Bernadette de Wit
   

8 december 2003

Geweigerd door Het Parool en Trouw en nu op De Gezonde Roker:


Wormen en maden in een Bijlmerflat

Geachte mevrouw, schrijft de huisbaas. 'Wanneer wij u betrappen op het urineren in de flat laten wij dit schoonmaken door een schoonmaakbedrijf. De kosten hiervoor brengen wij bij u in rekening. Wij vertrouwen op uw medewerking'. Twee praktijkvoorbeelden van normhandhaving in de Bijlmermeer. In wat voor wereld leeft de WRR?

Spugen op straat en voordringen zijn weliswaar ergerlijke gedragingen, maar we moeten die toch maar dulden omdat er veel ernstiger dingen misgaan in de maatschappij. Dat stelt de WRR in zijn nieuwe rapport over normen en waarden.
In wijken als de Bijlmer is onwellevend gedrag zeer wijdverbreid. Ik kan geen boodschappen doen zonder dat mensen tegen me aan staan te duwen bij de kassa. Rustig pinnen is er niet bij, daar moet je elke keer om vragen en je krijgt een grote mond: "Hé, respect!" In de flat schieten jongeren fluimen om je oren. Achteloos laten ze een leeg drinkblikje of half opgegeten patatbakje vallen. De entreedeur openhouden voor een rolstoelrijder is veel Afrikanen te min. Reclame gooit men op de grond. Elk weekend is de lift stuk door overbelasting, dagelijks tref je open vuilniszakken aan in de algemene ruimten en bij de containers lijkt het wel een illegale vuilstortplaats. Sta je in de lift tussen Dominicanen of Ghanezen, dan schreeuwen ze tegen elkaar – de normale conversatietoon is deze mensen onbekend – alsof je niet bestaat. Vraag je of het wat zachter kan, dan snauwen ze: "This is a black neighbourhood!" Of: "Hey, this is Bijlmer!"

Van de WRR mogen we de allochtone onderklasse niet stigmatiseren, want zij delen heus onze belangrijkste waarden. Zouden de leden van de WRR dat onthechte standpunt ook huldigen als ze zelf in een achterstandsbuurt woonden? Ik waag dat te betwijfelen. In dit soort wijken hebben de achterlijken en de ongelikte beren het al geruime tijd voor het zeggen.
Er is bij zo'n dagelijkse overmacht van hufterigheid geen beginnen meer aan om er iets van te zeggen, ook al blaak je van de burgerzin. Maar je kunt over grensoverschrijdend gedrag ook niet je schouders ophalen als het te zeer het leefklimaat gaat domineren. Want als het zo ver is gekomen, draagt dulden bij aan de algehele onverschilligheid waaraan ook de sociale instanties en de overheid zich schuldig maken– en dan kun je je medemensen er, zoals de WRR nota bene zelf bepleit, ook niet meer op aanspreken.
De WRR praat zich vast door op zo'n ijle hoogte te gaan staan.

Urineren in het trappenhuis valt volgens de WRR onder 'onbehoorlijk' gedrag, een graadje erger dus. Mensen die zich zoiets doen, moeten op de gevolgen worden gewezen, door medeburgers en door maatschappelijke instellingen. Conducteurs en conciërges spelen daarbij een belangrijke rol en zij verdienen dan ook achting. Onze woonbaas heeft daarover een geheel eigen opvatting.
"Ik plas nooit in het trappenhuis!" riep een oude buurman diep gekwetst, zwaaiend met de brief waarin wordt gesteld dat bewoners die op urineren worden betrapt de schoonmaakrekening krijgen. Sommige keurige bewoners raken erg overstuur van de absurdistische epistels van woningcorporatie Patrimonium, de enige verhuurder van Bijlmerflats.
Er wonen veel Ghanese kamerhuurders, vaak op doorreis naar het buitenland. Uit gewoonte wildplassen de mannen op het bordes bij de trap. Ze spreken geen Nederlands, dus de brief bereikt hen niet. Ook na een Afrikaanse rouwdienst hangt er een penetrante urinelucht en zijn de galerij en het maaiveld onderaan de flat bezaaid met etensbordjes, bierflessen en kippenbotjes. Dit laatste gebeurt ook bij Surinaamse feestjes.

De urinebrief was een idee van de bewonersvereniging. Vorig jaar september was er weer eens een overleg. Patrimonium heeft het doorgaans veel te druk met reorganiseren, bovendien is de woonbaas bevangen door een aanhoudende fusiekoorts, onlangs weer met Rochdale. Het toenmalige hoofd beheer beloofde dat ze bewoners zou oproepen de huismeester op de hoogte te houden van wildplasincidenten, zodat deze actie kon ondernemen.
Zoals gewoonlijk kwam ook van dit nuttige idee niets terecht. Aan de brief die de bewoners – ruim een jaar later – kregen, ontbrak die oproep. De corporatie weet best dat loos gedreig weinig zin heeft. De kans dat een flatplasser tijdens kantooruren wordt betrapt, is klein. Maar door met papier te schuiven, voldoet de woonbaas aan zijn 'inspanningsverplichting' op het gebied van sociaal beheer. Vrij vertaald: ze hoeven geen meetbare prestaties te garanderen. Als je een paar bewoners en stadswachten inschakelt voor gerichte observatie van wildplassers, de aanwezige camera's slim gebruikt en een eenvoudige registratie aanlegt, kom je een heel eind. Maar zo werkt het niet bij een monopolist waar de met normhandhaving belaste huismeester helemaal onderaan de hiërarchie hangt.
Het wordt steeds gekker: inmiddels beweert woonbaas dat de in de brief aangekondigde sanctie (de rekening sturen) juridisch niet eens hard valt te maken.

Dat verkoop van huurwoningen niet automatisch meer behoorlijk gedrag met zich meebrengt, illustreert het volgende, zo mogelijk nog absurdistischer voorbeeld. Een oudere autochtone huurster, die haar woning aan de galerijkant heeft verfraaid met hang- en klimplanten, hoort dagelijks keiharde muziek van de kinderen van haar nieuwe buurman, een Hindostaanse koper. Zij bespreekt dit probleem met de jongeren en lost het samen met hen op. Toch belt de vader op hoge poten aan: "Laat me met rust! Ik heb last van jouw planten. Onze fietsen kunnen er niet meer langs."
De buurman dient een klacht in bij Patrimonium over 'plantenoverlast'. Een klassieke jijbak, maar de woonmaatschappelijk werkster neemt dit serieus en nodigt de vrouw uit voor een bemiddelingsgesprek. Over de fietsen wordt niet gerept, terwijl deze niet op de galerij mogen staan. Kort daarop ontvangen de flatbewoners een brief waarin de woonbaas meedeelt dat galerijplanten op last van de brandweer moeten worden verwijderd.
De bewonersvereniging belt de brandweer. Die weet van niks. Maar de afdeling sociaal beheer van Patrimonium houdt vol dat bloembakken tegen de brandweerregels ingaan, bovendien verwijst zij naar het splitsingsreglement. Inderdaad staat daarin dat het aanbrengen van bloembakken, vlaggen en andere uitstekende voorwerpen aan de buitenzijde van de appartementen slechts is toegestaan na toestemming van de vergadering van eigenaren. Waarin Patrimonium de grote meerderheid van stemmen heeft zo lang de appartementsgewijze verkoop niet erg vlot! Tegen de afspraak heeft Patrimonium de huurders na twee jaar nog altijd niet op de hoogte gesteld van de relevante artikelen in het spitsingsreglement.
Terwijl de corporatie althans verbaal op plantenliefhebbers jaagt, die toch volgens algemene Nederlandse normen prettige burgers zijn, doet ze te weinig tegen echt wangedrag in de flat. Het christelijke Patrimonium is een logge bureaucratie die weigert met de klanten samen te werken aan het naleven en overdragen van waarden en normen in het wonen. Burgers die anderen daarop aanspreken, staan in de kou. Dit speelt in veel stadswijken. De WRR heeft wel heel gemakkelijk praten.

Bernadette de Wit

Reageren?
Mail mij op bijlmerwit@planet.nl

 

Meer van Bernadette de Wit op De Gezonde Roker:
- Stadsverslaggever op de multikul matras
- The Warmest Place
- Wormen en maden
- De Bijlmer Belt
- Stadsverslaggeving deel II


Inhoud| D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service