|
Knikkebollen met
Adriaan.
In de VARA-gids van verleden week stond een
schriftelijke onthoofding uit de pen van Herman Brusselmans waarvan ik
grijnzend dacht: "Schandelijk! Schandelijk!"
Brusselmans viel Adriaan van Dis, Wim T. Schippers en een heel zwikje komende
aanwezigen in "Zomergasten" aan. 't Was natuurlijk heel misselijk om
het genie van Wim T. te relateren aan het structurele overspel dat Mevrouw
Schippers placht te plegen met Adriaan - vooral ook omdat de Belg hoog opgaf
over de pijpkunde van het eigen vrouwtje, hoe de sponningen uit de ramen
vliegen als hìj zich persoonlijk aan het beffen zet - en hoe laag bij de
grond was ook de gruwelijke beschrijving die het kunstenaarsschap van Martin
Bril ten deel viel.
Te vrezen valt voor de onthalsden dat 't allemaal ook nog 'ns ernstig om te
lachen was en dat Brusselmans' kannonade klassiek zal worden, dat wil zeggen,
nog generaties geciteerd terwijl hùn namen allang vergeten zijn. Nu ja,
aangespoord door Brussselmans keek ik maar weer 'ns naar
"Zomergasten", afgelopen Zondag.
't Vervelende is, Van Dis valt niet te haten; zijn bijnaam luidt 'prins
Plagiaat' en hij kan ook al geen vraaggesprek voeren, maar vriendelijk is 'ie
wel - op een minzame, ietwat uit de hoogte-achtige manier glimlachend zoals
vroeger Corps-studenten in Leiden vanuit hun karos verhitte stuivers naar het
graaiende gepeupel wierpen.
En hij is leuk als 'ie zich kwaad maakt.
Ik herinner me hoe 'ie eens op verzoek een feestrede hield toen ondergetekende,
Max Pam en Jeroen Henneman een prijsje kregen uitgereikt vanwege ons' programma
"De Woestijn Leeft", een toespraak die zo gruwelijk uitviel voor de
aanwezige wethoudster, dat Adriaan de helft maar inslikte. Want hij weet hoe 't
hoort in gezelschap van dames.
Wat ook lastig is; ik vind hem aandoenlijk, vooral als 'ie koketteert met eigen
zieligheid. Weinig mensen hebben 't zo met zichzelf getroffen als Van Dis, en
waarom ook niet?
Toen ik hem eens uitleî dat zijn jatwerk ontslag voor iedere stagiaire op
een redactie zou betekenen, ontstak 'ie in oprechte toorn en beet me toe:
"Hondsvot!"
Adriaan zoekt altijd de dialoog, ook met de meest fanatieke islamieten, want
Adriaan wil nu eenmaal aardig gevonden worden; als die hem ophangen, zal 'ie
hen met z'n duim omhoog bedanken voor z'n laatste stijve.
Een Heer.
Een tikje onnozel ook, zoals 'ie afgelopen Zondag een katholiek kruis rond de
hals van een vrouw probeerde te vergelijken met de sluier die onze
moslimzusters onder druk van agressieve mannen in het achterlijke deel van de
wereld moeten dragen.
'Daar wordt een hoop onzin over beweerd', beweerde de ondervrager.
Dat is waar, en vooral toch door meneer Van Dis, helaas.
Nu ja, vermoedelijk weet 'ie niet beter, of is gewoon nooit het juiste boek
tegengekomen om over te schrijven.
Omdat Martin van Amerongen, Frits Abrahams en nog zo wat van die types destijds
de bon-mots en vraagjes bedachten voor Adriaans boekenprogramma, kreeg de
presentator per abuis de indruk dat al dat esprit in de eigen boven-kamer was
opgeborreld; en ging zich daarnaar gedragen.
De vraag is dus of Van Dis, die tientallen citaten en soms hele pagina's zonder
bronvermelding overschreef, verantwoordelijk mag worden gesteld voor z'n lange
vingers en de kleptomanie die hem als een aap op de schouder achtervolgt.
Nu 'ie op eigen kracht is aangewezen in "Zomergasten" valt pas op hoe
traag de man denkt en vooral, hoe slecht Adriaan luistert.
Afgelopen Zondag kwam Mensje van Keulen aan bod. Ze had prachtige fragmenten en
leek bijna te schreeuwen: "Vrààg me dan over m'n
vader!" Zo vertelde ze bijvoorbeeld dat haar verwekker lid was van het
Vreemdelingenlegioen en ik dacht: "Kom, Adriaan, waarom zat Pa daar, wat
heeft 'ie gemaakt, waarom heeft ze daar niet over geschreven, wat wàs er
met die geheimzinnige?"
Maar niks, nada, Van Dis zat na te denken over het volgende 'bruggetje', en had
helemaal geen trek in Pappa Van Keulen. Wie wil ondervragen voor TV zou van
nature over een zekere interesse moeten beschikken; noem 't
'nieuwsgierigheid'.
Die ontbeert Van Dis ten enenmale.
Met enig knikkebollend vertoon van deftigheid haalt 'ie het einde van het
programma, en dat was dan weer dat. Toegegeven moet worden dat Peter van Ingen
nog onnozeler was, dat Freek en Wim T. er ook niks van bakten en dat deze
egocent tenminste eerlijk is in z'n ijdeltuiterij.
Ik zei 't al; je kúnt niet de pest hebben aan Adriaan Van Dis.
Men krijgt spit in zijn rug van het buigen voor de pygmeeën.
Theo van Gogh
|