In Orde met Michiel
Romeijn
In De Telegraaf van 15 Februari jl. doet Stan Huygens verslag van de opening
van café "De Omval", waar uit de mond van Michiel Romeijn -
uitgedost als Obuma - kon worden opgetekend: "Even verderop zag ik Harry
Mens en Pim Fortuyn aan een tafeltje zitten. Ik hoop dat hij business class
gaat vliegen, in één klap de torens in."
Er werd - uiteraard - 'gebruld' van het lachen.
't Gekke is, Fortuyn en de zijnen wordt voortdurend in de schoenen geschoven
dat zij 'aanzetten tot haat', maar 't is eerder omgekeerd; dat prins Pim nog
niet is neergeschoten namens de politiekcorrecte gemeente door
één of andere redder van de wereld mag met recht een wonder
heten.
Aan Michiel Romeijn zal 't niet liggen.
Romeijn ben ik jaren geleden 'ns tegengekomen, op een dronken Zaterdagmiddag in
café "Welling", waar 'ie vertelde met Jiskefet van start te
zullen gaan, dat wil zeggen, 'een satyrisch programma'.
Of ik mee wilde doen?
Dat wilde ik wel maar kon ik niet, want stond op de zwarte lijst van
VPRO-directeur TV Roelof Kiers. De aanwezigen werden dronken op jenever en dat
was dat.
Jaren later belde Romeijn: "Hé Thé, kun jij geen stukje voor
ons schrijven want die Kuitenbrouwer beweert dat wij het woord 'lullo' niet
bedacht hebben..."
Daarin had Janneman natuurlijk gelijk, maar zijn 'beschuldiging' was geschreven
op zo'n triomfantelijke toon dat je als lezer diep gekoesterde rancune
bespeurde en ging vermoeden op een heus schandaal te zullen worden getracteerd.
Maar niets van dat al, jammer genoeg.
Ik haalde m'n schouders op en ging over tot de orde van de dag, in het knagende
besef dat Romeijn misschien nog wel kinderachtiger was dan de held van
Turbotaal.
Enfin, de jaren verstreken en mij trof het ongeluk een serie te moeten draaien
- "De Eenzame Oorlog Van Koos Tak" - met in de hoofdrol Gerard
Thoolen. Thoolen was al vastgelegd voordat ik er, drie weken voor aanvang van
de opnamen, bij kwam.
Van alle verschrikkingen die men bij acteurs tegemoet mag zien, was deze
zeikerd zonder twijfel de ergste. Thoolen's brandstof was een diep, diep
Zelf-medelijden, dat bij voorkeur tot ons kwam in de vorm van half snikkend
gepresenteerde samenzweringen tegen het geluk van kleine Gerard, die als knaap
al 't zwaar te verduren scheen te hebben gehad.
En zo klonk 't dan met verstikte stem: "Mijn moeder heeft mij
aangerand!"
"Hàd ze dat maar gedaan!", glunderde ik.
Thoolen was ook een man van het bestudeerd spontane gebaar.
Hij liet z'n honden thuis verhongeren en kreperen in hun eigen stront om
doodleuk op de set met een nieuwe vracht puppies aan te komen, gekocht in het
café om de hoek bij de locatie waar we draaiden; kleintjes die een
zelfde lot wachtte bij deze grote dierenvriend.
Thoolen was voor alles zelfvertederd en behept met ontembare verongelijktheid
omtrent het lot dat hem ten deel was gevallen. Hij huilde veel en vaak, als om
te bewijzen; Gevoelige Ziel, Ikke, Ikke, waarom wil niemand met mij stikken?
Ik schaamde me de luimen van deze patiënt geaccepteerd te hebben. We
kregen slaande ruzie over de puppies - ik hou niet altijd m'n mond, ook niet
als er nog weken draaien voor de boeg zijn - en 't kwam nooit meer goed.
Thoolen had een fijn ontwikkeld gevoel voor wie 'ie wel of niet te grazen kon
nemen. Schoppen naar beneden, likken omhoog, je werd er treurig van.
Hij kneep het meisje van de make-up in haar tepels, bekte haar af tot ze huilde
en schopte in het algemeen naar mensen die in zijn ogen lager in rang
stonden.
't Was zoals Olga Zuiderhoek 't formuleerde: "Al mijn lieve homo-vrienden
gaan aan Aids, alleen een hufter als Gerard niet."
Dat was inderdaad heel jammer. Thoolen was ik voor 't eerst tegengekomen vlak
voor de Golf-oorlog, in café "De Smoeshaen", waar ik hem
uitlegde dat Saddam en zijn Republikeinse Garde maar beter gebombardeerd konden
worden, en dat vrouwen en homo's alles te vrezen hebben van islamieten. Hij
zweeg en scheurde vervolgens de mouwen van mijn kostelijke Arrow-overhemd.
Ik liet hem begaan want het ei kwam mij - toen al - ook een beetje zielig voor.
Het kunstenaarsvolkje, nietwaar?
Dezelfde Olga stond erbij: "Je hebt gelijk. Laat maar..."
Toen de acteur stierf, werd ik door Het Parool gevraagd een necrologie te
leveren. Dat deed ik met zoveel plezier dat de Chef Kunst aldaaro er van schrok
en namens mij uit zichzelf een zin toevoegde: "Gerard kon je ook tranen
van ontroering bezorgen."
Ik wist niet wat ik las.
Tot bij de broers die Gerards kist droegen tijdens de uitvaart was er tumult
over mijn woorden. "Jij kon toch wèl met hem werken?" werd
Pieter Verhoeff gevraagd, en ja hoor, Pieter wel. Ik dronk een glas champagne
om Gerard's dood te vieren en nam me voor nooit meer aan de overledene te
zullen denken.
Kort hierna kwam ik Romeijn tegen op een feestje van Rick Zaal. Romeijn
bewolkte en zijn vinger priemde beschuldigend in mijn richting:
"NSB'er!"
Ik had geen idee waar die woede vandaan kwam, maar nu ja, als zo een grote
denker het woord tot je richt, luister je aandachtig, nietwaar? Ik keek hem aan
en zag een van - hoe zeg ik dat nu netjes - proletarische woede vertrokken
gezicht.
't Is best lief als iemand 't voor zijn vriendje opneemt, ook als diegene
Gerard Thoolen heet, maar argumenten, ho maar, een hoop geloei over mijn
slechte karakter en dat was 't dan weer. Als Thoolen inderdaad zo'n fijn, warm
mens was, had 'ie dan niet een doortastender verdediger van zijn eer verdiend
dan deze koning Onbenul?
"Heb je 't gelezen?", vroeg ik.
Dat niet natuurlijk.
Had ervan gehoord.
Sindsdien zie ik Romeijn wel 'ns staan in de deuropening van Huize Koch, even
verderop hier in de straat. Doorgaans schiet 'ie naar binnen als ik voorbij
fiets en stoot daarbij soms zijn hoofd, wat ik persoonlijk een mooi gezicht
vind.
Laatst stond zijn pooier-jeep op de hoek te ronken en kwam Michiel naar me toe
om misnoegen uit te spreken over een bespreking van mijn hand inzake het
meesterwerk "Nynke".
"Heb je 't gelezen?", vroeg ik.
Dat niet natuurlijk.
Had ervan gehoord.
"Heb je die film gezien?"
Dat niet natuurlijk.
Zou Romeijn woord- of leesblind zijn? Je hoort wel vaker dat analfabeten 't
niet trekken in de grote mensenwereld omdat hun achterdocht voortdurend gevoed
wordt door horen-van, in plaats van zelf kennis te kunnen nemen. Iemand die
zichzelf overschreeuwt en daarbij termen als 'NSB'er' nodig heeft om zijn
gelijk te halen, 't doet wat overspannen aan, maar 't is mijn stellige
overtuiging dat uiteindelijk alleen deernis met de pygmeeën die op hun
tenen naar jouw middel reiken voor de troon des Heeren tot rechtvaardigheid
leidt.
Zou 't de gesel der kinderloosheid zijn die meneer in z'n peno-pauze zo
verbitterd maakt? Innerlijke onzekerheid misschien?
In mijn onschuld zou ik denken, die Michiel heeft alle succes van de wereld,
het leven is gul voor hem geweest, dus waarom toch zo kwaaiig?
Er is veel verborgen leed onder onze topartiesten, zo valt te vrezen.
De eerwaarde Pieter Verhoeff had mij, voordat ik een stukje schreef over zijn
laatste film, doen vragen of ik antwoorden wilde geven voor z'n documentaire
over leven & lijden van, jawel, Gerard Thoolen. Sindsdien niets meer
vernomen; voor brave lakeien van Verhoeff's kruiperigheid is 't inderdaad maar
beter dat ondergetekende zijn mondje niet roert.
En aan de sloomheid van dit stukje merk ik dat ook Romeijn geen inspirerende
tegenstander is; meer een natte wind. Dat valt te betreuren, want juist een
vleesgeworden karikatuur van alles wat ijdel en dom aan acteurs is - Michiel
Romeijn dus met zijn In Orde-meninkjes over Fortuyn - zou week in/week uit een
bron van vermaak kunnen blijken. Helaas; zelfs ik kan er geen amusement uit
peuren, terwijl toch zo van goede wil.
Laat ons een kaarsje ontsteken voor deze Romeijn en bidden dat zijn luiheid van
denken tot in lengte van jaren voor zielerust mag zorgen.
Theo van Gogh |