Etti Plesch
door J.P. Guépin
The Times of Londen is met zijn tijd
meegegaan, maar één ding is gebleven: de levensberichten naar
aanleiding van iemands dood; de beroemde obituaries, die om de zoveel tijd in
statige bundels worden vereeuwigd.
De laatste Obituary, die gaat
over het leven van Etti Plesch, geboren gravin Maria Wurmbrand Stuppach in
Wenen in het jaar 1914, en die onlangs gestorven is in Monte Carlo op 29 april
2003, 89 jaar oud.
Ze vond een plaats in het
Guinness Book of Records door twee keer de Derby te winnen, in 1961 en in 1980,
en 11 keer achter elkaar een klassieker met haar Sassafras, waarmee ze het
record van Nijinski brak. De gravin werd daarmee een legendarische figuur in de
paardensport, maar niet alleen daar.
Ze trouwde zes keer, en raakte
twee van haar echtgenoten kwijt aan dezelfde femme fatale, de dichteres Louise
de Vilmorin, eens verloofde van de schrijver Antoine de Saint Exupéry.
Ze hield in de jaren vijftig een salon op haar kasteel de Verrières le
Buisson, waar de hele kunstenaarswereld bijeenkwam.
Etti was de natuurlijke dochter
van graaf Josef Gizychi, die met de dochter van de Amerikaanse dagbladmiljonair
Blanche Patterson getrouwd was. Etti's moeder, gravin May Wurmbrand, die 97
jaar geworden is, prees de vele kwaliteiten van graaf Jozef, maar vooral zijn
seksuele. Ze verklaarde: 'Volgens mij was dat zijn voornaamste belangstelling,
het plezier geven aan vrouwen op een physieke manier. Hij was amoreel en
cynisch, maar hij was een fantastische minnaar'. Dat was in 1914 geen
tegenstelling in Wenen.
Etti woonde als kind met haar
moeder en jongere zusje deels in Wenen, deels op een kasteel in Moravië,
of reisde rusteloos door Europa van het ene kasteel naar het andere; of naar
Monte Carlo, waar haar moeder speelde, of naar Rome waar haar moeder in de
Campagna jaagde. Etti kreeg TBC en kuurde twee jaar in het Waltzaner Sanatorium
in Davos, dat later beroemd werd door Thomas Manns roman De Toverberg.
Ze werd toen ze 17 was verliefd
op graaf Vladski Mittrovski, maar ze mocht niet met hem trouwen omdat de graaf
een zeldzame bloedziekte had. Om haar te troosten nam haar grote vriendin
Marjorie Oelrichs (later getrouwd met de bandleader Eddy Duchin) haar mee naar
New York, waar ze de schatrijke Clendennin Ryan III ontmoette. Ze trouwden in
1934, met een enorme bruiloft in St. Patricks Cathedral; de burgemeester van
New York, La Guardia, was best man, maar ze gingen na drie maanden uit elkaar,
want hij bleek een alcoholicus en zij was nog steeds verliefd op haar neef
Vladski.
Terug in Europa ontmoette ze
graaf Pali Pállfly Derdöd. Ze scheidde van Ryan, en werd de vierde
van de acht echtgenotes van graaf Pali Pállfly. Ze gingen wonen op zijn
kasteel Pudmerice in Slowakije en leidden een energiek sportleven. Ze reisden
twee jaar door India om op tijgers en herten te jagen als gasten van de
maharadja's. Haar man was een van de beste schutters van de wereld, hij begreep
het hert vooral om vier uur 's ochtends. Ze waren ook vaak wekenlang in de
Karpaten verdwenen, en in donker Afrika.
In Parijs werd graaf
Pállfly gejaagd door Louise de Vilmorin, die spoedig daarna zijn vijfde
echtgenote werd.
Een paar maanden later trouwde
Etti met de Hongaarse graaf Thomas Esterházy baron zu Galantha, een
erudiete en gezellige man, met wie ze vier jaar getrouwd bleef, wonend op het
betoverend kasteeel van Devescer in Hongarije, waar het paar een uitstekende
chef in dienst had. Ze jaagden in de bossen, reisden uitgebreid, en kregen een
dochter: Marie-Anna Bertha Felicie Johanna Ghislaine Theodora Huberta Georgina
Helena Genoveva, kortweg Bunny.
Het leven in Budapest werd
gecompliceerd door de ongeschreven regel dat gastvrouwen nooit
Esterházys en Pállflys voor hetzelfde diner uitnodigden, en zij
was getrouwd in beide families. Zij reisde dus maar af naar Rome, haar man
bleef in Budapest en vermaakte zich na een diner bij prinses Marizza van
Liechtenstein in de Colonial Bar, toen de betoverende Louise de Vilmorin
binnenkwam. Esterházy bracht haar naar huis, ze telefoneerden twee uur
met elkaar. Zo verloor Etti een tweede echtgenoot aan Louise.
Graaf Esterházy werd
door de Russen gevangen gezet, ontsnapte en zocht geheel berooid zijn toevlucht
bij zijn ex vrouw in Neuilly, die hem niet terug wilde hebben.
Etti's vierde echtgenoot, die
ze in 1944 trouwde, was een oude vriend, de Oostenrijkse graaf Zsiga Berchtold,
haar vijfde trouwde ze in Amerika in 1949, Deering Davis uit Chicago.
Tenslotte trouwde ze in 1954,
veertig jaar oud, met Dr. Arpad Plesch, een internationaal financier en
verzamelaar van zeldzame botanische boeken en pornografie. Hij was bijna de
rijkste man van de wereld geworden.
Hij was zijn carrière
begonnen door, als secretaris van een rijke makelaar, eerst diens weduwe en
toen diens dochter te trouwen. Hij had in 1939 de Haitiaanse nationaliteit
aangevraagd nadat hij voor 80% eigenaar was geworden van de Haitian American
Sugar Company, maar er gingen geruchten dat hij handelde tegen het belang in
van Engeland en de Verenigde Staten. Rapporten van de geheime dienst beschreven
hem als: 'een geslepen en verdacht persoon, zonder principes en kennelijk
gevaarlijk, een financieel genie zonder scrupules of trouw, zonder bindingen of
nationale gevoelens'. Zo'n karakterisering klinkt antisemitisch, maar een jood
was hij niet.
Etti was nu echt steenrijk. Ze
woonden aan de Avenue Foch in Parijs en in de Villa Leonina in Beaulieu-sur-Mer
in Zuid Frankrijk, ze brachten de London season door in Claridge's, waar hun
enorme donkergroene Rolls altijd voor de deur stond. Haar dochter Bunny en zijn
dochter Flock debuteerden op een groot bal voor 700 gasten in Claridge's.
En nu begon Etti's
carrière op de renbaan. De Plesches fokten Psidium van de merrie
Dinarella en hadden paarden in training in Ierland, Italië, Frankrijk en
de Verenigde Staten. Haar eerste succes was op de Derby met Psidium in 1961, op
66-1, de 'longest odds' sinds 1913; haar man en zij wonnen de Prix du Jockey
Club, de Prix Robert Papin, de Prix Mormy en de Prix Vermeille. In 1970 racede
ze Sassafras in de Prix de l'Arc de Triomphe. Charles Englebard, die naar men
zegt model heeft gestaan voor Ian Flemings 'Goldfinger', al een ziek man,
stierf van ergernis bij zijn nederlaag.
Etti's man stierf in 1974, 85
jaar oud. Etti had huizen in Londen, Parijs, New York en Monte Carlo, waar ze
grote feesten gaf. Haar eetlust was enorm en als de ober vroeg of het gesmaakt
had, ging ze er voor zitten om hem alles over het voedsel te vertellen.
Ze had bij haar dood bijna haar
memoires voltooid, waar met enige beduchtheid op gewacht werd.
J.P. Guépin
|