Kerstavond
Van bevoegde wijze gewerd mij dat Candy Dulfer weer een CD maakt met Prince.
His Royal Badness schijnt zich nu ontpopt te hebben tot getuige van Jehova.
Candy scheen uren naar meneer te hebben moeten luisteren over diens' laatste
inzichten omtrent het Opperwezen en veroorloofde zich pas na een paar uur
ietwat bedeesd de vraag of ze wat zou mogen eten?
De butler kwam met kip, maar met een knip in de vingers stuurde de gastheer
zijn bediende heen, zalvende de woorden: "In dit huis worden geen levende
wezens dood gemaakt om op te eten."
Candy kreeg een appel.
Ik wil maar zeggen, Onze Lieve Heer heeft vreemde kostgangers.
Mijn zoon was bij me op Kerstavond. Hij had de boom opgetuigd met ballen, een
scheef hangende piek en engelenhaar. Alleen een stalletje met os en herders
werd mij te grijs. We hadden echte kaarsen, met vlammetjes die lekten in het
donker.
Hond Igor stond kwispelstaartend naast de boom. Ik hield een emmer water klaar.
Na drie minuten zei Lieuwe:"Mogen we nu de pakjes openmaken?"
Voor mij had 'ie van z'n zakgeld een afgeprijsde biografie van Buster Keaton
gekocht, "Cut To The Chase". Hij wist wie dat is, want op een
regenachtige Zondag nog niet zo lang terug hadden we in het Filmmuseum
"The General" gezien, een te weinig gezien meesterwerk.
Ik had hem 's middags zelf toestemming gegeven om zonder dominante Pappa de
boekhandel te bezoeken. Toen ik hem van huis zag wegfietsen, de straat uit,
kwam een gevoel van voorspoed over mijn doorgaans zo pessimistische
aanvechtingen.
Wie kan of mag klagen met zo'n zoon?
Voor 't eerst sinds ooit waren we Kerstmis bij elkaar, dat wil zeggen, alleen
hij en ik en omgekeerd. We keken naar "De Dikke en de Dunne in het
Vreemdelingenlegioen". Een mensenetende haai maakt de Seine onveilig,
waarin de Dikke springen wil na tevergeefs naar de hand te hebben gedongen van
de schone dochter van de hoteleigenaar. "Wie moet jou beschermen als je
zonder mij bent?", zegt hij tegen de Dunne, die zich - vastgeklonken aan
dezelfde steen - plots schaamt niet geprobeerd te hebben mee te verdrinken.
Mijn zoon moest een paar keer zo hard lachen dat ik geheel verzoend met dit
leven m'n arm op zijn schouder legde. Vervolgens keken we naar "The
Godfather", deel 1. En de volgende morgen naar een speelfilm van
"X-files".
Vreemd maar waar, voor 't eerst bekroop mij het gevoel dat het gezin, jawel, de
hoeksteen van de samenleving is. Ontdooid heb ik mij voorgenomen nog vele
boven-mij-gestelden indien noodzakelijk te beledigen dan wel publicitair te
begeleiden. Maar ook en tevens dat mijn geluk in de kleinste speldenprik van
genegenheid zit en dat persoonlijke satisfactie weliswaar iets is van het
oplichten van Jezelf, maar daarom niet minder onontbeerlijk. Zo'n Kerstavond
met Lieuwe neemt niemand me meer af.
Vandaag ga ik naar Emile Ratelband, magiër die de top van Philips voor
fl.40.000,- per middag over hete kolen deed lopen. De wereld wil nu eenmaal
bedrogen worden. Ratelband is verlaten door het vrouwtje, met medeneming van de
baby natuurlijk. 't Schijnt dat je zijn bekommernis in progressieve - of moet
ik zeggen 'weldenkende' - kring schouderophalend dient af te doen als
"Eigen Schuld/Dikke Bult", want in ogen van mensen die daarvoor
gestudeerd hebben is Ratelband een 'charlatan' en zo meer.
Maar ik vind 'm aardig en heb hem nog met zijn kleine in de weer gezien: een
eerste klas vader. Moge juist in 2002 een moeder die haar kind aan Pappa
onthoudt, getroffen worden door de vreselijkste van alle kutpijnen: jeuk.
Jeuk
die ook tot bloedens toe met een krabbertje niet te onderdrukken valt en die de
ontaarde in kwestie veroordelen zal nymfomane te zijn, altijd bereden door de
obsceenste van haar dromen maar nooit, nooit bevredigd.
Ik kokhals en kom boven.
Theo van Gogh |