On the move

Eén van de meisjes van "Loïs Lane" had me gevraagd om nu toch 'ns langs te komen, want er was een groep van twaalf zangeressen die optrad voor het Goede Doel, iets met Aidsbaby's in Afrika. Plaats van handeling; nachtclub de Panama.
Ik rolde uit de taxi en zette m'n kraag op. Onder een lantaarnpaal stonden drie negerettes te ginnegappen, tot ze me zagen en de presentator met complimenten overlaadden: "Jij bent één van de weinige Nederlanders die leuk en intelligent is ...
Dag lieve jongen!"
Het schaamrood sprong me naar de kaken. O, wat zijn zwarte vrouwen toch begerenswaardig, als hun witte tanden naar je blikkeren en je de adem benemen, zo elegant, zo vanzelfsprekend sexy op hun lange benen. Natuurlijk wilde de eerzame rukker 't liefst meteen met de meisjes op stap, maar ik koester zulke momenten als een juweel voor altijd, omdat - al is 't maar voor even - de hemel oplicht en jouw leven niet zo mislukt lijkt.
Ik ging naar binnen, naar de band. Ik geneer me meestal als ik met m'n plastic tasje binnenkom, grijze overjas als een pantser, ogen paniekerig op het toneel gericht. 't Doet me niks om voor camera een miljoen mensen toe te spreken, maar in 't echt zijn twee blikken voldoende om me het zweet te doen uitbreken. Ik keek naar Frédérique Spigt op het podium, naar de meisjes Klémann en naar een zangers uit Hillegom die Neel heet, geloof ik, met wie ik ooit nog 'ns een nacht of wat heb doorgebracht. Neel droeg rode Pippi Langkous-staartjes en keek boos.
Dat kan ze heel goed, de schat.
Naast me zat een meisjesachtige dame van desgevraagd zesentwintig; zes jaar kunstgeschiedenis gestudeerd en voor het laatste tentamen toch maar gestopt.
"Ik draai nu plaatjes in Burger's Patio", zei ze en keek ietwat schaapachtig.
Ik vroeg haar hoe vaak ze verliefd was geweest.
"Te vaak."
Mijn theorie luidt dat je maar twee, hooguit drie keer in een mensenleven ècht voor iemand kunt vallen. Dat schept de zekerheid dat er voor de beluste penopauzer niets meer in het vat zit.
"Ik ben bang dat je gelijk hebt", zei ze.
Op het metershoge scherm achter de band stierven Afrikaanse baby's, een meisje kreupelde op krukken voorbij en verkocht kranten aan grote negers die haar achteloos een aalmoes toestopten. Vermoedelijk is hèt vermaak van de toekomst op TV naast rechtstreeks uitgezonden executies de Hongersnood als soap gebracht, als aflaat voor doorvoede Westerse ogen.
't Had iets obsceens.
Henk Schiffmacher van de tatoos kwam de dankzij acupunctuur opgelopen zweren op mijn rechterbovenarm bewonderen. Een in zwart gehuld meisje met een modieus geknipt rattenkapsel danste met een blondine in een trainingspak. Ze oogden verloren, maar ik werd er geil van; misschien vreeën ze vanavond wel met elkaar, in
omstrengeling tegen een wereld van harde mannen. Ik stelde me voor hoe ze klaarkwamen, het blondje in tranen, de donkere op haar lippen bijtend om de zucht die aan haar keel ontsnapte in bedwang te houden.
't Was ontroerend.
De eerste ontwierp kleren, de tweede sieraden die als gedeformeerde insecten van glas om de vingers van haar vriendin zaten; 't leek wel een slechte trip zoals het licht op de stenen telkens anders viel, alsof het jouw ogen wilde verleiden te verdrinken in de glittering van de toverprinses.
De sieradenmaakster legde uit hoe goed haar vriendin kleren ontwerpt.
De ontwerpster had een romig figuur dat ze zorgvuldig in de plooi hield met haar gewaad. Haar gezicht was krijtwit geschminkt, haar lippen een vet gestifte rode kerf. Zo waren de meiden in het gevolg van Juliëtte Greco, stelde ik me voor, Parijs 1948, zwarte koltruien, heroïne wegens Weltschmerz en Ed van der Elsken op de loer.
Ik legde haar uit dat het moederschap toch wel 't hoogste is waartoe de vrouw geroepen kan worden. Dat zag zij anders: "Ik ben liever tante."
Ze vroeg me hoe oud ik haar schatte.
"Zesentwintig", zei ik.
"Vlijer!", lachte ze.
"Zesendertig", zei ik.
"Schoft", zei ze.
Ze vertelde dat ze kleren was gaan ontwerpen omdat ze zich zo lelijk voelde. Ik vertelde hoe mooi ik haar gezicht vond en dat haar glimlach als een mes naar m'n keel sprong. En dat ik haar in mijn volgende leven zou schaken, maar nu even niet, geen tijd. Ik kan liegen als geen ander maar meende dit allemaal, al was 't omdat eenzame vrouwen mij altijd imponeren met hun vermogen gekwetstheid uit te stralen.
Ze vroeg me of ik TV griezelig vond om te doen en ik antwoordde dat leven veel erger is. Ze vroeg me of ik gekregen had waarvan ik als jongen gedroomd had en ik zei dat ik op m'n vierenveertigste iedere dag weer een orgie van voorspoed onderging maar dat m'n tong soms droog wordt bij de gedachte: "'t Kan toch niet goed blìjven gaan...?!"
Ze vroeg me of ik gelukkig was en ik sprak plechtig dat tot het onmogelijke niemand geroepen is.
"M'n vriendin wil nu weg", zei ze.
"Jammer", zei ik naar waarheid en keek haar kont na die ze als een ongeziene bochel door de menigte voerde. Ze kwam uit Amersfoort en 't duizelde me als ik me voorstelde hoe de grote stad een vergaarbak is van al die duizenden jongens en meisjes uit de provincie die dromen van het snelle leven. Hoe ze heette had ik niet gevraagd, vermoedelijk Xaviera of zoiets, maar voor mij was ze Els. Els, als je dit leest, denk aan de dikke oplichter die tien minuten van je tijd snoepte; prik hem door.
De regen stopt, de zon komt op, de held en de heldin kussen elkaar voor het décor van bordkarton en de ademloze zaal slikt iets weg. Wat een mooie film.

Theo van Gogh

Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug
!
Inhoud | D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service