12-01-2004
Allah houdt niet van Hans
Jansen
De prijs voor het minst wervend vormgegeven
boekomslag van het komende jaar gaat naar "God heeft gezegd",
uitgegeven door Augustus, met als ondertitel: "Terreur, tolerantie en de
onvoltooide modernisering van de islam". Hieraan haast ik me toe te voegen
dat 't een uiterst instructief werkje is en dat de stijl van de schrijver, Hans
Jansen, prijzenswaardig is. Jansen schreef eerder "Het nut van God".
Zijn toon is achteloos en daardoor bepaald dodelijk.
Een voorbeeld: "Het is een vast motief in moslimse antichristelijke
propaganda dat in de islam de gelovige zelf direct in contact met zijn God
staat, terwijl in het christendom de priester of predikant zich tussen de
gelovige en zijn God wurmt, met de bedoeling dat hem de eer en de glorie ten
deel zal vallen die voor God bedoeld was. De islam kent helemaal geen
geestelijkheid of kerkorganisatie, roepen moslims dan trots uit. Veel
deskundigen buigen diep voor deze opvatting, en zingen uit volle borst dit
loflied op de islam mee, want een godsdienst zonder dominees en kapelaans, dat
moet toch wel het einde zijn. Eén blik op de baard van Khomeini zou een
nuchtere waarnemer op andere gedachten hebben moeten brengen. Misschien speelt
het een rol dat veel deskundigen van huis uit geflipte dominees en/of pastoors
zijn. Het is moeilijk te zeggen." (Blz. 84)
En even verderop: "Maar dit misverstand heeft wel praktische gevolgen. Op
een bijscholing van het ministerie van Justitie ergens in het jaar 2002 kregen
de aanwezigen deskundig uitgelegd dat de islam geen religieuze gezagsdragers
kent.
Ook op de pagina's van een door notarissen en urologen in Veendam en Veenendaal
goed gelezen kwaliteitskrant is deze opzienbarende mededeling menigmaal
afgedrukt geweest. Als het waar was, zou het buitengewoon eenvoudig moeten zijn
om de regels en de inhoud van de islam per oekaze te veranderen. er zijn dan
immers geen gezaghebbende leiders die de inhoud van zo'n oekaze kunnen
afwijzen?"
Enzovoorts.
Jansen klinkt niet optimistisch over de mogelijkheden om als ongelovige in
vrede met de islam te leven: "Waar het om gaat is dat moslims, in
vrijheid, een keuze zullen gaan maken. De alternatieven zijn enerzijds een
islam die de moderne keuzevrijheden tolereert (maar al dan niet afkeurt), en
anderzijds een islam die het gewapenderhand tegen de keuzevrijheden van de
moderne wereld opneemt, met alle grijstinten die daartussen mogelijk
zijn." (blz. 79)
Hij beschrijft de treurige positie van de vrouw voor de Islamitische Wet, legt
uit hoe er een eeuwenoud monsterverbond bestaat tussen autoriteiten in
onderdrukkende regimes en imams, dat iedere oprisping van eigen denken bij
gelovigen de kop indrukt. En hij legt uit waarom de islam zoveel te duchten
heeft van de wereld waar gelovigen andere Goden mogen aanbidden: "Voor het
eerst sinds het ontstaan van de islam, sinds de beginjaren in Medina, moet de
islam nu, in de moderne wereld, op de vrije markt van godsdiensten en
levensovertuigingen zonder overheidssteun de concurrentie aangaan met
alternatieven. Dat is hard, dat is niet eenvoudig, maar het is geen oorlog. Het
is voor de islam moeilijk en nieuw, maar het is geen verraad, het is geen
anti-islamitische samenzwering. Het nodigt uit tot debat en discussie, niet tot
bloedvergieten en militaire strijd."
En even verderop: "De islamitische religieuze leiders hebben eeuwenlang,
met overheidssteun, een volstrekt monopolie gehad op de religieuze markt.
Daarom zijn er dan ook geen Moonies in Mekka en Medina, heeft de Baghwan geen
aanhangers in Bagdad, en lopen er geen Hare Krishna's door Caïro. Voor het
eerst sinds de schepping van het heelal zijn er nu islamitische predikanten en
wetgeleerden die geen steun van de overheid meer krijgen, die hun eigen
boontjes moeten doppen en die hun eigen broek moeten ophouden - en die op voet
van gelijkheid moeten concurreren met andere levensovertuigingen. Het is die
gelijkheid die schrijnt." (Bladzij 76)
Ik vermoed dat Jansen gelijk heeft en dat de woede van de geitenneukers zoals
die in het vrije Nederland tot ons komt aldus valt te verklaren. De auteur
maakt zich zo te lezen niet veel illusies over het lot dat Ayaan Hirshi Ali
wacht: "Er zijn nogal wat islamologen die moslims naar de mond praten, en
hen stijven in het idee dat ze inderdaad een volk in oorlog zijn. Van buitenaf
wordt het oorlogsgevoel regelmatig bevestigd, en de oorlogen tegen Afghanistan
en Irak hebben meegeholpen het zelfbeeld van moslims als een natie in oorlog te
versterken.
Maar je kunt toch alleen maar spreken over een oorlog tegen de islam als je het
woord 'islam' heel erg figuurlijk en breed opvat. Desalniettemin, als je maar
vaak genoeg van de moskeekansels hoort roepen dat er een oorlog tegen de islam
is uitgebroken, leidt dat tot massahysterie en verdere leugens. Iemand als
Ayaan prikt die leugens door. Het is verrassend hoe weinig mensen haar daarvoor
dankbaar zijn." (blz. 75)
Waar ik nooit acht op heb geslagen is dat Arabieren miljoenen slaven meer
verkochten dan Westerlingen. En dat de afschaffing van de slavernij vooral
christelijk geïnspireerd is geweest, niet als vrucht van de Verlichting,
maar in handen van Quakers en andere christelijk geïnspireerde gelovigen.
"Dat er slaven te verschepen waren, is te danken aan het aanbod van slaven
door Arabieren en zwarte Afrikanen, die in vereniging handelden om aan de
Afrikaanse westkust slaven op de markt te brengen. Als slavenhouders waren
Nederlanders ook al geen succes. De belijdende leden van de kerk van de
politieke correctheid, die hevig jammeren dat Nederland als een van de laatste
landen de slavernij heeft afgeschaft, hebben aan alle kanten ongelijk.
Nederland schafte de slavernij eerder af dan de Verenigde Staten, en bijna
precies een eeuw eerder dan Saoudi-Arabië, een land dat veel moslims tot
voorbeeld is. Nederland speelde maar een beperkte rol in het verschepen van
slaven". (blz. 107)
Jansen's conclusie luidt dat als 't aan de Arabieren had gelegen slavenhandel
nog altijd gemeengoed zou wezen: "Moslimse regeerders hebben alleen
vanwege hun gebrek aan macht knarsetandend toegeven aan de westerse, met name
Britse, druk om de slavernij en slavenhandel te beëindigen. Zo heeft het
westers imperialisme ook zijn goede kanten."
En: "De nazaten van de zwarte slaven die in Amerika zijn terechtgekomen
zijn er beter aan toe dan de nazaten van de slavenverkopers die in Afrika zijn
achtergebleven. De geschiedenis kan ironisch zijn."
Geen wonder dat het boek in NRC-Handelsblad afkeurend besproken werd.
Jansen verwondert zich over het anti-Amerikanisme, hij maakt zich geen illusies
over 'een dialoog' met gelovigen die menen superieur te zijn aan alle andere
mensen en hij veegt opgewekt de vloer aan met een hoop vooroordelen ten gunste
van de Islam. Zijn boek is, kortom, een Godsgeschenk voor iedere
politiekcorrect dwaallicht dat meent dat 't met Allah wel zal loslopen.
Dat doet 't niet.
Theo van Gogh
God heeft gezegd
Terreur, tolerantie en de onvoltooide modernisering van de islam
Hans Jansen
uitgeverij: Augustus |