De Goddelijke Kale
(toespraakje op Het Bal der Geweigerden, Paradiso 12 maart 2002)
't Was de Zondagmorgen na zijn vraaggesprek met de Volkskrant; professor Pim
klonk als door onheil bezocht, een beetje bedremmeld, als een in de knop
gebroken belofte.
"Ze hebben me genaaid," zei Fortuyn: "Ze hebben
één-vijfde van wat ik heb gezegd uitvergroot en in de krant
gezet. Ik heb niks meer. Straks ben ik failliet.
Ik weet niet hoe 't verder moet. Zal ik stoppen?"
Ik wist niet dat ik 't in me had, maar moet pissig geklonken hebben door de
telefoon. Waar 't op neerkwam: als jij nu gaat ontkennen dat je gezegd hebt wat
je gezegd hebt, kijk ik jou nooit meer aan. Je had trouwens gelijk over Artikel
1 van de Grondwet, zoals je meestal gelijk hebt. Dat kun jij toch ook niet
helpen..! Aan de andere kant klonk nu iets van een onderdrukte snik; iemand lag
gestrekt en trok 't niet meer, maar niet dankzij mij.
Toch had ik geen medelijden. Hetgeen lieden aankleeft die menen dat ze een
opdracht, een roeping hebben, is dat ze maar tegen een stootje moeten kunnen.
En ik herinnerde me weer de paniek in de stem van Kay van der Linden,
campagneleider voor Leefbaar Nederland, toen ik hem sprak over het interview,
waarover inmiddels het halve Binnenhof was gevallen.
Kay: "Artikel 1..! Hoe kan 'ie dat Godverdomme nou zeggen..!"
Ik begreep er ook niets van; je ging toch niet de politiek in om bijval van de
Rosenmöllers en de De Graaffjes te krijgen? Op de radio loeide iemand:
"Fortuyn wil dat wij weer gaan discrimineren..!"
Ja hoor; ik redeneerde, als dit het einde was ván prins Pim, dan had 'ie
nooit een echte kans en 't is maar beter te sterven in de schoonheid van
afwijkend gedachtegoed.
Terug naar Zondag.
"Ze halen ook nog Anne Frank erbij..," klonk 't nu dof uit
Rotterdam.
"Meneer De Graaff zou 't lijk van Anne nog neuken als 'ie daar een
Kamerzetel aan overhield
", grijnsde ik: "Mensen voelen dat;
drie zetels extra voor jou."
"En Van 't Hek," zei Pim: "Schreef in zijn column in de NRC dat
ik een rat ben..."
"Het rat van Fortuyn!", riep ik: "Rat niet met een d,
maar met een t, een héél bijzondere woordspeling, zelfs in
het oeuvre van deze imponerende denker. Youp meent namelijk dat bewoners van
Ommen niet in Amsterdam op bezoek mogen - ondermensen - en dat jij ongedierte
bent dat verdelgd moet worden. Die term 'rat' in dit verband is ontleend aan de
neonazi's in Duitsland, die anders denkenden aldus plegen aan te duiden. Youp
maakt zich namelijk zorgen over de verrechtsing van Nederland, begrijp je wel?
Vier zetels extra!"
En ik ging door; Wilfried de Jong meent dat jij niet deugt. Sjoerd de Jong
vindt dat jij niet deugt. Hubert Smeets roept dat jij niet deugt. Tom van 't
Hek loeit dat jij een hol vat bent. En H.J.A. Hofland noemt jou 'een
kwibus'.
Dat laatste komt omdat jij Henk doet denken aan de tijd dat die zich als
zestienjarige bij de SS aanmeldde voor het Oostfront en werd weggestuurd omdat
'ie helaas, te kort was.
Een hele teleurstelling voor Henk. En Rob Oudkerk is tegen jou omdat z'n Opa
bij de Joodse Raad zat. En Frènk van der Linden is tegen jou omdat 'ie
al jaren tevergeefs probeert een talkshow op TV te krijgen; jij bent een
natuurtalent op het scherm, hij een ambitieuze keffer. Niks aan te doen.
Zo hebben ze allemaal wat. Waar maak jij je druk over? Melkert is tegen je
omdat 'ie als dertienjarige al voor de spiegel premiertje speelde. Dat kan jij
toch ook niet helpen? Je moest toch zo nodig? Ga het land redden,
huilebalk
"
Die avond kwam Fortuyn op het scherm bij Fons de Poel, alweer iemand die
helemaal in orde is en die dus vanuit zijn jezuïtische gelijk mijn
oogappel een glimlach van triomf voor de voeten wierp: "U lijkt zo
onvolwassen..
Hoe komt dat?"
Fons is namelijk zéér volwassen, zoals wij allen weten.
Hij sprak namens de kneuzenbrigade van het Binnenhof, zoals de meeste
pygmeeën van de Nederlandse parlementaire pers die likkebaardend springen
naar het kruis van grote leiders als Dijkstal en Melkert, schrijvend voor de
gevestigde orde.
Je zag hun lakei van de KRO nu denken: "Van hèm zijn we
af
!"
Het Binnenhof keek en huiverde. Die avond zal ik nooit vergeten.
Mijn vriend Pim, het eerste wat 'ie zei was: "Ik ben juist geciteerd door
de Volkskrant."
Hij was in vorm, hij draaide zijn zogeheten 'uitglijder' van de dag ervoor om
in tenminste een gelijkspel, hij bleef, één en al glimlach, de
meest talentvol geheven Fuck You-vinger naar de boven-ons-gestelden sinds
jaren.
Hij was de nicht voor vrouwen, met z'n mormels van hondjes, hij was de nicht
voor macho's, met z'n ironische arrogantie over Kok en de zijnen, hij was alles
wat Melkert nooit zal zijn; op avontuur, geestig en vooral, niet bang om to
verliezen. Het grootste televisietalent.
Zelfs de Telegraaf moest de volgende morgen bij monde van haar Fortuyn-hater
Kees Lunshof toegeven dat de rol van professor nog niet was uitgespeeld.
En nu zijn we zes weken verder.
De Telegraaf kust inmiddels Fortuyn's voeten.
Wiegel loopt zich warm. Melkert heeft er in paniek het Chileense vrouwtje
bijgesleept.
Fortuyn won Rotterdam, waar ze stom genóég zijn om hem buiten het
stadsbestuur te houden, zodat 'ie vijftien mei zeker als underdog de
verkiezingen ingaat.
Hij zorgt persoonlijk voor hoge opkomsten, in Rotterdam 55 %, bijna 10 % meer
dan verleden keer; meneer Fortuyn is waarlijk een zegen voor onze saaie
democratie, maar dat hoor je nou nooit 'ns van al die amechtig hijgende
democraten die van hem een karikatuur proberen te maken en die hun minachting
voor zijn kiezers maar met moeite kunnen verbergen.
Zes weken later en de herinnering aan die regenachtige Zondagmiddag dat de man
die ik spottend 'Onze Geliefde Leider' noem, dat 'ie inderdaad op de grond lag
en wilde stoppen, begint te vervagen. Met dank aan Melkert, De Graaff,
Rosenmöller, niet te vergeten Youp van 't Hek, en al die andere grote
denkers die 't maar niet lukt de Goddelijke Kale met argumenten mat te zetten.
Nooit werd de arrogantie van de macht in Nederland bekwamer belachelijk
gemaakt.
'Van een macabere schoonheid', de omschrijving die Wiegel terecht meegaf aan
het laatste lijsttrekkersdebat, is nog maar het begin, want ze leren 't niet
meer, de sukkelende brekebeentjes van Paars.
't Valt mij zwaar om U het volgende te zeggen, ik ben er ongemakkelijk onder
maar toch doe ik 't voor deze ene keer; als U in dat hokje staat, vijftien Mei,
denk dan weer even aan het gezicht van Melkert, de babbeltjes van Kok of de
Anne Frank van Thom de Graaff...
Sla hem niet over, de Goddelijke Kale, al was 't maar voor die aardige
debatavondjes met loeiende politici die menen het geweten van de natie te zijn.
Ik fluister 't; Stem Pim Fortuyn.
Theovan Gogh
|