| 7 april 2004
De
vreetweide
Je zou toch denken dat Nederland inmiddels wat nuchterder is gaan denken
over immigranten, maar nee. Het kan nog gekker: het 'smulbos' komt eraan.
Hebben de bedenkers ooit een stadspark bezocht waar allochtonen zich
volvreten?
De rook en stank zijn er ondraaglijk, net als het lawaai van gettoblasters en
het geschreeuw. Op de weide bij de waterspeelplaats van het Gaasperplaspark in
Amsterdam-Zuidoost brengen in de zomer vele honderden allochtonen hun vrije
tijd door. Ras bij ras, nationaliteit bij nationaliteit. Achterin de bosjes
verstopt maken Hindostanen levende muziek. Zelfs Ghanezen en Nigerianen hebben
het stadspark ontdekt.
Aan de overkant van de plas is nog een strandje dat vooral populair is bij
Dominicanen en Antillianen die geen seconde zonder hun rijdende statussymbool
kunnen. Vanachter de geopende deuren en achterklep klinkt de boemboemmuziek op
volle sterkte.
Geen vierkante meter blijft op het allochtonenveld ongebruikt. Het is bezaaid
met afval. De mannen, ingeklemd in meegebrachte witte plastic stoelen, drinken
bier en whisky uit grote koelboxen; de vrouwen zitten volledig gekleed op grote
kleden terwijl de baby's rondkruipen. Niemand verzet ook maar een stap, behalve
de schoolkinderen, die spelen bij het water. De grotere kinderen moeten op de
kleuters letten. De barbecue is de hoofdmoot van het hectische allochtone
vertier. De godganse dag worden vette bio-industriehappen geroosterd. Aan het
einde van het seizoen is het groen ernstig gehavend.
Aan deze beelden moest ik denken toen ik las dat de stichting Het Geldersch
Landschap de integratie vooruit wil helpen door vlakbij Nijmegen speciaal voor
allochtonen het eerste 'smulbos' aan te leggen, met noten- en vruchtenbomen.
Want allochtonen zouden een "minder afstandelijke natuurbeleving"
hebben dan autochtonen. De geitenwollensokkenbrigade die het plan bedacht, kon
natuurlijk weer niet van dit negatieve argument afblijven.
Vroeger stond de Bijlmer vol tamme kastanjes en hazelnootbomen. Inderdaad
plukten veel allochtonen ervan. Het meeste eetbare groen is met de bloeiende
struiken bezweken aan de kapwoede van het zich multicultureel noemende,
grotendeels zwarte deelgemeentebestuur. In de omgeving van de Bijlmer, het
Groengebied Amsterdam-Amstelland, zie je bleekgezichten wandelen, fietsen en
van de rust genieten. Geheel vrijwillig hebben zwart en wit hier de Apartheid
uitgeroepen. Dat is helemaal niet erg. Ik hoef ook niet op het Zandvoortse
strand tussen de Sjonnies en Anita's te liggen.
In het smulbos komen ook braamstruiken. Waarom zie ik in de duinen nooit
allochtonen bramen plukken? Omdat die mensen niet ver van huis willen, niet
wandelen of fietsen en sowieso niks leuks met hun kinderen ondernemen. Het
Geldersch Landschap heeft hier in zijn oneindige wijsheid rekening mee
gehouden: de smulbossen komen tegen de steden aan te liggen en zijn niet groter
dan twee hectare. Of er ook barbecues komen en een gemeentelijke opruimploeg,
vermeldt het krantenbericht over deze jongste poging tot integratie
niet
Bernadette de Wit
|