Rotterdam

En zo gewerd ons langs de geëigende kanalen een missive afkomstig van de hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, Oscar Garschagen. Het Rotterdamse sufferdje verliest duidenden lezers per maand maar dat is binnenkort vast afgelopen. Lees en geniet mee:


Rotterdam 26/3/2002

Beste collega's,

Het is volgens mij zinvol ons zeer nuttige commentaarberaad over het Fortyunisme samen te vatten in enkele conclusies, die als leidraad dienen bij het beoordelen dan wel schrijven van analyses, achtergrondverhalen en commentaren en het selecteren van artikelen voor Trefpunt. In de eerste plaats is Fortuyn een buitengewoon interessant verschijnsel dat wij met nieuws-, achtergrondverhalen en interviews op de voet moeten volgen, zowel in Rotterdam als elders in het land. Niet alleen Fortuyn, Leefbaar Rotterdam en de landelijke lijst Fortuyn vormen een
bron van verhalen, maar ook de onderliggende factoren en de reacties op zijn sterke opmars. Onze lezers grondig en veelzijdig informeren over actuele ontwikkelingen, diepere achtergronden en oorzaken is onze hoofdtaak in deze.
Fortuyn laat zich niet gemakkelijk vatten in gangbare ideologische begrippen en kaders en deze samenvatting is ook niet bedoeld als een poging daartoe, maar dient beschouwd te worden als een richtlijn voor komende publicaties, waarbij de columns om voor de hand liggende redenen niet zijn inbegrepen.
Na lezing van alle interviews en zijn boek "De puinhopen van acht jaar Paars" kan wel worden vastgesteld wat hij niet is. Fortuyn is niet xenofoob, hij is beslist geen Vlaams Blokker van de snit Philip de Winter, hij vertoont ook geen overeenkomsten met Jörg Haider. Hij is geen fascist of racist. Van enig spoor van racisme - het om biologische redenen superieur verklaren van het ene ras boven het andere ras - is in zijn werk geen sprake.
Zijn opkomst kan om meer dan een reden ook niet gezien worden als een uitzonderlijk zorgwekkende of verderfelijke ontwikkeling, die te vergelijken zou zijn met de opkomst van het Vlaams Blok, het Front Nationale en de FPO.
Het zou onjuist zijn Fortuyn te zien als een Nederlandse variant op een Europees virus, stellen dr. Piet de Rooy en dr. Ido de Haan van de afdeling geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en in Vrij Nederland van 23 Maart. In zijn boek(en), artikelen en interviews omarmt hij de parlementaire democratie op overtuigende wijze en leunt hij, waar hij de vernieuwing van het openbaar bestuur bespreekt, zwaar op de ideeën van D'66. In zijn uitvoerige beschouwingen over de zorg, het onderwijs, het justitiecomplex, en het buitenlands beleid zijn vele ideeën te herkennen van gevestigde partijen, bij partijen horende denktanks en geassocieerde clubs. het is eigenlijk behoorlijk mainstream en van veronderstelde onbarmhartigheid en harteloosheid is niet bovenmatig sprake, ook niet als het gaat om de WAO. Niemand kan volhouden dat het bestaande zorgsysteem met lange wachtlijsten en lege operatiekamers de norm van beschaving en barmhartigheid kan zijn en iedereen is het erover eens dat de WAO door werkgevers en werknemers misbruikt is om fundamentele problemen op het gebied van de creatie van werkgelegenheid en groei op te lossen.
Natuurlijk, het politieke getuigschrift van Fortuyn bevat wilde, onhaalbare of onpraktische plannen, maar dat kan van vrijwel iedere partij gezegd worden. De monarchie en "Schengen" (Europa zonder grenscontroles) opheffen lijkt ons niet haalbaar, maar erg bijzonder zijn deze voorstellen bepaald niet. Het wijzigen en mogelijk maken van het Vluchtelingenverdrag is op zich natuurlijk denkbaar, maar maakt voor de toestroom van asielzoekers weinig uit. Fortuyns voorstel de landbouwsubsidies af te schaffen is onhaalbaar, de Nederlandse regering wilde dit in het zicht van de uitbreiding van de EU ook, maar zal dan toch eerst Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië moeten overtuigen. Vette kans zou ik met een Amerikanisme willen zeggen en dat weten Kok en Benschop ook, want zij hebben in stilte deze voorwaarde laten vallen.
Fortuyn levert geen financiële onderbouwing, maar zegt wel de Zalmnorm volledig te aanvaarden en hij zegt ook dat er geen nieuw geld naar zorg en onderwijs mag gaan als beide sectoren niet eerst ingrijpend veranderen en doen wat zij moeten doen. Gegeven het feit dat de financiële paragrafen van de politieke partijprogramma's van de anderen op los zand zijn gebouwd lijkt ons dat geen groot punt van kritiek.
Waar het gaat om het asiel- en vluchtelingenbeleid pleit hij voor een strikte toepassing van de wetgeving en een scherper onderscheid van echte politieke vluchtelingen en zogenaamde economische vluchtelingen. Hij pleit voor kleinere asielzoekerscentra, snellere procedures en het opvangen van tienduizenden vluchtelingen in de eigen regio voor ongeveer hetzelfde geld. Dat is dus het officiële beleid van de Verenigde Naties en sinds het kabinet Lubbers I ook van Nederland. Hij zegt dat Nederland vol is. Anderen zeggen dat eigenlijk ook, maar drukken zich diplomatieker en omfloerster uit. In deze zin is Fortuyn de echte opvolger van Bolkestein, die ook werd beschouwd als de geestelijke vader van de nieuwe, strengere Vreemdelingenwet.
Beleidsmatig zijn de verschillen met de VVD, het CDA en eigenlijk ook de PVDA kleiner dan de retoriek en de opwinding doen vermoeden. Fortuyn houdt van provoceren, sarren, plagen en een zekere mate van populisme kan hem niet worden ontzegd worden. Hij treedt volgens De Rooy en De Haan in dat verband een lange Nederlandse traditie van gezwollen retoriek (Abraham Kuyper en Pieter Jelle Troelstra), schelden tegen het establishment en het opjutten van de gevestigde orde van het moment. Juist die stijl van debatteren is in een televisiedemocratie een zwaar wapen, zeker als zijn tegenstanders wegkrimpen.
Hoe dan ook, het Fortuynisme zorgt voor een hernieuwde belangstelling voor politiek en niet alleen voor de showaspecten maar ook voor de inhoud van het beleid. Het werk van Fortuyn is in dat opzicht zeer verdienstelijk, want maakt de gevestigde machten, of zoals hij dat op vermakelijke wijze de Linkse kerk noemt, nerveus en breekt de discussie open. Wat Kok, Melkert, Dijkstal, Rosenmöller en Marijnissen nooit gelukt is, lukt hem in een bestek van enkele maanden: de politiek leeft weer onder de bevolking.
Zijn boek - een must voor iedereen die maar een klein beetje geloofwaardig over Fortuyn wil of denkt te schrijven - is een bestseller, waar bovengenoemde politici alleen maar jaloers op kunnen zijn. Het is volgens ons niet relevant dat zijn verkiezingsprogramma annex boek op een andere wijze tot stand is gekomen als de normale, welhaast onleesbare verkiezingsprogramma's van de andere partijen. Fortuyn heeft duidelijk in de VS en met name van Clinton geleerd hoe je het best een politiek program kan presenteren.
In de hoofdredactie en het commentaarberaad hebben we vastgesteld dat we de ontwikkeling van het Fortuynisme grondig en in de nieuwskolommen objectief en veelzijdig moeten volgen. In analyses en commentaren dient de argumentatie voorop te staan, dat wil zeggen strak, zakelijk en zonder neerbuigende adjectieven. Überhaupt is het gebruik van bijvoegelijke naamwoorden zelden een sterke vorm van argumenteren. We hebben verder vastgesteld dat Fortuyn kritisch gevolgd moet worden, hetgeen niet uitgelegd mag worden als een noodzaak hem te bestrijden als een kwaadaardig antidemocratisch fenomeen, want dat is hij niet. Er is met veel commotie gereageerd op enkele van zijn uitspraken, daar zit veel instant verontwaardiging bij, omdat Fortuyn afwijkt van de gangbare opinies over een ruimhartig asielbeleid en de zogenaamde zegeningen van een multiculturele samenleving.
Tenslotte hebben we vastgesteld dat het op zich goed kan zijn dat Leefbaar Rotterdam toetreedt tot het college en de PVDA buiten het college blijft als respectievelijk de grootste winnaar en de grootste verliezer. Een definitief oordeel is overigens pas te vellen als programma, zetelverdeling en kandidaat-wethouders bekend zijn. Het is duidelijk dat wij op een later tijdstip in de verschillende gremia van de krant verder zullen discussiëren over de vraag of Fortuyn na de Tweede kamerverkiezingen in de regering opgenomen moet worden.


Tot zover, was getekend 'Oscar'.

Blijkbaar heeft het AD tot nu toe zo subjectief en onder de maat bericht over Fortuyn dat de hoofdredacteur zich geroepen voelt één en ander voor de letterknechten recht te zetten. Zou 't ook geen tijd zijn voor een publieke verontschuldiging?

Theo van Gogh


Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug
!
Inhoud | D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service