Respect voor andermans culture
door J.P. Guépin
Het gebeurt niet vaak, maar nu heeft links
meer gelijk dan rechts. Meestal heeft De Telegraaf gelijk: over een ferme
houding in de Koude Oorlog, tegen de terreur van communistisch Vietnam en
Cambodja (over hoeveel miljoenen doden hebben we het nu al, maakte Stalin meer
slachtoffers dan Hitler?) over de massamoordenaar Tito, de valse brombeer
Castro, over het succes van het dreigen met oorlog en vooral: over het succes
van de democratische missies van de Amerikanen: de bevrijding en
democratisering van Japan, van West Duitsland en dus ook, na de val van de
muur, de bevrijding van heel Oost Europa, waar de Telegraaf zich zo voor had
ingezet. Het ging helaas mis in Zuid-Vietnam, in Somalië, en nu gaat het
mis in Irak.
De bevolking van de Verenigde
Staten was bereid het bloed van haar dochters en zonen te offeren voor de
verwijdering van alweer een tiran. De Baath partij is racistisch en
socialistisch, maar niet religieus, evenmin als de Turkse partij van
Atatürk dat is. Ze zijn modern, westers, anti-islam. Dat kun je zien aan
al die standbeelden, dat kun je zien aan de hoed van Saddam. Zulke dictaturen
zijn tegen pogingen de sharyia in te voeren, in het socialistische Algerije, in
het nationalistische Turkije, in het racistische, want pan-Arabische,
Syrië en Irak.
De Verenigde Staten wilden
vermijden dat hun strijd tegen al Qaeda een strijd tegen de moslims zou lijken,
tegen zowat de helft dus van de wereldbevolking, en trouwens een
godsdienststrijd mág niet eens van hun constitutie. Dus werden de
terroristen als maniakken afgeschilderd, liet president Bush zich voor een
moskee, die door fundamentalistische Arabieren gesteund wordt, fotograferen.
Maar helaas: de Islam is in oorlog met ons.
Turkije, Irak, Syrië, dat
moeten onze bondgenoten zijn, bondgenoten omdat ze verzinsels van de westerse
beschaving, het nationalisme, het racisme en het socialisme, hebben overgenomen
- ai, een moeilijkheid, nette mensen zijn voor een beetje nationalisme en
socialisme, maar tegen het allerkleinste beetje racisme. Ze kunnen dus niet
voor Irak zijn! Maar nette mensen zijn ook tegen de barbaarse manier van
omspringen met vrouwen en dieven die de Koran leert, tegen het smoren van elk
plezier op straat, tegen de rotzooi die ze laten liggen. En wij westerlingen
vinden andere culturen ondanks alles toch mooi!
En daar wilde ik het over
hebben, over het plunderen van musea. Daar staan schatten van eigen bodem in,
dat is waar, maar ze worden gemaakt in afgeschafte vreemde culturen.
Het staat dramatisch in de
Christian Science Monitor: het nationaal Museum wordt bestormd door het
gepeupel, de archeoloog die het museum moet bewaken trekt zijn witte onderbroek
uit, en holt naar de mariniers op straat. Die peinzen er natuurlijk niet over
om te helpen; de Irakezen zouden ook de mariniers zelf kunnen beschadigen. Zo
werkt zoiets niet. Je moet de bescherming van kunstschatten lang van te voren
organiseren.
Tijdens de tweede wereldoorlog
gingen er Amerikaanse eenheden met de troepen mee om te zorgen dat veroverde
musea en monumenten niet geplunderd of beschadigd werden - in de tijd dat
Engelse en Amerikaanse bommenwerpers de kunstschatten van Dresden en
Würzburg vernielden. In Irak ging het andersom: de musea en moskeeën
werden door de bommen gespaard, en de musea werden door de eigen bevolking
geplunderd, alsof ze de kantoren en paleizen van het gehate regiem waren. Haat
tegen het regiem, maar toch geen haat tegen de kunst? Ja, ook dat, want wat
daar in de musea ligt als deel van de buit van de Engelse of Amerikaanse
opgravingen van Ur of Babylon, is hun cultuur niet. Het zijn blasfemische
standbeelden, al even blasfemisch als de standbeelden van Saddam. En als al die
kunstschatten indertijd opgegraven moesten worden, dan lagen ze onder de grond
omdat ze resten waren van gevallen en geplunderde beschavingen, die door de
overwinnaars als puin terzijde geschoven waren.
De Amerikanen hadden er niet
aan gedacht, dat het volk zo'n hekel had aan vreemde culturen. Laten we, als op
een kerkelijke bijeenkomst, maar nu van vrijzinnigen, overpeinzen hoe bijzonder
het is dat wij voor antieke, Aziatische, Afrikaanse kunst open staan. En ons
tevens bewust worden van de gevaren die de estheticering met zich meebrengt,
namelijk dat we elke kunst accepteren en dus geen kunstwerk meer ernstig
nemen.
De Joden zijn begonnen, het
Oude Testament staat vol aansporingen van Jaweh om de heiligdommen van de
Palestijnen te vernielen, en vooral de godenbeelden, want God heeft het maken
van beelden wel het allermeest verboden. De christenen, vooral de monniken,
gingen als razenden te keer tegen het heidendom, en als er nog ergens een
stukje tempel staat, dan is het omdat het vergeten was, als de tempels van
Paestum die in een moeras stonden. De opgravers van Olympia konden de plek van
de Olympische spelen makkelijk vinden omdat er zoveel kalkoventjes stonden,
want marmeren beelden kun je verstoken tot kalk. De monniken staken de
bibliotheek van Alexandrië in brand, onze protestanten vernielden de kunst
in de kerken in 1566, de Jacobijnen vernielden de kunst in kerken en paleizen
in 1793 in Frankrijk, de bolsewieken, de maoïsten... 't Beviel ze niet, 't
moest weg, kapot. Wat een vernederingen voor de mensen die de vernielingen van
wat hun heilig was moesten aanzien.
Ja, maar dat betekent dat het
westerse enthousiasme voor die opgravingen iets verontrustends heeft voor de
islamieten. Daar komt die rommel weer terug. Sterk beschadigd, maar toch. De
huidige Egyptenaren hebben niets gemeen met de Egyptenaren van de Farao's. Ook
hun voorouders hebben zoveel mogelijk vernield, maar ja, zo'n hele piramide
afbreken! Valt mee, als je bedenkt dat ze ook een grote stad als
Alexandrië steen voor steen hebben afgebroken. Nu wordt die tijd van de
Pharao's opeens de Egyptische glorietijd, omdat westerlingen hen dat vertellen:
maar het was de tijd van de onwetendheid, van de afgodendienst, van de verering
van katten en krokodillen. De moderne Egyptenaren verdienen eraan, en dat is
extra vernederend.
De intocht van de Amerikanen is
een vernedering. 'Bezetters go home'. In de Independent van 20 april staat een
verslag van Fergal Keane die met een tolk in een pantserwagen een ritje door
Bagdad trachtte te maken. Ze komen niet ver, want de straat is vol
demonstraties. 'Met ons bloed en onze zielen zullen we de Islam verdedigen'.
Fergal zag een helm dobberen boven de menigte uit. 'Look buddy, I've got the
gun'. 'Go ahead', schreeuwde de jongen, 'and shoot me. Go ahead'. Een vrouw
schreeuwde hem in zijn gezicht: 'It's about our pride. It's just about our
pride'. Het monster Saddam is verdreven door vreemdelingen, die niet konden
wachten tot de Irakis het zelf zouden doen. Als Saddam al een monster was in de
ogen van het bange volk, als hij al niet oprecht geliefd werd uit angst. Hitler
en Stalin werden hartstochtelijk bemind.
De oorlog tegen de tiran is een
oorlog tegen de Islam geworden, tegen de islamieten, de slaven van God, die zo
graag hun hoofd in het stof buigen. En die arrogante vreemdelingen komen straks
de waterleidingen repareren, de electriciteit aanzetten, voedsel uitdelen.
In een voedselpakket zit:
1 blikje olie, 1 blikje
melkpoeder, 1 pakje thee, 1 pakje zout, 8 pakjes vruchtensap, een dozijn zakjes
met chips, 2 stukken zeep, 6 flessen water.
Elke dag, voor de hele bevolking.
Het is de vernedering die de
mensen bij die voedseluitdelingen zo agressief maakt. 'Waarom haten ze ons zo',
vragen de Amerikanen zich af. Dat komt omdat ze zoveel goed doen.
De Italiaanse schrijver
Malaparte: eerst fascist, dan communist en verbindingsofficier in het
Italiaanse bevrijdingsleger, heeft de intocht van de Amerikanen in Napels in
1942 beschreven in zijn roman La Pelle, de Huid. Het is niet de schuld van die
vriendelijke, goed geschoren Amerikanen dat in Napels de morele pest van
armoede, ziekte en honger uitbreekt, de pest van van het meisje dat voor geld
laat voelen dat ze maagd is.
De schuld is hun naieviteit.
Omdat ze zo aardig zijn. Ik houd ontzettend veel van de Amerikanen.
J.P. Guépin
|