Pamela Gefeliciteerd!
AD mag Pam niet ontslaan
(Korte samenvatting van het vonnis, gewezen door kantonrechter mr. J. Sap,
op 14 april 2003)
"Tussen Hemelrijk en het AD bestaat een dienstverband van aanmerkelijke
duur. De incidenten die aanleiding hebben gegeven tot het onderhavige verzoek
hebben binnen een relatief korte periode plaatsgevonden. Het AD heeft gesteld
dat er al vaker problemen waren met Hemelrijk, maar heeft dit niet nader
onderbouwd." De vraag is of de door het AD aangevoerde gebeurtenissen
voldoende grond zijn voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter stelt " dat Hemelrijk in het kader van de uitoefening
van haar functie een grote mate van vrijheid had om haar persoonlijke
mening publiekelijk te ventileren." Ter zitting heeft het AD zelf
verklaard dat Hemelrijk daabrij " maximale vrijheid" had.
Hieruit valt moeilijk iets anders af te leiden dan dat het AD accepteerde dat
de mening van Hemelrijk niet altijd hoefde te sporen met die van de
hoofdredactie.
Vast staat dat het AD op deze situatie desalniettemin eenzijdig (forse)
beperkingen heeft aangebracht, door columns ook vanwege de inhoud te weigeren
of te wijzigen, zonder dat duidelijk is geworden welke objectieve criteria
daarvoor werden gebezigd. Hemelrijk heeft onbetwist gesteld dat zij tegen deze
handelwijze heeft geprotesteerd, dat het AD beterschap beloofde, maar dat die
belofte niet werd nagekomen en dat een klacht bij de redactieraad zelfs
onbeantwoord bleef.
Tegen deze achtergrond is de gang van zaken rond de column "I saw a
dead man win a fight" illustratief. Aan het AD kan worden toegegeven
dat de lengte van een column een belangrijk gegeven is, maar Hemelrijk heeft
bij de aanbieding van haar column dit probleem zelf gesignaleerd en zich bereid
getoond tot een oplossing te komen. Dat het AD hierop niet is ingegaan, kan in
niets anders zijn gelegen dan in het feit dat zij zich niet met de inhoud van
de column kon verenigen. Het AD betitelde de column als een scheldkanonnade,
maar als deze column wordt gelegd naast andere, wél door het AD
geplaatste columns van Hemelrijk, kan niet gezegd worden dat deze opvalt door
extra grof of schofferend woordgebruik. De werkelijke reden moet dus worden
gezocht in de omstandigheid dat de hoofdredactie zich niet kon vinden in de
geventileerde mening, die zeer kritisch is over de mediaberichtgeving rond Pim
Fortuyn, zonder overigens het AD daarbij te kapittelen. Door de weigering van
de column op inhoudelijke gronden heeft het AD rechtstreeks ingegrepen in de
"maximale vrijheid" van Hemelrijk als columnist en heeft het
AD dusdoende " middels een beroep op de gezagsverhoudingen en het
instructierecht" eenzijdig een andere invulling gegeven aan de functie
van Hemelrijk. Het AD had zich moeten realiseren dat hier nauwkeurig overleg
met Hemelrijk aan vooraf diende te gaan. Dat dit niet heeft plaatsgevonden is
het AD aan te rekenen.
Bij deze stand van zaken is het begrijpelijk dat Hemelrijk zich in haar
journalistieke vrijheid ernstig beperkt voelde en dat zij zich monddood voelde
gemaakt. "Dat dit geschil ook werkelijk is geëscaleerd blijkt uit
de gang van zaken na de publicatie van de geweigerde column op de website van
Theo van Gogh. De sommatie van de hoofdredactie, met daarin het verbod om die
openbaar te maken, zal Hemelrijk gesterkt hebben in haar opvatting dat haar de
mond werd gesnoerd"..
Hemelrijk heeft geen toestemming gevraagd om de geweigerde column op de website
van Van Gogh te mogen plaatsen. Afgezien van de vraag of dit "geregelde
arbeid" in de zin van art. 15 van de CAO is, had het AD op grond van
lid 2 slechts een beperkt aantal weigeringsgronden om die toestemming niet te
verlenen en het AD heeft niet gesteld dat op grond daarvan de toestemming zou
worden onthouden.
Het AD heeft nog aangevoerd dat ook de plaatsing op het internet van het
interne memo met betrekking tot de berichtgeving rond Pim Fortuyn ontoelaatbaar
was. Niet is gebleken dat het hier een vertrouwelijk memo betrof, terwijl ook
de inhoud niet evident voor het AD schadelijke inhoud bevatte. Hemelrijk heeft
gesteld dat zij het memo aan Fortuyn heeft toegezonden en dat het daarna, maar
niet door haar, op de website is geplaatst. Dit "lekken" door
Hemelrijk kwam kennelijk vaker voor, want in het artikel van de Haagse Post
laat hoofdredacteur Oscar Garschagen weten goede ervaringen te hebben met het
lekken door Hemelrijk. Bovendien verklaart hij dat Hemelrijk hiervoor niet zal
worden ontslagen en dat hij achteraf helemaal niet rouwig is met de
openbaarmaking van dit memo. Gezien deze uitlatingen kan dit thans geen
argument meer vormen voor de gevraagde ontbinding.
Tenslotte resteert het incident in Nieuwspoort. Het aan Hemelrijk gemaakte
verwijt komt er in de kern op neer dat zij op 11 februari 2003 voornemens was
om één van de aanwezigen met een taart te bekogelen. Hemelrijk
heeft dit gemotiveerd ontkend. Van enig behoorlijk onderzoek naar de gang van
zaken is geen sprake geweest, zodat de feiten waarop het AD zich baseert,
grotendeels niet zijn komen vast te staan. Het enkele feit dat Hemelrijk een
taart bij zich had is onvoldoende om aan te nemen dat zij daarmee ook zou
willen gaan gooien, zeker nu dit uit haar column niet is af te leiden.
Gezien het bovenstaande acht de kantonrechter onvoldoende gronden aanwezig om
de arbeidsovereenkomst te ontbinden. "Het AD heeft gesteld geen
vertrouwen meer te hebben in Hemelrijk, maar baseert dat uitsluitend op haar
visie op de feiten. Dat die aanzienlijk moet worden genuanceerd, is hierboven
aangegeven." De kantonrechter gaat ervan uit dat de schorsing sedert
14 februari 2003 kan worden gezien als een afkoelingsperiode en dat de partijen
thans in staat moeten zijn werkbare afspraken te maken.
DE BESCHIKKING:
De kantonrechter wijst het verzoek af.
De Gezonde Roker Nieuwsdienst
|