Bernadette de Wit
   

18 januari 2004

Nationale importstop voor kansarmen gewenst

Van Femke Halsema mogen we het verband tussen immigratie en integratie niet leggen. Maar wil het ooit nog iets worden met die integratie, dan zal Nederland snel een einde moeten maken aan de komst van nog meer kansarme nieuwkomers. We hebben er al veel te veel.

Vlak voor het verschijnen van het eindrapport van de parlementaire commissie die het integratiebeleid onderzocht, brak enige hectiek uit in Den Haag. CDA en VVD willen plotseling paal en perk stellen aan huwelijksmigratie onder kansarme allochtonen. 70 tot 80 procent van de tweede-generatie Turken en Marokkanen haalt een partner uit het thuisland van de ouders; van hen kan zo'n 60 procent niet lezen en schrijven. Met als gevolg dat telkens nieuwe achterstanden blijven ontstaan, vooral ten koste van de schoolopleiding van de kinderen. Bovendien worden de importhuwelijken volgens onderzoek vaak door de familie afgedwongen (bij Turken 70 procent, bij Marokkanen 50 procent).

Onlangs pleitte ook PvdA-leider Wouter Bos voor een selectief immigratiebeleid. Eerder trok Rotterdam aan de bel: de stad wil een lokale kansarmenstop instellen om de leefbaarheid in afgegleden wijken herstellen. NRC Handelsblad stelde wel heel gemakkelijk dat Rotterdam zijn naam als werkstad dient waar te maken. Echter, juist voor een stad die een duurzame banenmotor voor laaggeschoolden aan de gang moet zien te krijgen, vormt het ontbreken van een landelijk aan de arbeidsmarkt gerelateerd immigratiebeleid een grote hindernis.

Opeenvolgende kabinetten hebben de ongewenste gevolgen van verschillende ongestuurde immigratiegolven afgewenteld op de grote steden. Dé zwakke plek van de Nederlandse aanpak is de huwelijksmigratie.


Verrijking

De econoom Pieter Lakeman heeft berekend dat de immigratie Nederland meer heeft gekost aan uitkeringen en andere sociale voorzieningen dan deze heeft opgeleverd aan welvaart. Vorig jaar kwam ook het Centraal Planbureau tot die slotsom.
Alle regeringspartijen hebben boter op hun hoofd, van CDA via VVD tot PvdA. Officieel zijn we geen immigratieland, maar ondertussen komen vooral sinds de jaren zeventig immigranten bij bosjes het land binnen. Om daarna vaak in een achterstandsituatie terecht te komen waar zelfs de tweede en de derde generatie niet uit omhoog klimt omdat ze thuis niet naar behoren worden opgevoed en gestimuleerd.
De ernstige verpaupering van veel wijken in de grote steden is veroorzaakt door het asociale gedrag van niet-geïntegreerde allochtonen. Minstens even kwalijk is dat het werd gedoogd door overheden en woningcorporaties die de kop in het zand staken en eenstemmig beweerden dat immigranten een verrijking waren. De extra kosten voor het opruimen van alle vervuiling en vernielingen worden doodleuk doorberekend aan bewoners die zich zelf keurig aan de regels houden.
Dan hebben we nog de oververtegenwoordiging van allochtonen in de crimaliteit, de tienerzwangerschappen, de onderwijsuitval en de jeugzorg. Ook de meeste asielzoekers met een status zijn werkloos. Zo kan het niet langer. Er moet een rem worden gezet op de immigratie van kansarmen, anders wordt het nooit wat met Nederland.


Tweeslachtig en dom

Het Nederlandse beleid is door en door tweeslachtig. Jarenlang hebben politici, ambtenaren en semi-overheid ontkend dat al die inactieven de verzorgingsstaat en de samenleving zwaar overbelasten. Wie de problemen bij de naam noemde, was een racist. Ondertussen maakte Den Haag wel de vreemdelingenwet streeds strenger.
Maar alle toelatingsdrempels zijn geen beletsel voor telkens nieuwe kansarmen om zich toch in Nederland te vestigen. De grote financiële belangen van hun families – ale allochtonen tezamen sturen een veel hoger bedrag in geld en goederen naar hun thuislanden dan het budget voor ontwikkelingshulp – zijn een belangrijke drijfveer achter het doorstaan van de lange en moeizame procedure.

De wijze waarop de Nederlandse overheid tot op heden probeert de immigratie aan banden te leggen, is niet effectief. De regels belemmeren de toetreding van zelfredzame, geschoolde immigranten waar Nederland iets aan heeft. Nog dommer is dat de regels geen dam opwerpen tegen de komst van ongeschoolden die afhankelijk worden van de verzorgingsstaat. In de inburgeringscursus leren zij direct hoe ze een uitkering moeten aanvragen. Er worden geen eisen aan hen gesteld en ze worden onder het mom van behoud van eigen identiteit opgesloten in hun vaak achterlijke eigen cultuur. Men mengt voor geen meter met de Nederlanders en ook niet met geïntegreerde, geassimileerde immigranten met wie het goed gaat.

Het probleem met de toelating zit in de momenteel toegepaste criteria (leeftijd en inkomen): die hebben niets te maken met de economie en met ontplooiingskansen. Terwijl handeldrijven toch het hart vormt van het succes van de pluriforme, individualistische Nederlandse samenleving. De voorstellen die nu in Den Haag worden gedaan, gaan de goede kant op. Maar het kan – en moet – véél eenvoudiger.


Drie loketten

Om te beginnen moet Nederland eindelijk maar eens officieel erkennen dat het een immigratieland is (geworden). Misschien tegen wil en dank volgens de huidige inzichten. Maar toch: helaas valt immigratie nooit helemaal tegen te houden, dus aanval is hier de beste verdediging. Jaarlijkse quota zijn wel het minste dat een dichtbevolkt land kan doen. Maar aantallen bepalen alleen is niet genoeg: het gaat vooral om de kwaliteiten van de mensen die je wilt toelaten.
In een voor iedereen duidelijk, eerlijk en rationeel systeem moet de arbeidsmarkt, de bron van welvaart en welzijn, het belangrijkste criterium zijn. Betaald werk is nu eenmaal de beste manier om te integreren.

Nederland zou kunnen volstaan met drie loketten, waarvan het eerste asielverzoeken behandelt. Tijdelijk, want geen enkel humanitair verdrag eist dat die mensen hier voor altijd moeten blijven.
Het tweede loket is bedoeld voor telkens andere seizoensarbeiders in bijvoorbeeld de tuinbouw. Oud-CPN'er Paul Scheffer stelde onlangs in NRC Handelsblad dat we eerst maar eens de bestaande bijstandstrekkers aan het werk moeten zien te krijgen, maar zo eenvoudig is dat allang niet meer. De verzorgingsstaat wordt door velen gezien als een recht op niet hoeven werken. Wat je daar ook van vindt. je verandert het niet zo maar gezien de politieke verhoudingen en de bureaucratie. En, om een voorbeeld te noemen, 60 procent van de Amsterdamse bijstandstrekkers is arbeidsongeschikt. In Rotterdam zal het niet veel anders liggen.
Door met loket 2 dus maar, er zit voorlopig weinig anders op. Daar melden zich ook de mensen die je graag wilt hebben, zoals voetballers, studenten en geschoolde krachten als verpleegkundigen, managers, onderzoekers en ict'ers. De papierwinkel van loket 2 wordt zo eenvoudig mogelijk gehouden.

Het derde loket beoordeelt aanvragen voor langdurig of definitief verblijf in Nederland en stelt dus veel hogere eisen. Hier vervoegen zich ook de Turkse, Marokkaanse en andere buitenlandse verloofdes van ingezetenen. Dit vereist van de regering de moed om hardop te zeggen dat de internationale verdragen die het recht op vrije partnerkeus garanderen, enorme binnenlandse problemen hebben opgeleverd. Blind dat recht verdedigen, is behalve naief (zie de cijfers over gedwonngen huwelijken) trouwens ook niet in het belang van mensen aan de onderkant van de maatschappij. Er moeten voorwaarden aan huwelijksmigratie worden verbonden in ieders belang.

De enige voorwaarde die zin heeft, is dat op de tijdelijke vluchtelingen na, alle aanvragers worden getoetst aan de arbeidsmarkt. De tijdelijke gastarbeiders-nieuwe-stijl hebben geen recht op de riante uitkeringen van onze verzorgingsstaat. Nederlands hoeven de ongeschoolde krachten niet verplicht te leren; ze gaan immers weer weg. Het jaar erna is er een nieuwe ronde met nieuwe kansen voor arbeidskrachten uit arme landen.
Rotterdam vindt dat voor deze categorie na drie jaar onder voorwaarden een permanente status mogelijk moet zijn. Dat lijkt mij niet duidelijk. Aspirant-blijvers moeten ervan doordrongen zijn dat een paar jaar gastarbeid op zich geen garantie is dat zij in de procedure van loket 3 worden toegelaten. Want daar wordt getoetst of de vaardigheden van de aanmelder ook op langere termijn overeenkomen met wat de arbeidsmarkt nodig heeft.

Wil de nieuwkomer blijven, dan moet deze een pittig toelatingsexamen afleggen. De exameneisen van loket 3 zijn dat men goed Nederlands kent en een behoorlijke inburgeringscursus heeft gevolgd. De kosten van de inburgeropleiding, naar keus te volgen hoe of waar op de markt de nieuwkomer maar wil, zijn fiscaal aftrekbaar, maar voor eigen rekening. Hoe lang de inburgering duurt, hangt af van de persoon, maar er wordt wel een maximum gesteld van bijvoorbeld vijf jaar.
Ook moeten kandidaten die zich bij loket 3 melden met Nederlandse inburgerbuddy's optrekken, voor de broodnodige praktijkervaring op het gebied van integratie. Ouders volgen ook een opvoedcursus. En als hun hier geboren kinderen toch nog met een taalachterstand op de basisschool aankomen omdat er thuis geen Nederlands wordt gesproken, dan trekken we de kinderbijslag in. Dat geld is dan namelijk hard nodig voor extra bijspijkerlessen. Het recht op kinderbijslag wordt ook verbonden aan de plicht om actief betrokken te zijn bij de schoolloopbaan van de kinderen. Ouders zijn medeverantwoordelijkheid voor een goed verloop daarvan en kunnen niet alles aan de school en de hulpverlening overlaten. Dit wordt uiteraard allemaal van tevoren uitgelegd, zodat de nieuwkomers zich niet op onwetendheid kunnen beroepen.
Haalt de economisch zelfstandige immigrant uiteindelijk het toelatingsexamen, dan mag hij of zij zich Nederlander noemen. De dubbele nationaliteit schaffen we af, Nederlander worden betekent kiezen waar je je thuis wilt voelen.


Selectief is het sleutelwoord

Bovengenoemde aanpak heeft veel voordelen. Iedereen weet waar hij of zij aan toe is: Nederlander worden, kan alleen als je daar iets voor over hebt. Dat geeft ook meer kansen op zich thuis voelen, immers, als je ergens hard voor hebt gewerkt, kom je er eerder voor op.
Andere voordelen zijn dat asielverzoeken van nepvluchtelingen niet meer voor hoeven te komen; zij kunnen zich desgewenst opgeven als seizoensarbeider bij loket 2. Schijnhuwelijken zijn overbodig geworden en ook vrouwelijke immigranten staan op eigen benen omdat ook zij economisch zelfstandig zijn.
Gezinsvorming (partnerimport) met staatssteun wordt een achterhaalde regeling. Het drielokettensysteem dwingt de tweede generatie Marokkanen en Turken om vaker binnenslands een verloofde te zoeken. Ook Nederlanders die verliefd worden op een vreemdeling, kunnen pas trouwen als de persoon aan de eisen voldoet.
Gezinshereniging is lastiger omdat er kinderen in het spel zijn. Hoe dan ook gelden de gewone eisen van loket 3 ook voor ouders; mede in het belang van de kinderen mogen zij alleen blijven en de kinderen hierheen halen als ze aan alle eisen voldoen.

Nederland zou hiermee de weg inslaan van een selectief en aan de arbeidsmarkt gerelateerd immigratiebeleid. Daarin wordt van immigranten die zich hier willen vestigen een zelfstandige houding verwacht en een oprechte inspanning om te integreren in de samenleving. Dat kan heel goed samengaan met het bewaren van sommige aspecten van de eigen cultuur in de eigen tijd. En het dwingt mensen om direct al de essentiële elementen van de westerse cultuur over te nemen.

Canada is een goed voorbeeld van een land met een glashelder en economisch ruimhartig toelatingsbeleid. Dat is goed voor het land en wordt door immigranten zeer gewaardeerd. Zij voelen het verschil tussen selectief en alleen restrictief haarfijn aan. Ghanezen in Toronto verbazen zich over de irrationele, halfhartige Nederlandse regels. Zij boeren veel beter dan hun familieleden of stamgenoten in de Bijlmer. Ze weten ook hoe dat komt: omdat ze aan allerlei eisen moeten voldoen.
Wil Nederland opnieuw een volwassen immigratieland worden, dan moeten de toetredingscriteria talent, werkkracht en eigen initiatief belonen. Dit houdt tevens in dat analfabeten en ongeschoolden het land niet inkomen. In deze categorie vallen de meeste Turkse en Marokkaanse huwelijksmigranten. Degenen voor wie het toelatingsexamen te hoog gegrepen is, kunnen het nogmaals proberen als ongeschoolde seizoenskracht, of anders moeten zij terug naar het eigen land. Dat wordt vooraf zo met iedereen besproken, zodat men weet waar men aan toe is. In Canada blijkt dat immigranten deze sportieve spelregels heel goed snappen.

Het drielokettensysteem klinkt net als de nieuwe Rotterdamse aanpak wellicht aanvankelijk wat hard, maar duidelijk en hard is niet hetzelfde. Er moet snel iets gebeuren om de ketenimmigratie van telkens nieuwe kansloze uitgeprocedeerde asielzoekers, andere illegale gelukszoekers, onzelfredzame importpartners en inteelthuwelijken tegen te gaan. Juist die categorieën hebben de verzorgingsstaat uit de hand laten lopen. Hun kinderen zijn de probleemgevallen in het vmbo. Ook hebben de kansarme, niet-geïntegreerde immigranten de leefbaarheid in bepaalde stadswijken dusdanig belast dat een onhoudbare toestand ging ontstaan voor autochtone bewoners, hun geïntegreerde allochtone buren en nieuwkomers met serieuze plannen om Nederlander of op z'n minst Rotterdammer te worden.

Bernadette de Wit

P.s.: NRC Handelsblad wilde bovenstaand opiniestuk eerst plaatsen, maar weigerde daarna opeens omdat ik ook (nota bene over iets totaal anders!) in de Volkskrant publiceerde. Afgelopen week leek het me tijd om het verhaal opnieuw aan te bieden vanwege het rapport van de commissie-integratiebeleid. Maar nee.


Reageren?
Mail mij op bijlmerwit@planet.nl

 

Meer van Bernadette de Wit op De Gezonde Roker:
- Stadsverslaggever op de multikul matras
- The Warmest Place
- Wormen en maden
- De Bijlmer Belt
- Stadsverslaggeving deel II
- Wormen en maden in een Bijlmerflat
- Lezers van De Gezonde Roker over multikul
- De Gouden Tondeuse
- Nova en de joden ('zulke mensen')
- Wallage wint eerste Gouden Tondeuse
- Gastarbeiderszoon wint Gotspe-prijs


Inhoud| D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service