Met voorbedachten rade
O, wat had ik m'n best gedaan op "Najib & Julia" en dan ook nog
de halve zomer doorgewerkt, want de eerste aflevering van deze dertien-delige
zou eind October op het scherm verschijnen. Gisteren zaten we met de dames van
de afdeling drama van de AVRO naar de eerste drie delen te kijken toen het
telefoontje kwam; Joop, de netmanager, met de mededeling dat het geval pas
vanaf twaalf januari 2003 de lucht in gaat, iets met begrotingsoverschrijdingen
in zijn boekjaar.
Ik weet 't, er zijn kinderen die dood gaan van de honger, er zijn
overstromingen, er is Saddam en Adriaan van Dis, kortom, daarbij vergeleken
zullen mijn tegenslagen briesjes op kalme golven blijken. Maar gut, wat had ik
de pest in.
Ik ben gesteld op die serie omdat er goed in wordt geacteerd. In Nederland
haalt iedereen daarover zijn schouders op, 'nobody gives a fuck', maar om de
vanzelfsprekendheid van handelen en praten van een Amerikaanse B-film te
benaderen, moet je heel erg je best doen. Acteren en het verhaal zijn mijn
enige interesse, de esthetiek van het plaatjes maken is niet aan mij besteed.
Ik sta tegenwoordig op de set zonder een videoschermpje om de opname terug te
zien. Want ook als ik een film maakte die miljoenen kostte, bleef het scherm
ruisen, sneeuw, sneeuw, sneeuw en bovendien wordt je, als je niet oppast,
voortdurend lastig gevallen door de mutsen van kleding en make-up, die ook hun
werkje terug willen zien. Tien jaar van m'n leven heb ik verspeeld met gewacht
op lampen en acteurs die op kruisjes moesten lopen. Dankzij de DV-camera's is
het ideaal van Copolla zoals verwoord in "Heart of Darkness" - dat
ook een dertienjarig meisje uit Columbus, Ohio haar film zal kunnen maken -
gelukzalig nabij gekomen.
Geliefd word je er niet van, want de jongens van het licht, de grip, de pullers
van het focus, zij allen worden werkeloos, overbodig, ingehaald door de tijd
als stokers op een stoomtrein.
Het acteren voor de DV-camera wordt er beter en beter op, want ze moeten maar
blijven gaan, de vertolkers, take na take onder het oog van hun likkebaardende
dirretore. Eindelijk gaat filmen weer waarover 't zou moeten gaan, over hoe
mensen naar elkaar kijken en met elkaar omgaan, en dat alles gevat in het
naderen van suikerzoet onheil als in Romeo & Julia.
Bestaat de wereld nog als het geval in Januari dan wel zal worden
uitgezonden?
Ik betwijfel 't. Enfin, laat me maar wentelen in zelfmedelijden.
Die avond had ik een onderhoud met een oudtestamentarisch gelovig
christenmeisje dat voor de VARA een voortreffelijk scenario had geschreven over
bloedwraak. Ze was mooi, opgemaakt, een gekrast kruisje sierde haar voorhoofd,
ze zei verstandige dingen en verklaarde dat ze - vanwege de aanwezigheid van
God in haar leven - nooit alleen was.
Ik ben opgevoed met de opdracht respect te hebben voor andere overtuigingen en
ook nu waagde ik 't niet mijn ongeloof uit te spreken, want wie ben ik om God
te loochenen? Maar men gaat zich er - als kind van de Goddeloze jaren '70
wel wat oud bij voelen.
Er is iets waardoor alles wat ik maak voor televisie onderuit gaat, te laat
wordt uitgezonden of anderszins de vernieling in gaat. Blikken film verdwijnen
voor cocaïne, oorlogen worden met vastberaden bitterheid uitgevochten
zoals die met de cameraman die me nietsvermoedend van Curaçao terug liet
vliegen, in de veronderstelling dat alles OK was, terwijl hij wel beter wist.
En Dicky van de Toren, acteur, roept nu NSB'er tegen me omdat ik voor Fortuyn
was.
Er is, kortom, een stoet van dwergen incluis jezelf op mars in de wondere
filmwereld. Was er maar iets om in te geloven, dat heel dat gedoetje tot betere
resultaten leiden zulde. Maar niets van dat al.
Nu ga ik weer monteren.
Theo van Gogh
|