4 januari 2004
Gastarbeiderszoon wint Gotspe-prijs
Een beetje sneu was het wel: een beroepsallochtoon in het rijtje
inheemse landverraders. Speciaal voor Ayhan Tonça dan maar: de
Gotspeprijs van De Gezonde Roker. Omdat hij beweerde dat de gastarbeiders
Nederland hebben opgebouwd. Wie is Ayhan Tonça en waarvoor staat
hij?
Hij was gast in de Nova-uitzending over de
verbouwing tot moskee van een Rotterdams rijksmonument. Ayhan Tonça (46)
zei daar dat zijn ouders de Nederlandse samenleving hadden opgebouwd en dus
recht hebben op hoge minaretten. Een gotspe, zoals lezer Reinier Sijbrands
opmerkt, want wie zijn Lakeman kent, weet dat de Turkse en Marokkaanse
gastarbeiders Nederland uiteindelijk meer hebben gekost aan uitkeringen en
andere sociale voorzieningen dan ze economisch hebben bijgedragen.
Maar er is nog iets waar lezers van De Gezonde Roker over vielen: met zijn
opmerking schoffeerde Tonça ook de Nederlandse ouderen aan wie de
naoorlogse Wederopbouw te danken is. De verzorgingsstaat waarvoor zij hebben
gewerkt, wordt nu door de regering-Balkenende ingeperkt omdat de kosten te hoog
zijn. Dat probleem is mede veroorzaakt door het hoge aantal inactieve
allochtonen.
Toch is de brutaliteit van Tonça niet zo vreemd. Hij maakt gewoon
gebruik van de speelruimte die de multiculturele samenleving hem biedt.
De Abou Jajah-truc
Ayhan Tonça is voorzitter van de TICF (Turks Islamitische
Culturele Federatie), een in 1979 opgerichte koepel van inmiddels 143
moskeeën die nauw samenwerkt met het in Ankara gevestigde officiële
Presidium voor Godsdienstzaken (Diyanet). Diyanet zendt imams uit naar
Nederland. De bij de TICF aangesloten moskeeën verbinden loyaliteit aan de
islam met die aan de Turkse staat. Over loyaliteit met Nederland is niets op
hun website te vinden.
Tonça is geboren in een kleine provincieplaats in Centraal Anatolië
en wordt in 1970 als jongetje van drie door zijn ouders naar Nederland gehaald.
In 1993 studeert hij af in Oosterse Talen en Culturen aan de rijksuniversiteit
Utrecht. Van 1994 tot 2003 is hij opbouwwerker (welzijnswerker) in Nijmegen en
Apeldoorn. Nu is hij beleidsmedewerker voor sociaal beleid bij de provincie
Overijssel. Sinds 1998 zit hij voor het CDA in de Apeldoornse gemeenteraad.
"Tonça probeert de autochtonen onder het mom van Nederlanderschap
een volstrekt haaks op de Nederlandse geschiedenis en cultuur staand monstrum
op te dringen," schrijft Reinier Sijbrands. "Het is de truc die ook
door Abou Jahjah en zijn volgelingen wordt toegepast. Je beroept je op dezelfde
identiteit (immers allemaal Nederlands paspoort), met alle daaruit
voortvloeiende rechten, en misbruikt vervolgens diezelfde westerse rechten om
deze op termijn te kunnen afschaffen."
Zo'n vaart loopt het nog niet. Wel zijn Tonça c.s. redelijk ver
gevorderd met het vestigen van een eigen machtsblok op islamitisch-Turkse
grondslag. Andersdenkenden, ongelovigen of afvalligen kunnen op weinig begrip
rekenen. Secularisering geldt binnen de TICF en aanverwante organisaties als
een gevaarlijke ontsporing van de Nederlandse samenleving. Voor zover
Tonça wil moderniseren, moet dat net als in de christelijke en
sociaal-democratische zuilen van de jaren vijftig heel geleidelijk en onder
strakke, paternalistische leiding. Onze overheid ziet die bevoogding graag. Die
overlegt liever met ondemocratische voormannen dan zich direct onder het volk
te begeven. Die voormannen hebben ondertussen gemakkelijker toegang tot een
minister of burgemeester dan de gemiddelde autochtoon. Of Turk.
De gemiddelde Turk mag vooral niet op eigen kracht z'n geloof minder belangrijk
gaan vinden of anderszins vernederlandsen.
"Moslimvrouwen behoren een hoofddoekje te dragen," zei Tonça
bijvoorbeeld in een interview met Trouw naar aanleiding van kritische
uitspraken van Ayaan Hirsi Ali over de islam, een jaar geleden. Als
moslimvrouwen dat niet doen, "begaan ze een zonde". Bescheiden voegde
hij eraan toe: "Maar wie ben ik om over anderen te oordelen?", maar
het punt was wel gemaakt.
'Mohammed is mijn idool'
Een jaar geleden noemde Ayaan Hirsi Ali de profeet Mohammed naar huidige
westerse maatstaven 'een perverse tiran' omdat hij op 53-jarige leeftijd
trouwde met de zesjarige Aïsja (een aan haar gewijd toneelstuk moest op
last van de gesluierde Amsterdamse PvdA-politica Fatima Elatik worden verboden
om de tere moslimziel te ontzien). Het huwelijk werd geconsumeerd toen het kind
negen was, wat volgens sommige islamgeleerden zelfs voor die tijd behoorlijk
ver ging.
Echter, Tonça in Trouw: "In die tijd was zoiets volkomen
normaal. Het gaf Aïsja bescherming en status. (
) Het gaat erom dat
Mohammed in zijn tijd vooruitstrevend was. Dat moet ons inspireren om
tegenwoordig ook vooruitstrevend te willen zijn."
Wat die vooruitstrevendheid inhoudt, lezen we in hetzelfde vraaggesprek.
Tonça ontkent dat er onevenredig veel moslima's in
Blijf-van-m'n-lijfhuizen zitten. Met die struisvogelpolitiek toont hij zich een
ware politiek-correcte polder-Nederlander: "Doe ons niet af als
vrouwenonderdrukkers! Vorig jaar hebben we een reeks thema-avonden gehouden
over huiselijk geweld." In de mishandelingscijfers is daar nog weinig van
te merken, maar dat kan nog komen.
Wat vast zal helpen om het lot van moslima's te verbeteren, is dat de eerste
winnaar van de Gotspeprijs dag en nacht aan zijn profeet denkt: "Hij is
mijn leidraad, mijn idool. Zijn goedheid kende geen grenzen; hij was vol
liefde, mild en vergevingsgezind." Mohammeds leven geeft het antwoord op
al Tonça's vragen. En dat is pikant, want behalve genoemd kindhuwelijk
geeft verslaggever Koert van der Velde een paar voorbeelden waaruit blijkt dat
Mohammed nogal wraakzuchtig en gewelddadig kon zijn.
Tonça ziet het probleem niet. De Koran is een 'meerstemmig boek' en de
gelovige kan er zelf uithalen wat het best bij zijn ideaalbeeld van Mohammed
past. Dat laatste zal wel de reden zijn dat de vrome moslim Tonça de
afvallige Hirsi Ali het recht ontzegt om te kunnen shoppen in de islamitische
geschriften: "Ze kwetst om te kwetsen." Hirsi Ali "liegt over de
profeet".
Maar wat vindt u dan van het verhaal (33; 26) waarin staat dat Mohammed grote
kuilen liet graven om daarin een grote groep overwonnen en eerst onthoofde
joden te gooien? vraagt de interviewer. "In een oorlog vallen altijd
doden," zegt de Turkse CDA-politicus ontwijkend. "Misschien was het
zelfverdediging." Na enige tijd: "Ik geloof het niet. Ik zal het onze
imam vragen."
Turks-Islamitische
belangenbehartiging
En dan gelden de bij de TICF aangesloten moskeeën nog als betrekkelijk
gematigd. Wel worden ze grotendeels door Turkije gefinancierd én
gecontroleerd. Toch noemt de TICF zich onafhankelijk. De in 1982 opgerichte
Islamitische Stichting Nederland, door een personele unie nauw verbonden met
Diyanet, heeft de religieuze werkzaamheden van de TICF overgenomen. De TICF
doet de politieke belangenbehartiging. In de praktijk is er een grote
vervlechting tussen beide clubs, maar na Kamervragen in 2000 vond de toenmalige
minister van Binnenlandse Zaken de buitenlandse invloeden geen probleem.
Een belangrijke taak van de TICF is zorgen dat de Turkse gemeenschap in
Nederland kan "genieten van onderwijs op basis van de Islamitische
godsdienst en moraal." Het hoofddoel is "het instandhouden en
verkondigen van het Islamitische Geloof en de Turkse Cultuur in
Nederland." Het is maar dat u het weet. Tonça is trouwens ook
voorzitter van het IOT (inspraakorgaan Turken, opgericht in 1985), dat zich in
2000 verzette tegen een monument in Assen ter nagedachtenis van de genocide op
de Armeniërs door de Turken eind negentiende-eeuw. Want dat was allemaal
wel erg lang geleden enzo. De Turkse staat ontkent alles tot op de dag van
vandaag.
De TICF behartigt én verdedigt de "religieuze, nationale, sociale,
culturele, sportieve en alle andere rechten" van de Turken in Nederland.
Daartoe treedt het bestuur onder leiding van Tonça op 'namens' de Turkse
gemeenschap in contacten met de Nederlandse overheid. Gezien de banden van de
TICF met de extreemrechtse, Pan-Turkse SOTA (las ik in een schema van
onderzoeker Ernst Haffmans) en de nauwe banden van die club met de
rechts-nationalistische Turkse partij MHP vraag je je af of de overheid zich
niet eens zou moeten afvragen hoe het allemaal in elkaar steekt en met wie we
te maken hebben.
De Turkse gastarbeiders begonnen in 1964 naar Nederland te komen. Driekwart
spontaan, de overigen werden aangetrokken op initiatief van de industrie. In de
tweede helft van de jaren zeventig lobbyden Turkse organisaties voor het recht
op gezinshereniging en partnerimport en het recht op de dubbele nationaliteit.
De hier vaak arme Turken willen namelijk wel in Turkije een huis kunnen bouwen.
57 procent van de Turken heeft een dubbele nationaliteit en blijft daarmee op
dat land gericht.
De regering Den Uyl (1973-1977) stelde met het oog op de economische crisis dat
het noch voor Nederland, noch voor de ongeschoolde gastarbeiders goed was als
ze zouden blijven. Tot midden jaren zeventig was vooral politiek 'rechts'
(werkgevers en VVD) voorstander van voortgaande immigratie. Maar het tij keerde
en voortaan werd 'links' de grote verdediger van permanente immigratie.
Tegenargumenten werden gediskwalificeerd als racistisch.
De eerste Turkse moskee werd in 1976 met rijkssteun gebouwd in Almelo. Tussen
dat jaar en 1982 gingen er bakken subsidie naar allerlei
minderhedenorganisaties, die sinds 1982 'zelforganisaties' worden genoemd. Ook
al maken nogal autoritaire manspersonen er veelal de dienst uit. In dat jaar
gingen de gemeenten de subsidies uitdelen. Noch de VNG, noch de departementen
van Binnenlandse Zaken en Justitie weten hoe veel geld er in de
minderhedenbranche omgaat en wat het effect is van de overheidssteun. Wel is
bekend dat hier en daar clubs die aan de Grijze Wolven gelieerd zijn subsidie
ontvangen. Onder het mom van behoud van eigen identiteit krijgen allerlei
Turkse taal- en cultuurorganisaties geld van de overheid. Sommige daarvan zijn
mantelorganisaties van de Pan-Turkse, panislamistische beweging.
Overwinteren met behoud van
uitkering
Ayhan Tonça vindt dat het IOT en de TICF heel veel goed werk doen voor
de integratie. Zo organiseerde hij vorig jaar discussieavonden voor Turkse
jongeren waarin de nadelen van partnerimport voorzichtig werden besproken.
Trots op deze heldendaad schrijft hij dat het IOT "zelfs maandenlang werd
geboycot in de Turkse pers."
Maar Tonça spreekt met twee monden, want hij verzet zich tegelijkertijd
tegen drempels als het duurder maken van de leges voor verblijfsvergunningen en
een inkomenseis voor de importerende partner. Alle discussie op een stokje: de
TICF beijvert zich voor behoud van het recht op huwelijksmigratie van
(ongeschoolde) Turken, met als gevolg telkens nieuwe schoolachterstanden en
uitkeringen. Vaak zitten er grote financiële Turkse familiebelangen
achter. 70 tot 80 procent van de Turkse en Marokkaanse tweede-generatiejongeren
maakt gebruik van dit recht.
De TICF-site vermeldt de taalachterstanden van hier geboren Turkse vierjarigen
(zelfs aan het einde van de basisschool lopen ze nog twee jaar achter; ook
halen velen hun diploma in het vervolgonderwijs niet), maar wijt die aan de
overheid. Want die deed lang niks aan inburgering. Dat moeten we nu zelf doen
van Balkenende, schande! roept Tonça uit, vergetend dat niemand de
Turken heeft gedwongen om zich hier te vestigen.
"De leus 'integratie met behoud van eigen identiteit' is nooit door
organisaties van immigranten aangeheven," liegt hij. Ook verzwijgt hij
wijselijk dat de voorlieden van diezelfde organisaties wel riante subsidies
hebben opgestreken voor het cultiveren van de eigen
etnisch-cultureel-religieuze wortels. Hij verraadt zichzelf even verderop met
een afgunstige zin: het wél subsidiëren van 'leren tuba spelen' en
niet van 'het leren van de eigen taal' (sic, BdW) is evenals het niet 'in staat
stellen' van 'Nederlandse ouderen' om 'aan de Middellandse zee te overwinteren'
een vorm van 'ongelijkheid' en 'behoort niet thuis in een multiculturele
samenleving'. Toe maar. Niet dat ik weet van enige subsidie voor autochtone
bejaarden om in Spanje te overwinteren.
Een ander voorbeeld van de opportunistische, tussen polder en minaret laverende
wijze van argumenteren: de TICF vindt de schade van eerwraak "in termen
van doden, gewonden en rechtszaken geringer" dan die van alcoholmisbruik.
"Toch heet het een cultureel verschijnsel dat beslist niet in Nederland
past en het andere wel." En nu wordt-ie helemaal mooi: "Dit verschil
in behandeling zet bevolkingsgroepen wel tegenover elkaar en in een onterechte
verhouding," dreigt Tonça, in het midden latend wat hij hierbij als
oplossing in gedachten heeft. Drank in de strafwet, Turkse heroïnehandel
vrij en eerwraak in het ziekenfonds?
Wat roep je toch een ellende op als de overheid van een drukbevolkt land
toelaat dat een minderheid een eigen eiland vestigt op islamitisch-Turkse
grondslag.
Bernadette de Wit
Reageren?
Mail mij op bijlmerwit@planet.nl
|