Familie en andere
onwelvoegelijkheden
Maria Goos is de majoor Boshardt van het Nederlandse drama. Ooit heb ik een
monoloog van haar hand verfilmd in opdracht van de IKON. De titel van het geval
is me nu even ontschoten, maar 't ging over een man die aan een bar vertelt dat
'ie dertig jaar niet heeft mogen neuken, tot z'n vrouw hem op een avond
bemoedigt om zich toegang te verschaffen tot haar geheime grot.
"Dadelijk is Rusland-Nederland. Daarna kom ik bij je..."
"Nu of nooit...", zegt ze.
Nooit meer dus en dat terwijl Oranje de wedstrijd ook nog verloor.
Mevrouw Goos wilde graag bij de opnamen aanwezig zijn, gewend als ze was dat
regisseurs voor haar buigen en ter plekke nog veranderingen aanbrengen. Zo
luidde haar uitleg tenminste.
We filmden in een café op de Haarlemmerdijk, Amsterdam, waar zij recht
tegenover woonde. We hadden twee draaidagen.
"Ik kom morgen", zei Maria.
Omdat ik een onbetrouwbaar ben zette ik alles op alles om mevrouw voor een
gesloten deur te doen verschijnen. Dankzij Joost Prinsen, die de tekst van
buiten had geleerd, en mijn verstandige beslissing Paul van den Bos te vragen
het gedoe in één camerastandpunt op te nemen, waren we in twintig
minuten klaar. Dat kwam niet alleen goed uit omdat ik vergeten was een oppas
voor mijn éénjarige zoon te regelen, maar ook omdat de acteur
zich zonder haperen te weer stelde.
Zoals hij zelf zei na afloop, nog ongelovig:"Ik kan acteren!"
De volgende morgen stond Goos voor een gesloten deur en belde ietwat verbolgen,
hoewel - 't dient gezegd - ze ook de aardigheid van de situatie inzag. Ze was
te spreken over het resultaat en bracht - als dank voor mijn inspanning - een
negatief advies uit bij de boven-ons-gestelden over een door Justus van Oel
geschreven comedy die ik in die dagen op het doek wilde brengen.
Ik dronk nog stevig en zo kon 't gebeuren dat Maria en ik-zei-de-gek elkaar wel
'ns kusten, liggend in een portiek. Ik ben doorgaans weerloos tegenover rood
haar in combinatie met sproeten en zo ook in dit geval, bij deze ietwat naar
kamelige hippiejas en boenwas ruikende verschijning. Verliefd was ik niet, maar
leuk vond ik het schepsel wel, ongeveer zoals men een oudere zus die wat
ongelukkig getrouwd is in ere houdt.
Ze vertelde afkomstig te zijn uit de heffe des volks van Breda en dat haar
grote frustratie nog altijd hieruit bestond dat haar familie van het geestelijk
lompenproletariaat niets had met Pleidooi of andere door Maria ontworpen
televisiespelen en/of series. "Ik hoor nergens bij", zei ze en mijn
instinct vertelde me dat hier geen pathete aan het woord was.
Ik vergat haar verjaardag, wat des te erger was omdat ze om de hoek op het
Gallileï-plantoen was komen wonen. Ze vertelde achter mijn rug een hoop
mensen hoe mooi ze vond wat ik van haar handel gemaakt had. Schromelijk
overdreven, maar ik vond 't wel lief.
Nu ja, enige tijd later zat ik op m'n knieën, zowel mentaal en
financiëel, en beging de onvoorzichtigheid Mevrouw te vragen:"Zou ik
Oud Geld kunnen regisseren?"
"Iemand die Vals Licht heeft gemaakt komt bij mij niet in
aanmerking", zei Maria. Ik wierp tegen dat je iemand beoordeeld op het
beste wat 'ie in huis heeft, niet op het slechtste en voelde me vernederd.
Een week later won het door mij geregisseerde Blind Date drie Gouden Kalveren,
de treurigste onderscheiding die men toegewezen kan krijgen, maar grappig was
wel dat là Goos - over wie ik inmiddels tegen mijn zoon zei als ze
voorbij kwam: "Pas op! Dat is een heks!" - een vies gezicht trok en
publiekelijk verklaarde 'er niets van te begrijpen'.
Dat ik niet in aanmerking kwam voor Oud Geld was niet alleen voor mij
betreurenswaardig, want Goos heeft als arbeiderskind nu eenmaal geen oor voor
de subtiliteiten in het spraakgebruik van de heersende klasse, waardoor de
serie gespeeld werd in een soort doorsnee ABN waar Aerdenhouts de voorkeur
verdiende.
Als social-climber, of moet ik zeggen, als omhooggevallen parvenue, is haar
obsessie inmiddels toch vooral mensen van goede komaf.
Ze kijkt en ziet voor haar geestesoog hoe treurig de wereld Upstairs kan zijn,
maar haar oog blijft gepokt en gemazeld Downstairs. Zulks is niet zozeer
kritiek, als wel een constatering. En zolang voortreffelijk acterende kakkers
van nature als Gijs Scholten van Asschat haar hoofdrollen vertolken, komt alles
voor de bakker in de villawijken van Goos. Mij persoonlijk ontroert de
klassenstrijd die Mevrouw, bewust of onbewust, uitvecht met de elite. Nooit zal
ze loskomen van Breda, zoals ondergetekende als slachtoffer van zijn gelukkige
jeugd vermoedelijk nooit de ketenen van Wassenaar zal kunnen verbreken.
Jawel, omdat ons wiegje daar stond...
Helemaal eerlijk kan ik na zo'n voorgeschiedenis niet oordelen over Familie,
het door Jacques Goderie en vele andere deskundigen jubelend ontvangen laatste
drama van haar hand naar een eerder opgevoerd toneelstuk. Ik neem die moeite
omdat de lof zo unaniem is dat je alweer vermoedt in een samenzwering van
stront in de ogen terecht te zijn gekomen.
In Familie werpt Goos zich weer op de heersende klasse, zoals sommige ezels
zich nu eenmaal vaker stoten aan dezelfde steen.
Bram van der Vlugt heeft tussen zijn schnabbels als Sinterklaas tijd gevonden
om de patriarch van een familie te spelen wiens echtgenote in terminale staat
aan kanker dreigt te bezwijken en die zijn kinderen met aanhang voor de Kerst
in een Oostenrijkse berghut noodt om nog één keer de donkere
dagen voor Mamma te verlichten.
Bram van der Vlugt is helaas altijd Bram van der Vlugt, een beperkte acteur.
Datzelfde dient gezegd van Mark Rietman, als zoon en diplomaat; hoe vlijtig is
de minder getalenteerde?
Vlijtig.
Dan is er juffrouw Parelhoen uit Abeltje, die zo scheel kijkt dat je
onwillekeurig peinst: "Zouden die ogen recht gaan staan als ze
klaarkomt?"
Schandelijk, schandelijk, inderdaad en ook zo puberaal, want Parelhoen is een
geweldige actrice die, mits geregisseerd, huizen als kastelen suggereert. Dat
ze zus van Rietman is, kwam mij ook door haar andere spraak onaannemelijk voor,
maar ze ontroerde dankzij de kwetsbare blik waarmee ze haar wereld in ziet
storten. Eén en ander culmineert in een memorabele slotscène met
haar lapzwans van een vriend - een mislukte schrijver - die ze toevoegt dat de
door hem zo toegejuichte bevrijding Mevrouw Mamma's terreur ook tot andere
vrijwording kan leiden, dat wil zeggen, verlost van Hem.
Bij Maria Goos heten mislukte schrijvers nu nooit eens 'Jan', maar
uiteraard heel artistiek - 'Von'.
Von is een onaannemelijke verschijning, de enige echt ongeloofwaardig
geschreven rol, vermoedelijk omdat Goos op haar Parnassus van Carel van den
Donck tot Hans de Wolf, geen mislukte literatoren tegenkomt.
Petra Laseur is de enige die talent en inzicht paart aan het levensecht maken
van het voor haar geschrevene. Ze schittert met door bestralingen aangetast
rattenkopje als een heuse Dame en voorkwam mijn natuurlijke neiging tot
wegdommelen bij welke parel ik ook moet ondergaan uit dit zinderende oeuvre.
't Is jammer dat Goos vooral TV maakt, en dan nog; een plot spannend maken is
niet haar sterkste kant - wie vermoedt niet na tien minuten al een lawine die
het serpent van een moeder zal bedelven; wie vermoedt niet dat Van der Vlugt
nog altijd verliefd is op zijn secretaresse? Wie vermoedt niet dat Anneke Blok
weg wil bij het mannetje? - enfin, de wondere upper-class is bij Goos vooral
gezapig en wil maar niet bijten. Goos' sterke punt is de voortreutelende
dialoog tussen mensen die allang uitgepraat zijn - zinnebeeld dat naadloos op
haar eigen schrijverschap zou aansluiten ware 't niet dat zij op haar best
inderdaad mensen van vlees en bloed weet te scheppen die gaandeweg, ondank hun
voorspelbare ontwikkeling, gaan intrigeren.
Waarom zou de schrijfster dat gevoel voor mensen toch niet 'ns richten op de
types waar ze werkelijk kaas van heeft gegeten, de lieden van het gemene
volk?
Schaamte, vermoedelijk, en - wie weet - trots op haar thans verheven, aan het
gepeupel ontstegen status.
Familie zet je nergens op het verkeerde been, het geluid is slecht en Fons
Merkies maakt een dreun die, net als bij zijn score voor De Grot, veel plezier
wegneemt omdat zijn bombast ons zo genadeloos inpepert: "Toeschouwer,
thans ondergaan wij Drama!"
Hoeveel dodelijker was Familie niet geweest met een telkens terugkerend,
gekmakend jengelig "Jingle Bell (2 keer) Jingle all the way!", ik
noem maar wat.
Goos' wel degelijk aanwezige ironie wordt zo geen recht gedaan.
En zo zijn er meer bezwaren, waar ik nu te slaperig voor ben om ze op te
schrijven maar die U zelf maar moet gaan bekijken. Ik kan mijn sympathie voor
de schrijfster niet onderdrukken; hoewel een trut in het diepst van haar
gedachten die elke gelegenheid in welke subsidiecommissie of adviesfunctie ook
te baat zal nemen om te voorkomen dat Theo van Gogh's werkjes het scherm of het
witte doek halen, is Mevrouw Goos toch vooral wat je noemt 'een slecht mens' en
geen heilige.
Gelukkig maar.
Ook daarom moet ik toegeven dat haar pogingen om Tsjechov's vingeroefeningen te
imiteren van lef getuigen en mij het gevoel geven dat in haar universumpje van
ijzige verlatenheid veel authentieke pijn zit.
Een geestverwant.
God behoede ons.
Theo van Gogh |