| 4-10-2004
Twaalf jaar na de
Bijlmerramp
De nabestaanden van de Dakotaramp kregen
een bescheiden kunstwerkje. De SLM-ramp wordt herdacht rondom een beeldje dat
onopvallend in de buurt past. Maar het monument voor de Bijlmervliegramp is een
uit z'n krachten gegroeid onding. Dankzij de lokale overheid.
Op de plek waar op 4 oktober 1992 om even over
half zeven het reusachtige, brandende Boeingmonster neerstortte op een
woongebouw, is een ode aan de necrofilie verrezen. De herdenkingsplaats voor de
43 Bijlmerdoden is groter dan het nationaal monument op de Dam. Wat is hier aan
de hand? We zien hier waartoe het multiculturalisme leidt: in de tegenwoordige
wedren om aandacht telt elke omgekomen allochtoon onevenredig zwaar. Aan de 43
en hun nabestaanden wordt een symbolisch belang toegescheven, dat hun menselijk
leed overdekt.
Vanuit de aanpalende flats kijk je uit op een kolossaal plateau in de vorm van
het gebombardeerde flatgebouw met de twee namen, Groeneveen-Klein Kruitberg. De
materiaalkeuze: wit beton en lichtgrijs grint, alsof je in een crematorium
loopt. Een waterplateau met een piepklein, borrelend kraantje loopt abrupt, met
een kindonvriendelijk hoogteverschil, over in een rechthoekig betonnen bassin
met drabbig water. Halverwege begint een modderpoel, daarna wordt het een
zieltogende gras- en onkruidvlakte. 's Avonds zorgt kil wit licht voor een
huiveringwekkende sfeer.
Die reusachtige 'voetafdruk' van de verdwenen flat domineert de hele omgeving;
het doodse, stilstaande water onderstreept de grimmigheid van het ontwerp.
Intiem en voor de mensen zelf
Vlak na de ramp richten de buurtbewoners een bescheiden
herdenkingsplaats in bij een boom die gespaard was gebleven en die de naam
kreeg: 'de boom die alles zag.' Het is niet meer dan een hardhouten plankier
rondom de boom, voor foto's, bloemen en persoonlijke aandenkens. Een vierkant
van grinttegels met border, een hek, een paadje en een gft-container met wat
tuingereedschap completeren het monumentje.
Na een jaar is het een vertrouwd onderdeel van de buurt geworden. Dagelijks
komen er mensen van alle leeftijden de planten verzorgen, uitrusten, spelen of
bidden. Op foto's van Ruben San A Jong is te zien dat het monumentje
onopvallend ruimte biedt aan de culturele verscheidenheid van de bevolking.
Burgemeester Ed. van Thijn belooft kort na de ramp dat er binnen een jaar een
officieel 'gedenkteken' zal komen. Stadsdeel Amsterdam-Zuidoost stelt een
werkgroep in, er worden rondetafelgesprekken gehouden en op een tentoonstelling
prijken brieven, kindertekeningen uit Israël en Nederland en maquettes van
Bijlmerkunstenaars. Eén boodschap van de buurt weerklinkt in alle
uitingen: het spontane monumentje rondom 'de boom die alles zag' is de
hoofdzaak. Wat er ook bij zou kunnen komen, de 'intieme, besloten sfeer' van de
herdenkingsplaats moet in elk geval in tact blijven. "Het monument zal
vooral bedoeld zijn voor de mensen zelf", zegt een buurtbewoner in een
rondetafelgesprek, "het moet niet dezelfde, symbolische waarde krijgen
als het monument op de Dam."
Het zijn simpele, subtiele ideeën die naar voren komen in de gesprekken.
Het stadsdeel moet het verwoeste deel van het woonpark herstellen, in de
glooiende Engelse-landschapsstijl, gebaseerd op de visie van de
stedebouwkundige mej. ir Jacoba Mulder, leerling van Cornelis van Eesteren, die
de Bijlmer kenmerkt. Het rampgebied moet op natuurlijke wijze overgaan in de
groene parkomgeving. Ter compensatie van de geleden schade wil de buurt het
budget van 4 miljoen gulden verder besteden aan lang verwachte voorzieningen,
zoals een fontein in de plas voor de tegenoverliggende flat Grubbehoeve,
Grubbezee of ook wel op z'n Surinaams Kola Kreek genaamd, en een
waterspeelplaats voor kinderen.
De omgeving moet een ode aan het leven worden. Vroeger waren er
recreatiestrandjes aan de plas, maar door de vervuiling zijn die verdwenen. En
die kunnen weer terugkomen als het water gaat stromen. Daarnaast wil de buurt
een eenvoudig paviljoen voor herdenkingen of muziekuitvoeringen. Bij de bouw
van de Bijlmer was bedacht dat elke flat zo'n ontmoetingsplaats in het groen
zou krijgen. Destijds is er tengevolge van bezuinigingen slechts
één gerealiseerd, bij de flat Hofgeest. Het paviljoen moet komen
bij de nieuwe kop van het door de ramp ingekorte Groeneveen.
Multicultureel ontwerpprobleem
Maar de bewoners hebben buiten de waard gerekend. De ambtelijke
werkgroep-Monument van het stadsdeel reageert op de wensen van de buurt met een
vraag die uit een nogal ander vaatje tapt: "Hoe kun je in
één ontwerp tegemoet komen aan de gebruiken en gewoonten van
zoveel verschillende culturen?"
Hoe nu? Zijn de scheppende disciplines nu ook al ten prooi gevallen aan
politieke correctheid? De kiem voor het latere onheil is er al. Architect
Herman Hertzberger en landschapsontwerper Georges Descombes, twee grote namen
met al even grote ego's, gaan in opdracht van het stadsdeel aan de slag met het
'herinrichten' van het rampgebied.
Op een groot bord wordt aangekondigd dat hier 'een groeiend monument'
wordt gerealiseerd. En groeien zál het, tot wanstaltige proporties.
Aan de werkgroep mag na enig soebatten één buurtbewoner
deelnemen, de kunstenaar George Munnik, die al vanaf het begin in de Bijlmer
woont en de geschiedenis van de wijk goed kent. Hij kan zich met moeite
handhaven tussen alle professionals, die bovendien soms vergeten om hem
belangrijke informatie vooraf toe te sturen.
"Het ging al direct fout," zegt Munnik. "De toenmalige
stadsdeelsecretaris, Wicher Nieuwenhuis, pakte een stift, zette een paar lijnen
op een kaart, wierp deze ambtenaar Castelijn toe en zei: 'Jij maakt er wel iets
fatsoenlijks van.' Met die ene pennestreek verdween de plas bij Grubbehoeve uit
het plangebied." En daarmee de wensen van de buurt, met het monument
als een stilteplekje waaromheen het leven doorgaat.
Hertzberger is daarentegen van mening dat het rampgebied "nadrukkelijk
een stedelijke plek" moet worden, daarmee voorbijgaand aan de
stedebouwkundige opzet van de omgeving, waarin het woonpark rond de grote flats
juist een natuurlijk karakter heeft. Begin oktober 1994 presenteert hij zijn
eerste ontwerp: een gigantisch amfitheater naast een gedenkplaat. De buurt
schrikt zich een hoedje. De afgevaardigde bewoner: "Is dit wat ze
bedoelen met een groeiend monument? Veel beton, veel asfalt, een kale en
treurige ruimte. Te groot en te dominerend."
Bijkomend probleem is dat Hertzberger en Descombes de doorgaande brandweer- en
verhuisroute door het autovrije park hebben versmald tot een wit-betonnen
wandelpromenade. De brandweer moet het verder maar uitzoeken en rijdt
noodgewongen de omliggende voetpaden stuk. Het stadsdeel pleegt ook geen
onderhoud meer en het park komt er verwaarloosd uit te zien. Er is een
'veiligheidsbeleid', maar de ambtenaren die daarover gaan, zitten weer niet in
de werkgroep-Monument. De waarschuwing van de bewoners wordt in de wind
geslagen. De ironie wil dat ambtenaren in 1998 na bezwaren van de brandweer
weer zitten te tekenen aan verbreding van de promenade. Maar ja, daar moet
Herzberger toestemming voor geven. En die weigert. Hoe durft de overheid met
zoiets triviaals als een veilige brandweerroute aan te komen zetten midden door
zijn kunstwerk?
Slegs vir volwassenen
Het definitieve ontwerp wordt in april 1995 getoond. Het
amfitheater heeft plaatsgemaakt voor de 'voetafdruk', het plateau met bassin in
de vorm van het verdwenen flatgebouw. Een pomp zal de beloofde waterspeelplaats
mogelijk maken. Langs de promenade loopt een lange, wit-betonnen muur met
vlakken van één tot drie meter hoogte, met een oppervlak van 475
m².
Weg is het wijdse uitzicht waarmee de Bijlmer beroemd is geworden, weg is ook
de ruimtebeleving die voor veel bewoners de slechte naam van de wijk
compenseert. De ontwerpers beweren doodleuk dat "beton ook heel
mooi kan zijn". Alsof daar niet reeds genoeg van dit materiaal
is
In plaats van het paviljoen tekent Hertzberger een tochtige overkapping,
volgens hem bedoeld als ontmoetingsplaats en dus al snel 'de bushalte' gedoopt.
Rondom de boom is een mozaïektapijt geprojecteerd. De mozaïektegels
worden onder leiding van Hertzbergers dochter Akelei gemaakt door nabestaanden,
schoolkinderen en vele anderen. Akelei Hertzberger is helemaal in het
multiculturalisme. Ook zij wordt niet door het stadsdeel afgeremd, waardoor dit
op zich goede idee alsmaar uitdijt door de inbreng van creatieve ramptoeristen.
De boom die alles zag, waarmee het gedenkteken begon, valt langzaam aan een
beetje weg.
Alle bezwaren tegen dit megalomane onding ten spijt, keurt de deelraad het
voetafdruk-ontwerp op 18 januari 1996 goed. Met één wijziging: de
graffitigevoelige muur langs de promenade wordt maximaal 80 centimeter hoog.
Goddank. Dat hebben de protesterende bewoners toch maar bereikt. Leve de
inspraak?
Maar de pomp en de waterspeelplaats worden opeens wegbezuinigd, zodat de
Bijlmer er alweer een bak stilstaand, vies water zonder functie bij heeft.
Deelraadswethouder Paul van Veldhuizen (Groen Links) liegt op de lokale omroep
AT5 glashard dat die waterspeelplaats er later door de bewoners is
bijverzonnen.
Op een bezwaarschrift van de buurt antwoorden de ambtenaren met een
gelegenheidsargument: "Weliswaar zijn spelende kinderen hier niet
ongepast, maar het monument is hier niet voor ontworpen." Slegs vir
volwassenen? Erg multicultureel klinkt dat niet in een kinderrijke buurt waar
scholen en ouders nog lang na de ramp de gevolgen zien. Hertzberger maakt zich
er gemakkelijk van af: "Ik heb niet de opdracht gekregen om het gebied
in de Engelse-landschapsstijl te ontwerpen."
'Verticaal opslaan van palen'
Voorjaar 1996 worden de buurtbewoners plotseling elke ochtend om 7 uur
gewekt door het geluid van heipalen. Hoe kan dat? De bouwvergunning is er
immers nog niet. Het stadsdeel vertelt desgevraagd dat hier het 'verticaal
opslaan van palen' aan de orde is. En dat mag volgens de wet, ook zonder
vergunning, hoe bizar het ook klinkt.
Niet lang daarna wordt ambtenaar Castelijn van de werkgroep-Monument ontslagen
wegens handjeklap met een betonleverancier. L' histoire se
répète in de uit beton opgetrokken Bijlmer; ook bij de bouw
van de wijk werd al fraude gepleegd.
De stedebouwkundige Ashok Bhalotra, ingehuurd om bij wijze van rechtvaardiging
achteraf een structuurvisie voor de reeds half gesloopte Bijlmer te
vervaardigen, doopt het monstrum-in-wording vervolgens nogal necrofiel
"de ziel van de Bijlmer." Hier zou "het multiculturele
karakter" van de wijk in optima forma zichtbaar zijn.
Zo was het ook al vlak na de vliegramp, toen de media de wereld dagelijks
beelden lieten zien van o zo exotisch rouwende Ghanese vrouwen. Diezelfde
vrouwen werden trouwens nauwelijks geïnterviewd: het multiculturalisme
reduceert individuen tot hun etnische groep. (Aan de autochtone nabestaanden en
overlevenden werd destijds minder aandacht besteed, waarop één
querulant, die later nog zou worden gehoord door de parlementaire
enquêtecommissie, drie dagen na de ramp op AT5 in huilerig Amsterdams
uitriep: "Wij sjijn ook sllachtoffer!") Omdat de meeste
immigranten geen Nederlands spreken, vormen zij een ideaal projectiescherm voor
de verdrongen Indiase wortels van de gevierde stedebouwkundige Bhalotra.
De promotie-afdeling van het al even necrofiele stadsdeel meldt het
Bijlmermonument vervolgens aan als folkloristische attractie. En inderdaad zie
je op zondagmiddag af en toe stijfgearmde Apeldoornse echtparen door de buurt
lopen, het NS- of ANWB-gidsje in de hand, schichtig om zich heen kijkend naar
de vele negers, de pas recht op de rampplek gericht.
Een bewoonster die aan de rondetafelgesprekken deelnam: "Dit monument
is buiten de bewoners om een heel eigen leven gaan leiden. Onze wensen zijn
genegeerd. Er is geen rekening gehouden met onze gevoelens, ze zijn ermee aan
de haal gegaan. We wilden iets subtiels en kregen een naargeestig
prestigeproject."
En een Ghanese buurvrouw die haar broer op 4 oktober 1992 verloor:
"Elke keer als ik er langs loop, moet ik moeite doen om mijn verdriet
niet weer naar boven te laten komen. Het monument is te groot, dat is niet goed
voor ons."
De vliegramp waarbij even veel mensen omkwamen als bij een gemiddeld
busongeluk kreeg een gedenkteken van wereldoorlogachtige proporties. Heel
multicultureel.
Bernadette de Wit
|