"Het paradijs is mooier dan de
aarde"
Oftewel: waar George W. Bush met spoed zijn cursus "indoctrinatie en
demagogie" zou moeten volgen
Jaren geleden vroeg een taxichauffeur in Istanbul
mij naar mijn geloof. Jong en onschuldig, maar toen al rechts radicaal en
recalcitrant, antwoordde ik geen begrip op te kunnen brengen voor mensen die
welke vorm van Godsdienst dan ook aanhangen. Joden, Moslims, Christenen,
eenieder die zich laat leiden door eeuwenoude teksten en daarin 'de Waarheid'
meent te vinden, bestempel ik als pathetische hypochonders, onzelfstandige,
onzekere beklagenswaardige wezens. Homo Sapiens? Ik dacht het niet. Bovendien
zag ik toen al dat Godsdiensten de basis van iedere oorlog zijn, een ander
onbegrijpelijk fenomeen.
Jong was ik, en niet bedacht op de reactie van de taxichauffeur. 'Je MOET
geloven, dat MOET. En als ik jou was zou ik maar de Islam aanhangen, wij gaan
namelijk de hele wereld veroveren, en dan kun je maar beter aan de juiste kant
staan.' Ik wist niet hoe snel ik mijn blote benen uit de taxi moest zwaaien.
Uiteraard accepteerde hij mijn groene dollars, het grif geaccepteerde
betaalmiddel van de godsdienstoorlog waarvan ik niet wist dat die begin jaren
90 al aan de gang bleek te zijn.
Steeds vaker moet ik aan deze taxichauffeur denken. Wat me destijds het meest
is bijgebleven van deze man, was zijn fanatisme en zijn lichte ontvlambaarheid
toen ik hem antwoordde. Ik had nagedacht over mijn antwoord, en was er trots op
een beargumenteerd atheïst te zijn. Zijn woedende reactie zie ik de
laatste tijd steeds meer terug bij Moslims wanneer het gaat om de Islam, en de
vraagtekens die bij het fanatisme van de volgelingen geplaatst worden. Ik
verbaas me over de enorme aanhang die de Islam ook in Nederland- onder
jongeren heeft. De verklaring dat het geloof bij uitstek een vluchtoord is voor
de armeren en achtergestelden van de samenleving, geloof ik niet meer. Ik vrees
een polarisatie in het "wij-zij" gevoel, gevoed door een bizar
onbenoembaar sentiment dat Godsdienst genoemd wordt. De grote vraag danwel
uitdaging is wie er in zal slagen de polarisatie tot een 'ons' gevoel te
smeden: wij of de AEL c.s.
"De Aarde is mooier dan het Paradijs" (Khaled al Berry/
Arbeiderspers) geeft een beeld van hoe een radicaal Islamitische
terreurorganisatie haar zielen wint, indoctrineert en inzet. De Al-Jama'a
al-Islamiyya heeft als doelstelling het stichten van een Islamitische staat,
die zou moeten regeren volgens de regels van de Sharia, de wet van God. Het
boek verhaalt hoe jongeren benaderd worden, langzaam maar zeer gericht
beïnvloed worden en uiteindelijk de Koran dusdanig menen te kunnen
interpreteren dat uit naam van Allah de meest waanzinnige denkbeelden en daden
goedgekeurd worden. Het toont hoe het mogelijk is saamhorigheid te kweken bij
intelligente jongeren, die daarna in staat blijken de meest vergezochte daden
te plegen uit naam van Allah, vermeend vergoelijkt door de Koran, en dat alles
om in het paradijs eeuwig te kunnen leven.
Het is het type boek dat zo ontzettend helder weergeeft hoe krankzinnig de
leiders zijn van Islamitische organisaties, dat HP/ de Tijd het afdoet als een
doorgeslagen boetedoening van een afvallige volgeling. De schrijver, een mooie,
jonge, intelligente Egyptenaar, arts, vertelt over zijn lidmaatschap aan
Al-Jama'a al-Islamiyya, waar volgens de uitgever ook Mohammed Atta toe behoorde
(een van de terroristen die de boeing in de Twin Towers parkeerde).
Een jongen uit een gegoede familie, wonend in een goede wijk in Assioet in
Egypte, die volgens verwachting medicijnen gaat studeren. Was hij Nederlander
in Nederland geweest, zou hij tot OSM behoren. Maar hij is niet OSM, hij is een
moslim uit Noord Afrika.
De essentie van het boek staat echter tussen de regels, en interpretatie vergt
enige ervaring met de werking van een moslimbrein, niet te verwarren met
theoretische kennis hiervan.
Khaled verhaalt over zijn transformatie van 'doorsnee', harmloze Moslim, die
alleen op vrijdag naar de moskee gaat, naar een radicaal die zijn omgeving
terroriseert. Zijn leermeesters bij de organisatie bereiden zijn indoctrinatie
minutieus voor. Zo laten ze hem een referaat over de wetten van de Islam met
betrekking tot de zang voorbereiden. Er wordt hem verzekerd dat hij alleen de
verzen in de Koran dient te analyseren die over het lied gaan, en te
onderzoeken hoe imams de teksten van de profeet hebben uitgelegd. Als hij dit
eenmaal gedaan heeft, wordt hem duidelijk gemaakt dat hij nu kennis heeft
genomen van Gods wetten en niet meer kan voorwenden er niet van op de hoogte
geweest te zijn. Hij dient zich in het vervolg hiernaar te gedragen. "Wir
haben es nicht gewusst" wordt door Moslimleiders gerechtvaardigd. Totdat
de volgelingen door simpelweg hun huiswerk te doen, wel weten hoe het volgens
de interpretatie van imams moet. En zich er "dus" aan dienen te
houden: de stap naar het praktiserend moslimschap is gezet.
Dan verschijnt Khaled op een dag in een Djellaba, een gewaad waar Noord
Afrikaanse OSM niet in gezien wil worden. Dat half Amsterdam er wel in loopt
zegt meer over ons dan over Noord Afrikanen. Zijn vader reageert furieus.
Khaled maakt zijn familie en hele leefomgeving onomwonden duidelijk een 'ware'
Moslim te zijn en toont totale minachting voor de huiselijke waarden en normen
-inclusief het eten met mes en vork (in het vervolg eet hij met zijn handen).
Een door de interpretatie van het geloof gespleten liberaal moslim gezin is het
gevolg, want de liberale invulling van zijn vaders moslimschap wordt hardhandig
opzij geschoven. In dit geval nog verbaal, maar in een ander stuk van het boek
door het lossen van een geweerschot. Het dragen van de Djellaba, gevoed door
indoctrinatie van buitenaf toont de opstand van de Islamitische zoon tegen zijn
eveneens Islamitische vader, en moet niet verward worden met onschuldige
puberale opstandigheid.
De leiders van Al-Jama'a al-Islamiyya gaan steeds harder roepen dat haar
volgelingen zich aan de wet van God dienen te onderwerpen, dienen te leven naar
de verzen van de Koran en ongelovigen dienen te bekeren. De volgelingen voelen
zich bijzonder, superieur, zij hebben immers reeds kennis genomen van Gods' wil
en aan hen de taak dit te openbaren. Ongelovigen handelen immers niet
overeenkomstig Gods' openbaring en moeten hiervan kennis nemen, desnoods
hardhandig. Ruimte voor twijfel is er niet: ik geloof, dus ik ben.
En openbaren doet Khaled. Zonder twijfel want een andere interpretatie van de
Koran dan verkondigd door de Al-Jama'a al-Islamiyya leiders bestaat niet. De
wereld van de fundamentalistische gelovigen moslims in dit geval- is
zwart/ wit, zonder ruimte voor grijstinten. Grijstinten worden immers
veroorzaakt door het zelfstandig nadenken. En het zelfstandig nadenken willen
alle moslimleiders - de Sjeiks van de Al-Jama'a al-Islamiyya maar ook Abou
Jahjah c.s - te allen tijde vermijden. In wezen is het bewonderenswaardig
én angstaanjagend dat moslimleiders aanhangers weten te mobiliseren met
de simpele woorden: 'Het staat in de Koran'. Een wat meer gewelddadige variant
op "Pim heb ut zo gewild". Wanneer volgelingen vragen stellen over
bepaalde teksten, worden ze dusdanig geïnterpreteerd dat ze te rijmen zijn
met de doelstellingen van de Moslimleiders. Ik geloof dus ik ben, en blind
scharen de volgelingen zich achter hun Führer.
Als Khaled verstoten wordt door de Al Jama's al-Islamiyya is zijn grootste
schrik dan ook dat hij nu zelf moet nadenken. Hij komt erachter dat hij mag
twijfelen en dat kritisch zijn geen zonde is: "Voor het eerst ontdekte ik
het vermogen van het menselijk brein om tussen de regels te lezen..." Hij
is dan 19 jaar oud.
De blanke Nederlander die dit weet te snappen, daag ik uit een brug te bouwen
tussen Abou JahJah en Balkende, en snel ook. Hoewel ik moet zeggen dat
Al-Berry's boek een goede handleiding geeft voor degene die deze uitdaging aan
durft te gaan.
Wie "De Aarde is mooier dan het Paradijs" leest, kan maar tot een
conclusie komen: niet de Islam is achterlijk, maar haar leiders zijn briljante
demagogen. Zo briljant, dat ze in staat zijn intelligente jongeren te
hersenspoelen tot achterlijke aanhangers van antieke verzen. Ik raad Bush van
harte een snelcursus "Indoctrinatie en demagogie door imams" aan. En
hoewel HP/de Tijd het boek afschildert als egotripperij, durf ik te stellen dat
het een waarschuwing is. Sterker nog, ik durf mijn beide handen in het vuur te
steken dat op vele Islamitische scholen in Nederland exact dezelfde tactieken
worden toegepast. Wonend in Bos en Lommer, met een Islamitische basisschool
grenzend aan mijn achtertuin, komt Noord Afrika wel heel erg dichtbij. Bijna
het overwegen van een verhuizing naar de grachtengordel waard. Gezellig tussen
alle struisvogels van verlicht en semi-kritisch, maar o zo correct Nederland...
Ebru Umar
Vorige column Ebru Umar
|