Dooie vogels door een hoepel

In "Hard & Zielig" speelde hij een jongeman voor wie de irritatiegrens nu wel bereikt is, na het bekijken van "Schindler's List": "Iedereen praat altijd wel over de joden en zo, maar die Duitsers waren ook geen lieverdjes..."
Hans Teeuwen (3-3-'67, Budel) mag ook graag een leraar van vroeger bellen, meneer Van Dijk, die 't altijd beter wist en niets zag in zijn pupil. Gelukkig heeft meneer Van Dijk nu Aids en gaat het hem, Teeuwen, beter dan ooit. We horen en zien meneer Van Dijk ("Ha Hans!.. Ik zie je wel 'ns.. op TV!") hoesten alsof z'n leven ervan afhangt, alsof de longontsteking die de gevreesde ziekte met zich brengt Magere Hein dartel aankondigt: "Je hebt veel succes hè?"
En glunderend zegt onze performer: "Ach! Gezondheid is toch het belangrijkst!"
Welkom in Teeuwen-land, een universum zonder mededogen. Binnenkort zendt de VARA zijn laatste show uit, met een knipoog pompeu "Industry of Love" geheten, de bekroning op een komeetachtige carrière die in tien jaar alles op z'n kop zette wat in Nederland zoal doorging voor In Orde bij 'getuigend cabaret'. Als er iemand is die op de planken voortdurend a-morele types tot leven brengt, niet bezwaard door een galmend geweten, is 't deze etter.
Dat is verfrissend omdat je weerloos zit te lachen om iemand die zich beklaagt over hoe vals die kut-mongolen van de Jostie-band spelen; omdat je omringd door vijftienhonderd schaterende medeburgers iemand op het podium ziet die de graftombe van Claus bezoekt teneinde Majesteit genadeloos te nemen, waarna het staatshoofd bloedend uit haar achterste over de grond kruipt om een pilsje voor deze gulle minnaar te halen. Teeuwen komt daar mee weg omdat 'ie uit principe altijd zichzelf te grazen neemt, niet de Ander.
Toen ik Freek de Jonge in de ereloge van een uitverkocht Carré zag opstaan om het daverende slotapplaus niet te hoeven meemaken voor een collega die hem consequent als 'schele dominee' aanduidde, wist ik; de Koning is dood, leve de Koning. Teeuwen zag De Jonge voor het eerst op TV toen 'ie veertien was en wist toen: "Dit is wat ik wil." We mogen het geschop van de jonge prins tegen de oude vorst dan ook wel omschrijven als een klassiek geval van vadermoord. Dat Freek zijn jonge belager in arren moede vervolgens omschreef als een typische vertegenwoordiger van 'Rechts Cabaret', toonde eens temeer hoe de tijden veranderd zijn. Privé kan Teeuwen eindeloos doorgaan over hoe bespottelijk De Jonge is als moraaltheoloog - een bewijs van groot respect, als je 't mij vraagt, over de grote denker Youp van 't Hek hoor je hem nooit -, en ik ken dan ook geen groter genoegen dan hem op Oudejaarsnacht te vragen: "Heb je Freek gezien?"
Nee, natuurlijk.
"Hij was geweldig!"
Dat meende ik trouwens. Teeuwen's wereld is zwarter dan die van De Jonge en tegelijk ook opgewekter. Noem 't barok en katholiek tegenover Freek's kale, van Calvijn doortrokken kerk zonder vergeving. En anders dan Freek vreest Teeuwen de woordspeling als de pest. Hij is a-moreel, hij wantrouwt engagement. En bovendien; anders dan De Jonge is Teeuwen vooral ook in de weer om wat bij z'n publiek voor goed en kwaad doorgaat op de hak te nemen. Voorbeeld: in een schrijnende anecdote vertelt Teeuwen ons hoe hij een jongen op de middelbare school tot zelfmoord drijft en vervolgens diens ouders troost met een - voor ons in de zaal -, plechtig voorgedragen kut-gedicht dat wegijlt van ellendige, nietszeggende zweverigheid. Het klinkt zoals de teksten van Herman van Veen klinken: "Wat zegt 'ie nou toch eigenlijk? Iets over Vrede."
Teeuwen speelt ontroering, een Plechtig Moment.
En altijd weer komt er dan van een deel van de zaal applaus, omdat de toeschouwers die zijn groot geworden met De Jonge geleerd is dat er na een spervuur van foute grappen een moment van loutering volgt, iets van bezinning, iets van 'ik meen dit natuurlijk niet'. Het probleem is; Teeuwen lijkt het heel erg wèl te menen. Hij gunt zijn publiek Freek's ontsnapping niet; de klappers worden genadeloos verbannen naar de galeien van De Jonge. Ook daarom is De Jonge 'een beetje voorbij', zoals de ellendeling niet nalaat te benadrukken als zijn inspirator van vroeger ter sprake komt.
Teeuwen was negen toen 'ie Toon Herman voor het eerst zag, op TV: "Eén totaal van de camera en kijken maar. Ik kan me nog ieder woord herinneren." Voor iemand die dooie vogels door een hoepel staat te gooien als slotact van een getikte Circusdirecteur, zal die show van Hermans een eye-opener zijn geweest. Wat 'ie ook van Hermans heeft, is het tomeloze geouwehoer. De eerste keer dat ik Teeuwen in actie zag, werd de toeschouwer getracteerd op z'n vader, die een kwartier lang een konijn de woorden 'immers' en 'daarentegen' probeerde te leren; daar stond Pa, gebogen voor het konijnenhok. Ik heb gehuild van het lachen.
Als het om absurdisme gaat, staat Teeuwen op eenzame hoogte. Ik ken er maar één die even obsessief bezig is de wereld om te draaien, Gumbah, de onderschatte, op de achterpagina van de Volkskrant weggemoffelde tekenaar. Niet voor niets zijn die twee geestverwanten. Soms belt Teeuwen me kraaiend op om een tekening van Gumbah te beschrijven die net over de fax is binnen gekomen. Vermoedelijk is de tekenaar ook de enige die Teeuwen's oprechte bewondering heeft verdiend. Een kwestie van talent.
Over talent gesproken; toen ik Teeuwen op het podium "Bird of Paradise" van Charly Parker zag nadoen, waarbij iedere noot een andere beweging kreeg van dat tengere lichaam in het witte pak, alsof een slangenmens zo gracieus eer bewees aan die klanken dat je er zweet van op je lip kreeg en alleen maar betoverd kon toekijken...toen dacht ik: "O jongen, wat kàn jij veel!"
Want dat is het eigenaardige met Teeuwen; 't lijkt of 'ie 't achteloos uit z'n mouw schudt, zo soepel, zo makkelijk... accenten, houdingen, types, de plechtige toon van gebakken-lucht-verkopers, de liefde van een jaloerse jongen, buigen als een onderdanig islamitisch meisje. Hij is scherp, hij treitert, hij behaagt, hij is trefzeker, maar hij is vooral: Teeuwen. Een kleine God op het toneel, altijd op jacht naar een komma beter. Hij wordt bereden door de obsceenste van alle dromen; de zucht naar perfectie. Maar ook...
Ik citeer uit één van z'n liedjes: "Teveel gevoel maakt me kapot/maar zonder pijn ook geen genot/geen romantiek, geen sentiment/voor wie de zwarte kant niet kent"
Een ongeneselijk romaticus dus.
Teeuwen, even verderop in hetzelfde liedje: "klinkt dit als een integer lied/maar zo integer ben ik niet/want ik weet heus wel hoe ik scoor/omdat ik tot het soort behoor/zo zelfgenoegzaam en zo ziek/ik koketteer met zelfkritiek/en in m'n hoofd is er nooit rust/voortdurend van mezelf bewust/dus geniet van het talent/maar vertrouw me voor geen cent."
Inderdaad; in zijn hoofd is er nooit rust. Ik ontmoette Teeuwen voor het eerst bij een privé-vertoning van "Blind Date", een film die geschreven was door zijn toenmalige geliefde Kim van Kooten. Trots op het geval maar toch enigszins beducht voor de tong van die meneer, zag ik een zombie; onder de pillen, traag, een treurig geval, want zo op het oog ten prooi aan innerlijke pijn en door schimmen bezocht. Een koning betaalt de hoogste prijs. Het is aan de oneindige genegenheid van Van Kooten te danken, die hem door een depressie van anderhalf jaar sleurde, dat Teeuwen terug is van heel ver weg geweest.
Misschien dat 'ie aan haar dacht toen er opeens een liefdesliedje zonder ironie uit z'n pen kwam, één van de hoogtepunten uit "Industry of Love". Ik citeer er ruimschoots uit omdat ik het zo mooi vind: "Verleid me/verstik me/pak me m'n vrijheid af/bemin me/ beperk me/ga je gang/ik ben laf/je wilt samensmelten/ een onnozel idee/maar ik ben romantisch/ik ga er in mee/kneed me en knecht me/ wees lief en gemeen/gun me de plek van het blok aan je been/als jij mijn vrouw bent, ben ik je man/dan vechten we samen over dat wat niet kan."
En: "We doen nog meer water bij onze wijn/totdat er alleen nog maar water zal zijn/helder maar smakeloos, geen kleur meer, geen gloed/ zo leven we samen de dood tegemoet."
Amen.
Maar, zoals gezegd: Teeuwen neemt vooral de conventies van cabaret en zichzelf op de hak. In "Industry of Love" zit een adembenemend nummer waarin het Berlijn van de jaren '30 in een handomdraai tevoorschijn komt in de persoon van Dreckige Daisy, een dame van mindere zeden die optreedt in een gelegenheid van dubieuze reputatie. Teeuwen vraagt haar meteen ten huwelijk, maar dat wordt geen succes.
Ze sterft opgewekt voor het vuurpeloton. Alles klopt aan haar, de stem, het lijzige, het Dietrich-achtige, de Sehnsucht.
Teeuwen heeft iets met zwoel Duits, want in dezelfde show komt het verhaal voor van de Bootsjungen, die door z'n vader is weggegeven aan een Kapitein. Nooit zag je geilheid radelozer. Zo'n nummer is camp, het parodieert nichterigheid maar doet je adem stokken omdat 't zo echt is tegelijkertijd. Wàt een tovenaar, die Teeuwen.
Onnodig te zeggen dat dit alles de Nederlandse cabaretrecensenten niet was opgevallen, want "Industry of Love" werd slecht ontvangen. Iets met 'de Structuur', geloof ik. Je mag het de dames en heren nooit kwalijk nemen als ze gediplomeerd stront in hun ogen hebben.
Teeuwen is een control-freak die de chaos, die voor hem altijd en over al op de loer ligt, onder de duim probeert te houden. Op het podium lukt dat. Ik zie hem niet zomaar nog één keer buigen om voorgoed, miljonair inmiddels, van het toneel te verdwijnen. Maar "Industry of Love" markeert wel het einde van de jaren dat 'ie trappelend van talent de wereld moest veroveren.
Hij is nu, in z'n eigen woorden, 'leeg'. Er moet iets anders komen. Laatst werd ik gebeld door het productiebureau van Lars von Trier; of ik namens Nederland een filmpje van vijf minuten over 'Europa' wilde maken? Ik belde Teeuwen en vroeg hem om raad. Een week later lag er een scenario waarin een zekere Elisabeth uit Haarlem optreedt in een zogeheten Euro-quiz. Een vrouw die zich voor de camera's tijdens de plichtmatige kennismaking van vijftien seconden voorstelt als iemand die door iedereen met de nek wordt aangekeken, vooral door haar vroegere man. Ze neemt de volle vijf minuten die de quiz mag duren. Want toen zij achter het stuur moest uitwijken voor een hert en de auto tegen een boom parkeerde waardoor hun zoontje, dat ongelukkigerwijs geen veiligheidsriem omhad, stierf, had ze een slokje op, 'denkt Johan'; Johan die, zo vertelt ze glunderend, als hobby de Holocaust heeft en met wie ze zo verliefd romantische tochtjes naar Auschwitz 'en zo' maakte, 'toen we elkaar net kenden!'
Olga Zuiderhoek is briljant als Elisabeth, Tara Elders speelt vlekkeloos de tot wanhoop gedreven presentatrice, maar bovenal komt tot ons kijkers de wondere wereld van Teeuwen, een bizarre mengeling van geestig en verdriet, waarbij je lachen moet om de gruwelijkste dingen.
De Denen van Von Trier waren er enigszins verbijsterd over en vermoedden 'diepere lagen'. Te vrezen valt dat die er onbedoeld in zijn gekomen, maar so much for Teeuwen. Laatst vertelde de performer dat 'ie een video terug had gezien van toen 'ie, tien jaar terug, het Camaretten-festival won: "Ik was verbaasd. Alles was hetzelfde; dezelfde gebaartjes om het publiek te manen niet te klappen, dezelfde intonatie, dezelfde arrogantie. Ik ben er vanaf de eerste dag geweest. Ik was niet anders dan nu, geen spat."
Soms kan men van onveranderlijkheid geen genoeg krijgen.

Theo Van Gogh
Dit stuk is eerder verschenen in de Vara-Gids

Slijmen of Schelden ?
Inhoud | D.C.Lama | U Schreef| Archief | Service