De damp van Onbegeerd
't Kan aan m'n leeftijd liggen - 44, en al jaren een veelbelovende toekomst
achter me - maar ik word niet meer zo gegrepen door de Derde Nota Ruimtelijke
Ordening of de Noord-Zuid-dialoog. Ik had gehoopt dat de ziekte van de
verlegenheid me niet een leven lang zou doen blozen maar - ik zeg dit zonder
koketterie er is geen hoop dat mijn persoontje ooit nìet in de
ban van dames zou verkeren.
Maar anders dan bij de meeste slachtoffers van het zwakke geslacht ben ik niet
seksverslaafd of anderszins in de ban van de Doos; mij gaat 't om de brekende
ogen als aan het vrouwtje het wonder van het orgasme zich voltrekt, in tranen
of onuitgesproken pijn, in hemelse vreugde of het grommen van een monster.
Daartoe is - in mijn schamele ervaring - de Kus het breekijzer, want alleen als
het spel tot in de vingertoppen beheerst wordt en wij kunnen spelen dat
intimiteit een verborgen schat is die uitgerekend alleen met Jou, en Jou
alleen, gedeeld kan worden, alleen dan wacht ons de ware versmelting.
Nu is 't probleem met veel dames van mijn leeftijd dat zij minder begeerd
raken.
Vaak zijn zij gescheiden, verlaten of anderszins met het lid op de neus het bos
ingestuurd. Zorgelijk is ook dat onder die omstandigheden vaak van een man
verwacht wordt dat hij alles goed zal maken; de verbittering om de afwijzingen,
de scherven van een mislukt leven. Een onmogelijke taak.
Omdat ik naar omvang en mentale instelling zeker in vrouwenogen toch
voornamelijk potsierlijk ben, heb ik - zou je zeggen - minder te duchten, maar
juich niet te vroeg. Wie zoals ik een kiss-freak is, iemand die op de papillen
van zijn tong de ware adel van een hunkerende ziel pretendeert te proeven,
steekt uit overtuiging zijn tong in dezen en genen. Nee, ik zal 't hier niet
hebben over de ongewassen, soms volgepiste vagijnen die mijn pad kruisen. Ik
wil 't hebben over de kus.
Hoe vaak gebeurt 't niet dat ieder genot verloren gaat in de dampen die achter
een defecte maagklep schuilgaan? Rotte eieren, bedorven tampons, de meest
aanstootgevende luchten gaan schuil achter de tandenhaag van de dames. Soms
vermoed ik dat vrouwen geen geld hebben om hun tanden goed te laten onderhouden
waardoor het naar mos riekende bederf van hele kolonies bacteriën
vrijelijk op de tong van de bezoeker wordt losgelaten. Let wel, wij spreken
hier over grote overgave, kokkkels van tongzoenen, 'Eerst jou proeven en dan
sterven...', ogen dicht, thans betreden wij het Paradijs, enzovoorts,
enzovoorts...
Een grote leugen, maar onontbeerlijk.
En dan...de dooie lucht van loopgraven, de damp van Onbegeerd, als een zich
noemende Casanova die zulke zweetvoeten met zich draagt dat geen vrouw zijn
praatjes kan geloven. Hoe heerlijk kussen de vrouwen die een tikkeltje naar
zweet ruiken maar zulks overwinnen met hunne goedkope parfums; hoe heerlijk het
meisje dat mentholsigaretten rookt en iets parfummigs uitwasemt, juist waar
middelbare dames het aroma van ontbinding verspreiden. Kon ik ze maar lief
hebben, kon ik me maar aan hen binden, dat wil zeggen, hun geurtjes verdragen
en me gelukkig wanen voor altijd. Maar nee hoor, altijd in de contramine.
Zou er een vrouw zijn van middelbare, of aankomend middelbare leeftijd die dit
leest, misschien wel een Meisje in de overgang, die mij zou kunnen noden voor
een intieme kus zonder dat het zoemen van de maag naar verwelkte varens
ruikt?
Zou er ook in mijn leven iets van volwassenheid kunnen sluipen zonder dat
geurtjes en luchtjes me parten spelen? Een vrouw is toch geen gaarkeuken?
Theo van Gogh |