 |
Fieneke
Zolang had je gebeden om mijn dood
dat je, toen ik dan eindelijk stierf
je mijn lijk met champagne overgoot
en mijn stank je maag niet bedierf
Toen je mij zo lustig castreerde
toen je de neus wegsneed uit mijn gezicht
toen je mijn ogen als toetje serveerde
op het banket dat je hebt aangericht
om mijn begrafenis te vieren
Jammer alleen dat toen je zelf bezweek
aan mijn vergiftigde nieren
't gezelschap verwijtend mijn kist aankeek
zo van "da's nou niet sportief..."
"Dit vrouwtje heeft een teer gestel
maar weet, ook onder de grond heb ik jou lief
en maak als skelet jouw graf tot een hei
|