Ingezonden brief
Aan: HP/de Tijd
Van: Theo van Gogh
Pythagorasstraat 133 '
1098 GA Amsterdam
Amsterdam, 6 Oktober 2001
Geachte redactie,
Ik kan me vergissen, maar vermoed dat in Annemarie Osters "Aerdenhout,
jaren '90" Pierre Vinken de niet nader benoemde steen des aanstoots is. 't
Blijft altijd amusant om een afgewezen vrouw haar vet te zien halen, maar in
dit geval heeft 't ook iets zieligs. Want anders dan Oster ons wil doen
geloven, heeft Vinken haar nooit serieus genomen en zich na een korte,
vreugdeloze verhouding van Mevrouw ontdaan zoals een pit wordt uitgespuugd.
Omdat ik door Uw scribente aan - in haar eigen woorden - 'mijn dorre oudje'
voorgesteld was en Vinken aldus nader leerde kennen, mocht ik persoonlijk
getuige zijn van de achteloosheid die de gastheer jegens Mevrouw aan de dag
legde. Hier stond een vermoeide vader vol plichtsbesef zijn dochter te woord,
die maar hardop dromen bleef van prinsen en kastelen.
Pappa prefereerde andere vrouwen.
Vinken leek er zich pijnlijk van bewust dat deze dame vooral uit was op z'n
geld. Hij waardeerde haar cynische gevoel voor humor en had mededogen vanwege
de paniek die Mevrouw keer op keer naar de keel sprong. Maar in zijn woorden
was Oster toch vooral 'een kille, berekenende vrouw'.
Nu ja, ik vraag me af of Annemarie in het kader van haar grote afrekening ook
nog gaat kwebbelen over seks met de joodse professor in wiens fantasie ze, naar
ze zelf triomfantelijk rondbazuinde, een SS-pakje droeg en Gnädige Herrin
was op kamp-appèl. En over die keer dat ze mijn bed onderkotste.
En misschien ook over die keer dat haar penoze-achtige zoons zich probeerden te
ontfermen over de kluis van één harer geliefden?
Gaat Mevrouw ook nog melding maken van de afkeer die Kees van Kooten jegens
haar persoontje voelt, vooral als ze weer komt slijmen op één van
de premières van zijn kinderen? En zal ze opschrijven hoe ze
ondergetekende in tranen belde met de woorden: "Pierre weigert mijn
facelift te betalen. Wil jij dat doen?"
Dat Annemarie tot haar zestigste heeft moeten wachten om eindelijk een gevulde
minnaar te vinden die bereid bleek de valse tanden van haar onzekerheid voor
lief te nemen, heeft jammer genoeg niet geleid tot een trefzekerder manier van
formuleren. Is er dan niemand ter redactie die bereid is deze onttakelde zwaan
op de rokende puinhoop van haar leven bij de hand te nemen en uit te leggen dat
lezers niet zozeer geïnteresseerd zijn in haar leugens alswel in haar
vermogen ons aan het lachen te maken?
Harteloos.
Theo van Gogh
NB. 't Is wel zielig voor Mevrouw Oster dat de enige zin die de redactie van
HP/de Tijd niet afdrukte ( "Is er dan niemand ter redactie die bereid is
deze onttakelde zwaan op de rokende puinhoop van haar leven bij de hand te
nemen en uit te leggen dat lezers niet zozeer geïnteresseerd zijn in haar
leugens alswel in haar vermogen ons aan het lachen te maken?" ) betrekking
had op haar zelve. Jammer, want het was zo'n aardige zin. |