 |
"Prinsessen & Smeerlappen" heet de nieuwe bundeling van Theodor
Holman. Op de achterflap staat: 'Hoewel Holman in alles een man is, kan hij
zich erg goed inleven in de gevoelens van een vrouw. 'Ik weet niet hoe men 'in
alles een man' is, maar vast staat dat het beste deel van het boek geschreven
werd vanuit het vrouwelijk perspectief. Of zijn eenzame vrouwen misschien
tragischer dan eenzame mannen? Holman's schetsen zijn soms amper anderhalve
pagina en 't is of het gordijn van de hel voor ons wordt opgelicht. Zijn
vrouwen lijden aan begeerte, vooral aan de niet beantwoorde. En wat wil het
Wijf?
"En toen waren ze opgestaan en naar huis gegaan, en daar had ze zich
overgegeven aan zijn gehijg.
Hij was nu weg en ze lachte tegen haar spiegelbeeld.
'Ze verschillen vijfentwintig jaar, de jongen en Henk', zei ze tegen
zichzelf.
En toen nam ze de jonge God weer in gedachten, in de hoop dat hij ooit die
lange rimpel zou wegpoetsen die als een galg om haar nek hing."
Zes regels en er gaat een wereld voor je open.
Holman moet lijden aan ontembare liefde voor het zwakke geslacht om zijn
heldinnen met zoveel invoelingsvermogen neer te kunnen zetten. Ik vermoed dat
de barre woestenij van al die middelbare dameslevens de eigen speurtocht van de
auteur weerspiegelen; een man die zich vooral met kwetsbare vrouwen
vereenzelvigt.
"Prinsessen & Smeerlappen", je wordt er aangenaam treurig van,
ik-zei-de-gek wel tenminste. Dat komt omdat Holman beter schrijft dan Martin
Bril, Atte Jongstra en Robert Anker bij elkaar. Hij zal dan ook niet besproken
worden en zijn loopbaan moeten slijten als ramsjauteur. Maar ik geloof dat er,
uiteindelijk, rechtvaardigheid is en dat Holman de eer zal krijgen die hem
toekomt; die van een groot schrijver. Wie van zijn vrouw houdt, geve haar deze
parel cadeau.
Vanuit de Volkskrant-burelen bereiken mij bij monde van Joost Zwagerman
berichten als zou mijn geweigerde bijdrage voor het media-katern
"Stroom" niet ten slachtoffer zijn gevallen aan censuur, maar
gestrand op 'onevenwichtigheid'. Gut , toen ik Wim Wirtz sprak,
eindverantwoordelijke, ging 't toch echt over meneer 's moeite met bepaalde
passages, die hem 'beledigend' voorkwamen en daarom 'niet mee' konden. 't Is
bovendien zoals Zwagerman na lezing juist opmerkte: "Voor jouw doen
bijzonder mild."
Maar meneer Wirtz weet hoe 't hoort. Onder zijn verantwoordelijkheid werd mij
ten onrechte in de mond gelegd 'Vrouwen moeten
verkracht worden', en in plaats van maanden op rectificatie te wachten,
had ik natuurlijk meteen naar de rechter moeten stappen. Voor meneer Wirtz zijn
de Theo van Gogh's van deze wereld vogelvrij en dienen grote denkers als meneer
Michaël Zeeman ten allen tijde gevrijwaard te worden. Je zou kunnen zeggen
'haal je' schouders op over dat stuk vuil', maar wat me dwars zit is dat de
boven-ons-gestelde nu dus beweert dat mijn
stukje 'onevenwichtig' was. Klinkt chiquer dan 'Ik ben een censor', nietwaar?
't Is zoals Jan Mulder zei:"Waarom vragen ze jou dan?"
Fletse functionarissen hebben de wereld en waar ik ook ga zal ik door die types
nagespuugd worden; waarom zou ik de moeite nemen een pink te lichten?
En toch... wat zou er gebeuren als ik meneer Wirtz in alle mij ten dienste
staande plekjes op TV en elders ging achtervolgen? Zou meneer Zeeman 't opnemen
voor collega Wirtz? Zou Pieter Broertjes mij vaderlijk vermanen? Pygmeeën
voorwaarts!
Was 't maar oorlog.
|