19 februari 2004

Goede manieren

Het is elke keer een grote eer als iemand die Deugt mij een vraag stelt. Neem de column van Elsbeth Etty in NRC Handelsblad van 17 februari.


Elsbeth Etty is een heel lieve vrouw die ten onrechte wordt geboycot door de telefoonmaatschappij. Op 5 februari ontving ik van haar een mailtje (etty@nrc.nl):

Ha Bernadette,
Wil je mij je telefoonnummer mailen, ik wil je iets vragen.
Hartelijke groet,
Elsbeth Etty

Ik stuurde haar per ommegaande mijn gegevens, met de hartelijke groeten. Ze belde niet. Een week later mailde ik haar nog eens dat ik onderhand erg benieuwd was, maar weer niks.

Toen verscheen de column
Virtuele burgeroorlog. Zoals wel vaker bij Elsbeth Etty was het niet om door te komen (zie ook de de reactie
van Sylvain Ephimenco in Trouw van 19 februari), maar het begin zou je kunnen lezen als:

      In NRC Handelsblad geldt: anything goes, zo lang het de journalisten in dienst bij Folkert Jensma behaagt. De krant is een schitterende vrijplaats, de culminatie van de censusdemocratie in de media, maar ook, en daar moeten we mee leren leven, een speeltuin voor lieden die zich ver verheven voelen boven het gewone volk, een clubhuis voor de politiek-correcte elite, een paradijs voor redactionele inteelt en vriendjespolitiek met de gevestigde orde, bovendien een sociale werkplaats voor slechte journalisten en een medium dat zich leent voor manipulatie en vervalsing.

Nu weet ik dat elke pastiche nadelen heeft. Want falsificatie – het ontmaskeren van onzin – heeft in mijn woordenboek een positieve betekenis.
Etty verwijt mij dat ik met De Gouden Tondeuse 'een interessant grijs gebied' betreed tussen 'polemische journalistiek' en 'digitale haatcampagnes'. Helaas krijgen we niet te lezen waarom Etty dat interessant vindt… Wel deelt ze mee dat mensen die niet in dienst van het Goede zijn, zich al snel schuldig maken aan haat. In Wallagiaans: aan 'journalistieke vervuiling'.

Elsbeth Etty heeft geen ervaring met internetjournalistiek. Maar stelt daaraan wel 'hogere eisen'. De lezer hoort te weten of een 'deskundige' aan het woord is of een 'buitenstaander'. Wat bedoelt ze toch met dat laatste? Zijn de gevestigden betrouwbaarder?

Tja. Zo kun je nooit gewone mensen aan het woord laten over, noem eens wat, hun belevenissen in achterstandswijken. En al helemaal geen interactieve journalistiek bedrijven, waarbij de lezers mee-produceren aan het verhaal.

De 'interne' regels waaraan 'serieuze media' zich 'onderwerpen' bij het opvoeren van anonieme bronnen, worden maar al te vaak vergeten als het de krant goed uitkomt; men herinnere zich de 'bronnen rond het hof' waarmee de Volkskrant schermde in de verslaggeving over Mabelgate. Lees ook voorbeelden van collega Kat bij Etty's eigen werkgever. Maar ook: volgens welke interne regels vond Het Parool het in orde om de beide columns over Rob Oudkerk te publiceren, in plaats van Heleen van Royen te verzoeken hiervan een gewoon vraaggesprek te maken?

Etty stelt verder dat gepubliceerde meningen 'representatief' moeten zijn, terwijl ook duidelijk moet zijn welke 'belangen en oogmerken' daarachter zitten. Afgaande op dit criterium, zouden de landelijke dagbladen driekwart van de geplaatste opiniebijdragen moeten weigeren. In plaats daarvan weigeren ze verhalen van onafhankelijke journalisten en anderen die niet op het pluche zitten. Het is ook mij overkomen. Later stond er dan een stuk met vergelijkbare strekking in van iemand met belangen in de publieke elite, met het oogmerk om kiezers te winnen, subsidie binnen te halen of wat dan ook.
Die eis is echt onzin. Is Pamela Hemelrijk representatief? Is Blokker dat? Integendeel. Hun stukken zijn wel origineel, pakkend geschreven en roepen discussie op. Op grond van de eerste twee criteria had de hoofdredacteur van NRC Handelsblad de column van Elsbeth Etty al lang moeten opheffen.

Tot slot: ik ben van mening dat journalistiek onverenigbaar is met loonslavernij. De Arbeidswet gaat uit van een gezagsrelatie tussen werkgever en werknemer, in ruil voor bescherming. Dat druist in tegen de kern van het vak: dat je je aan niets en niemand onderwerpt.

Bernadette de Wit
Reageren?
Mail mij op bijlmerwit@planet.nl




Gedragscode voor Nederlandse journalisten
Van: Bestuur Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, november 1995


Deze gedragscode vormt mede een inhoudelijke adstructie en concretisering van het toetsingscriterium van de Raad voor de Journalistiek: of de journalist de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. De Raad voor de Journalistiek beoordeelt tegen de achtergrond van dit eigen criterium journalistieke gedragingen. Zijn uitspraken beschouwt de journalist als richting- en maatgevend voor de interpretatie en naleving van deze gedragscode.

NB: De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijk instituut en staat derhalve ongebonden tegenover deze gedragscode.

1. De journalist beschouwt een deugdelijke publieke nieuwsvoorziening als een algemeen belang van de eerste orde. Ten behoeve daarvan geeft hij via zijn medium informatie door, die bestaat uit feiten, meningen en/of beelden. Daarbij neemt hij de werkelijkheid, zoals hij die aantreft en waarneemt, als uitgangspunt.

2. Bij het verzamelen, vormgeven en doorgeven van informatie komt de journalist vrijheid en onafhankelijkheid toe; een onbelemmerde nieuwsgaring is daartoe een primaire maatschappelijke voorwaarde. Op zijn beurt gaat de journalist bij zijn berichtgeving, ook in maatschappelijk opzicht, zorgvuldig en integer te werk.

3. De journalist verwerpt:

  • het aannemen van materiële of immateriële vergoedingen die bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan
  • het opzettelijk onjuist, onvolledig of niet weergeven van beschikbare informatie, die voor een goede publieke nieuwsvoorziening relevant is
  • het bedrijven van informatievervalsing of andere vormen van misleiding
  • het in berichtgeving uiten van ongegronde beschuldigingen
  • het misbruik maken van zijn positie als journalist

4. De feiten, meningen en/of beelden die de journalist weergeeft, berusten uitsluitend op eigen waarneming of op bronnen die hem bekend zijn en die hij betrouwbaar acht. De journalist zal overeengekomen vertrouwelijkheid van deze bronnen respecteren en zoveel als in zijn vermogen ligt garanderen. Hij past hoor en wederhoor toe waar dit geboden is voor het verwerven van de feiten. Hij past eveneens hoor en wederhoor toe om niet door het algemeen belang gerechtvaardigde eenzijdigheid in berichtgeving te voorkomen.

5. In beginsel maakt de journalist zich bij het verzamelen van informatie als zodanig bekend. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt wanneer informatie die het algemeen belang dient, alleen op een andere manier kan worden verkregen.

6. De journalist ontziet de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten, verdachten, veroordeelden en eventueel anderen door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving.

De journalist hoeft met betrekking tot de privacy geen of minder terughoudendheid te betrachten indien

  • anders verwarring met anderen kan ontstaan
  • het nieuwsfeit van dien aard is dat de identiteit van een betrokkene als integrerend onderdeel van de berichtgeving moet worden gezien
  • een betrokkene in lokale, regionale, nationale of internationale zin geacht kan worden een publieke of bekende persoonlijkheid te zijn
  • een betrokkene uitdrukkelijk te kennen geeft tegen openbaarmaking van zijn identiteit geen bezwaar te hebben

7. De journalist van wie blijkt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan onjuiste berichtgeving, zal op de kortst mogelijke termijn tot een passende rechtzetting overgaan c.q. deze bevorderen.

Voorts bevordert de journalist dat een betrokkene die zich door zijn berichtgeving in redelijkheid tekort gedaan voelt, de gelegenheid krijgt binnen de daarvoor door het medium gestelde spelregels te reageren.

Bron: http://www.villamedia.nl/, de website van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten

Zie voor commentaar bijvoorbeeld:
http://villa.intermax.nl/journalist/DOSS/DOSS_center_jour.35980.html

Reacties
Dag Bernadette,

Mag ik U zo noemen?

Via deze weg laat ik je weten dat ik het navolgende gevraagd heb aan mevr. Etty:

"Geachte mevrouw Etty,

Met stijgende verbazing heb ik Uw column 'Virtuele Burgeroorlog' gelezen. Dat U zich niet zo zeer verdiept in de stof waarover U schrijft wist ik al langer. Echter, op de volgende zin zou ik graag wat commentaar zien:

"Soms noemt hij sites, Maghreb-online en Marokko.nl, maar het voortdurend gebruik van dat soort suspecte, louche bronnen - die moeten bewijzen dat de etnische burgeroorlog voor de deur staat - getuigt niet van kritische, selectieve, journalistieke vermogens."
Ik mag toch gevoeglijk aannemen dat U deze sites persoonlijk heeft bezocht? U moet toch werkelijk over een bijzonder vergevorderde kortzichtigheid beschikken om niet te zien dat er iets gaande is in dit land..."

Ik heb (verassing) nog niets mogen vernemen van mevr. Etty. Voor jou geldt overigens dezelfde vraag; je hebt de sites ook zelf bezocht?

Met vriendelijke groet,
E. van As

P.S. Ik kan me voorstellen dat je dit berichtje als leeg en weinig zeggend ervaart. Ik volg sinds een tijdje de onderlinge 'strijd' tussen, laat ik zeggen, 'nieuwsbronnen'. Ik betrap schrijvers en journalisten er steeds vaker op dat bronnen -als aanwezig- zonder pardon worden geciteerd, geloofd, vertrouwd, et cetera. Ik wil als kritisch lezer simpelweg weten wat voor vleesch ik in de kuijp heb.

Geachte Edmond,

Mij verbaast het niet dat Elsbeth Etty de pagina Marokko.nl niet heeft bezocht, want die bestaat niet. Ze bedoelt vermoedelijk maroc.nl, een van de sites die Sylvain Ephimenco volgt.
Ik krijg uit haar column de indruk dat ze niet goed overweg kan met internet. Zo noemt ze ook de url van De Gezonde Roker niet. Ze verwijt internetjournalisten onzorgvuldig gebruik van bronnen, maar vermeldt niet
de bron bij haar kritiek op de Gouden Tondeuse. Ach, we moeten haar ook weer niet té serieus nemen...

Bernadette de Wit

ingestuurd door Gijs Graafland

Column Peter Jan Haas: Voetnoot
www.sapenda.com

Volgens NRC-columniste Elsbeth Etty is het Internet "een speeltuin voor bedreigers, halvegaren, pornografen, lasteraars en bovendien een werkplaats voor geflipte journalisten en een medium dat zich leent voor manipulatie en falsificatie". Het Internet, schrijft Etty, is een gevaarlijke bron voor journalisten. Maar het grootste gevaar van het Internet is volgens haar 'journalistieke vervuiling', waarmee ze doelt op de vervagende grens tussen serieuze journalistiek en laster. Als voorbeeld noemt zij de uitreiking van de Gouden Tondeuse op de website van Theo van Gogh (De Gezonde Roker) door journaliste Bernadette de Wit. De Gouden Tondeuse wordt uitgereikt aan "Nederlanders die hun eigen land verraden en zich voor het karretje van allochtone zaakwaarnemers laten spannen". De lezers kunnen per e-mail hun stem uitbrengen. De eerste Gouden Tondeuse werd gewonnen door Jacques Wallage omdat hij op burgemeesterspapier een amice-brief schreef aan de VVD waarin hij vroeg Ayaan Hirsi Ali de mond te snoeren. Wallage is een 'toonbeeld van linkse arrogantie', een 'apparatsjik', 'collaborateur', 'NSB'er', 'struisvogel', zo schrijven haar een aantal lezers. Marcel van Dam kwam er als winnaar van de tweede Gouden Tondeuse niet veel beter vanaf.
Bedrijft De Wit hier dissidente journalistiek of is de Gouden Tondeuse niet meer dan een middeleeuwse schandpaal op het Internet? Wie het weet mag het zeggen. Het is duidelijk dat op het Internet veel meer gezegd kan worden dan in de reguliere media. De vraag is of dit erg is en of er sprake is van journalistieke vervuiling, dan wel van dissidente meningen die in het bastion van de gevestigde media niet door kunnen dringen.
De documentaire Bowling for Columbine van Michael Moore is een ander interessant voorbeeld. In de reguliere media is overwegend positief op deze Oscar-winnende documentaire gereageerd. Het argument van Bowling for Columbine is dat door een heersende cultuur van geweld er in de Verenigde Staten meer burgers omkomen door wapengeweld dan in andere landen. Deze cultuur van geweld strekt zich volgens Moore uit van de media tot aan de regering die vele bloedige oorlogen op haar geweten heeft. Met namen in Europa slikt bijna iedereen deze conclusie kritiekloos. Tijdens het filmfestival in Cannes leverde de film een staande ovatie op van maar liefst 13 minuten. Maar wordt het argument niet door emotie gedragen? In hoeverre heeft Moore zijn 'acteurs' en feiten voor zijn doeleinden gemanipuleerd? Applaudisseren we niet slechts omdat de onderliggende boodschap - Amerika is slecht - precies in ons Europese straatje past? Zien we niet alleen datgene dat onze mening opnieuw bevestigd?
In de Verenigde Staten zijn er tal van kritische websites waar de film Bowling for Columbine beeld voor beeld wordt gedeconstrueerd en elke stukje informatie tegen het licht wordt gehouden. Daar is menig serieus journalist niet aan toegekomen. Deze websites zijn als een voetnoot voor de documentaire. Deze voetnoot voelt zich nu eenmaal thuis op het Internet omdat juist daar ruimte is voor dissidente meningen. Het is aan de websurfer om te oordelen over de waarde van die meningen. Surf daarom regelmatig naar
Theovangogh.nl of lees Bowling for Truth en oordeel zelf.

Beste Bernadette,

Zojuist de column van Elsbeth Etty gelezen en kon het niet nalaten je een steuntje in de rug te geven van een gewone burger.

Laat je niet slachten en ga zo door, blijf objectief, rechtvaardig en onpartijdig, zoals het een goede journalist betaamd!! Neem nimmer een blad voor de mond, en blijf die huichelachtige politiek correcte figuren bekritiseren, er is namelijk maar een waarheid en dat is de waarheid, alle hersens spinsels die mensen om de waarheid heen verzinnen om wat voor reden dan ook dienen noodzakelijker wijs aan de kaak gesteld blijven worden !!

Ik nomineer Balkenende om twee redenen, de eerste is dat ik nog zelden zo'n ruggengraatloos persoon op krampachtige wijze, zonder gespeend te zijn van enige leiderschap kwaliteiten op zo'n amateuristische manier ons land tracht te besturen, wat hem uiteraard, alle zielige pogingen ten spijt uiteraard volledig niet lukt. Pim zou volgens een doorgaans sympathieke politicus (Bolkesteijn) een plee figuur slaan in het buitenland als minister-president, maar nu Balkenende ons vertegenwoordigd slaan wij een volgescheten plee figuur. Jongens wat een armoe, weg ermee. Het is te erg, ik ga mij echt schamen Nederlander te zijn.

Toen Bush Balkie ontving riep hij, zoals wij allemaal konden horen op het journaal "who the hell is this", hij zou het over een journalist hebben zo spelde men ons dat op de mouw, geloof me hij had het gewoon over onze Jan Peter Hoezee, ik zie hem nog staan....... aaaaauuuwwww.

De tweede reden komt op hetzelfde neer en is net zo verschrikkelijk dus onnodig dit verder uit te leggen

Nogmaals, op naar Australië.

Groeten,
Hajo Ploeger


Meer van Bernadette de Witop De Gezonde Roker:
- Stadsverslaggever op de multikul matras
- The Warmest Place
- Wormen en maden
- De Bijlmer Belt
- Stadsverslaggeving deel II
- Wormen en maden in een Bijlmerflat
- Lezers van De Gezonde Roker over multikul
- De Gouden Tondeuse
- Nova en de joden ('zulke mensen')
- Wallage wint eerste Gouden Tondeuse
- Gastarbeiderszoon wint Gotspe-prijs
- Nationale importstop voor kansarmen gewenst
- De tweede Gouden Tondeuse
- De beul van Almere
- Wallage eist haardos terug
- Liegende Wallage houdt zich doof en blind
- Uitslag Tweede Gouden Tondeuse: Marcel van Dam, de Hans Kazan van de drogreden, op één