en vrij speuren naar zaken die
het nagestreefde beeld realistischer maken.
Een voorbeeld van hoe de media in Amerika met een schuinsmarcherende politicus
omgaat is de zaak Condit. Een stagiaire deed het daar met een getrouwde
politicus om daarna mysterieus te verdwijnen. De Amerikaanse media haalt alles
uit de kast om deze schandaal thriller met als hoofdrolspelers Gary Condit en
Chandra Levy uit te melken. De democratische afgevaardigde wordt maandenlang
gestalkt door de media. Van s'ochtends vroeg tot s'avonds laat bivakkeerde een
tiental camerateams en fotografen voor zijn appartement. Een half uur durend
interview op ABC werd door zo'n 24 miljoen Amerikanen ademloos bekeken.
In Nederland zou politiek journalist Ferry Mingelen vermoedelijk na een paar
weken tegen razende reporter Wouter Kurpershoek hebben verzucht dat het nou wel
welletjes was met het belagen van dat onfortuinlijke Kamerlid. In Amerika
regeert een snoeiharde concurrentie die dag en nacht de maximum snelheid van de
journalistieke redelijkheid aan zijn laars lapt, een rat race for news.
De prijs die betaald moet worden voor bekendheid in Nederland is het wonen in
een glazen huis. Maar middelen om je tegen die privacyinbreuk te wapenen zijn
er ook.
De Bekende Nederlanders worden inmiddels afgeschermd door hele horden aan
agenten, managers en persoonlijke assistenten. En een groeiend leger van
entertainment-advocaten die de berichtgeving in goede banen moeten leiden. Ook
deze advocatenspecialisatie is uit Amerika komen overwaaien. Hoge claims wegens
smaad en laster zijn daar aan de orde van de dag.
In Nederland zijn mr. Marc de Boer, mr. Gert-Jan Knoops en mr.Stefan Kalff
zogenoemde media-advocaten. De laatste heeft de entertainmentadvocatuur in de
Lage Landen zo ongeveer uitgevonden. Een dikke tien jaar voert hij namens vele
sterren een bijna fulltime strijd tegen de roddelpers. Jeroen van Inkel,
Catherine Keyl, Martijn Krabbé, Gordon, René Froger en Joop
Braakhekke laten zich door het kantoor van Kalff (Kalff, Katz & Koedooder)
bijstaan. Hij peuterde al menige rectificatie en schadevergoeding bij de
boulevardpers los. Kalff: 'Je kent elkaar op een gegeven moment. Ik heb alle
bladen al eens gehad. Dat heeft een nuttig effect want je komt dan sneller tot
een schikking. En mocht dat niet zo zijn dan rest uiteraard de rechter. Ze
weten dat ik doorga
' Stond Kalff vroeger steevast tegenover de
roddelbladen, de laatste jaren riep hij ook de serieuze pers en een
internetsite tot de orde. 'Er heeft een duidelijke verschuiving plaatsgevonden;
ook kranten bewegen zich steeds meer op het terrein dat ooit was voorbehouden
aan de gossipbladen.'
Vooral achter de schermen doen de BN-beschermers goede zaken want slechts een
klein deel van de klachten wordt voor de rechter uitgeknokt. Ongeveer driekwart
van de gevallen wordt onderling opgelost, via een goedmaakverhaal of een
persoonlijk interview. Mr. Marc de Boer: 'We adviseren een klant namelijk ook
voor een aanzienlijk deel hoe die het beste publicitair kan optreden: PR is
belangrijk. Ik signaleer overigens duidelijk dat de bladen vrij goed weten waar
ze op moeten letten. Vaak vindt er door hun eigen huisjuristen een check
plaats, waardoor ze net aan de veilige kant blijven.'
Als de politicus dus problemen heeft met de aantasting van zijn 'heilige
privacy' dan kan hij gebruik maken van de diensten van bovenstaande heren.
Overigens tillen politici in het algemeen niet zo zwaar aan de aantasting van
privacy voor grote bevolkingsgroepen via identificatieplicht, het opslaan en
verkopen van persoonlijke gegevens en het uitwisselen van data door de diverse
geheime diensten. Maar dit terzijde.
Een pleidooi voor het openbaar maken van liefdesaffaires van politici komt
verrassend genoeg van het CDA. Verrassend want de christen-democraten stonden
enkele decennia geleden niet bepaald te juichen als er aan 'onthullende
erotiserende journalistiek' werd gedaan. Hans Hillen wil dat de parlementaire
pers meer schrijft over het promiscue gedrag van politici. Dit met naam en
toenaam, vooral als het om mensen gaat die in het openbaar hoog opgeven van het
gezin als hoeksteen van de samenleving. Je zou het de Hillen-norm kunnen
noemen; wie de huwelijkstrouw propageert als publieke maatstaf in het kader van
de christelijke gezinspolitiek, mag op schending van die norm worden
aangesproken. In dat geval zou alleen het overspel van de kleine christelijke
partijen en CDA politici journalistiek relevant zijn.
Overspel komt het meeste voor bij de PvdA en D66, weet Hillen, maar ook in het
CDA kunnen de hormonen flink opspelen. Volgens Hillen zou het liefdesleven van
iedere politicus, van welke partij dan ook, onderwerp moeten zijn van
onthullingsjournalistiek. Kernpunt vindt hij de verleiding. 'Mensen die op dit
vlak gemakkelijk te verleiden zijn, zwichten ook op een ander gebied.'
Voor wat betreft de vrijdenkende liberalen of socialisten die er prat op gaan
een wild en onstuimig (liefdes-)leven te leiden, wars van alle conventies en
zich storen aan God noch Gebod.., waarom horen wij hier helemaal niets van?
Hebben zij hun bestaan buiten de Kamer zo luchtdicht afgekit en dichtgetimmerd
of houden zij er een imago-ondermijnend doodsaai leven op na? Ik denk eerder
het laatste als het eerste.
Na de opkomst en ondergang van (Lijst) Pim Fortuyn werd duidelijk hoe ver de
politiek van de doorsnee Nederlander afstaat. De advocaat Oscar Hammerstein
hielp een klein jaar de LPF bij de verdediging tegen de boze buitenwereld. Hij
verzucht in Het Parool: 'In Den Haag is het verbergen van een karakter een
pré. Dat maakt mij volkomen ongeschikt voor de politiek.'
Den Haag Vandaag bleek voor veel mensen synoniem te zijn met
achterkamerakkoorden, geheimtaal en een scala aan moderne taboes. Als het de
parlementariërs ernst is om de politiek dichter bij de mensen te brengen
dan moet de kaasstolp van de politicus af. Want bij een open en transparante
overheid past niet de harnasmentaliteit aangaande het privéleven van de
politicus. Dat is namelijk een overblijfsel uit de beginperiode van de
Nederlandse parlementaire democratie toen de journalist met de pet in de hand
mocht noteren wat de weledelgeleerde Minister aan hem kwijt wilde.
Aad Hulscher
Bronnen: SQ, Panorama, column Elsbeth Etty
|